Interbellum en WOII (1918 - 1945)
★ De wankelende democratie van Weimar:
- De eerste naoorlogse parlementsverkiezingen werden gewonnen door
de SPD. Deze partij kreeg leiding in de regering die begon met de
opbouw van een parlementaire democratie.
- In de zomer van 1919 nam het parlement een grondwet aan. Het kwam
daarvoor bijeen in Weimar, omdat het in Berlijn onrustig was.
- De Duitse democratie was vanaf het begin wankel:
● De keizer was gevlucht.
● Linkse en rechtse extremisten probeerden de democratie omver
te werpen.
● Door politiek geweld verloor bevolking vertrouwen in democratie
● Door ondertekening van het Verdrag van Versailles (1919)
daalde dit vertrouwen nog meer.
● Duitse economie leed onder hoge herstelbetalingen en verlies
van gebied.
- Wat betekende het Verdrag van Versailles (1919) voor Duitsland:
● Verlies van gebied (Elzas - Lotharingen)
● Opdraaien voor herstelbetalingen uit WOI.
● Afstaan van alle kolonies.
● Geen groter leger hebben dan 100.000 soldaten.
- De dolkstootlegende: onjuiste complottheorie dat Duitsland WOI niet
had verloren, maar ten onder was gegaan door ‘’een dolkstoot in de
rug’’ van de democratische leiders die om een wapenstilstand hadden
onderhandeld.
→ Complottheorie was onjuist, maar leek geloofwaardig omdat er
tijdens WOI geen schot om Duitse bodem was gelost, daarnaast had
de legerpropaganda alleen maar successen gemeld.
- Mede door de dolkstootlegende verloren de democratische partijen bij
de verkiezingen van 1920 hun meerderheid.
- In 1924 werd onder leiding van de Amerikaanse bankier Dawes een
plan opgesteld om Duitsland geld te lenen om economisch herstel te
bevorderen → Dawesplan.
★ Nazi’s aan de macht:
- 1929 - beurskrach in New York.
- Duitsland werd hard getroffen door deze beurskrach. De Duitse
regering was machteloos → veel Duitsers gingen stemmen op
totalitaire partijen die beweerden dat zij wel de oplossing hadden.
, - De communistische KPD en de nationaalsocialistische NSDAP van
Adolf Hitler kregen veel stemmen.
- Na 1929 profiteerde Hitler van de economische en politieke crisis.
→ De nazi’s overtuigden veel Duitsers ervan dat Hitler de enige was
die hun land kon redden.
- In 1932 werd de NSDAP de grootste partij.
- Hitler beloofde welvaart, werk en inkomen. Ook wilde hij het Verdrag
van Versailles ongedaan maken en van Duitsland weer een krachtige
‘’volksgemeinschaft’’ maken.
- In januari 1933 benoemde president von Hindenburg, Hitler tot
rijkskanselier.
★ Nazi - Duitsland:
- Op 5 maart 1933 waren de verkiezingen voor de Rijksdag. Maar kort
daarvoor stak de communist Marinus van der Lubbe het
Rijksdaggebouw in brand.
→ Hitler beweerde dat de Rijksdagbrand het sein was voor een
communistische revolutie.
- Om het gevaar te bestrijden voerde Hitler noodmaatregelen in, waarbij
grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting werden opgeschort.
→ Communisten werden opgepakt en hun kranten verboden.
- Bij de verkiezingen haalde de NSDAP 43% van de stemmen. Om de
macht hierna helemaal in handen te hebben, liet Hitler de
Weimargrondwet afschaffen.
→ Dit deed Hitler met de machtigingswet, die hem het recht gaf zonder
parlement te regeren.
- Toen president Hindenburg in 1934 overleed, bepaalde Hitler dat er
geen nieuwe president kwam en dat hijzelf ‘’voor de hele toekomst’’
Führer des Deutschen Volkes genoemd moest worden.
★ Nazificatie:
- De nazi’s begonnen na hun machtsovername (1933) met terreur en
propaganda. Ze richtten hun eerste concentratiekamp in Dachau en de
Gestapo op.
- Zowel de concentratiekampen als de Gestapo stonden onder leiding
van de SS, de elite-organisatie van de nazi’s.
- Voor wie geen plek had in de volksgemeinschaft, werd naar
concentratiekampen gestuurd.
- Intussen kreeg de Duitse bevolking het beeld voorgeschoteld dat alles
geweldig ging. Het ministerie van propaganda onder leiding van
Joseph Goebbels verzorgde de propaganda in de samenleving.
- Door terreur en propaganda gehoorzaamden de meeste Duitsers het
naziregime.