Sekse, seksualiteit en rela.es Colleges
d
4/2
Inleiding semester en cursus
Gender = psychosociale aspecten, genderrol, genderiden4teit, gender waarin men wordt
opgevoed.
Geslacht/sekse = lichamelijke kenmerken, chromosomen, inwendige en uitwendige
geslachtsorganen, geslacht zoals toegekend bij de geboorte.
Cisgender = wanneer de uiterlijke geslachtskenmerken overeenkomen met de gevoelde
genderiden4teit.
Transgender (genderincongruen4e) = wanneer de uiterlijke geslachtskenmerken niet
overeenkomen met de gevoelde genderiden4teit.
Genderiden4teit = het gevoel dat je een man of vrouw bent of iets daartussenin of
daarbuiten.
Genderrol = gedrag dat in een bepaalde cultuur en periode als meer typisch mannelijk of
vrouwelijk wordt gezien.
Genderdysforie = gevoel van onbehagen dat voortkomt uit de incongruen4e tussen
toegewezen en ervaren gender.
d
Seksedifferen2a2e
Verschillen in gedrag m/v:
• Duidelijke verschillen in genderiden4teit en seksuele oriënta4e
• Dit suggereert dat er verschillen zijn in de neurologie en de hersenen
Anatomie van de hersenen;
• Cortex (verwerking emo4onele processen)
• Cerebellum (seksuele beleving)
• Corpus callosum
• Thalamus
• Hypothalamus (regelcentrum seksualiteit en voortplan4ng)
• Hypofyse (rela4e met hypothalamus is essen4eel voor de voortplan4ng)
Hersenen m/v, verschillen:
• (hersen)volume --> vrouwen < mannen (8%; gecorrigeerd)
• Cor4cale neuronen --> vrouwen < mannen
• IQ --> vrouwen = mannen
• Connec4viteit --> bij mannen goede intra-hemisfeer verbindingen, bij vrouwen betere
inter-hemisfeer verbindingen
• Hypothalamus --> centrale deel van de bednucleus van de stria terminalis (seksueel
dimorf gebied (= verschil in grooSe/ac4viteit tussen m/v)
o Seksueel dimorfe gebieden SCN en INAH3 zijn geassocieerd met seksuele oriënta=e
,Func4onele verschillen hersenen m/v:
• Feromonen (= stoffen die je lichaam aanmaakt om iemand van het andere geslacht
aan te trekken) --> sekse-dimorfe ac4viteit – geassocieerd met seksuele oriënta4e
o Bijv. androstadienone (is aanwezig in mannelijk zweet), bij vrouwen licht er bij
blootstelling hieraan wel een gebied op in de hersenen, bij mannen niet.
• Emo4e --> bijv. bij prikkels die jaloezie kunnen opwekken lichten bij mannen en
vrouwen andere gebieden op
Verschillen hersenen m/v: hoe komen deze tot stand?
• Prenatale blootstelling aan testosteron bij de man en afwezigheid daarvan bij de
vrouw, een belangrijke bepalende factor is in de seksedifferen4a4e in het brein.
• Gene4sche factoren
• Omgevingsfactoren (opvoeding, sociale omgeving, etc…)
Ontwikkeling gonaden m/v: chromosomen;
• Wordt in grooSe mate bepaald door geslachtschromosomen
• Op het Y-chromosoom vind je het SRY (sex-determining region Y gene), welke het TDF
(tes4s determining factor) of SRY eiwit produceert
• In de vroege ontwikkeling (5-6 weken) hebben we te maken met gonaden die nog
niet gedifferen4eerd zijn, we hebben 2 buizensystemen: de buizen van Wolff en de
buizen van Müller
o Als het SRY eiwit aanwezig is -->
§ Gonaden differen4ëren in de rich4ng van testes
§ Er ontwikkelen cellen zich tot Sertoli cellen, welke AMH (MIS) gaan
maken, wat zorgt voor de regressie van de buizen van Müller
§ Er ontwikkelen cellen zich tot Leydig cellen, welke testosteron gaan
maken, wat zorgt dat de buizen van Wolff zich gaan ontwikkelen en dat
de inwendige mannelijke genitalia zich verder ontwikkelen, en dat de
testes gevormd worden
o Als het SRY eiwit afwezig is -->
§ Ontwikkeling gaat automa4sch in de vrouwelijke rich4ng, hiervoor is
geen vrouwelijk geslachtshormoon nodig
§ Buizen van Müller ontwikkelen zich tot eileiders, uterus en bovenste
deel van de vagina
§ De gonaden ontwikkelen zich tot de ovaria, hiervoor zijn wel eiwiSen
nodig die agoms4g zijn van het X-chromosoom
Ontwikkeling m/v: differen4a4e uitwendige genitalia;
• Kunnen in mannelijke en vrouwelijke rich4ng ontwikkelen
• Om in de mannelijke rich4ng te laten verlopen heb je testosteron nodig, wat wordt
omgezet door 5 alpha-reductase in dihydrotestosteron, wat in de doelwitweefsels
zorgt voor de differen4a4e van de externe genitalia
• Met een leejijd van 12 weken zijn de externe genitalia aangelegd, dan hoeven ze
alleen nog te groeien
• Zonder testosteron verloopt deze ontwikkeling standaard in de vrouwelijke rich4ng
In het eerste trimester van de zwangerschap ontwikkelen zich de genitalia, in het tweede en
derde trimester ontwikkelen de hersenen zich (testosteron werkt organiserend).
,Varia4es in de geslachtsontwikkeling:
• AGS: adrenogenitaal syndroom
o XX-genotype met verhoogde testosteronspiegels --> vaker
ontwikkeling hersenen met meer mannelijke kenmerken
§ Ontwikkeling vrouwelijke interne en externe
genitalia
§ Masculinisa4e externe genitalia
• AOS: (compleet) androgeen ongevoeligheidssyndroom
o XY-genotype, maar geen func4onele androgeenreceptor -->
ontwikkeling brein in vrouwelijke rich4ng
§ Differen4a4e gonaden tot testes (o.i.v. SRY)
§ Geen ontwikkeling buizen van Wolff of buizen van
Müller
§ Vrouwelijke externe genitalia
o Veel onderzochte hersenstructuren vergelijkbaar met vrouwelijke
proefpersonen
o Dikte van de motor cortex vergelijkbaar met mannelijke proefpersonen -->
amankelijk van Y maar niet van testosteron
d
Genderontwikkeling
Genderiden4teit:
• Psychologische factoren
o Mentale gezondheid
o Lichaamsbeleving
• Biologische factoren
o Prenatale hormonen
o Gene4ca
• Sociale factoren
o Maatschappij
o Leejijdsgenoten
Gene4sche factoren:
• Tweelingstudies naar genderrol en genderiden4teit
o MZ vs. DZ tweelingen
o 30-60% varian4e verklaard door gene4sche factoren
• Polymorfismen in genen
o AR, ER, CYP17, CYP19 – inconsistente bevindingen
• Genderiden4teit is complexe eigenschap --> eigenschap die door een mix van
meerdere gene4sche EN meerdere omgevingsfactoren wordt beïnvloed
TG jongeren --> meer gelijkenis met genderiden4teit dan met geboortegeslacht!!
, Maatschappelijke veranderingen:
• Gender binair --> genderdiversiteit
• Aantallen – zelfrapportagestudies
o Transgender iden4teit
§ Volwassenen 0,3-0,5%
§ Kinderen en adolescenten 1,2-1,7%
o Genderdiversiteit
§ Volwassenen 0,5-4,5%
§ Kinderen en adolescenten 2,5-4,8%
Classifica4e van genderincongruen4e:
• DSM-5-TR
A- Criterium
Een duidelijke incongruen/e tussen iemands ervaren gender en toegewezen gender bij
geboorte, tenminste 6 maanden, gekenmerkt door tenminste 2 van de volgende 6:
1. Incongruen4e ervaren gender en geslachtskenmerken
2. Verlangen eigen geslachtskenmerken niet te hebben
3. Verlangen geslachtskenmerken van andere gender te hebben
4. Verlangen van andere gender te zijn
5. Verlangen als iemand van andere gender te worden behandeld
6. Overtuiging kenmerkende gevoelens en reac4es van andere gender te ervaren
B- Criterium
Lijdensdruk
• ICD-11
Classifica4esystemen:
• Toegang to zorg
• Emancipa4e, empowerment, erkenning
• S4gma4sering/pathologisering
• ICD-11 in het kader van depathologisering uit mental health-hoofdstuk
• Toekoms4ge versies?
Zorg voor transgender personen:
• Richtlijnen
• Transgenderzorg volwassenen (tegenwoordig meer diversiteit in behandelpaden);
1. Indica4estelling:
- Is er sprake van genderdysforie/genderincongruen4e
- Welk traject past het best bij deze persoon? (behandelwensen en
mogelijkheden)
- Risicofactoren (andere condi4es, sociale omgeving)
- Informed consent
2. Hormoonbehandeling (varia4es in dosis en duur van behandeling):
- Masculiniserend: testosteron
- Feminiserend: an4-androgenen en oestrogenen
3. Chirurgie:
- Masculiniserend: mastectomie, gonadectomie, genitale chirurgie
- Feminiserend: borstvergro4ng, vaginaplas4ek, aangezichtschirurgie
d
4/2
Inleiding semester en cursus
Gender = psychosociale aspecten, genderrol, genderiden4teit, gender waarin men wordt
opgevoed.
Geslacht/sekse = lichamelijke kenmerken, chromosomen, inwendige en uitwendige
geslachtsorganen, geslacht zoals toegekend bij de geboorte.
Cisgender = wanneer de uiterlijke geslachtskenmerken overeenkomen met de gevoelde
genderiden4teit.
Transgender (genderincongruen4e) = wanneer de uiterlijke geslachtskenmerken niet
overeenkomen met de gevoelde genderiden4teit.
Genderiden4teit = het gevoel dat je een man of vrouw bent of iets daartussenin of
daarbuiten.
Genderrol = gedrag dat in een bepaalde cultuur en periode als meer typisch mannelijk of
vrouwelijk wordt gezien.
Genderdysforie = gevoel van onbehagen dat voortkomt uit de incongruen4e tussen
toegewezen en ervaren gender.
d
Seksedifferen2a2e
Verschillen in gedrag m/v:
• Duidelijke verschillen in genderiden4teit en seksuele oriënta4e
• Dit suggereert dat er verschillen zijn in de neurologie en de hersenen
Anatomie van de hersenen;
• Cortex (verwerking emo4onele processen)
• Cerebellum (seksuele beleving)
• Corpus callosum
• Thalamus
• Hypothalamus (regelcentrum seksualiteit en voortplan4ng)
• Hypofyse (rela4e met hypothalamus is essen4eel voor de voortplan4ng)
Hersenen m/v, verschillen:
• (hersen)volume --> vrouwen < mannen (8%; gecorrigeerd)
• Cor4cale neuronen --> vrouwen < mannen
• IQ --> vrouwen = mannen
• Connec4viteit --> bij mannen goede intra-hemisfeer verbindingen, bij vrouwen betere
inter-hemisfeer verbindingen
• Hypothalamus --> centrale deel van de bednucleus van de stria terminalis (seksueel
dimorf gebied (= verschil in grooSe/ac4viteit tussen m/v)
o Seksueel dimorfe gebieden SCN en INAH3 zijn geassocieerd met seksuele oriënta=e
,Func4onele verschillen hersenen m/v:
• Feromonen (= stoffen die je lichaam aanmaakt om iemand van het andere geslacht
aan te trekken) --> sekse-dimorfe ac4viteit – geassocieerd met seksuele oriënta4e
o Bijv. androstadienone (is aanwezig in mannelijk zweet), bij vrouwen licht er bij
blootstelling hieraan wel een gebied op in de hersenen, bij mannen niet.
• Emo4e --> bijv. bij prikkels die jaloezie kunnen opwekken lichten bij mannen en
vrouwen andere gebieden op
Verschillen hersenen m/v: hoe komen deze tot stand?
• Prenatale blootstelling aan testosteron bij de man en afwezigheid daarvan bij de
vrouw, een belangrijke bepalende factor is in de seksedifferen4a4e in het brein.
• Gene4sche factoren
• Omgevingsfactoren (opvoeding, sociale omgeving, etc…)
Ontwikkeling gonaden m/v: chromosomen;
• Wordt in grooSe mate bepaald door geslachtschromosomen
• Op het Y-chromosoom vind je het SRY (sex-determining region Y gene), welke het TDF
(tes4s determining factor) of SRY eiwit produceert
• In de vroege ontwikkeling (5-6 weken) hebben we te maken met gonaden die nog
niet gedifferen4eerd zijn, we hebben 2 buizensystemen: de buizen van Wolff en de
buizen van Müller
o Als het SRY eiwit aanwezig is -->
§ Gonaden differen4ëren in de rich4ng van testes
§ Er ontwikkelen cellen zich tot Sertoli cellen, welke AMH (MIS) gaan
maken, wat zorgt voor de regressie van de buizen van Müller
§ Er ontwikkelen cellen zich tot Leydig cellen, welke testosteron gaan
maken, wat zorgt dat de buizen van Wolff zich gaan ontwikkelen en dat
de inwendige mannelijke genitalia zich verder ontwikkelen, en dat de
testes gevormd worden
o Als het SRY eiwit afwezig is -->
§ Ontwikkeling gaat automa4sch in de vrouwelijke rich4ng, hiervoor is
geen vrouwelijk geslachtshormoon nodig
§ Buizen van Müller ontwikkelen zich tot eileiders, uterus en bovenste
deel van de vagina
§ De gonaden ontwikkelen zich tot de ovaria, hiervoor zijn wel eiwiSen
nodig die agoms4g zijn van het X-chromosoom
Ontwikkeling m/v: differen4a4e uitwendige genitalia;
• Kunnen in mannelijke en vrouwelijke rich4ng ontwikkelen
• Om in de mannelijke rich4ng te laten verlopen heb je testosteron nodig, wat wordt
omgezet door 5 alpha-reductase in dihydrotestosteron, wat in de doelwitweefsels
zorgt voor de differen4a4e van de externe genitalia
• Met een leejijd van 12 weken zijn de externe genitalia aangelegd, dan hoeven ze
alleen nog te groeien
• Zonder testosteron verloopt deze ontwikkeling standaard in de vrouwelijke rich4ng
In het eerste trimester van de zwangerschap ontwikkelen zich de genitalia, in het tweede en
derde trimester ontwikkelen de hersenen zich (testosteron werkt organiserend).
,Varia4es in de geslachtsontwikkeling:
• AGS: adrenogenitaal syndroom
o XX-genotype met verhoogde testosteronspiegels --> vaker
ontwikkeling hersenen met meer mannelijke kenmerken
§ Ontwikkeling vrouwelijke interne en externe
genitalia
§ Masculinisa4e externe genitalia
• AOS: (compleet) androgeen ongevoeligheidssyndroom
o XY-genotype, maar geen func4onele androgeenreceptor -->
ontwikkeling brein in vrouwelijke rich4ng
§ Differen4a4e gonaden tot testes (o.i.v. SRY)
§ Geen ontwikkeling buizen van Wolff of buizen van
Müller
§ Vrouwelijke externe genitalia
o Veel onderzochte hersenstructuren vergelijkbaar met vrouwelijke
proefpersonen
o Dikte van de motor cortex vergelijkbaar met mannelijke proefpersonen -->
amankelijk van Y maar niet van testosteron
d
Genderontwikkeling
Genderiden4teit:
• Psychologische factoren
o Mentale gezondheid
o Lichaamsbeleving
• Biologische factoren
o Prenatale hormonen
o Gene4ca
• Sociale factoren
o Maatschappij
o Leejijdsgenoten
Gene4sche factoren:
• Tweelingstudies naar genderrol en genderiden4teit
o MZ vs. DZ tweelingen
o 30-60% varian4e verklaard door gene4sche factoren
• Polymorfismen in genen
o AR, ER, CYP17, CYP19 – inconsistente bevindingen
• Genderiden4teit is complexe eigenschap --> eigenschap die door een mix van
meerdere gene4sche EN meerdere omgevingsfactoren wordt beïnvloed
TG jongeren --> meer gelijkenis met genderiden4teit dan met geboortegeslacht!!
, Maatschappelijke veranderingen:
• Gender binair --> genderdiversiteit
• Aantallen – zelfrapportagestudies
o Transgender iden4teit
§ Volwassenen 0,3-0,5%
§ Kinderen en adolescenten 1,2-1,7%
o Genderdiversiteit
§ Volwassenen 0,5-4,5%
§ Kinderen en adolescenten 2,5-4,8%
Classifica4e van genderincongruen4e:
• DSM-5-TR
A- Criterium
Een duidelijke incongruen/e tussen iemands ervaren gender en toegewezen gender bij
geboorte, tenminste 6 maanden, gekenmerkt door tenminste 2 van de volgende 6:
1. Incongruen4e ervaren gender en geslachtskenmerken
2. Verlangen eigen geslachtskenmerken niet te hebben
3. Verlangen geslachtskenmerken van andere gender te hebben
4. Verlangen van andere gender te zijn
5. Verlangen als iemand van andere gender te worden behandeld
6. Overtuiging kenmerkende gevoelens en reac4es van andere gender te ervaren
B- Criterium
Lijdensdruk
• ICD-11
Classifica4esystemen:
• Toegang to zorg
• Emancipa4e, empowerment, erkenning
• S4gma4sering/pathologisering
• ICD-11 in het kader van depathologisering uit mental health-hoofdstuk
• Toekoms4ge versies?
Zorg voor transgender personen:
• Richtlijnen
• Transgenderzorg volwassenen (tegenwoordig meer diversiteit in behandelpaden);
1. Indica4estelling:
- Is er sprake van genderdysforie/genderincongruen4e
- Welk traject past het best bij deze persoon? (behandelwensen en
mogelijkheden)
- Risicofactoren (andere condi4es, sociale omgeving)
- Informed consent
2. Hormoonbehandeling (varia4es in dosis en duur van behandeling):
- Masculiniserend: testosteron
- Feminiserend: an4-androgenen en oestrogenen
3. Chirurgie:
- Masculiniserend: mastectomie, gonadectomie, genitale chirurgie
- Feminiserend: borstvergro4ng, vaginaplas4ek, aangezichtschirurgie