Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

week 5 werkgroep erf en schenkbelasting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
28-03-2026
Geschreven in
2025/2026

week 5 werkgroep erf en schenkbelasting

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Schenk- en erfbelasting 2025/2026 Opgaven werkcollege 5

Paragrafen 5.2.0, 5.3.0, 5.6.0 – 5.8.0, 6.8.0, 7.1.0.B en 7.1.0.C

Vraag 1
Elke en Johan gaan samenwonen. Zij kopen ieder 50% van het woonhuis met een waarde van € 400.000.
Ze komen overeen dat als een van beiden overlijdt, diens aandeel aan de ander verblijft zonder
tegenprestatie. Ze laten zich nog niet overtuigen om ook testamenten op te stellen.

a. Zijn er fiscale gevolgen verbonden aan het overeenkomen van het verblijvensbeding en zo ja, welke?

Een verblijvingsbeding is een verdelingsovereenkomst onder opschortende voorwaarde of tijdsbepaling.
Partijen komen overeen om bij een bepaalde gebeurtenis op een bepaalde wijze te verdelen. Het
verblijvingsbeding kan slechts gemeenschappelijke goederen betreffen. Voor de verdeling is – als de situatie
zich voordoet – geen wilsverklaring meer nodig.

Art. 11 lid 2 SW ziet op overeenkomsten tussen deelgenoten op grond waarvan bij het overlijden van een
van hen (het aandeel van de overledene in een of meer) goederen worden verkregen door een of meer van
de andere deelgenoten. Wederkerigheid is niet vereist voor de toepassing van de fictiebepaling.  er kan
dus sprake zijn van een ‘erfrechtelijke verkrijging’; door art. 11 lid 2 SW. Dan moet het echter wel gaan om
een partner/moeten Elke en Johan wel als partners worden aangemerkt voor de SW.

Het gaat in casu om de vraag of het overeenkomen van het verblijvingsbeding fiscale gevolgen heeft; het
lijkt geen schenking te zijn, want in plaats van een bevoordelingsbedoeling lijkt het meer een
verzorgingsbehoefte te betreffen. In de literatuur lijkt consensus te zijn dat er geen sprake is van een gift,
mede omdat er dus geen sprake is van een bevoordelingsbedoeling.


Wg;

Samenwoners; kopen ieder 50% van een woonhuis met een waarde van 400k;
Wat gebeurt er; bij overlijden gaat het deel van de een over op de ander; bij een verblijvingsbeding, staat
vaak in een samenlevingscontract, dan spreek je af dat de langstlevende jouw aandeel kan krijgen. Je komt
alvast een verdeling overeen onder opschortende voorwaarde. Door het overlijden van de ander gaat dat
in, maar ter uitvoering van de verbintenis/verdeling moet er nog geleverd worden.
Vraag is of er fiscale gevolgen verbonden zijn aan deze overeenkomst; ‘als ik overlijd mag jij mijn deel
hebben’. Er is gegeven dat de waarde 400k is, stel hypotheekschuld is nog 300k, en dan overlijdt 1 vd 2, stel
E: in haar nlp zit dan de helft van de woning; 200k, en de helft van de schuld = 150k. stel J zegt dan kom
maar op met die helft, (geen koopprijs/vergoeding vereist). De ovk wordt gesloten en in een bepaald geval
wil ik dat jou iets toe gaat komen.

2 visies; een verblijvingsbeding lijkt een gift
Of het is een kansovereenkomst; niet vanuit een bevoordelingsbedoeling, maar meer omdat het wederkerig
is. Arrest HR 1 oktober 1991 (bevestigd in 1997)
In de praktijk wordt gesteld dat een verblijvingsbeding geen gift inhoudt/gift oplevert op het moment van
aangaan.
Stel ene partij veel ouder; ook dan lijkt geen sprake van een gift, door de wederkerigheid.

,b. Wat zijn de gevolgen als Johan en Elke op de terugweg van de notaris betrokken raken bij een ernstig
verkeersongeval, waarbij Johan om het leven komt? Op basis van de wet zijn de ouders en zus van
Johan zijn enige erfgenamen.

Het aandeel in de woning dat Johan heeft/had gaat op grond van het erfrecht in zijn geheel over op de
ouders en zus van Johan (dus de helft van de woning). Elke heeft echter wel/kan echter wel een beroep
doen op het verblijvingsbeding, als gevolg waarvan de woning aan haar dient te worden geleverd door de
erfgenamen van Johan.

‘voor de verdeling is – als de gebeurtenis zich voordoet – geen wilsverklaring meer nodig. De
verdelingsovereenkomst verplicht tot levering als uitvoeringshandeling die ingevolge art. 3;189 lid 2 jo
3;186 BW noodzakelijke is voor de verkrijging door de deelgenoten van de aan hen toegedeelde
goederen. Omdat de verdeling krachtens het verblijvensbeding pas goederenrechtelijk effect heeft indien
de levering heeft plaatsgevonden, behoort het aandeel van de erflater waarover hij bij verblijvingsbeding
heeft beschikt, tot zijn nalatenschap. de verplichting tot levering gaat tevens over op de erfgenamen. De
waarde van deze leveringsverplichting komt in mindering op de verkrijging. Daartegenover verhoogt de
bedongen tegenprestatie de verkrijging’.


Wg;
Johan overlijdt; wat is de nlp? Helft van de woning, helft van de hypotheekschuld en misschien wat
spaargeld.
Ouders en zus zijn erfgenaam; die verkrijgen dus de helft van de woning en de helft van de schuld e.d.
Stel Elke doet een beroep op het verblijvingsbeding;
50k.

Geen verkrijging krachtens erfrecht, obv de overeenkomst die je hebt gesloten.
Als er geen verkrijging krachtens erfrecht is noch een verkrijging krachtens schenking, dan ga je naar de
fictiebepalingen kijken.
In dit geval gaat het om goederen die verblijven, en obv 11 lid 2 wordt dat toch in de heffing betrokken.

11 lid 5; ze hebben net dat contract getekend, en als je pas net het samenlevingscontract hebt getekend
dan voldoe je niet aan de 6 maanden-eis uit art. 1a SW om als partners te worden aangemerkt. 
kwalificeren niet als fiscaal partner voor de erfbelasting. Wat is het gevolg; de fictie van art. 11 lid 2 is dan
nvt door art. 11 lid 5 SW (geldt alleen voor de ‘familie-kring’). Zijn dus nog geen partners, en dat brengt
met zich mee dat de verkrijging niet belast. (als ze wel partners waren dan was het wel belast, maar dan
heb je ook te maken met de partner-vrijstelling van 804.698).




Vraag 2
X en Y zijn broers. Zij houden ieder 50% van de aandelen in XY BV. In de aandeelhoudersovereenkomst is
geregeld dat bij de verkoop van de aandelen – voordat deze kunnen worden verkocht aan een derde – deze

, eerst aan de zittende aandeelhouders moeten worden aangeboden tegen de intrinsieke waarde. Ook bij
overlijden dienen de aandelen binnen 1 jaar na het overlijden door de erfgenaam/erfgenamen aan de
zittende aandeelhouder aangeboden te worden tegen de intrinsieke waarde. X overlijdt op 59-jarige leeftijd
zonder testament. Zijn erfgenamen zijn; zijn echtgenote (57 jaar) en kind (38 jaar). De nalatenschap bestaat
uit een eigen woning met een waarde van € 720.000 (WOZ-waarde € 690.000), een bankrekening met een
positief saldo van € 220.000 en de aandelen in de BV met een going-concernwaarde van € 2.200.000 en
intrinsieke waarde van € 1.190.000.

Waarover is ieder erfbelasting verschuldigd? U dient in uw antwoord zowel aandacht te besteden aan de
situatie dat broer Y de aandelen wel overneemt als aan de situatie dat de broer de aandelen niet
overneemt.

In dit geval gaat het om 2 broers die samen de aandelen in XY BV houden (50/50). In de
aandeelhoudersovereenkomst is geregeld dat bij verkoop de aandelen eerst aan de zittende aandeelhouders
moeten worden aangeboden (voorkeursrecht) tegen de intrinsieke waarde.

Het gaat in casu om een overnemingsbeding; bij een overnemingsbeding wordt een recht toegekend om een
goed tegen een bepaalde waarde over te nemen. aan de medecontractant wordt en optie of onherroepelijk
aanbod gedaan om het betreffende goed over te nemen tegen een nader in de overeenkomst te bepalen
waarde. Wordt gebruik gemaakt van de optie of het onherroepelijke aanbod dan bewerkstelligt de levering ex
art. 3;84 BW vervolgens de eigendomsoverdracht.
In dit geval betreft het een overnamerecht, wat maakt dat het desbetreffende vermogensbestanddeel tot de
erfrechtelijke boedel behoort. Pas als gebruik wordt gemaakt van het overnamerecht vindt er een
verandering in verkrijger plaats. Dit leidt tot een herrekening van de verschuldigde erfbelasting op grond van
art. 53 lid 1 SW waarbij rekening wordt gehouden met het bedrag dat de overnamegerechtigde dient te
vergoeden.

- Kan een goed ter waarde van 150k worden overgenomen voor 100k, dan behoort het goed ter
waarde van 150k tot de nalatenschap, zodat hierover in beginsel erfbelasting wordt verschuldigd
door de erfgenaam. Wordt later van het overnamerecht gebruikgemaakt dan krijgt de erfgenaam de
erfbelasting, betaald over 150k, terug. Hij dient over 100k erfbelasting te betalen. Per saldo wordt
over 50k erfbelasting terugontvangen. De fictieve verkrijger wordt erfbelasting verschuldigd over
150k – 100k = 50k.

In dit geval gaat het om een verkrijging krachtens het overnamebeding bij overlijden. X is immers overleden,
en in de aandeelhoudersovereenkomst is opgenomen dat in het geval van overlijden de aandelen binnen 1
jaar dienen te worden aangeboden tegen de intrinsieke waarde door de erfgenamen. Op grond van art. 11 lid
2 SW worden de aandelen, in het geval dat Y de aandelen daadwerkelijk overneemt, geacht te zijn verkregen
krachtens erfrecht. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op goederen waaromtrent een
overeenkomst is gesloten krachtens welke die goederen bij overlijden van de rechthebbende kunnen worden
overgenomen door de overige contractanten. Dit maakt dat de aandelen moeten worden gewaardeerd.

Uit de casus blijkt dat wanneer X overlijdt er geen testament is, en dat zijn vrouw en kind de enig erfgenamen
zijn.
De nalatenschap bestaat uit een eigen woning met een waarde van € 720.000 (WOZ-waarde € 690.000), een
bankrekening met een positief saldo van € 220.000 en de aandelen in de BV met een going-concernwaarde
van € 2.200.000 en intrinsieke waarde van € 1.190.000.

De nalatenschap bedraagt dus 690k + 220k + 2.2 miljoen = 3.110 miljoen.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
28 maart 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
.
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
loikasior Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
32
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
26
Laatst verkocht
1 maand geleden

3.3

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen