Leerdoelen:
1. Studenten begrijpen de principes en basisbeginselen van survey-
onderzoeksdesign, waaronder het opstellen van een gesloten
vragenlijst. Daarnaast kunnen zij data verkennen en controleren
op afwijkingen en aannames, en begrijpen zij factoranalyse en
betrouwbaarheidsanalyse. Ook kunnen zij (meervoudige)
regressieanalyses uitvoeren en de resultaten correct
interpreteren.
2. Studenten kunnen risico’s op het gebied van onderzoeksethiek
(zoals privacybescherming en integriteit) identificeren en
passende maatregelen voorstellen om deze risico’s te beperken.
3. Studenten kunnen de inhoud beschrijven van een informatief
(goed) onderzoeksvoorstel.
Inhoudsopgave
Samenvatting survey research (1A).............................................................1
Boek Bryman's Social Research Methods.....................................................2
Hoofdstuk 7...............................................................................................2
Oefenvragen hoofdstuk 7....................................................................11
Hoofdstuk 8.............................................................................................14
Oefenvragen hoofdstuk 8....................................................................23
Hoofdstuk 13 (scan)................................................................................26
Oefenvragen hoofdstuk 13..................................................................34
Hoofdstuk 15...........................................................................................36
Oefenvragen hoofdstuk 15..................................................................48
Extra literatuur...........................................................................................52
Measurement schmeasurement: Questionable measurement practices.
and how to avoid them. (Flake & Fried 2020).........................................52
Thinking “Outside the Box” Whilst Remaining “Inside the Box”: Do Rules
and Procedures Demotivate Creativity and Innovation in the Public
Sector? (Houtgraaf & Ropes, 2024)........................................................53
Hoorcollege 1..........................................................................................55
Hoorcollege 2..........................................................................................57
Hoorcollege 3..........................................................................................58
, Hoorcollege 4..........................................................................................61
Extra informatie uit kennisclip................................................................64
Antwoorden oefenvragen...........................................................................68
Boek Bryman's Social Research Methods
Hoofdstuk 7
Kernpunten:
1. Kwantitatief onderzoek wordt vaak beschreven als een reeks
stappen van theorie naar conclusies, maar in de praktijk verloopt
onderzoek niet altijd zo netjes.
2. Het meetproces gaat over het ontwikkelen van goede indicatoren
om concepten meetbaar te maken.
3. Het controleren van betrouwbaarheid en validiteit is belangrijk om te
beoordelen of metingen goed zijn.
4. Belangrijke kenmerken van kwantitatief onderzoek zijn meting,
causaliteit, generaliseerbaarheid en replicatie.
5. Kwantitatief onderzoek krijgt ook kritiek, vooral omdat sommige
onderzoekers vinden dat het model van de natuurwetenschappen
niet goed past bij het bestuderen van de sociale wereld.
7.1 Introductie
Dit hoofdstuk gaat over kwantitatief onderzoek en de belangrijkste
kenmerken ervan. Het behandelt:
De belangrijkste kenmerken: meting, causaliteit,
generaliseerbaarheid en replicatie.
De stappen van kwantitatief onderzoek, die vaak als een lineair
proces worden beschreven.
Het belang van concepten en indicatoren om verschijnselen
meetbaar te maken.
Hoe betrouwbaarheid en validiteit van metingen worden
gecontroleerd.
Kritiek op kwantitatief onderzoek.
Het verschil tussen de theorie van onderzoek en hoe onderzoek in
de praktijk verloopt.
7.2 Wat is kwantitatief onderzoek?
Kenmerken kwantitatief onderzoek:
1. Deductieve kijk; dit betekent dat theorie eerst komt en het
onderzoek aanstuurt.
,2. Het heeft een voorkeur voor de benadering van de
natuurwetenschappen (en in het bijzonder het positivisme); kennis is
gebaseerd op feiten die observeerbaar en meetbaar zijn.
3. Objectivistische opvatting van de sociale werkelijkheid.
, De belangrijkste methoden voor dataverzameling die bij kwantitatief
onderzoek horen zijn:
Vagenlijsten en enquêtes;
Kwantitatieve inhoudsanalyse, waarbij documenten en teksten
worden beoordeeld;
Secundaire data-analyse, waarbij gegevens worden geanalyseerd
die al door anderen zijn verzameld;
Gestructureerde observatie.
*er zijn ook nog andere methoden en dit ontwikkeld zich voortdurend.
Multi-method = gebruiken van meer dan één methode voor kwantitatief
onderzoek.
Kwantitatieve onderzoekers hebben door de opkomst van Big Data nieuwe
mogelijkheden voor secundaire data-analyse. Big Data verwijst naar zeer
grote databronnen die lastig te analyseren zijn met traditionele methoden,
en kan ook slaan op geavanceerde analyses zoals predictive analytics.
7.3 De belangrijkste aandachtspunten van kwantitatieve
onderzoekers
1. Causaliteit
Het idee van ‘onafhankelijke’ en ‘afhankelijke’ variabelen
weerspiegelt deze manier van denken in termen van oorzaken en
gevolgen.
Type onderzoek Uitwerking causaliteit
Experimenteel design Bij een experimenteel design manipuleert de onderzoeker
de onafhankelijke variabele en kijkt daarna of dit effect
heeft op de afhankelijke variabele. Daardoor is de richting
van de oorzaak duidelijk.
cross-sectioneel Bij een cross-sectioneel design worden data op één moment
design verzameld. Daardoor is de causale richting vaak onduidelijk.
Als onderzoekers toch spreken over onafhankelijke en
afhankelijke variabelen, baseren ze dit op theorie of logisch
redeneren, maar dit kan fout zijn.
Longitudinaal onderzoek maakt het makkelijker om causale
conclusies te trekken vanwege de longitudinale data.
2. Generaliseerbaarheid
Generaliseerbaarheid betekent dat de resultaten van een
onderzoek ook gelden voor een grotere populatie en niet alleen voor
de onderzochte steekproef.
Dit heet externe validiteit.
, Om dit te bereiken proberen onderzoekers een representatieve
steekproef te nemen, vaak via kanssteekproeven (willekeurige
selectie). Toch garandeert dit nooit perfecte representativiteit.
Belangrijk: je kunt alleen generaliseren naar de populatie waaruit de
steekproef is getrokken.
Generaliseerbaarheid is vooral belangrijk bij cross-sectioneel en
longitudinaal onderzoek. Bij experimenteel onderzoek ligt de focus
vaker op interne validiteit.
3. Replicatie
Replicatie (oftewel te herhalen) is een belangrijk aandachtspunt in
kwantitatief onderzoek, omdat het helpt om bias te beperken en de
validiteit van bevindingen te controleren.
Onderzoekers beschrijven daarom hun procedures zo duidelijk
mogelijk, ook al wordt onderzoek in de praktijk niet vaak echt
herhaald en is het lastig om precies dezelfde omstandigheden te
creëren.
7.4 De belangrijkste stappen in kwantitatief onderzoek
Stap 1 en 2
In kwantitatief onderzoek is de relatie tussen theorie en onderzoek
meestal deductief.
Dat betekent dat onderzoekers beginnen met bestaande literatuur en
theorie, waaruit zij onderzoeksvragen en hypothesen afleiden die
vervolgens empirisch worden getoetst.
Toch worden onderzoeksvragen en hypothesen niet altijd expliciet
geformuleerd.
Hypothesen komen vooral voor in experimenteel onderzoek, maar
ook vaak in surveyonderzoek met een cross-sectioneel ontwerp.
Daarnaast worden onderzoeksvragen beïnvloed door de waarden van de
onderzoeker en door de gekozen methode.
In kwantitatief onderzoek wordt daarom vaak gebruikgemaakt van termen
als ‘voorspellen’ en ‘veroorzaken’, omdat deze aansluiten bij de nadruk op
toetsing en causale verbanden.
, Stap 3: wat is een hypothese?
Een hypothese is een onderbouwde, voorlopige
veronderstelling over het antwoord op een
onderzoeksvraag, meestal gebaseerd op bestaande
literatuur.
In kwantitatief onderzoek draait het vaak om het
toetsen van hypothesen over de relatie tussen twee of
meer variabelen.
Daarbij worden vooraf twee mogelijkheden
geformuleerd:
de nulhypothese, die stelt dat er geen effect
of verband is,
de alternatieve hypothese, die juist uitgaat
van een effect of verband.
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt
bepaald welke hypothese wordt geaccepteerd en
welke wordt verworpen.
Stap 4
Het moment waarop een onderzoeksontwerp wordt
gekozen.
Stap 5
Bestaat uit het ontwikkelen van meetinstrumenten
voor de concepten die we willen onderzoeken. Dit
proces wordt vaak operationalisering genoemd.
Stap 6 en 7
Hebben betrekking op het selecteren van een onderzoekssetting en
deelnemers.
Het vaststellen van een geschikte onderzoekssetting vraagt om
verschillende afwegingen, zoals de geschiktheid van de locatie en de
vraag of deze toegankelijk is voor de onderzoeker.
Ook bij de keuze van deelnemers spelen meerdere factoren een rol, omdat
de steekproef zo representatief mogelijk moet zijn voor de populatie.