Infec&e en inflamma&e Colleges
d
4/3
Introduc)e infec)e en inflamma)e
Inflamma'e:
• Ontstekingsreac'e
• Lokaal: rubor, calor, dolor, tumor, func'on laesa
• Systemisch: koorts, rillen, gewichtsverlies, nachtzweten, etc.
• Door: trauma, auto-immuunreac'e / systeemziekte, chemische/fysische schade, etc.
Infec'e:
• Veroorzaakt door een micro-organisme door:
o Virus
o Bacterie
o Fungus (gist/schimmel)
o Parasiet (protozoa/worm)
Klimaatverandering --> verspreiding van vector en virus ‘opmars’ van bijv. dengue en zika-
virus.
Na covid…
• Verlies immuniteit 'jdens COVID-periode
• Lage vaccina'e-graad / meer vaccina'e-twijfel
Infec'e & inflamma'e;
• Infec'eziekten --> eeuwenlang doodsoorzaak nr. 1
• Anno 2025 groei van welvaart en wetenschap -->
o ‘Overwinning’ op aantal tradi'onele infec'eziekten
§ Hygiëne & welvaart / sociale omstandigheden (huisves'ng, riolering,
etc.), an'microbiële therapie, vaccina'e, inzichten infec'e-preven'e
o Nieuwe bedreigingen:
§ ‘De verzwakte mens’ (denk aan chemotherapie, transplanta'es, …)
§ An'microbiële resisten'e
§ Welvaart en klimaatveranderingen: reisbewegingen, leefgebied
mens/dier, verspreiding van vectoren en verwekker, terughoudendheid
t.a.v. vaccina'e:
• Nieuwe epidemieën en pandemieën
§ Populisme / terugtrekken mondiale aanpak infec'eziekten (HIV,
malaria, TB, kinder- en moederster^e, etc.)
Distribu'e van humane pathogene species over 5 grote
groepen organismen (excl. geleedpo'gen)
------------------------------>
,Microbiota en microbioom:
• Ongeveer 7% van alle prokaryoten in de mens: huid, longen, urogenitaal, gehele
darm, hersenen (?)
• 93% zit in de omgeving: echt overal!
• Wij dragen 0,5 kilo bij ons!
Symbiose:
• = samenleving van 2 of meer organismen van verschillende
soort
o Commensalisme --> een organisme dat in of op een
ander organisme lee^, zonder dit te schaden (kan
overgaan in mutualisme/parasi'sme)
o Mutualisme --> vorm van symbiose waarbij alle 2 (of
meer) van de samenleving profiteren
o Parasi'sme --> symbiose van 2 organismen, waarvan het ene (de parasiet)
profiteert ten nadele van het andere (de gastheer)
§ Manier van leven waarschijnlijk vroeg in evolu'e ontstaan door
toevallig contact ‘parasiet’ en gastheer
§ Gastheer hee^ controle
§ Micro-organisme past zich aan, bijv. door vorming van
• Par'kels (virussen)
• Sporen (bacteriën)
• Cysten (protozoa)
• Eieren (wormen)
Kunnen zich zo beter handhaven in gastheer of omgeving.
Parasieten;
• Kunnen overal, écht overal, leven
• Verschil met het leven op/in gastheer is dat gastheer niet passief is maar in meer of
mindere mate respondeert alankelijk van
o Hoe dicht op elkaar men lee^
o De hygiënische omstandigheden
o De klimatologische omstandigheden
• Dus: zowel het (micro-)organisme als de gastheer passen zich doorlopend aan
Recapitula'e:
• Hoe bacteriën zichtbaar te maken?
o Microscopisch: (gekleurd) preparaat
§ Van gegroeide bacteriën: kolonies
§ Direct in pa'ëntenmateriaal (bijv. sputum, pus, liquor)
o Macroscopisch: kweek op voedingsbodem (bacteriën te zien als ‘hoopjes’
(=kolonies))
o Malditof: van gekweekte bacterie m.b.v. lasertechniek eiwitspectrum
zichtbaar maken
§ Een bacterie kolonie op een objectglaasje (met gaatjes er in)
§ --> in het apparaat
§ 1,5 min later de uitslag aan de hand van het eiwitspectrum
o RT(real'me)-PCR: DNA van bacteriën vermenigvuldigen en zichtbaar maken
§ Firmicutes (gram +) en bacteroidetes (gram –)
§ Fluorescerend label (blauw of groen)
,Naamgeving stafylokokken:
• Alle stafylokokken zijn katalase posi'ef
• Coagulase posi'ef
o S. aureus (goudkleurige kolonies)
• Coagulase nega'ef (= CNS)
o S. epidermidis
Macroscopisch; groei op vaste voedingsbodems: hoopjes
• Schapenbloedagar
• Soorten hemolyse bij/door streptokokken:
o Alfa hemolyse --> groen (typisch: streptococcus pneumoniae)
o Beta hemolyse --> doorzich'g / geel (typisch: streptococcus pyogenes / groep
A streptokok)
Diagnose:
• Materiaal van de pa'ënt
• Op de juiste manier afgenomen
• In juiste transportmedium
• Cito! Of
• Op juiste manier bewaard
• --> microbiologisch lab
• Probleem:
o Normale, lichaamseigen microbiota
§ Huid
§ Darmen incl. mond/keel
§ Urogenitaal
§ Longen
--> manier kweekafname van belang!!
o Transporrjd naar lab
§ Overleven verwekker van infec'e (leukocidie!)
§ Vervloeien van materiaal
§ Overgroei eventuele contaminanten
Op het laboratorium:
• Iden'fica'e micro-organisme
o Microscopie
o Kweken
o An'stosepaling: in serum (stolbloed) of volbloed
o An'geenbepaling: in urine, pleura, liquor, volbloed (vingerprik) of edta
o PCR: in edta of sputum, feces, urine, liquor, pleura, biopt, etc.
• Gevoeligheidsbepaling an'bio'ca
o Kwalita'ef: gevoelig (S) of resistant (R) (‘vaste’ techniek (op vaste
voedingsbodem))
o Kwan'ta'ef: hoeveel AB (in mg) nodig om verwekker te remmen/doden
§ ‘Vaste’ techniek --> op agar bodem
§ Vloeibare techniek
• In buizen: oplossing van verwekker in bepaalde concentra'e
• Uitslag: eerste buis waar géén groei optreedt is de MIC (=
minimaal remmende concentra'e in μg/ml)
, Infec'es;
• Levensvormen, gespecialiseerd om te gedijen in lichamen van ‘gastheren’
• Dus, wat is nodig:
o Binnenkomen:
§ Barrières slechten
o Gedijen na binnenkomst
§ Overleven, prolifereren
§ Vermijden van de verdediging (= aanval) van de gastheer; manipuleren
van de gastheer
o Verlaten
o Overleven buiten de gastheer
Binnenkomen;
• Huid:
o Door intacte huid: bijv. larven van Schistosoma spp. en Strongyloides
stercorales
o Niet-intacte huid: brandwond: bijv. Pseudomonas aeruginosa
o Via penetrerend trauma: Plasmodium, Borrelia burgdorferi, rabiesvirus, HIV,
etc.
• Tractus diges'vus:
o Noroviridiae, Shigella, E. coli, Salmonella, etc.
• Tractus respiratorius:
o Haemophilus influenzae, Bordetella pertussis, Mycobacterium tuberculosis,
etc.
• Tractus urogenitalis:
o Soa verwekkers, E. coli, etc.
Overleven;
• An'gene varia'e (bijv. HIV, influenza, rotavirus)
• Resisten'e tegen fagocytose (bijv. voorkómen van C3b binding) (bijv. pneumokok,
E.coli)
• Voorkómen van apoptose-respons van de gastheercel (= virus wordt niet meer
uitgescheiden) (allerlei virussen)
• Voorkómen van HLA klasse I expressie (bijv. HSV, CMV, EBV)
• Resisten'e tegen defensines, cathelecidines, etc. (bijv. Shigella, S. aureus)
• Vormen van granulomen / cavernen (= gaan in holtes ziwen waardoor het
lichaamseigen afweersysteem er niet meer bij kan) (bijv. Mycobacterium tuberculosis)
• Resisten'e tegen an'bio'ca
Exitstrategieën, o.a.;
• Induc'e hoest- en niesreflex
• Induc'e diarree
• Induc'e zwerven en bijten: rabiesvirus
Verwekkers vaak lee^ijdsalankelijk, bijv. meningi's:
• Neonaat --> E. coli, GBS (groep B bètahemoly'sche streptokok)
• 5-jarige --> pneumokok (streptococcus pneumoniae, haemophilus influenzae)
• 18-jarige --> meningokok (Neisseria meningi'dis)
• 65-jarige --> pneumokok (streptococcus pneumoniae)
d
4/3
Introduc)e infec)e en inflamma)e
Inflamma'e:
• Ontstekingsreac'e
• Lokaal: rubor, calor, dolor, tumor, func'on laesa
• Systemisch: koorts, rillen, gewichtsverlies, nachtzweten, etc.
• Door: trauma, auto-immuunreac'e / systeemziekte, chemische/fysische schade, etc.
Infec'e:
• Veroorzaakt door een micro-organisme door:
o Virus
o Bacterie
o Fungus (gist/schimmel)
o Parasiet (protozoa/worm)
Klimaatverandering --> verspreiding van vector en virus ‘opmars’ van bijv. dengue en zika-
virus.
Na covid…
• Verlies immuniteit 'jdens COVID-periode
• Lage vaccina'e-graad / meer vaccina'e-twijfel
Infec'e & inflamma'e;
• Infec'eziekten --> eeuwenlang doodsoorzaak nr. 1
• Anno 2025 groei van welvaart en wetenschap -->
o ‘Overwinning’ op aantal tradi'onele infec'eziekten
§ Hygiëne & welvaart / sociale omstandigheden (huisves'ng, riolering,
etc.), an'microbiële therapie, vaccina'e, inzichten infec'e-preven'e
o Nieuwe bedreigingen:
§ ‘De verzwakte mens’ (denk aan chemotherapie, transplanta'es, …)
§ An'microbiële resisten'e
§ Welvaart en klimaatveranderingen: reisbewegingen, leefgebied
mens/dier, verspreiding van vectoren en verwekker, terughoudendheid
t.a.v. vaccina'e:
• Nieuwe epidemieën en pandemieën
§ Populisme / terugtrekken mondiale aanpak infec'eziekten (HIV,
malaria, TB, kinder- en moederster^e, etc.)
Distribu'e van humane pathogene species over 5 grote
groepen organismen (excl. geleedpo'gen)
------------------------------>
,Microbiota en microbioom:
• Ongeveer 7% van alle prokaryoten in de mens: huid, longen, urogenitaal, gehele
darm, hersenen (?)
• 93% zit in de omgeving: echt overal!
• Wij dragen 0,5 kilo bij ons!
Symbiose:
• = samenleving van 2 of meer organismen van verschillende
soort
o Commensalisme --> een organisme dat in of op een
ander organisme lee^, zonder dit te schaden (kan
overgaan in mutualisme/parasi'sme)
o Mutualisme --> vorm van symbiose waarbij alle 2 (of
meer) van de samenleving profiteren
o Parasi'sme --> symbiose van 2 organismen, waarvan het ene (de parasiet)
profiteert ten nadele van het andere (de gastheer)
§ Manier van leven waarschijnlijk vroeg in evolu'e ontstaan door
toevallig contact ‘parasiet’ en gastheer
§ Gastheer hee^ controle
§ Micro-organisme past zich aan, bijv. door vorming van
• Par'kels (virussen)
• Sporen (bacteriën)
• Cysten (protozoa)
• Eieren (wormen)
Kunnen zich zo beter handhaven in gastheer of omgeving.
Parasieten;
• Kunnen overal, écht overal, leven
• Verschil met het leven op/in gastheer is dat gastheer niet passief is maar in meer of
mindere mate respondeert alankelijk van
o Hoe dicht op elkaar men lee^
o De hygiënische omstandigheden
o De klimatologische omstandigheden
• Dus: zowel het (micro-)organisme als de gastheer passen zich doorlopend aan
Recapitula'e:
• Hoe bacteriën zichtbaar te maken?
o Microscopisch: (gekleurd) preparaat
§ Van gegroeide bacteriën: kolonies
§ Direct in pa'ëntenmateriaal (bijv. sputum, pus, liquor)
o Macroscopisch: kweek op voedingsbodem (bacteriën te zien als ‘hoopjes’
(=kolonies))
o Malditof: van gekweekte bacterie m.b.v. lasertechniek eiwitspectrum
zichtbaar maken
§ Een bacterie kolonie op een objectglaasje (met gaatjes er in)
§ --> in het apparaat
§ 1,5 min later de uitslag aan de hand van het eiwitspectrum
o RT(real'me)-PCR: DNA van bacteriën vermenigvuldigen en zichtbaar maken
§ Firmicutes (gram +) en bacteroidetes (gram –)
§ Fluorescerend label (blauw of groen)
,Naamgeving stafylokokken:
• Alle stafylokokken zijn katalase posi'ef
• Coagulase posi'ef
o S. aureus (goudkleurige kolonies)
• Coagulase nega'ef (= CNS)
o S. epidermidis
Macroscopisch; groei op vaste voedingsbodems: hoopjes
• Schapenbloedagar
• Soorten hemolyse bij/door streptokokken:
o Alfa hemolyse --> groen (typisch: streptococcus pneumoniae)
o Beta hemolyse --> doorzich'g / geel (typisch: streptococcus pyogenes / groep
A streptokok)
Diagnose:
• Materiaal van de pa'ënt
• Op de juiste manier afgenomen
• In juiste transportmedium
• Cito! Of
• Op juiste manier bewaard
• --> microbiologisch lab
• Probleem:
o Normale, lichaamseigen microbiota
§ Huid
§ Darmen incl. mond/keel
§ Urogenitaal
§ Longen
--> manier kweekafname van belang!!
o Transporrjd naar lab
§ Overleven verwekker van infec'e (leukocidie!)
§ Vervloeien van materiaal
§ Overgroei eventuele contaminanten
Op het laboratorium:
• Iden'fica'e micro-organisme
o Microscopie
o Kweken
o An'stosepaling: in serum (stolbloed) of volbloed
o An'geenbepaling: in urine, pleura, liquor, volbloed (vingerprik) of edta
o PCR: in edta of sputum, feces, urine, liquor, pleura, biopt, etc.
• Gevoeligheidsbepaling an'bio'ca
o Kwalita'ef: gevoelig (S) of resistant (R) (‘vaste’ techniek (op vaste
voedingsbodem))
o Kwan'ta'ef: hoeveel AB (in mg) nodig om verwekker te remmen/doden
§ ‘Vaste’ techniek --> op agar bodem
§ Vloeibare techniek
• In buizen: oplossing van verwekker in bepaalde concentra'e
• Uitslag: eerste buis waar géén groei optreedt is de MIC (=
minimaal remmende concentra'e in μg/ml)
, Infec'es;
• Levensvormen, gespecialiseerd om te gedijen in lichamen van ‘gastheren’
• Dus, wat is nodig:
o Binnenkomen:
§ Barrières slechten
o Gedijen na binnenkomst
§ Overleven, prolifereren
§ Vermijden van de verdediging (= aanval) van de gastheer; manipuleren
van de gastheer
o Verlaten
o Overleven buiten de gastheer
Binnenkomen;
• Huid:
o Door intacte huid: bijv. larven van Schistosoma spp. en Strongyloides
stercorales
o Niet-intacte huid: brandwond: bijv. Pseudomonas aeruginosa
o Via penetrerend trauma: Plasmodium, Borrelia burgdorferi, rabiesvirus, HIV,
etc.
• Tractus diges'vus:
o Noroviridiae, Shigella, E. coli, Salmonella, etc.
• Tractus respiratorius:
o Haemophilus influenzae, Bordetella pertussis, Mycobacterium tuberculosis,
etc.
• Tractus urogenitalis:
o Soa verwekkers, E. coli, etc.
Overleven;
• An'gene varia'e (bijv. HIV, influenza, rotavirus)
• Resisten'e tegen fagocytose (bijv. voorkómen van C3b binding) (bijv. pneumokok,
E.coli)
• Voorkómen van apoptose-respons van de gastheercel (= virus wordt niet meer
uitgescheiden) (allerlei virussen)
• Voorkómen van HLA klasse I expressie (bijv. HSV, CMV, EBV)
• Resisten'e tegen defensines, cathelecidines, etc. (bijv. Shigella, S. aureus)
• Vormen van granulomen / cavernen (= gaan in holtes ziwen waardoor het
lichaamseigen afweersysteem er niet meer bij kan) (bijv. Mycobacterium tuberculosis)
• Resisten'e tegen an'bio'ca
Exitstrategieën, o.a.;
• Induc'e hoest- en niesreflex
• Induc'e diarree
• Induc'e zwerven en bijten: rabiesvirus
Verwekkers vaak lee^ijdsalankelijk, bijv. meningi's:
• Neonaat --> E. coli, GBS (groep B bètahemoly'sche streptokok)
• 5-jarige --> pneumokok (streptococcus pneumoniae, haemophilus influenzae)
• 18-jarige --> meningokok (Neisseria meningi'dis)
• 65-jarige --> pneumokok (streptococcus pneumoniae)