VAN OPVOEDING EN ONTWIKKELING
Colleges
,Inhoud
Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling ................................. 3
College 1: Neurobasics, evolutie en het sociale brein .............................................. 3
College 2: Neurobiologische methoden ................................................................ 14
College 3: Stress ................................................................................................. 25
College 4: Emotie en motivatie ............................................................................. 37
College 5: Gezichtsherkenning ............................................................................. 42
College 6: Empathie en altruïsme ......................................................................... 47
College 7: Relaties en sociale binding ................................................................... 54
College 8: De ontwikkeling van het brein ............................................................... 60
College 9: Moraliteit en antisociaal gedrag ............................................................ 68
2
,Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling
College 1: Neurobasics, evolutie en het sociale brein
Onderwerpen
1. Het zenuwstelsel
2. Evolutie
1. Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit verschillende bouwstenen/verschillende onderdelen. Het
zenuwstelstel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel.
• Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg.
• Het perifere zenuwstelsel valt uiteen in het autonome zenuwstelsel en het
somatische zenuwstelsel. Het somatisch zenuwstelsel is betrokken bij het
aansturen van spieren.
• Het autonome zenuwstelsel bestaat uit het sympathisch zenuwstelsel en het
parasympathisch zenuwstelsel.
Het autonome zenuwstelsel
Bij het autonome zenuwstelsel horen de woorden rust en actie (flight & fight). Rust hoort
bij het parasympatische zenuwstelsel en actie hoort bij het sympathische zenuwstelsel.
Deze woorden zijn kenmerkend voor de functies van het parasympatische gedeelte en het
sympathische gedeelte van het zenuwstelsel.
Het parasympatisch zenuwstelsel is betrokken bij de rustsituatie in het lichaam. Denk
bijvoorbeeld aan een lage hartslag en het op gang komen van de spijsvertering. Het
parasympatisch zenuwstelsel zorgt ervoor dat het lichaam zich herstelt en het lichaam
reserves opbouwt.
3
,Het midden van de afbeelding is het centrale zenuwstelsel: hersenen en het ruggenmerg.
Het sympathisch zenuw-stelsel wordt in gang gezet bij actie. Het zorgt ervoor dat de
hartslag omhooggaat, de adem-haling sneller gaat en dat de spijsvertering niet in gang
wordt gezet zodat de energie niet daarheen gaat, maar ge-mobiliseerd kan worden om
bijvoorbeeld spieren van energie te voorzien. Allemaal acties om het mogelijk te maken
om snel te reageren.
Op de afbeelding zijn een aantal lijntjes te zien. Deze lopen bij het sympathisch
zenuwstelsel vanaf de organen richting het ruggenmerg. Op deze manier wordt
signaaloverdracht snel naar de hersenen gestuurd en kan het lichaam reageren in
overlevingssituaties.
Bij het parasympatisch zenuwstelsel lopen de lijnen vooral naar de onderkant van het
ruggenmerg en naar net onder de hersenstam. Wellicht dat daardoor er een langzamere
reactie optreedt.
4
,Het sympathisch- en parasympatisch zenuwstelsel staan met elkaar in balans en
wisselen elkaar af. Het parasympatisch zenuwstelsel (rust) wordt actief na een stressvolle
periode.
Het centrale zenuwstelsel
De hersenen kun je indelen in vier delen:
1. Occipitaalkwab: achterhoofdskwab. Dit deel zit aan de achterkant van de
hersenen en verwerkt visuele informatie.
2. Frontaalkwab: dit gedeelte zit aan de voorkant van de hersenen en dit deel zet
bewustzijn, plannen, denken, gedrag en motoriek in gang.
3. Temporaalkwab: zit aan beide kanten van de hersenen. Dit gedeelte van de
hersenen bestaat uit een linker- en rechtergedeelte. Dit gedeelte van de hersenen
zorgt onder andere ervoor dat je kunt horen, taal kunt begrijpen, dingen kunt
herinneren en herkennen.
4. Pariëtaalkwab: dit deel van de hersenen zit bovenin en iets achterin de hersenen.
Deze kwab is belangrijk voor gevoel, ruimtelijk inzicht, lichaamsbesef en rekenen
en lezen.
Rondom de hersenen ligt de Blood Brain Barrier (BBB). Dit ‘laagje’ heeft een belangrijke
functie in de hersenen, want de BBB zorgt ervoor dat er vanuit het bloed een selectie van
5
, stoffen overgegeven wordt aan de hersenen. In vet-oplosbare stoffen worden wel
doorgegeven, vanuit het bloed, naar de hersenen.
In de afgelopen eeuw is er veel veranderd, ook in de opbouw van de hersenen. Er zijn
namen gegeven aan delen van de hersenen die heel diep in de hersenen liggen.
Neuronen
Het hele zenuwstelsel is opgebouwd uit neuronen. Neuronen zorgen ervoor dat er
signalen worden doorgegeven aan het lichaam. Met behulp van neuronen kunnen het
zenuwstelsel en de hersenen met elkaar communiceren.
1 losse neuron bestaat uit verschillende onderdelen:
• Dendrieten: hebben de taak om signalen van andere neuronen te ontvangen. Het
zijn sterk vertakte uitlopers die impulsen ontvangen.
• Cellichaam (cell body of soma): beslist of het neuron een elektrisch signaal
doorstuurt via het axon. Het cellichaam is het regelcentrum van een neuron. Een
sterk signaal wordt doorgegeven, een zwak signaal niet.
• Axon: het gedeelte van een neuron dat signalen doorgeeft naar andere neuronen.
→ Een neuron kan verschillende dendrieten hebben, maar het kan maar één axon hebben!
De axon is vaak veel langer dan een dendriet. Daardoor kan er best een grote afstand
overbrugt worden met een axon. Hoe groter de afstand, hoe groter de kans dat een signaal
verloren gaat. Het lichaam is daarom zo opgebouwd dat er rond de axon een vorm van
isolatie zit. Deze bescherming is de myelineschede (myelin sheath) en deze zorgt ervoor
dat de geleiding van de axon minder signaalgevoelig is.
Er vinden heel veel chemische reacties plaats in een neuron. Ionen (geladen deeltjes)
zorgen ervoor dat er elektrische signalen of elektrische verschillen ontstaan. Op de
rechter afbeelding zie je een neuron met drie axonen. De axonen komen van drie
verschillende neuronen. De blauwe lijntjes zijn het elektrische signaal dat vanuit de
axonen naar de volgende neuron wordt aangevuld. Als deze signalen aankomen bij de
dendrieten, dan komen deze samen in het cellichaam. Als het signaal sterk genoeg is, zal
6