In Athene werden de beslissingen niet genomen door een koning of farao, maar door een volksvergadering
-> Dit werd ook wel democratie genoemd -> er was geen parlement en alle Atheense mannen die geen slaaf
waren, mochten rechtstreeks meebeslissen, dit heet een directe democratie
Polis = stadstaat
Bestond uit een stedelijke kern met omringend platteland en maar een paar 1000 inwoners
Alleen Atheense mannen hadden burgerrecht -> binnen die groep had iedereen gelijke rechten
Tiran is één man die de macht grijpt
De volksvergadering koos elk jaar een stadsbestuur, de Raad van 500, deze bestond uit 50 raadsleden, die
niet langer dan een maand mochten blijven. Ze hadden ook elke dag een andere voorzitter.
Griekse losofen hielde zich bezig met een aantal vragen:
• hoe zit de natuur en het heelal in elkaar? (natuur loso e)
• Wat is goed gedrag en hoe kan een mens dat leren? (Ethiek)
• Hoe moet een polis worden bestuurd? (Politiek)
Belangrijke losofen:
• Socrates
• Plato -> leerling van Socrates -> “zoek een bestuur met vooral wijze mensen die onpartijdig zijn en die
belangen goed afwegen”
• Aristoteles -> leerling van Plato -> monarchieën, aristocratieën en democratieën konden allemaal goed
werken, maar waren ook allemaal op hun eigen manier gevaarlijk.
, 2.2 Het hellenisme
Alexander de Grote (356-323 v.C.) was een koningszoon uit Macedonië
doel -> hele Perzische rijk veroveren (van west-Turkije tot in Egypte en Afghanistan)
Verklaring voor Alexanders succes:
• combinatie van persoonlijke eigenschappen en militair inzicht (doorzettingsvermogen en geloof in
zichzelf)
• Hij speelde goed in op de gewoonten in de landen waarover hij regeerde -> goodwill, militaire
steun
• Hij streefde naar een gemengde elite -> b.v.b. het massahuwelijk in Susa en een gemengd
Macedonisch-inheems leger
Alexandrië: nieuw gestichte Staten waar de Griekse en Macedonische soldaten, die zich zouden
mengen met de lokale inwoners.
Doel -> voorkomen dat rijk uit lossen brokken bestaat
Alexander de Grote stierf in 323 v.C in de stad Babylon. Er was geen erfelijke opvolger
-> in een reeks burgeroorlogen veroverden Alexanders generaals delen van het rijk.
-> zo ontstonden in Egypte, Azië en Europa enkele grote koninkrijken onder Griekstalige heersers
(diadogen)
-> later namen de Romeinen stuk voor stuk de diadochenrijken in
Hellenisme is het verspreiden van de Griekse cultuur in een bepaalde periode
De Griekse democratie was veranderd in een oligarchie (de macht is in handen van een kleine groep
mensen)
Ook kregen de steden in het oosten een Grieks uiterlijk. Ze kregen een rechthoekig stratenplan