Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

week 9 werkgroep erf en schenkbelasting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
28-03-2026
Geschreven in
2025/2026

week 9 werkgroep erf en schenkbelasting

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Opgaven werkcollege 9 jaar

2025/2026

Met eventuele unilaterale regelingen ter voorkoming van dubbele belasting in andere landen
dan Nederland hoeft geen rekening gehouden te worden.

Vraag 1

Welke aanknopingspunten worden gehanteerd voor de heffing van schenk- en erfbelasting?
Wat is de algemeen aanvaarde rangorde hiertussen?

Er zijn verschillende aanknopingspunten voor de heffing van schenk- en erfbelasting. In internationaal
verband wordt algemeen aangenomen dat het sterkste heffingsrecht wordt ontleend aan het
situsbeginsel. Daarna volgt het woonplaatsbeginsel dat aanknoopt bij de woonplaats van de
erflater/schenker, gevolgd door het nationaliteitsbeginsel dat aanknoopt bij de nationaliteit van de
erflater/schenker. Het zwakste heffingsrecht wordt ontleend aan de woonplaats van de verkrijger,
gevolgd door de nationaliteit van de verkrijger.

Wg;

.welke aanknopingspunten worden gehanteerd voor de heffing van erf-en schenkbelasting vanuit
Nederland? Woonplaatsbeginsel; art. 1 Sw (en ook art. 3 SW; fictieve woonplaats; gaan we eigenlijk
uit van het nationaliteitsbeginsel.)
- Welke aanknopingspunten heb je nog meer?
 Kijken naar de woonplaats of nationaliteit van de verkrijger; maar wat in heel veel landen
wordt gedaan is;
 Kijken naar het situsbeginsel; dus als er goederen zijn gelegen in een bepaald land, over
het algemeen vinden die landen dan dat als die goederen vererven of geschonken
worden, het land waar die goederen liggen heffingsbevoegdheid hebben daarover.
 En dan de 2de vraag; wat is de algemeen aanvaarde rangorde hiertussen?
- Situsbeginsel
- Woonplaats of nationaliteit erflater/schenker
- Woonplaats/nationaliteit verkrijger.

 Nederland houdt in principe deze rangorde ook aan; maar geeft voorrang aan het
situsbeginsel.
 Blijkt uit art. 47 en 48 Bvdb;
 Art. 47; als wij belasting heffen (NL) over de nlp van iemand die ttv overlijden in NL woonde,
(oftewel obv nationale recht vinden wij dat wij over het wereldvermogen belasting mogen
heffen), maar geven wij wel vermindering voor belasting di wordt geheven over bezittingen
die in een andere mogendheid liggen, maar wel over specifiek omschreven situsgoederen;
dat zijn ondernemingen (art. 9 bvdb) en onroerende zaken.
 Art. 48 Bvdb; als een ander land ook belasting heeft omdat die persoon door dat land wordt
geacht ttv het overlijden in dat land te hebben gewoond, dan geven we weer vermindering ten
behoeve van dat land.
 Banktegoeden die worden aangehouden bij een buitenlandse bank worden door NL niet
gezien als situsgoed, dus obv art. 47 en 48 wordt daar geen voorkoming voor gegeven, maar

, dan hebben we een restbepaling in art. 49 Bvdb en daarin wordt er wel enige vorm van
voorkoming voor gegeven.  art. 49 is een voorkoming van dubbele belasting voor
situsgoederen die niet zijn te definiëren als situsgoederen in de zin van art. 47 en 48; dus
situsgoederen die geen onroerende zaken of ondernemingen zijn.

Vraag 2

Welk land heft in de volgende situaties en waarover? Indien sprake is van dubbele heffing,
verleent Nederland dan voorkoming van dubbele belasting en op basis van welke bepaling?

a) Erflater Xander woont in Nederland en heeft een vakantiewoning in Spanje.

Nederland gaat uit van het woonplaatsbeginsel bij de heffing van erf-en schenkbelasting, en
hierbij wordt gekeken naar de woonplaats van de erflater/schenker. Spanje hanteert ook het
woonplaatsbeginsel, maar koppelt dit aan de woonplaats van de verkrijger. Indien de
verkrijger in Nederland woont wordt in Spanje geen belasting geheven en is er geen sprake
van dubbele heffing. Indien de verkrijger in Spanje woont wordt er wel belasting geheven
over de vakantiewoning in Spanje.  art. 47 Bvdb 2001.

Nederland heft erfbelasting over de gehele nalatenschap van Xander. Spanje heft
erfbelasting over de vakantiewoning. De Spaanse erfbelasting over de Spaanse
vakantiewoning mag met de Nederlandse erfbelasting worden verrekend op grond van art.
47 Bvdb 2001. Het is hiervoor niet van belang of Spanje over die woning heft op grond van
het situsbeginsel of ogv het woonplaatsbeginsel.

Wg;

NL heft over wereldvermogen; inclusief de vakantiewoning in Spanje, Spanje stelt dat zij op
grond vna het nationale recht ook heffen over de vakantiewoning obv het situsbeginsel, dus
daaar wordt ook belasting over geheven; maar omdat het obv het siutsbeginsel is, wordt
daar voorkoming over gegeven ogv art. 47 vdb.




b) Xander, woonachtig in Nederland, schenkt zijn in Frankrijk gelegen vakantiewoning
aan zijn eveneens in Nederland wonende dochter.

Nederland heft schenkbelasting op grond van het woonplaatsbeginsel (van de schenker).
De vakantiewoning is gelegen in Frankrijk, en is daarmee een situsgoed. Frankrijk heeft als
situsstaat met betrekking tot de vakantiewoning een sterker heffingsrecht dan Nederland (de
woonstaat). Nederland zal daarom verrekening van de in de situsstaat geheven
schenkbelasting toestaan met de Nederlandse schenkbelasting over de vakantiewoning. 
art. 47 jo 51 bvdb.

, Wg;

Gaat om een situsgoed; als frankrijk daarover heft ogv het situsbeginsel, en NL heft daar
ook over, dan wordt daarvoor ook voorkoming gegeven. In dit geval gaat het echter niet over
art. 47; dat ziet op overlijdenssituaties; er is echter een schakelbepaling in art. 51; die stelt
dat 47 - 50 ook van toepassing zijn op schenkingen.




c) Xander, in 2018 geëmigreerd van Nederland naar Zwitserland, overlijdt in 2025. Zijn
nalatenschap omvat banktegoeden in Zwitserland en België (situsgoederen), alsmede
een in Nederland gelegen woning.

Art. 47 Bvdb is alleen van toepassing als de erflater feitelijk in Nederland woont ten tijde
van zijn overlijden of op grond van art. 2 lid 1 SW zijn fictieve woonplaats in Nederland
heeft. art. 47 Bvdb is n.v.t. als de erflater zijn woonplaats in Nederland heeft o.g.v. ar.t 3 lid 1
SW. Hierin voorziet art. 48 Bvdb.  indien art. 3 lid 1 SW van toepassing is, wordt door de
verkrijger in Nederland erfbelasting verschuldigd over de gehele verkrijging, waar ter wereld
het vermogen zich ook bevindt. Als het woonland van de erflater heft ogv het
woonplaatsbeginsel, is dubbele hefing over de gehele verkrijging een feit. Omdat het
woonland een sterker recht heeft om te heffen, voorziet Nl in een verrekening van de
buitenlandse belasting.

In dit geval heeft erflater X Nederland verlaten en zich gevestigd in Zwitserland. Xander is
binnen de 10-jaarstermijn overleden. Nederland heft aldus over de gehele nalatenschap,
maar geeft verrekening

Wg;

Nl; als we ervan uitgaan dat hij NL nationaliteit heeft; dan ga je kijken naar de
woonplaatsficitie van art. 3 lid 1 SW (minder dan 10 jaar dat hij zijn feitelijke woonplaats in
NL had); Fictief woont hij dan nog in NL, dus zou NL willen heffen over het wereldvermogen;
en dan moet je kijken hoe dat zich verhoudt tot andere landen; Zwitserland is lastig; heeft
verschillende cantons; als geen verdrag is gesloten met een ander land, dan pas ga je terug
naar Bvdb. In dit geval wel een verdrag met Zwitserland; dat verdrag is van toepassing als
het gaat om een persoon met de NL of Zwitserse nationaliteit en in 1 van die 2 landen is
overleden. Als Zwitserland erf- en schenkbelasting heft, dan zou je naar het verdrag moeten
kijken, en wordt vermindering gegeven.

Stel verdrag zou er niet zijn; dan zou art. 48 Bvdb van toepassing zijn; want NL heft ogv
fictieve woonplaats, er is een daadwerkelijke woonplaats in ander land, als dat andere land
erf en schenkbelasting heft, dan wordt daarvoor verrekening/voorkoming voor gegeven.

België; art. 49 wel van toepassing; als België dat banktegoed wel aanmerkt als situsgoed,
NL merkt dat in de eenzijdige regeling niet aan als situsgoed (47 en 48), maar in de
restbepaling van art. 49 Bvdb is bepaald dat daar dan wel voorkoming voor wordt gegeven.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
28 maart 2026
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
.
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
loikasior Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
32
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
26
Laatst verkocht
1 maand geleden

3.3

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen