INZICHT BIJ CLIËNTEN MET
VERZAMELWOEDE
Individuele Literatuurstudie
Naam Studieonderdeel: Project – Lit. St
Inleverdatum: 06-03-2023
Aantal woorden: 1904
,Inhoudsopgave
1 Introductie Pagina 2
1.1 Globale introductie Pagina 2
1.2 Probleemstelling/Klinische onzekerheid Pagina 2
2 Methode Pagina 3
3 Resultaten Pagina 4
3.1 Onderzoeksstudie 1: Nieuwe cognitieve gedragstherapie Pagina 4
3.2 Onderzoeksstudie 2: Cognitieve gedragstherapie in groepsvorm Pagina 4
3.3 Onderzoeksstudie 3: Cognitieve gedragstherapie in groepsvorm Pagina 5
4 Discussie Pagina 6
5 Conclusie Pagina 7
6 Bronvermelding Pagina 8
1
, 1. Introductie
1.1 Globale introductie
Voor privacy doeleinden zijn de persoonlijke gegevens van de beschreven client geanonimiseerd en
deels weggelaten.
Client X is een 75-jarige man, bekend met gemetastaseerde oesofaguscarcinoom en extreme
verzamelwoede (hoarding). Bij een verzamelstoornis is er sprake van een sterke behoefte om spullen
te bewaren (1). Dit gebeurt in zodanige mate, dat de woonomgeving vol staan waardoor deze niet of
nauwelijks meer gebruikt kan worden. Het verzamelen van deze spullen kan leiden tot gevaren
binnen de woonomgeving, als gezondheidsproblemen en brandgevaar. Weggooien geeft een
lijdensdruk (1). In de meeste gevallen hebben verzameldwangers beperkt tot weinig inzicht in hun
problematiek en de ernst van hun verzamelwoede. Het ontbreekt hierbij aan ziekte-inzicht.
De heer bewaart en verzamelt spullen, waardoor het huis van hem en zijn echtgenote vol staat en
vervuild is. Spullen aanraken of verplaatsen is uit den boze en aangeboden hulp bij de huishouding
wordt geweigerd.
De thuiszorg ondersteunt de heer bij de persoonlijke verzorging, het aan- en uittrekken van
steunkousen en het verzorgen van de sondevoeding. Door het vervuilde huishouden is het geven van
veilige, arbo-technische en protocollaire zorg lastig. Wanneer de zorg met de heer in gesprek gaat
over zijn verzamelwoede, ontkent hij deze en reageert hij met boosheid. Het wordt duidelijk dat de
heer geen inzicht in zijn eigen ziektebeeld heeft en lijkt niet te realiseren dat er een onveilige
werksituatie is. De heer zegt geen hulp nodig te hebben en weigert de inzet van huishoudelijk hulp.
De heer is een zorgmijder. Er is sprake van zorgmijding wanneer mensen die (dringend) zorg nodig
hebben, geen contact zoeken met een zorgverlener of aangeboden zorg niet accepteren (2). Het
ontstaan van zorg mijdend gedrag heeft verschillende oorzaken. Zo kan het zijn dat een cliënt zich
schaamt, de financiën niet kan dragen, achterdochtig is naar de zorgverlening of doordat de cliënt
niet inziet dat hij deze zorg nodig heeft (2).
1.2 Probleemstelling/Klinische onzekerheid
Wanneer de oesofaguscarcinoom verder metastaseert en curatieve behandeling niet meer mogelijk
is, komt de heer in de palliatieve fase. Het thuiszorgteam wordt genoodzaakt de zorg uit te breiden.
In de huidige woonsituatie is dit niet mogelijk. De cliënt lijkt niet te realiseren wat voor situatie in zijn
woonomgeving ontstaan is en weigert hulp. Door inzicht in het ziektebeeld te creëren hoopt het
wijkzorgteam dit te veranderen. Door het vergroten van het ziekte-inzicht ontstaat de kans dat
gevaren in de huidige situatie inzichtelijk worden. Het team hoopt dat de heer hierbij de keus maakt
om hulp te accepteren en een veilige woon- en werksituatie te creëren.
De klinisch vraag als gevolg van de casusbespreking is dan ook: Welke interventies kan een
wijkzorgteam inzetten om ziekte-inzicht bij cliënten met verzamelwoede te vergroten?
2