EPA LZ-FO-3 – De diagnostische fase
Kanker en erfelijkheid
De professional in opleiding:
Kan uitleggen wat erfelijkheidsonderzoek inhoudt;
Vragen over erfelijke aanleg voor kanker in de familie worden over het algemeen eerst
gesteld bij de huisarts of specialist. Die zal een familie anamnese afnemen. Wanneer er
verdenking op een erfelijke vorm van kanker bestaat, is verwijzing naar een klinisch
genetisch spreekuur zinvol.
Mensen komen in aanmerking voor verwijzing als in de familie bijvoorbeeld:
- Een patiënt kanker kreeg op opvallend jonge leeftijd (mammacarcinoom <40 jaar,
colorectaal- en endometriumcarcinoom <50 jaar)
- Een bepaalde combinatie van kanker voorkomt (mamma- en ovariumcarcinoom/
colorectaal- en endometriumcarcinoom).
- Dezelfde vorm van kanker of bepaalde combinaties van kanker voorkomen bij ten
minste drie familieleden aan dezelfde kant van de familie.
- Ten minste één of twee familieleden een niet vaak voorkomende kanker kregen
(niercelcarcinoom, sarcoom, glioom, melanoom, pancreascarcinoom, MEN)
- Een patiënt meerder primaire vormen van kanker kreeg, waarbij de eerste tumor voor
het 50e levensjaar.
DNA onderzoek
- Bij voorkeur bij aangedaan persoon
- EDTA bloed
- Verschillende panels van genen
- DNA-first bij borstkanker. Wordt aangevraagd door chirurg of oncoloog als voldaan
wordt als verwijscriteria. Hoeven niet eerst naar klinisch geneticus, als het afwijkend
is dan pas hoeven ze daarnaartoe. JBZ werkt hier ook aan mee.
- Tumor-first bij eierstokkanker. DNA test op de tumor bij elke nieuwe diagnose
eierstokkanker, ongeacht leeftijd/ familie. Als de BRCA-test positief is wordt verwezen
naar klinisch chemicus.
Weefsel blijft tot ongeveer 20 jaar goed voor onderzoek.
Kan erfelijkheidsonderzoeken benoemen;
Mutaties in genen kan men opsporen met DNA-onderzoek, bijvoorbeeld uit witte bloedcellen.
Bloed is het meest gebruikte materiaal in de medische praktijk, maar nagenoeg elk ander
weefsel kan ook gebruikt worden voor DNA- onderzoek.
De eerste stap is een familie anamnese. DNA- onderzoek wordt gestart als er reden is om te
denken aan een vorm van erfelijke kanker die met DNA-onderzoek vast te stellen is. Indien
met DNA-onderzoek geen mutatie wordt aangetoond in een kankergen, wordt een
risicobepaling gedan op basis van de familiestamboom. Mogelijkheden voor regelmatige
controle worden besproken om kanker bij familieleden in een zo vroeg mogelijk stadium op
te sporen. Indien een mutatie in een kankergen wordt aangetoond, kan soms ook een
preventieve operatie verricht worden.
Bij mammacarcinoom zijn verschillende genen die een verhoogd risico op mammacarcinoom
geven. De meest bekende zijn mutaties in het BRCA1- of BRCA2-gen. Vrouwen die hier
drager van zijn hebben ook een verhoogd risico op ovariumcarcinoom. Draagsters wordt een
periodiek onderzoek van de borsten aangeboden. Dit bestaat vanaf 25-jarige leeftijd uit een
jaarlijks bezoek aan een specialist, een MRI en een mammografie. Ook wordt de
mogelijkheid van een preventieve borstoperatie besproken. Ten aanzien van het risico op
,ovariumcarcinoom zal een preventieve operatie geadviseerd worden waarbij de ovaria en
tubae verwijderd worden bij vrouwen tussen de 35 en 45 jaar. Screening van de ovaria en
tubae is niet effectief om ovariumcarcinoom in een vroeg stadium op te sporen.
De belangrijkste vorm van colorectaalcarcinoom is het Lynchsyndroom. Deze erft
autosomaal dominant over. Bij het lynchsyndroom komt het colorectaalcarcinoom voort uit
één of enkele poliepen. Er zijn vier genen die het Lynchsyndroom kunnen veroorzaken:
MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2. Deze genen zijn betrokken bij het herstellen van fouten die
ontstaan bij de vermenigvuldiging van het DNA. Om te onderzoeken of er mogelijk sprake is
van een erfelijke vorm van colorectaal- of endometriumcarcinoom wordt vaak MSI en/ of
IHC- onderzoek verricht in tumorweefsel. Indien er sprake is van een mutatie in een van de
Lynchsyndroomgenen zal er in de tumor sprake zijn van zogenoemde ‘’instabiele
microsatellieten (MSI instabiel). Met IHC-onderzoek maakt men de eiwitten van de genen
MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2 in de tumor zichtbaar. De afwezigheid van een eiwit
suggereert dat er sprake kan zijn van een erfelijke mutatie in het coderende gen. Dragers
van een mutatie in een gen dat het Lynchsyndroom veroorzaakt hebben 25-70% kans op
colorectaalcarcinoom, 15-55% kans op endometriumcarcinoom bij vrouwen en een licht
verhoogd risico op andere tumoren. Voor dragers geldt het advies om periodieke controles
van de darm te ondergaan. Voor vrouwelijke draagsters geldt het advies om naar de
gynaecoloog te gaan om geïnformeerd te worden over de mogelijkheden van controles of
een preventieve operatie.
Beredeneert wat de redenen kunnen zijn van een erfelijkheidsonderzoek.
Aan de familie kan een gerichter advies gegeven worden en familieleden kunnen zich tijdig
laten controleren. Indien een erfelijke mutatie aantoonbaar is, kunnen familieleden op
dragerschap worden onderzocht. Afhankelijk van de mutatie kunnen familieleden met de
mutatie kiezen uit verschillende mogelijkheden tot risicobeperking, zoals regelmatige
controle van één of meer organen, of uit voorzorg een preventieve operatie laten verrichten.
Indien geen mutatie aantoonbaar is, krijgen eerstegraads familieleden in sommige gevallen
op basis van de familiegeschiedenis controleadviezen.
Het doel van erfelijkheidsonderzoek is vast te stellen om welke mutatie in welk gen het in
een familie gaat. Dat moet in iedere familie opnieuw worden uitgezocht. Het aantonen van
een mutatie in een kankergen kan:
- Soms richting geven aan de behandeling. Bijvoorbeeld bij een jonge vrouw met
borstkanker de keuze voor mastectomie van de aangedane borst en preventieve
contralaterale mastectomie van de gezonde borst bij erfelijk mammacarcinoom, in
plaats van een borstbesparende operatie van enkel de aangedane borst.
- De familieleden de mogelijkheid van onderzoek naar dragerschap aanbieden.
Benoemt 3 voordelen en 3 nadelen van erfelijkheidsonderzoek;
Voordelen
- Mogelijkheid om preventieve maatregelen te kunnen nemen.
- Onderzoek laten doen in het belang van direct familieleden
- Zekerheid krijgen
Nadelen
- Angst voor het krijgen van de ziekte
- Ethische en religieuze aspecten
- Verzekeringen. Soms is de premie voor bijvoorbeeld een levensverzekering hoger.
Legt uit wat de verschillen zijn tussen erfelijkheid en familiair;
Familiaire kanker: Er zijn meerdere familieleden met dezelfde vorm van kanker, frequenter
dan te verwachten op basis van het populatierisico. Een combinatie van erfelijke factoren en
omgevingsfactoren heeft een rol gespeeld bij het ontstaan van de kanker. Een mutatie in een
specifiek kankergen kan niet worden aangetoond. Er is sprake van zogenoemde
, ‘’multifactoriële erfelijkheid’’. De herhalingskansen, zoals voor kinderen van een patiënt zijn
vaak verhoogd. Men kan de afzonderlijke erfelijke bijdrage (nog) niet bepalen met DNA-
onderzoek. Ongeveer 15% van alle kanker is familiair bepaald.
Erfelijke kanker: Er zijn meerdere familieleden met veelal dezelfde vorm van kanker. Vooral
erfelijke factoren hebben een rol gespeeld bij het ontstaan van de kanker. Er is een
genmutatie aangetoond in een specifiek kankergen waardoor er een verhoogde kans bestaat
op het ontwikkelen van een bepaalde vorm van kanker. Deze mutatie bevindt zich in alle
lichaamscellen. Individuen met erfelijke aanleg hebben een sterk verhoogd risico op het
ontwikkelen van specifieke vormen van kanker.
Kenmerken erfelijke kanker
1. Kanker op jonge leeftijd
2. Meerdere vormen kanker bij één persoon
3. Meerdere personen in de familie met dezelfde vorm van kanker
4. Specifieke combinatie van kankervormen in de familie. Borst- en
eierstokkkanker (BRCA1/2). Darmkanker en baarmoederkanker. Melanoom
en alvleesklierkanker.
Second hit theorie. Mensen die een erfelijk hoger risico hebben op kanker heb altijd een fout
in een bepaald gen. Je hebt dan nog maar één volgende hit nodig om kanker te krijgen.
Kan 3 gevolgen benoemen van erfelijkheidsonderzoek op zowel emotioneel,
lichamelijk, sociaal en maatschappelijk vlak;
Kan benoemen dat blaas-, huid- longkanker meestal niet erfelijke tumorsoorten zijn.
HBOC (Hereditair borst- en ovariumcarcinoom)
Erfelijk (hereditair) gezwel dat ontstaat uit epitheelcellen (carcinoom), epitheelcellen zijn te
vinden in de huid maar ook bijvoorbeeld als bekleding van de binnenzijde van de darm en
luchtwegen, met daarbij de plaats van ontstaan.
Bevolkingsonderzoek
Een onderzoek onder de bevolking, bijvoorbeeld voor borstkanker krijgen alle vrouwen
tussen de 50 en 76 jaar iedere 2 jaar een oproep voor het maken van een mammografie.
Erfelijke aanleg (familiaire en erfelijke kanker)
Erfelijke aanleg betekent dat bijvoorbeeld kanker in een familie voorkomt. Bij familiair berust
het op een samenspel van erfelijke en niet-erfelijke factoren. Bij erfelijk is er sprake van een
oorzaak in een gen wat overgeërfd kan worden via een geslachtscel (zaadcel of eicel).
Screeningsadvies
Screening houdt in voor vrouwen onder de 50 jaar jaarlijks een mammografie en een
borstonderzoek door een arts vanaf het 35e jaar (tenzij een klinisch-genetisch centrum
anders adviseert. Bij vrouwen boven de 50 jaar dient ten minste eenmaal per 2 jaar een
mammografie gemaakt te worden, eventueel in het kader van een bevolkingsonderzoek.
Preventief onderzoek
Met preventief onderzoek wordt het voorkomen van een ziekte door onderzoek bedoelt.
Borstkanker is niet te voorkomen (primaire preventief) behalve door een preventieve
borstamputatie, dit wordt soms uitgevoerd bij een zeer hoog risisco op borstkanker.
Genetische counseling
Genetische counseling is het proces waarbij patiënten of familieleden die risico lopen op een
genetische aandoening geïnformeerd worden over de gevolgen en aard van de aandoening,
de kans ze te ontwikkelen of over te dragen en de mogelijkheden die voor hen openstaan om
ze te voorkomen, vermijden of verbeteren
Kanker en erfelijkheid
De professional in opleiding:
Kan uitleggen wat erfelijkheidsonderzoek inhoudt;
Vragen over erfelijke aanleg voor kanker in de familie worden over het algemeen eerst
gesteld bij de huisarts of specialist. Die zal een familie anamnese afnemen. Wanneer er
verdenking op een erfelijke vorm van kanker bestaat, is verwijzing naar een klinisch
genetisch spreekuur zinvol.
Mensen komen in aanmerking voor verwijzing als in de familie bijvoorbeeld:
- Een patiënt kanker kreeg op opvallend jonge leeftijd (mammacarcinoom <40 jaar,
colorectaal- en endometriumcarcinoom <50 jaar)
- Een bepaalde combinatie van kanker voorkomt (mamma- en ovariumcarcinoom/
colorectaal- en endometriumcarcinoom).
- Dezelfde vorm van kanker of bepaalde combinaties van kanker voorkomen bij ten
minste drie familieleden aan dezelfde kant van de familie.
- Ten minste één of twee familieleden een niet vaak voorkomende kanker kregen
(niercelcarcinoom, sarcoom, glioom, melanoom, pancreascarcinoom, MEN)
- Een patiënt meerder primaire vormen van kanker kreeg, waarbij de eerste tumor voor
het 50e levensjaar.
DNA onderzoek
- Bij voorkeur bij aangedaan persoon
- EDTA bloed
- Verschillende panels van genen
- DNA-first bij borstkanker. Wordt aangevraagd door chirurg of oncoloog als voldaan
wordt als verwijscriteria. Hoeven niet eerst naar klinisch geneticus, als het afwijkend
is dan pas hoeven ze daarnaartoe. JBZ werkt hier ook aan mee.
- Tumor-first bij eierstokkanker. DNA test op de tumor bij elke nieuwe diagnose
eierstokkanker, ongeacht leeftijd/ familie. Als de BRCA-test positief is wordt verwezen
naar klinisch chemicus.
Weefsel blijft tot ongeveer 20 jaar goed voor onderzoek.
Kan erfelijkheidsonderzoeken benoemen;
Mutaties in genen kan men opsporen met DNA-onderzoek, bijvoorbeeld uit witte bloedcellen.
Bloed is het meest gebruikte materiaal in de medische praktijk, maar nagenoeg elk ander
weefsel kan ook gebruikt worden voor DNA- onderzoek.
De eerste stap is een familie anamnese. DNA- onderzoek wordt gestart als er reden is om te
denken aan een vorm van erfelijke kanker die met DNA-onderzoek vast te stellen is. Indien
met DNA-onderzoek geen mutatie wordt aangetoond in een kankergen, wordt een
risicobepaling gedan op basis van de familiestamboom. Mogelijkheden voor regelmatige
controle worden besproken om kanker bij familieleden in een zo vroeg mogelijk stadium op
te sporen. Indien een mutatie in een kankergen wordt aangetoond, kan soms ook een
preventieve operatie verricht worden.
Bij mammacarcinoom zijn verschillende genen die een verhoogd risico op mammacarcinoom
geven. De meest bekende zijn mutaties in het BRCA1- of BRCA2-gen. Vrouwen die hier
drager van zijn hebben ook een verhoogd risico op ovariumcarcinoom. Draagsters wordt een
periodiek onderzoek van de borsten aangeboden. Dit bestaat vanaf 25-jarige leeftijd uit een
jaarlijks bezoek aan een specialist, een MRI en een mammografie. Ook wordt de
mogelijkheid van een preventieve borstoperatie besproken. Ten aanzien van het risico op
,ovariumcarcinoom zal een preventieve operatie geadviseerd worden waarbij de ovaria en
tubae verwijderd worden bij vrouwen tussen de 35 en 45 jaar. Screening van de ovaria en
tubae is niet effectief om ovariumcarcinoom in een vroeg stadium op te sporen.
De belangrijkste vorm van colorectaalcarcinoom is het Lynchsyndroom. Deze erft
autosomaal dominant over. Bij het lynchsyndroom komt het colorectaalcarcinoom voort uit
één of enkele poliepen. Er zijn vier genen die het Lynchsyndroom kunnen veroorzaken:
MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2. Deze genen zijn betrokken bij het herstellen van fouten die
ontstaan bij de vermenigvuldiging van het DNA. Om te onderzoeken of er mogelijk sprake is
van een erfelijke vorm van colorectaal- of endometriumcarcinoom wordt vaak MSI en/ of
IHC- onderzoek verricht in tumorweefsel. Indien er sprake is van een mutatie in een van de
Lynchsyndroomgenen zal er in de tumor sprake zijn van zogenoemde ‘’instabiele
microsatellieten (MSI instabiel). Met IHC-onderzoek maakt men de eiwitten van de genen
MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2 in de tumor zichtbaar. De afwezigheid van een eiwit
suggereert dat er sprake kan zijn van een erfelijke mutatie in het coderende gen. Dragers
van een mutatie in een gen dat het Lynchsyndroom veroorzaakt hebben 25-70% kans op
colorectaalcarcinoom, 15-55% kans op endometriumcarcinoom bij vrouwen en een licht
verhoogd risico op andere tumoren. Voor dragers geldt het advies om periodieke controles
van de darm te ondergaan. Voor vrouwelijke draagsters geldt het advies om naar de
gynaecoloog te gaan om geïnformeerd te worden over de mogelijkheden van controles of
een preventieve operatie.
Beredeneert wat de redenen kunnen zijn van een erfelijkheidsonderzoek.
Aan de familie kan een gerichter advies gegeven worden en familieleden kunnen zich tijdig
laten controleren. Indien een erfelijke mutatie aantoonbaar is, kunnen familieleden op
dragerschap worden onderzocht. Afhankelijk van de mutatie kunnen familieleden met de
mutatie kiezen uit verschillende mogelijkheden tot risicobeperking, zoals regelmatige
controle van één of meer organen, of uit voorzorg een preventieve operatie laten verrichten.
Indien geen mutatie aantoonbaar is, krijgen eerstegraads familieleden in sommige gevallen
op basis van de familiegeschiedenis controleadviezen.
Het doel van erfelijkheidsonderzoek is vast te stellen om welke mutatie in welk gen het in
een familie gaat. Dat moet in iedere familie opnieuw worden uitgezocht. Het aantonen van
een mutatie in een kankergen kan:
- Soms richting geven aan de behandeling. Bijvoorbeeld bij een jonge vrouw met
borstkanker de keuze voor mastectomie van de aangedane borst en preventieve
contralaterale mastectomie van de gezonde borst bij erfelijk mammacarcinoom, in
plaats van een borstbesparende operatie van enkel de aangedane borst.
- De familieleden de mogelijkheid van onderzoek naar dragerschap aanbieden.
Benoemt 3 voordelen en 3 nadelen van erfelijkheidsonderzoek;
Voordelen
- Mogelijkheid om preventieve maatregelen te kunnen nemen.
- Onderzoek laten doen in het belang van direct familieleden
- Zekerheid krijgen
Nadelen
- Angst voor het krijgen van de ziekte
- Ethische en religieuze aspecten
- Verzekeringen. Soms is de premie voor bijvoorbeeld een levensverzekering hoger.
Legt uit wat de verschillen zijn tussen erfelijkheid en familiair;
Familiaire kanker: Er zijn meerdere familieleden met dezelfde vorm van kanker, frequenter
dan te verwachten op basis van het populatierisico. Een combinatie van erfelijke factoren en
omgevingsfactoren heeft een rol gespeeld bij het ontstaan van de kanker. Een mutatie in een
specifiek kankergen kan niet worden aangetoond. Er is sprake van zogenoemde
, ‘’multifactoriële erfelijkheid’’. De herhalingskansen, zoals voor kinderen van een patiënt zijn
vaak verhoogd. Men kan de afzonderlijke erfelijke bijdrage (nog) niet bepalen met DNA-
onderzoek. Ongeveer 15% van alle kanker is familiair bepaald.
Erfelijke kanker: Er zijn meerdere familieleden met veelal dezelfde vorm van kanker. Vooral
erfelijke factoren hebben een rol gespeeld bij het ontstaan van de kanker. Er is een
genmutatie aangetoond in een specifiek kankergen waardoor er een verhoogde kans bestaat
op het ontwikkelen van een bepaalde vorm van kanker. Deze mutatie bevindt zich in alle
lichaamscellen. Individuen met erfelijke aanleg hebben een sterk verhoogd risico op het
ontwikkelen van specifieke vormen van kanker.
Kenmerken erfelijke kanker
1. Kanker op jonge leeftijd
2. Meerdere vormen kanker bij één persoon
3. Meerdere personen in de familie met dezelfde vorm van kanker
4. Specifieke combinatie van kankervormen in de familie. Borst- en
eierstokkkanker (BRCA1/2). Darmkanker en baarmoederkanker. Melanoom
en alvleesklierkanker.
Second hit theorie. Mensen die een erfelijk hoger risico hebben op kanker heb altijd een fout
in een bepaald gen. Je hebt dan nog maar één volgende hit nodig om kanker te krijgen.
Kan 3 gevolgen benoemen van erfelijkheidsonderzoek op zowel emotioneel,
lichamelijk, sociaal en maatschappelijk vlak;
Kan benoemen dat blaas-, huid- longkanker meestal niet erfelijke tumorsoorten zijn.
HBOC (Hereditair borst- en ovariumcarcinoom)
Erfelijk (hereditair) gezwel dat ontstaat uit epitheelcellen (carcinoom), epitheelcellen zijn te
vinden in de huid maar ook bijvoorbeeld als bekleding van de binnenzijde van de darm en
luchtwegen, met daarbij de plaats van ontstaan.
Bevolkingsonderzoek
Een onderzoek onder de bevolking, bijvoorbeeld voor borstkanker krijgen alle vrouwen
tussen de 50 en 76 jaar iedere 2 jaar een oproep voor het maken van een mammografie.
Erfelijke aanleg (familiaire en erfelijke kanker)
Erfelijke aanleg betekent dat bijvoorbeeld kanker in een familie voorkomt. Bij familiair berust
het op een samenspel van erfelijke en niet-erfelijke factoren. Bij erfelijk is er sprake van een
oorzaak in een gen wat overgeërfd kan worden via een geslachtscel (zaadcel of eicel).
Screeningsadvies
Screening houdt in voor vrouwen onder de 50 jaar jaarlijks een mammografie en een
borstonderzoek door een arts vanaf het 35e jaar (tenzij een klinisch-genetisch centrum
anders adviseert. Bij vrouwen boven de 50 jaar dient ten minste eenmaal per 2 jaar een
mammografie gemaakt te worden, eventueel in het kader van een bevolkingsonderzoek.
Preventief onderzoek
Met preventief onderzoek wordt het voorkomen van een ziekte door onderzoek bedoelt.
Borstkanker is niet te voorkomen (primaire preventief) behalve door een preventieve
borstamputatie, dit wordt soms uitgevoerd bij een zeer hoog risisco op borstkanker.
Genetische counseling
Genetische counseling is het proces waarbij patiënten of familieleden die risico lopen op een
genetische aandoening geïnformeerd worden over de gevolgen en aard van de aandoening,
de kans ze te ontwikkelen of over te dragen en de mogelijkheden die voor hen openstaan om
ze te voorkomen, vermijden of verbeteren