beroepsdilemma’s
Moreel dilemma in de wijkverpleging
Tijdelijke onveiligheid versus professionele grenzen
Lisanne Valentijn, , Regina Euverman – Suijker, Saxion Parttime School Verpleegkunde,
Enschede, 26januari 2026, C47, Tamara Loohuis,
In deze presentatie bespreek ik een moreel dilemma uit mijn eigen
praktijk in de wijkverpleging bij Trivium Meulenbeltzorg in Hengelo. Het
dilemma gaat over de spanning tussen tijdelijke onveiligheid van een
kwetsbare cliënt en het bewaken van professionele en wettelijke grenzen.
Ik neem jullie stap voor stap mee in de casus, het morele dilemma, de
afwegingen en de uiteindelijke handelingskeuze.
1
, Inhoudsopgave
Praktijkcontext Handelingsopties
Situatie schets cliënt Wetgeving en beroepscode
Mantelzorgsituatie Ethische stromingen
Veranderende situatie Afweging
Het morele dilemma Gekozen handelingsoptie
Waarom is dit een moreel Plan van aanpak
dilemma?
Verantwoordelijkheden
Urgentie
Morele schade
Onderbouwing vanuit de
literatuur Afronding
De morele vraag Bronnen
Ik begin met het schetsen van de praktijkcontext en de casus. Daarna licht
ik toe wat het morele dilemma is en waarom dit als dilemma wordt
ervaren. Vervolgens onderbouw ik dit met literatuur, formuleer ik de
morele vraag en bespreek ik de handelingsopties. Daarna ga ik in op
wetgeving, de ethische stromingen en mijn afweging, gevolgd door het plan
van aanpak, morele schade en de afronding.
2
, Praktijkcontext
Wijkverpleging TMZ Hengelo Oost
Cliënt: alleenstaande man, 85 jaar
Woont zelfstandig in een eengezinswoning in Hengelo
Zus is aan en afwezig in zijn woning.
Somatische zorgvraag, Wet Langdurige Zorg* (WLZ) 6, volledig benut.
Dilemma speelt tijdens mijn/onze reguliere zorgmomenten waarbij de cliënt
in het moment extra hulp vraagt die niet geïndiceerd is.
*Wet Langdurige Zorg - Rijksoverheid
Deze casus speelt zich af binnen de wijkverpleging van TMZ in Hengelo
Oost. Het gaat om een alleenstaande man van 85 jaar met een somatische
zorgvraag en een WLZ-indicatie vv6, die volledig benut is. Het dilemma
ontstaat tijdens reguliere zorgmomenten, wanneer de cliënt in het moment
extra hulp vraagt die niet binnen de indicatie valt.
Ik heb tijdens het schrijven van deze casus de Richtlijn Signaleren en
Omgaan met Zorgmijding in de eerste lijn (Zorgverzekeraars Nederland, et
al, 2021) gelezen, om na te gaan of deze van toepassing was op mijn casus.
Deze richtlijn is bedoeld voor zorgprofessionals in de eerste lijn en geeft aan
wat zorgmijding is, wat de risicofactoren zijn waarmee zorgprofessionals in
de wijk mee te maken kunnen krijgen, signaleringstechnieken, interventies
en benadering strategieën en als laatste zeker van toepassing op mijn casus;
hoe je een afweging maakt wanneer handelen gerechtvaardigd is (wanneer
het ethisch verantwoord is om zorg te bieden of juist niet).
Er was een passende logeerplek, maar de cliënt heeft deze geweigerd
vanwege de afstand. Dit is een vorm van zorgmijding. Hij ontloopt een reële
oplossing op basis van zijn eigen voorkeuren (Zorgverzekeraars Nederland,
3
, et al, 2021). De richtlijn beschrijft risicofactoren en handvatten voor het
maken van een verantwoorde afweging tussen handelen of niet handelen.
In de casus van de cliënt die een passende logeerplek weigerde, sluit dit aan
bij de uitdaging om enerzijds autonomie van de cliënt serieus te nemen en
anderzijds risico’s op valincidenten en onveiligheid te beperken.
Casus
De casus betreft een alleenstaande man van 85 jaar met een somatische
zorgvraag. De cliënt woont zelfstandig in een eengezinswoning in Hengelo.
De slaapkamer en badkamer bevinden zich op de eerste verdieping van de
woning. De cliënt heeft meerdere mobiliteitsbeperkingen. Traplopen
verloopt moeizaam en brengt een verhoogd valrisico met zich mee. Om het
risico op hoofdletsel te beperken draagt de cliënt binnenshuis een
fietshelm wanneer hij zich over de trap verplaatst.
Daarnaast heeft de cliënt beperkingen in de handfunctie. Ongeveer
anderhalve maand geleden heeft hij hiervoor een operatie ondergaan. Als
gevolg hiervan is hij wisselend in staat om zelfstandig handelingen uit te
voeren, zoals het bereiden van maaltijden en het eten zelf. De cliënt heeft
ondersteuning nodig bij activiteiten van het dagelijks leven, zowel overdag
als ’s nachts. De cliënt beschikt over een indicatie op grond van de Wet
langdurige zorg, zorgzwaarteprofiel zes, waarbij de beschikbare zorg
volledig is benut.
De zus van de cliënt fungeert als primaire mantelzorger en is vrijwel
vierentwintig uur per dag aanwezig in de woning. Zij ondersteunt de cliënt
bij de toiletgang, zowel overdag als gedurende de nacht. Daarnaast bereidt
zij maaltijden, verzorgt zij tussendoortjes en ziet zij toe op voldoende
inname van eten en drinken. Indien nodig helpt zij de cliënt ook bij het
eten zelf. Tevens verricht zij boodschappen en mogelijk andere
mantelzorgtaken waar de professionele zorg geen volledig zicht op heeft.
Het sociale netwerk van de cliënt is beperkt. Naast de zus zijn een
vrijwilliger en een medewerker thuisbegeleiding betrokken. Verder is de
huisarts op afstand betrokken bij de zorg. De mantelzorg door de zus
vormt een essentieel onderdeel van het dagelijks functioneren en de
veiligheid van de cliënt.
Op 23 november wordt de zus van de cliënt opgenomen in het ziekenhuis
in verband met een geplande operatie. De verwachting is dat zij enkele
nachten opgenomen zal blijven en daarna een herstelperiode nodig heeft
voordat zij haar mantelzorgtaken weer kan hervatten. Gedurende deze
periode valt de mantelzorg volledig weg.
De mantelzorgtaken die door de zus worden uitgevoerd, vallen grotendeels
buiten de formele indicatie en kunnen door het wijkteam niet worden
overgenomen. De cliënt is hierover geïnformeerd. In overleg met de cliënt
3