Geacht college van burgemeesters en wethouders,
Op 24 november 2025 heeft uw college besloten de aanvraag van mijn
client de heer De Haan af te wijzen. Het gaat om de vergunningaanvraag
voor het driedaagse muziekfestival Grunnrock op de ossenmarkt. Namens
mijn client teken ik hierbij bezwaar aan tegen dit besluit.
Feiten en omstandigheden
op 3 november 2025 heeft de heer de Haan een vergunningaanvraag met
volledig plan ingediend voor het muziekfestival Grunnrock. Ondanks
meerdere verzoeken om informatie heeft hij pas op 24 november 2025 het
besluit gekregen dat zijn aanvraag is afgewezen. De gemeente heeft de
aanvraag afgewezen op grond van geluidsoverlast en verstoring van de
openbare orde, zonder concrete voorbeelden of een duidelijk onderzoek.
Op 20 november 2025 heeft een medewerker van de afdeling
evenementen tegen de heer De Haan gezegd dat alles er goed uit zag en
dat hij ervan uit kon gaan dat alles goed zou komen. De heer De Haan
mocht op deze uitspraken vertrouwen en heeft onomkeerbare stappen
gezet. Zo zijn er contracten gesloten met drie verschillende hoofdacts, is
er een aanbetaling gedaan van €15.000 en de kaartverkoop is gestart
waarbij al meer dan de helft van de kaarten verkocht zijn. De weigering
van de aanvraag heeft grote gevolgen voor mijn client. Zo bestaat de kans
dat hij zijn eigen spaargeld moet gaan gebruiken en mogelijk verliest hij
zijn woning.
Gronden van bezwaar
de weigering van de aanvraag is onterecht afgewezen om verschillende
redenen.
De weigeringsgronden uit art. 1:10 en art. 2:18 APVG 2021 zijn onjuist
toegepast. Zij beroept zich op art. 2:18 lid 1 sub a APVG 2021, omdat de
locatie niet geschikt zou zijn voor het festival. Bij toepassing van dit artikel
heeft de gemeente beleidsruimte en dus de plicht tot zorgvuldige
belangenafweging. Het zwaarwegende belang van mijn cliënt is hierbij niet
betrokken. De gemeente kijkt uitsluitend naar haar eigen belangen en niet
naar de impact van de weigering op de aanvrager. Het doel dat de
gemeente met de weigering wil bereiken staat niet in verhouding tot het
belang van mijn cliënt. Ook is de toepassing van art. 1:10 lid 1 sub a APVG
2021 onjuist. De gemeente weigert de vergunning op grond van verstoring
van de openbare orde, zonder hier een onderzoek naar te doen of dit
duidelijk te onderbouwen. Mijn client is bereid zijn plannen aan te passen
waar nodig en dus is er dan geen sprake van verstoring van de openbare