Spijsvertering en stofwisseling Colleges
d
3/2
Goedaardige aandoeningen van slokdarm en maag
Benigne aandoeningen slokdarm/maag:
• Slokdarm --> motiliteitsproblemen, refluxziekte
• Maag --> dyspepsie/gastroparese, gastritis & gastropathie, peptische ulcera,
bloedingen
Anatomie slokdarm;
• Bovenste slokdarmsfincter (UES)
• Onderste slokdarmsfincter (LES) (ter hoogte van diafragma)
Anatomie maag;
• Cardia (komt eten binnen)
• Fundus (zet het meeste uit als je eet, verzamelt lucht zich)
• Corpus (voor vertering en verzameling)
• Antrum (poort naar duodenum, zorgt voor menging d.m.v.
peristaltische golven)
• Bloedvoorziening maag (soort cirkel) ----->
o CA: truncus coeliacus
o LGA: a. gastrica sinistra
o SPA: a. lienalis
o CHA: a. hepatica communis
o RGA: a. gastrica dextra
o GDA: a. gastroduodenalis
o RGE: a. gastroepiploica dextra
o LGE: a. gastroepiploica sinistra
Histologie maag;
• Corpus en fundus hebben dezelfde histologische opbouw (van boven naar beneden):
o Foveolaire laag: zitten slijmvormende cellen
o Glandulaire laag:
§ Parietale cellen (roze) --> vormen zuur en intrinsic
factor
§ Chief cells (paars) --> maken pepsinogeen, indien dat in
aanraking komt met het zuur van de parietale cellen
breekt dat af tot pepsine, dat is belangrijk voor de
vertering van voedsel
o Muscularis mucosae
• Antrum
o Foveolaire laag
o Glandulaire laag:
§ Meer slijmvormende cellen
§ Hormoon-producerende cellen
o Muscularis mucosae
,Fysiologie;
- Als je gaat eten/aan eten denkt --> n. vagus stuurt signaal naar parietale cellen
- Parietale cellen gaan maagzuur produceren
- Gastrine stimuleert ook de parietaal cellen
- Histamine ook
- Als de pH < 3 komt er negatieve feedback waardoor dat allemaal geremd wordt
Passageklachten;
• Motiliteit: vloeibaar & vast, geleidelijk ---> motiliteitsziekten:
o Achalasie
§ Zeer zeldzaam (1:100.000)
§ ↓ slokdarmcontracties
§ ↓ relaxatie onderste slokdarmsfincter
§ Etiologie onduidelijk
§ Klachten: passageklachten vloeibaar & vast, regurgitatie, aspiratie
§ Diagnostiek: slikfoto/video
• Wijde & atone slokdarm
• Stase van contrast
• Niet-relaxerende onderste slokdarmsfincter
§ Therapie:
• Botuline toxine (botox): veilig, kortdurend
• Pneumodilatatie: 80% succes, 50% recidief < 5 jr., kans op
perforatie
• Myotomie / POEM (per orale endoscopische myotomie): > 90%
succes, definitief, reflux
o Sclerodermie
o Slokdarmspasmen
o Eosinofiele oesofagitis
§ Ontstekingsziekte
§ Jonge leeftijd
§ Allergie?
§ Dysfagie & impactie
§ Ringen op gastroscopie
§ Eosinofiele granulocyten tussen het plaveiselepitheel op histologie
§ Therapie: PPI’s, topicale steroiden, Jorveza
• Mechanisch: vast, binnen weken
o Maligniteit
o Peptische stenose
Refluxklachten, oorzaken;
• ↓ bescherming van slokdarmklaring
o Speeksel; HCO3-
o Peristaltiek
o Zwaartekracht
o Sclerodermie
o Bedlegerig
• Hernia diafragmatica / verminderde LES functie
, • ↓ maagontlediging
o ↓ motiliteit: gastroparese
o Obstructie: tumor, ontsteking/littekens
Klachten zuurbranden/reflux;
• Klassieke klachten:
o Heartburn: retrosternaal/epigastrio, postprandiaal
o Regurgitatie
• Ook voorkomend:
o Pijn op de borst
o Astma
o Laryngitis
o Tand-erosie
Onderzoek reflux;
• Proefbehandeling:
o Protonpompremmer (PPI)
o H2 receptor antagonist
o Goedkoop
o Betrouwbaar
o <45 jaar
• Endoscopie:
o > 45 jaar
o Alarmsymptomen: passageklachten, gewichtsverlies
o Bij 50% normaal
o Los Angeles (LA) classificatie -------->
• 24 uurs pH-metrie:
o Correlatie met klachten
o Alleen zure reflux
o Gepaard met impedantiemeting: zuur en
niet zuur (meet alles wat er langs komt, en vanaf welke kant het komt)
Behandeling reflux;
• Leefstijladvies: afvallen, eetpatroon, hoofdeinde bed omhoog --> 50% succes in 1e lijn
• Medicijnen: protonpompremmer, H2 receptor antagonist
• Anti-refluxchirurgie: hernia diafragmatica, falen medicatie, bij goede symptoomindex
o Nissen / Toupet fundoplicatie (cave: dysfagie / dyspepsie) --> fundus van
maag wordt om de LES heen maakt, waardoor het wat strakker gemaakt
wordt
Aandoeningen maag;
• Non-mucosale schade (op scopie zie je niks): motiliteitsproblemen/afwijkingen
o Gastroparese (vertraagde maagontlediging); multipele oorzaken, o.a.
diabetes, na infectie
o Functionele dyspepsie (atypische bovenbuiksklachten)
, • Mucosale schade:
o Gastritis
§ Inflammatie
§ Helicobacter pylori
§ Atrofische / auto-immuun
§ Viraal
§ Crohn
§ Ménétrier (reuzenplooimaag)
o Gastropathie
§ Geen inflammatie
§ Medicatie (NSAIDs)
§ Alcohol
§ Stuwing / circulatie-stoornis
§ Gal
o Peptische ulcera
o Overige aandoeningen
Helicobacter pylori gastritis;
• Gram-negatieve bacterie; besmetting?
• Prevalentie < 15% West-Europa, 60-90% derde wereld
• In 1982 herontdekt; Australiërs Marshall en Warren > nobelprijs gnk 2005
• Geassocieerd met maagkanker
• Directe epitheelschade + schadelijke gastheerrespons
• Voornamelijk antrum (early stage)
• Chronisch, actieve superficiële gastritis > ulcus a.g.v. ↑ zuurproductue > carcinoom
in latere fase a.g.v. metaplasie / atrofie met juist ↓ zuurproductie
• Klachten:
o Vaak geen
o Pijn, anorexie, snel vol
o Ijzergebreksanemie
o Niet specifiek; na eradicatie klachten vaak niet over
o Tenzij complicatie: ulcera
§ Melaena
§ Hematemesis
• Diagnostiek:
o Feces antigeen
o Serologie
o Gastroscopie met biopten antrum + corpus
o C13-ureum ademtest: ureum --> ammoniak + koolzuur (C13 geladen)
• Behandeling:
o Triple kuur gedurende 10 dagen (belangrijk om af te maken ivm resistentie):
§ Maagzuurremmer: esomeprazol (2dd 20mg)
§ AB1: amoxicilline (2dd 1000 mg)
§ AB2: claritromycine (2dd 500mg)
Auto-immuun gastritis;
• < 10% van gastritiden, vrouwen > mannen
• Antilichamen tegen parietale cellen en/of intrinsic factor
d
3/2
Goedaardige aandoeningen van slokdarm en maag
Benigne aandoeningen slokdarm/maag:
• Slokdarm --> motiliteitsproblemen, refluxziekte
• Maag --> dyspepsie/gastroparese, gastritis & gastropathie, peptische ulcera,
bloedingen
Anatomie slokdarm;
• Bovenste slokdarmsfincter (UES)
• Onderste slokdarmsfincter (LES) (ter hoogte van diafragma)
Anatomie maag;
• Cardia (komt eten binnen)
• Fundus (zet het meeste uit als je eet, verzamelt lucht zich)
• Corpus (voor vertering en verzameling)
• Antrum (poort naar duodenum, zorgt voor menging d.m.v.
peristaltische golven)
• Bloedvoorziening maag (soort cirkel) ----->
o CA: truncus coeliacus
o LGA: a. gastrica sinistra
o SPA: a. lienalis
o CHA: a. hepatica communis
o RGA: a. gastrica dextra
o GDA: a. gastroduodenalis
o RGE: a. gastroepiploica dextra
o LGE: a. gastroepiploica sinistra
Histologie maag;
• Corpus en fundus hebben dezelfde histologische opbouw (van boven naar beneden):
o Foveolaire laag: zitten slijmvormende cellen
o Glandulaire laag:
§ Parietale cellen (roze) --> vormen zuur en intrinsic
factor
§ Chief cells (paars) --> maken pepsinogeen, indien dat in
aanraking komt met het zuur van de parietale cellen
breekt dat af tot pepsine, dat is belangrijk voor de
vertering van voedsel
o Muscularis mucosae
• Antrum
o Foveolaire laag
o Glandulaire laag:
§ Meer slijmvormende cellen
§ Hormoon-producerende cellen
o Muscularis mucosae
,Fysiologie;
- Als je gaat eten/aan eten denkt --> n. vagus stuurt signaal naar parietale cellen
- Parietale cellen gaan maagzuur produceren
- Gastrine stimuleert ook de parietaal cellen
- Histamine ook
- Als de pH < 3 komt er negatieve feedback waardoor dat allemaal geremd wordt
Passageklachten;
• Motiliteit: vloeibaar & vast, geleidelijk ---> motiliteitsziekten:
o Achalasie
§ Zeer zeldzaam (1:100.000)
§ ↓ slokdarmcontracties
§ ↓ relaxatie onderste slokdarmsfincter
§ Etiologie onduidelijk
§ Klachten: passageklachten vloeibaar & vast, regurgitatie, aspiratie
§ Diagnostiek: slikfoto/video
• Wijde & atone slokdarm
• Stase van contrast
• Niet-relaxerende onderste slokdarmsfincter
§ Therapie:
• Botuline toxine (botox): veilig, kortdurend
• Pneumodilatatie: 80% succes, 50% recidief < 5 jr., kans op
perforatie
• Myotomie / POEM (per orale endoscopische myotomie): > 90%
succes, definitief, reflux
o Sclerodermie
o Slokdarmspasmen
o Eosinofiele oesofagitis
§ Ontstekingsziekte
§ Jonge leeftijd
§ Allergie?
§ Dysfagie & impactie
§ Ringen op gastroscopie
§ Eosinofiele granulocyten tussen het plaveiselepitheel op histologie
§ Therapie: PPI’s, topicale steroiden, Jorveza
• Mechanisch: vast, binnen weken
o Maligniteit
o Peptische stenose
Refluxklachten, oorzaken;
• ↓ bescherming van slokdarmklaring
o Speeksel; HCO3-
o Peristaltiek
o Zwaartekracht
o Sclerodermie
o Bedlegerig
• Hernia diafragmatica / verminderde LES functie
, • ↓ maagontlediging
o ↓ motiliteit: gastroparese
o Obstructie: tumor, ontsteking/littekens
Klachten zuurbranden/reflux;
• Klassieke klachten:
o Heartburn: retrosternaal/epigastrio, postprandiaal
o Regurgitatie
• Ook voorkomend:
o Pijn op de borst
o Astma
o Laryngitis
o Tand-erosie
Onderzoek reflux;
• Proefbehandeling:
o Protonpompremmer (PPI)
o H2 receptor antagonist
o Goedkoop
o Betrouwbaar
o <45 jaar
• Endoscopie:
o > 45 jaar
o Alarmsymptomen: passageklachten, gewichtsverlies
o Bij 50% normaal
o Los Angeles (LA) classificatie -------->
• 24 uurs pH-metrie:
o Correlatie met klachten
o Alleen zure reflux
o Gepaard met impedantiemeting: zuur en
niet zuur (meet alles wat er langs komt, en vanaf welke kant het komt)
Behandeling reflux;
• Leefstijladvies: afvallen, eetpatroon, hoofdeinde bed omhoog --> 50% succes in 1e lijn
• Medicijnen: protonpompremmer, H2 receptor antagonist
• Anti-refluxchirurgie: hernia diafragmatica, falen medicatie, bij goede symptoomindex
o Nissen / Toupet fundoplicatie (cave: dysfagie / dyspepsie) --> fundus van
maag wordt om de LES heen maakt, waardoor het wat strakker gemaakt
wordt
Aandoeningen maag;
• Non-mucosale schade (op scopie zie je niks): motiliteitsproblemen/afwijkingen
o Gastroparese (vertraagde maagontlediging); multipele oorzaken, o.a.
diabetes, na infectie
o Functionele dyspepsie (atypische bovenbuiksklachten)
, • Mucosale schade:
o Gastritis
§ Inflammatie
§ Helicobacter pylori
§ Atrofische / auto-immuun
§ Viraal
§ Crohn
§ Ménétrier (reuzenplooimaag)
o Gastropathie
§ Geen inflammatie
§ Medicatie (NSAIDs)
§ Alcohol
§ Stuwing / circulatie-stoornis
§ Gal
o Peptische ulcera
o Overige aandoeningen
Helicobacter pylori gastritis;
• Gram-negatieve bacterie; besmetting?
• Prevalentie < 15% West-Europa, 60-90% derde wereld
• In 1982 herontdekt; Australiërs Marshall en Warren > nobelprijs gnk 2005
• Geassocieerd met maagkanker
• Directe epitheelschade + schadelijke gastheerrespons
• Voornamelijk antrum (early stage)
• Chronisch, actieve superficiële gastritis > ulcus a.g.v. ↑ zuurproductue > carcinoom
in latere fase a.g.v. metaplasie / atrofie met juist ↓ zuurproductie
• Klachten:
o Vaak geen
o Pijn, anorexie, snel vol
o Ijzergebreksanemie
o Niet specifiek; na eradicatie klachten vaak niet over
o Tenzij complicatie: ulcera
§ Melaena
§ Hematemesis
• Diagnostiek:
o Feces antigeen
o Serologie
o Gastroscopie met biopten antrum + corpus
o C13-ureum ademtest: ureum --> ammoniak + koolzuur (C13 geladen)
• Behandeling:
o Triple kuur gedurende 10 dagen (belangrijk om af te maken ivm resistentie):
§ Maagzuurremmer: esomeprazol (2dd 20mg)
§ AB1: amoxicilline (2dd 1000 mg)
§ AB2: claritromycine (2dd 500mg)
Auto-immuun gastritis;
• < 10% van gastritiden, vrouwen > mannen
• Antilichamen tegen parietale cellen en/of intrinsic factor