§12.1 Kapitaalvorming
Sparen kan beschreven worden als het niet-consumeren van het besteedbaar inkomen of als
het uitstellen van consumptie. Het gevolg is dat andere sectoren van de economie meer
kunnen uitgeven dan wat er binnenkomt.
Er worden minder consumptiegoederen voortgebracht, dus kan het bedrijfsleven in andere
dingen investeren.
Stroomgrootheden worden per tijdseenheid gemeten. Bijv. inkomen, sparen, consumeren,
investeren, (uurloon).
Voorraadgrootheden worden op een bepaald moment gemeten. Bijv. de omvang en
opleiding van de beroepsbevolking, grootte en kwaliteit van de kapitaalgoederenvoorraad.
Kapitaalgoederen zijn goederen die gebruikt worden om andere goederen mee te
produceren. Bijv. gebouwen (kantoren, fabrieken), machines, (vracht)auto’s, pc’s,
infrastructuur. Sommige goederen kunnen kapitaal- én consumentgoederen zijn, maar
kapitaalgoederen worden bedrijfsmatig gebruikt. Kapitaalgoederen moeten worden
geproduceerd: een deel van de productiefactoren van een land (grond, arbeid en kapitaal)
moeten hiervoor worden gebruikt. De totale jaarproductie van een land (BBP) bestaat uit
consumptie- en kapitaalgoederen.
De totale productie van een land heeft een tweeledig doel:
1. Vervanging van versleten of verouderde kapitaalgoederen. Dit zijn
vervangingsinvesteringen. De slijtage/veroudering betekent een waardevermindering
van het goed. Dit noemen we afschrijvingen.
2. Door uitbreiding van de kapitaalgoederenvoorraad neemt de productiecapaciteit toe.
Dit gebeurt door uitbreidingsinvesteringen, die gefinancierd worden uit de
besparingen van de samenleving,
De totale productie van kapitaalgoederen zowel ter vervanging als ter uitbreiding noemen we
bruto-investeringen.
BBP= totale productie + vervangingsinvesteringen
§12.2 Onderwijs en menselijk kapitaal
Human capital is de productieve kennis en vaardigheden. De bekwaamheden zijn deels
aangeboren en deels het resultaat van opvoeding, onderwijs en training. Dit kapitaal is mede
het resultaat van doelbewuste investeringen. Het is een voortdurend proces. Na de
leerplichtige leeftijd is het krijgen van kennis en vaardigheden een doelbewuste keuze,
waarbij je je huidige consumptie inruilt voor je toekomstige consumptie. Er zitten allemaal
kosten aan verbonden.
Deze kosten vormen de opofferingskosten van de investering in human capital.
Onderwijs is ook een signaalfunctie. Het diploma geeft aan dat je over bepaalde
bekwaamheden beschikt. De werkgever weet wat hij kan verwachten. Onderwijs maakt
hogere lonen mogelijk, o.a. door de hogere arbeidsproductiviteit van goed opgeleide
mensen. De kosten van onderwijs zijn hoog en een belangrijk deel hiervan moet de
samenleving betalen.