Keuzecursus Oncologie
Studiegroepscode: GKO-ONCOZO-F
Cursus code: GKO-ONCOZO-18_2024
Docent:
Inleverdatum: 31 maart 2025
Maximaal aantal woorden: 4500
Gebruikt aantal woorden inclusief tabellen 1 en 2: 4372
1
,Inhoudsopgave
1. Klinisch redeneren.............................................................................................. 3
1.2 Probleem oriëntatie/ klinisch beeld...............................................................3
1.3 Probleemanalyse........................................................................................... 5
1.4 Verpleegkundige problemen..........................................................................7
1.3 Aanvullend onderzoek en diagnose.............................................................11
2. Critical Appriaisal of a Topic (CAT)....................................................................13
2.1 Klinisch beleid............................................................................................. 13
2.2 Klinisch verloop........................................................................................... 19
3. Patiëntenvereniging/ belangenvereniging en evaluatie....................................21
3.1 Contact met patiëntenvereniging................................................................21
Literatuurlijst........................................................................................................ 22
Bijlage.................................................................................................................. 26
1. Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS).............................................26
2. Patient Health Questionnaire-9 (PHQ-9)........................................................29
3. Resultaten literatuuronderzoek.....................................................................30
4. Evaluatieverslag............................................................................................ 33
2
,1. Klinisch redeneren
1.2 Probleem oriëntatie/ klinisch beeld
1.2.1 Oncogenese
Tumoren ontstaan door genetische en epi-genetische veranderingen, wat leidt tot
ongecontroleerde celdeling (oncogenese) en kwaadaardige tumorvorming. Bij
mammacarcinoom verhogen mutaties in de genen BRCA1, BRCA2, CHEK2, PALB2
en ATM het risico door verstoring van DNA-reparatie en celgroei. Ook langdurige
oestrogeenblootstelling draagt bij aan DNA-schade. Borstkanker ontstaat vaak in
ductuli of lobuli als carcinoma in situ en kan invasief worden. De groeisnelheid
varieert; agressieve subtypen zoals TNBC en HER2-positieve tumoren kunnen
sneller groeien en uitzaaien (Krieken et al., 2020, pp. 439–440)
Borstkanker komt het meest voor bij vrouwen tussen de 45 en 75, een op de
zeven vrouwen krijgen borstkanker in Nederland. Van de mannen krijgt Een op de
honderd de diagnose borstkanker. De prognose bij borstkanker hangt af van de
tumorgrootte, metastasering en tumorkenmerken. Gemiddeld is de
vijfjaarsoverleving 88% en de tien-jaar overleving 79% (Krieken et al., 2020).
1.2.2 Incidentie en prevalentie
In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 18.000 vrouwen de diagnose borstkanker,
waarvan er bij 2.300 vrouwen niet-invasieve borstkanker (DCIS) vastgesteld
wordt. Sinds 1989 is de incidentie bijna verdubbeld. In 2020 daalde het aantal
diagnoses door het stilleggen van het bevolkingsonderzoek tijdens de COVID-19-
pandemie.
Wereldwijd komt borstkanker vooral voor in westerse landen en kan het ook bij
mannen optreden, wat wel aanzienlijk minder voorkomt. Dankzij vroege
diagnostiek en betere behandelingen is de overlevingskans sterk verbeterd. De
vijf-jaar prevalentie steeg van 47.600 (2000) naar 75.000 (2023), en de tien-jaar
prevalentie van 71.000 (2000) naar 123.000 (2024). Dit heeft er uiteindelijk wel
weer voor gezorgd dat er meer vrouwen zijn met gezondheids- en psychosociale
klachten na behandeling (Integraal Kankercentrum Nederland [KNL], z.d.).
1.2.3 Symptomen
Mogelijke symptomen van borstkanker zijn veranderingen in de mamma, zoals
gevoeligheid, een andere structuur of intrekking van de huid of tepel. Daarnaast
kunnen bruinige of bloederige tepel uitvloed en hardnekkig tepeleczeem wijzen
op maligniteit. Ontstekingsverschijnselen, zoals roodheid, warmte, pijn en een
sinaasappelhuid, kunnen duiden op een inflammatoire vorm van borstkanker. In
vergevorderde stadia kan ulceratie optreden door tumorgroei door de huid
(Krieken et al., 2020, pp. 445-446).
1.2.4 Risicofactoren
Borstkanker ontstaat waarschijnlijk door een combinatie van hormonale, erfelijke
en omgevingsfactoren. Ondanks dat treden de meeste gevallen op zonder
bekende risicofactoren.
Hormonale factoren: Langdurige blootstelling aan oestrogeen verhoogt het risico,
dit is bijvoorbeeld te zien bij een vroege eerste menstruatie, late menopauze,
kinderloosheid, een eerste zwangerschap na 35 jaar, kortdurende borstvoeding
en langdurig gebruik van hormoonsuppletie na de menopauze.
3
, Erfelijke factoren: Ongeveer 5-10% van de gevallen is erfelijk, vaak door mutaties
in BRCA1, BRCA2, PALB2, ATM of CHEK2. Dragers van BRCA1/2 hebben een sterk
verhoogd risico op borstkanker (60-80%), eierstokkanker (10-45%) en een
tweede primaire tumor (60%). Bij mannen met deze mutaties is het
borstkankerrisico tot 7%. Bij 20% van de patiënten komt borstkanker in de familie
voor zonder een bekende genetische oorzaak.
Omgevingsfactoren: Risicofactoren zijn een eerdere diagnose van borstkanker,
bestraling van het bovenlichaam (bv. bij Hodgkin), voorgeschiedenis van
ovarium-, endometrium- of darmkanker, overgewicht of alcoholgebruik (Krieken
et al., 2020, pp. 435-438).
1.2.5 Diagnostiek en behandeling
De diagnostiek van borstkanker is gebaseerd op triple diagnostiek, bestaande uit
klinisch onderzoek, beeldvorming en pathologisch onderzoek.
Anamnese en lichamelijk onderzoek
Bij de anamnese worden klachten zoals pijn, veranderingen in de borst en relatie
met de menstruatiecyclus uitgevraagd. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de
medische voorgeschiedenis, hormoongebruik en de familie. Tijdens het
lichamelijk onderzoek worden de borsten geïnspecteerd en gepalpeerd om
zwellingen of andere afwijkingen vast te stellen. Ook de lymfeklieren in de oksels
en rond het sleutelbeen worden beoordeeld op vergroting, wat kan wijzen op
uitzaaiingen.
Radiologisch onderzoek
Beeldvormend onderzoek helpt de aard, omvang en lokalisatie van een
afwijking te beoordelen en de mate van verdenking op maligniteit vast te
stellen.
Mammografie is de eerste keus, vooral bij vrouwen boven de 35 jaar,
omdat het klierweefsel dan minder dicht is.
Echografie wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen een solide
tumor en een goedaardige cyste.
MRI kan aanvullende informatie geven bij onduidelijke afwijkingen of bij
jonge vrouwen met dicht borstweefsel.
PET-scan wordt soms ingezet om eventuele uitzaaiingen op te sporen.
Pathologisch onderzoek
Bij een verdachte afwijking wordt een biopsie verricht om een definitieve
diagnose te stellen.
Cytologische punctie (fijne naaldaspiratie) zuigt losse cellen op voor
onderzoek, maar kan minder betrouwbaar zijn.
Histologische punctie (dikke naaldbiopsie) neemt een klein stukje weefsel
af, wat een nauwkeuriger diagnose mogelijk maakt.
Deze diagnostische stappen helpen bij het vaststellen van borstkanker en het
bepalen van de juiste behandeling (Krieken et al., 2020, pp. 442-445).
4