1.1 Inleiding
Organisatie:
- Streven: bepaald doel bereiken
- Olympische spelen: wedstrijden gespeeld, doel bereikt → organisatie opgeheven
- Nierstichting: blijft zich inzetten voor nierpatienten → doel wordt nooit bereikt
Economisch zelfstandig:
- Organisatie zorgt zelf voor voldoende opbrengsten om kosten te dekken.
Doelgericht doelmatig economisch handelen:
- Organisatie zorgt voor planning waarin staat hoe het doel bereikt moet worden
- Mensen en middelen doelgericht en doelmatig inzetten
- Economisch handelen: resultaat bereiken met zo klein mogelijke opoffering van natuur,
arbeid en kapitaalgoederen (productie factoren), of zo hoog mogelijke opbrengst behalen
met gegeven hoeveelheid productiefactoren.
Markt continuïteit:
- Vermogen van onderneming om activiteiten voort te zetten en succesvol te blijven
- Ondernemingen moeten economisch zelfstandig blijven
- Tegenslagen opvangen en weer meegroeien met de markt
- Inkomen verschaffen aan vermogensverschaffers
- Continuïteit (lange termijn): winst behalen noodzakelijk
- Rekening houden met onzekerheid rondom resultaat
1.3 Duurzame ontwikkeling
Triple P: Duurzaam ondernemen
- Planet: op milieugebied gaat het om de circulaire economie (herbruiken, herstellen,
recyclen).
- People: op sociaal vlak gaat het om het welzijn van het personeel.
- Profit: de onderneming moet winst maken om de continuïteit te garanderen.
1.5 Bedrijfskolom
Primaire sector:
- Bedrijven die hun producten winnen uit de natuur (landbouw, veeteelt, visserij en
mijnbouw)
Secundaire sector:
- Bedrijven die producten vormen en samenstellen (industriële bedrijven)
Tertaire sector:
- Commerciële dienstensector. Producten komen steeds verder in het proces van oer
producent tot consument (handel, transport, verzekering, financiering, advieswerk)
, Quartaire sector:
- Bedrijven die niet streven naar winst
- Niet-commerciële dienstensector
Collecterende handel:
- Koopt kleine en grote hoeveelheden
- Sorteert goederen in standaardkwaliteiten
- Slaat goederen voor korte of lange tijd op
- Vervoert goederen naar bepaalde plaats
Distribuerende handel:
- Koopt grote hoeveelheden
- Verkoopt in kleinere hoeveelheden aan bedrijven en consumenten in een bepaald
land/regio.
Groothandel:
- Levering door bedrijf aan andere bedrijven (opkopers, exporteurs, importeurs)
Kleinhandel:
- Bedrijven die leveren aan de consument
Bedrijfskolom:
- De weg die producten afleggen van (oer)producent tot consument is weer te geven in
bedrijfskolom
- Een onderneming vervult 1 of meerde fasen in bedrijfskolom (producent, handelaar,
industrie, industrie/handel)
Bedrijfstak:
- Bedrijven die eenzelfde functie vervullen in een bedrijfskolom
- Tussen bedrijfstakken zitten markten
- Vervoerders, verzekeraars, financiers zorgen voor een soepel verloop van het proces →
waarde neemt steeds verder toe naarmate je dichter bij de consument komt.
Eigenaar:
- Bedrijven zijn eigenaar van de goederen
- Vervoerders, verzekeraars, financiers worden geen eigenaar maar krijgen betaald voor
bijdrage: Diensten van derden.
Integratie:
- Bedrijf gaat samen met een bedrijf uit vorige of volgende bedrijfstak in dezelfde
bedrijfskolom.
Differentiatie:
- Bedrijf splitst zich op in twee opvolgende fasen in bedrijfskolom.
Organisatie:
- Streven: bepaald doel bereiken
- Olympische spelen: wedstrijden gespeeld, doel bereikt → organisatie opgeheven
- Nierstichting: blijft zich inzetten voor nierpatienten → doel wordt nooit bereikt
Economisch zelfstandig:
- Organisatie zorgt zelf voor voldoende opbrengsten om kosten te dekken.
Doelgericht doelmatig economisch handelen:
- Organisatie zorgt voor planning waarin staat hoe het doel bereikt moet worden
- Mensen en middelen doelgericht en doelmatig inzetten
- Economisch handelen: resultaat bereiken met zo klein mogelijke opoffering van natuur,
arbeid en kapitaalgoederen (productie factoren), of zo hoog mogelijke opbrengst behalen
met gegeven hoeveelheid productiefactoren.
Markt continuïteit:
- Vermogen van onderneming om activiteiten voort te zetten en succesvol te blijven
- Ondernemingen moeten economisch zelfstandig blijven
- Tegenslagen opvangen en weer meegroeien met de markt
- Inkomen verschaffen aan vermogensverschaffers
- Continuïteit (lange termijn): winst behalen noodzakelijk
- Rekening houden met onzekerheid rondom resultaat
1.3 Duurzame ontwikkeling
Triple P: Duurzaam ondernemen
- Planet: op milieugebied gaat het om de circulaire economie (herbruiken, herstellen,
recyclen).
- People: op sociaal vlak gaat het om het welzijn van het personeel.
- Profit: de onderneming moet winst maken om de continuïteit te garanderen.
1.5 Bedrijfskolom
Primaire sector:
- Bedrijven die hun producten winnen uit de natuur (landbouw, veeteelt, visserij en
mijnbouw)
Secundaire sector:
- Bedrijven die producten vormen en samenstellen (industriële bedrijven)
Tertaire sector:
- Commerciële dienstensector. Producten komen steeds verder in het proces van oer
producent tot consument (handel, transport, verzekering, financiering, advieswerk)
, Quartaire sector:
- Bedrijven die niet streven naar winst
- Niet-commerciële dienstensector
Collecterende handel:
- Koopt kleine en grote hoeveelheden
- Sorteert goederen in standaardkwaliteiten
- Slaat goederen voor korte of lange tijd op
- Vervoert goederen naar bepaalde plaats
Distribuerende handel:
- Koopt grote hoeveelheden
- Verkoopt in kleinere hoeveelheden aan bedrijven en consumenten in een bepaald
land/regio.
Groothandel:
- Levering door bedrijf aan andere bedrijven (opkopers, exporteurs, importeurs)
Kleinhandel:
- Bedrijven die leveren aan de consument
Bedrijfskolom:
- De weg die producten afleggen van (oer)producent tot consument is weer te geven in
bedrijfskolom
- Een onderneming vervult 1 of meerde fasen in bedrijfskolom (producent, handelaar,
industrie, industrie/handel)
Bedrijfstak:
- Bedrijven die eenzelfde functie vervullen in een bedrijfskolom
- Tussen bedrijfstakken zitten markten
- Vervoerders, verzekeraars, financiers zorgen voor een soepel verloop van het proces →
waarde neemt steeds verder toe naarmate je dichter bij de consument komt.
Eigenaar:
- Bedrijven zijn eigenaar van de goederen
- Vervoerders, verzekeraars, financiers worden geen eigenaar maar krijgen betaald voor
bijdrage: Diensten van derden.
Integratie:
- Bedrijf gaat samen met een bedrijf uit vorige of volgende bedrijfstak in dezelfde
bedrijfskolom.
Differentiatie:
- Bedrijf splitst zich op in twee opvolgende fasen in bedrijfskolom.