Alle PowerPoints + literatuur kennistoets
Werkcollege 1 Burgerschap
Begrippen:
Burgerschap = Het kunnen deelnemen aan de democratische
samenleving of ´in een democratie kunnen participeren’. Het vermogen
om democratisch en maatschappelijk te handelen en daarmee gezamenlijk
de diverse samenleving vorm te geven. Democratische samenleving, hoe
je omgaat met mensen, gelijkheid nastreven, normen en waarden.
Kritisch denken = Nadenken op een doordachte, bewuste en open
manier over informatie, meningen en maatschappelijke kwesties. Het
gaat erom dat je niet zomaar iets gelooft omdat iemand het zegt.
Basiswaarden = Vrijheid wordt bevorderd door aandacht voor vrijheid
van meningsuiting (artikel 7) en autonomie. Gelijkwaardigheid wordt
bevorderd in de vorm van het gelijkheidsbeginsel en het afwijzen van
discriminatie (artikel 1). Solidariteit (eensgezindheid, verbondenheid)
wordt bevorderd door verdraagzaamheid, begrip en
verantwoordelijkheidsbesef.
Democratie = Heersen van het volk
Staatsburgerschap = Staatsburgerschap betekent dat je deel
uitmaakt van een staat (bijvoorbeeld Nederland) en dat je daarbij
rechten én plichten hebt.
Artikel 1 Grondwet = Gelijkheidsbeginsel: Allen die zich in Nederland
bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie
wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht,
handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet
toegestaan.
Vraag kennistoets: Wat is het eerste artikel van de grondwet?
Subjectificatie (Biesta) = Volwassen worden, een persoon worden die
zijn eigen keuzes kan maken.
De Atheense democratie geld als de oudste democratie ter wereld en
ontstond in de zesde eeuw voor het jaar 0.
Democratie komt van de Griekse woorden:
demos = volk en kratein = heersen
Gesituationeerdheid van burgerschapsvorming = vorming van
burgers is afhankelijk van tijd en plaats.
Ook de Hitlerjugend is een vorm van burgerschapsvorming.
,Democratie
De macht ligt bij het volk (niet meer bij de Koning): het volk kiest voor een
partij.
De regering wordt samengesteld uit de grootste gekozen partijen, zo
vertegenwoordigt de regering de keuze van het volk.
Iedere partij, groot of klein (meerderheid of minderheid), heeft macht of
inspraak.
Autocratie
De macht komt te liggen bij een kleine groep mensen van de grootste
gekozen partij.
Waar mogelijk negeren zij het geluid van de kleinere partijen
Waar mogelijk negeren zij ook het geluid van de onafhankelijke
rechtsprekende macht.
Burgerschapsonderwijs draait om de kennis, vaardigheden en ervaringen
die leerlingen opdoen met betrekking tot de diverse en democratische
samenleving.
Kopmels
17.1 Levensbeschouwelijke identiteit als basis voor burgerschap
Kernidee
Burgerschap begint niet bij regels of wetten, maar bij wie je bent als
mens. Je levensbeschouwelijke identiteit vormt de basis van hoe je
kijkt naar de wereld en hoe je handelt als burger.
Belangrijke begrippen
Levensbeschouwelijke identiteit
Het geheel van overtuigingen, waarden, normen, ervaringen en vragen die
bepalen hoe iemand naar het leven kijkt (bijv. religieus, humanistisch,
atheïstisch).
Waarden
Wat iemand belangrijk vindt (zoals vrijheid, rechtvaardigheid,
gelijkwaardigheid).
Normen
Gedragsregels die voortkomen uit waarden (hoe je hoort te handelen).
Zingeving
De manier waarop mensen betekenis geven aan hun leven en handelen.
Belangrijk punt
Goed burgerschapsonderwijs helpt leerlingen:
nadenken over wie ze zijn
ontdekken wat zij belangrijk vinden
leren dat anderen andere waarden en overtuigingen kunnen hebben
Dit bevordert respect, dialoog en begrip in een diverse samenleving.
17.2 Subject worden: geen speelbal, maar speler
Kernidee
Leerlingen moeten geen passieve volgers zijn van regels, maar actieve
burgers die zelf keuzes maken en verantwoordelijkheid dragen.
Belangrijke begrippen
,Subject
Een persoon die zelfstandig denkt, kiest en handelt.
Object
Iemand die vooral gestuurd wordt door anderen (regels, systemen).
Agency
Het vermogen om invloed uit te oefenen op je eigen leven en omgeving.
Autonomie
Zelfstandig kunnen beslissen en handelen.
In burgerschapsonderwijs betekent dit:
leerlingen leren hun eigen mening te vormen
ze oefenen met verantwoordelijkheid nemen
ze ervaren dat hun stem ertoe doet
Burgerschap gaat dus niet alleen over aanpassen, maar ook over
meedoen en meebeslissen.
17.3 De school opent vensters op de wereld
Kernidee
De school is een oefenplaats voor de samenleving. Leerlingen leren
daar omgaan met diversiteit, conflicten en maatschappelijke
vraagstukken.
Belangrijke begrippen
Vensters op de wereld
Manieren waarop leerlingen kennismaken met de bredere samenleving
(actualiteit, cultuur, religie, politiek).
Diversiteit
Verschillen tussen mensen (cultuur, geloof, gender, achtergrond).
Dialoog
Een open gesprek waarin luisteren net zo belangrijk is als spreken.
Morele vraagstukken
Vragen zonder één goed antwoord (bijv. eerlijkheid, vrijheid, solidariteit).
Belangrijk punt
De school:
is een mini-samenleving
biedt ruimte om te oefenen met respectvol samenleven
helpt leerlingen omgaan met verschillen en spanningen
Niet vermijden, maar bespreekbaar maken.
17.4 De noodzaak van burgerschap in het onderwijs
Kernidee
Burgerschap is noodzakelijk omdat we leven in een democratische,
pluriforme samenleving waarin mensen met verschillende
achtergronden samenleven.
Belangrijke begrippen
Democratische rechtsstaat
Een samenleving waarin:
macht verdeeld is
rechten en plichten vastliggen
burgers inspraak hebben
, Pluriforme samenleving
Een samenleving met veel verschillende levensbeschouwingen en
culturen.
Participatie
Actief deelnemen aan de samenleving.
Sociale cohesie
Verbondenheid tussen mensen in de samenleving.
Waarom burgerschapsonderwijs nodig is:
om polarisatie tegen te gaan
om jongeren te leren omgaan met meningsverschillen
om verantwoordelijk handelen te stimuleren
Burgerschap is geen extra vak, maar een essentiële opdracht van
onderwijs.
17.5 Je burgerschapsvisie als bodem onder je onderwijs
Kernidee
Elke school en elke docent heeft (bewust of onbewust) een visie op
burgerschap. Die visie vormt de bodem onder het onderwijs.
Belangrijke begrippen
Burgerschapsvisie
Opvattingen over wat goed burgerschap is en hoe je dat wilt ontwikkelen
bij leerlingen.
Pedagogisch klimaat
De sfeer, omgangsvormen en waarden binnen de school.
Morele vorming
Leerlingen helpen nadenken over goed en kwaad, verantwoordelijkheid en
rechtvaardigheid.
Belangrijk punt
Een duidelijke visie helpt bij:
keuzes in lesinhoud
omgang met conflicten
voorbeeldgedrag van docenten
Wat je voorleeft, is net zo belangrijk als wat je onderwijst.
18.1.3 Democratie in de klas en maatschappij
Kernidee:
Democratie is niet alleen een politiek systeem, maar een praktijk van
samenleven waarin mensen met verschillende standpunten samen
verantwoordelijkheid dragen.
Belangrijke begrippen
Democratische waarden: zoals vrijheid, gelijkwaardigheid,
rechtvaardigheid, participatie en respect.
Participatie: actief meedoen aan besluitvorming binnen de klas of
gemeenschap (bijv. kringgesprek, stemrondes, klasregels).
Deliberatie: overleg waarin leerlingen leren luisteren naar anderen,
argumenteren en afwegen.
Wat er centraal staat
Ervaring van democratie: leerlingen oefenen met keuzes maken,
regels bespreken en meningsverschillen oplossen.