M-6)
Samenvatting Behandelmethoden (500807-M-6)........................................1
Onderwerp 1: Kwaliteit van evidentie voor behandelmethoden...............2
Literatuur onderwerp 1..........................................................................2
Introvideo Inleiding en onderzoeksmethoden........................................5
Onderwerp 2: Common Factors..............................................................21
Literatuur onderwerp 2........................................................................21
Introvideo Common factors.................................................................25
Hoorcollege Common Factors..............................................................35
Onderwerp 3: Behandelinterventie gedragstherapie..............................41
Literatuur onderwerp 3........................................................................41
Introvideo + aanvullingen hoorcollege gedragstherapie.....................53
Gastcollege schematherapie...............................................................69
Onderwerp 4: Behandelinterventie systeemtherapie.............................72
Literatuur onderwerp 4........................................................................72
Introvideo + hoorcollege Systeemtherapie.........................................86
Gastcollege Functional Family Therapy.............................................105
Onderwerp 5: Behandelinterventie psychodynamische therapie.........108
Literatuur onderwerp 5......................................................................108
Introvideo + hoorcollege Psychodynamische psychotherapie...........110
Gastcollege Mentalization-based treatment for children (MBT-K).....124
Responsiecollege + tentamenvragen...................................................128
Mijn eigen tentamenvragen (zover ik me kan herinneren)................132
,Onderwerp 1: Kwaliteit van evidentie voor
behandelmethoden
Literatuur onderwerp 1
Leichsenring, F., Abbass, A., Hilsenroth, M. J., Leweke, F., Luyten, P., Keefe, J.
R., ... & Steinert, C. (2017). Biases in research: risk factors for non-replicability in
psychotherapy and pharmacotherapy research. Psychological medicine, 47(6),
1000-1011.
- Repliceerbaarheid = het verkrijgen van dezelfde resultaten met andere
(random) steekproeven die representatief zijn voor de personen, situaties,
operationalisaties en tijd voor de hypothese die getest is in de originele
studie.
- Het is een voorwaarde voor valide conclusies, maar resultaten die
repliceerbaar zijn zijn niet noodzakelijk valide.
- Recent onderzoek toonde dat voor cognitieve en sociale psychologie
slechts 36-47% van de originele studies succesvol gerepliceerd zijn.
Auteurs concluderen dat er sprake is van een replicatie crisis in de
psychologische wetenschap
- Dit is zorgelijk want onderzoek dat niet repliceerbaar en valide zijn kunnen
leiden tot slechte behandelsuggesties en tot suboptimale klinische
uitkomsten leiden.
- De identificatie van risicofactoren voor niet-repliceerbaarheid is van
belang
- Het artikel bespreekt verschillende onderzoeksbiases en het effect op de
repliceerbaarheid.
- Dit suggereert dat er nog niet goed genoeg gecontroleerd wordt op
verschillende biases en de kwaliteit van het onderzoek en de
repliceerbaarheid beïnvloedt
Loyaliteits effecten
o Loyaliteit onderzoeker
- De loyaliteit van de onderzoeker is nog steeds een grote
ongecontroleerde factor.
- Het is moeilijk om erop te controleren omdat ze niet het resultaat
zijn van pogingen om de resultaten te verstoren. Menselijke
beoordeling is nodig om te controleren op deze effecten
- Beïnvloedt niet per se repliceerbaarheid. Het kan in balans zijn als
bijvoorbeeld onderzoeker, therapeuten en supervisors betrokken
zijn die allemaal een voorkeur hebben voor 1 specifieke en andere
behandeling.
- Een voorbeeld van onderzoekers die niet loyaal zijn:
- In een studie vergelijken ze cognitieve therapie en Rogeriaanse
supportive therapy voor BPS. Verschillende kenmerken van het
design, de data-analyse en de presentatie van resultaten
suggereren loyaliteitseffecten:
, 1. De therapeuten van de cognitieve therapie ontvingen een 2-
daagse workshop terwijl de training van de therapeuten van
RST slechts 10 uur duurde
2. Beide therapieën werden gegeven door dezelfde therapeuten
die een CBT-diploma hadden (gespecialiseerde in de andere
therapie!)
3. Er waren geen significante verschillen tussen de
behandelingen gevonden.
- Toch was de conclusie van de onderzoekers: CT toonde eerder
positieve effecten aan op impulsiviteit en toonde op de lange
termijn betere effecten
- DUS: vanuit niet significante resultaten, kozen de onderzoekers
enkele punten ten gunste van cognitieve therapie (selectieve
interpretatie)
- Deze biases kunnen de repliceerbaarheid beïnvloeden. Als het
design meer in balans is zijn de resultaten wellicht niet hetzelfde
o Loyaliteit Therapeut
- Komt voor als dezelfde therapeut verschillende behandelingen geeft
maar wel een specifieke therapeutische oriëntatie heeft
o Loyaliteit Supervisor
- Als de verschillende behandelingen worden vergeleken door
dezelfde supervisor
o Loyaliteit reviewer
- Onderzoekers zijn ook reviewers voor artikelen. Dit kan leiden tot
ongebalanceerde beslissingen over afwijzing of acceptatie van
artikelen.
- Onderzoekers lijken resultaten te accepteren die consistent zijn met
hun verwachtingen maar lijken ook de studie te verdenken als dit
niet het geval is.
o Loyaliteit van journal editors en publicatie beleid
- Onderzoeken kunnen worden geweigerd omdat de resultaten niet
consistent zijn met hun beleid, een publicatie bias kan dan leiden
tot een effect op de repliceerbaarheid.
Gebrekkige behandeling integriteit
- Behandelingsintegriteit is de mate waarin behandelingen naar buiten
worden gedragen zoals daadwerkelijk de bedoeling was.
- Smith et al. stelde dat controlegroepen in RCT’s vaak een conditie krijgen
die bij voorbaat al zou falen.
- Therapieën moeten worden uitgevoerd door getrainde therapeuten, door
literatuur onderbouwd zijn en bevat bepaalde componenten gebaseerd op
theorieën van verandering
- Van belang om onderzoek standaarden te updaten voor dit probleem
Negeren van therapeut effect
- Therapeuten verschillen van elkaar waardoor observaties niet
onafhankelijk zijn, zoals de uitkomsten van patiënt X en Y die beiden door
dezelfde therapeut worden behandeld.
, - Daarom moeten therapeuten statistisch gezien in rekening worden
gebracht als een random factor want het negeren van een therapeut
effect kan leiden tot verkeerde conclusies over het behandelingseffect en
leiden tot resultaten die niet realiseerbaar zijn.
Kleine effectgroottes
- Er wordt in het wetenschappelijke veld gezegd dat hoe kleiner de effect
sizes zijn, hoe minder waarschijnlijk de bevindingen waar zijn. Echter,
misschien zijn kleinere effect sizes wel meer repliceerbaar. Want kleine
effect sizes zijn eerder de regel dan de uitzondering.
- Van belang dat onderzoeken van tevoren aangeven wat ze als klinisch
betekenisvol zien.
- Want het is mogelijk dat een significant maar klein verschil wordt over
benadrukt in de interpretatie van resultaten en dat invloed heeft op de
repliceerbaarheid.
Flexibiliteit in design: verschillende uitkomstmaten en selectieve
rapportering van uitkomsten
- Hoe meer “flexibel de hypothese en ontwerpkenmerken zijn beschreven in
de studie, hoe hoger het risico voor niet- repliceerbaarheid.
Te kleine sample size
- Kleine steekproeven kunnen verschillen problemen veroorzaken. Vooral
voor randomisatie, generalisatie, statistische power en recpliceerbaarheid
en validiteit.
- Hoe kleiner de studie, hoe minder waarschijnlijk verschillen tussen
subjecten random verdeeld zijn over de verschillende groepen, wat een
bedreiging is voor de interne validiteit. Dit kan weer invloed hebben op de
power.
Publication Bias
- Studies die een significant effect tonen hebben een hogere
waarschijnlijkheid om gepubliceerd te worden. Maar als niet-significante
resultaten niet gepubliceerd worden is het bewijs verstoord.
- Overschatting van behandeleffecten door publicatie bias kan zowel de
repliceerbaarheid als de validiteit van resultaten verminderen.
Conclusie
De lage repliceerbaarheid in psychotherapie- en farmacotherapieonderzoek is
grotendeels het gevolg van systematische, maar vaak verborgen biases.
Zonder expliciete maatregelen om deze vertekeningen aan te pakken, blijven
onderzoeksresultaten kwetsbaar. Verbetering van transparantie, methodologie
en samenwerking is cruciaal om de betrouwbaarheid van klinisch onderzoek te
vergroten.
De auteurs pleiten onder andere voor:
- Adversarial collaboration (onderzoekers met tegengestelde
overtuigingen werken samen)
- Triple-blind data-analyse (deelnemers, onderzoekers én data-analisten
blind)
- Vooraf registreren van studies en uitkomsten