1
,Inhoudsopgave
Week 1: Zelfkennis en zelfevaluatie (H2)...................................................................................3
Week 2: Zelfpresentatie en attributie (H3 & H9.1 t/m H9.4)........................................................6
Week 3: Attitude (H6)...............................................................................................................9
Week 4: Weerstand, denkfouten en gewoontes (H5.2 & H7.5.3) .............................................. 11
Week 5: conformisme & groepshormonica (H8.2.2, 8.3, 8.4, 8.5.3 & 8.5.4) .............................. 14
Week 6: Gedragsverandering volgens Cialdini (H7 & Cialdini) .................................................. 17
Week 7: Nudge (Thaler en Sunstein) ....................................................................................... 18
Week 8: Culturele psychologie (artikelen)............................................................................... 20
2
, Week 1: Zelfkennis en zelfevaluatie (H2)
Ik kan uitleggen wat zelfbewustzijn, zelfkennis, de bronnen van zelfkennis en
zelfwaardering zijn en kan deze herkennen in een korte casus.
Zelfkennis is het bewustzijn en begrip van je eigen gedachten, gevoelens, gedragingen en
overtuigingen. Het betekent dat je weet wie je bent, wat je drijft, waar je goed in bent, en wat je
zwakke punten zijn. het helpt je om beter te begrijpen hoe je reageert in bepaalde situaties en
hoe je relaties met anderen beïnvloedt. Zelfkennis is belangrijk voor persoonlijke groei en het
maken van bewuste keuzes in het leven.
Zelfbewustzijn is het vermogen om jezelf als object van aandacht te zien, waardoor je in staat
bent je eigen gedachten, gevoelens en gedrag te observeren en evalueren. Het is een cruciaal
aspect van het zelfconcept en speelt een belangrijke rol in hoe mensen zichzelf begrijpen en
reguleren.
1. Privé zelfbewustzijn: Het bewustzijn van je eigen gedachten, gevoelens en ideeën. Dit is
hoe jij jezelf ziet.
2. Publiek zelfbewustzijn: Het besef van jezelf met aandacht voor wat jij denkt dat
anderen van je vinden, hoe zij je zien en hoe jij denkt dat ze jou beoordelen.
De bronnen van zelfkennis zijn als volgt.
1. Introspectie: Bewust nadenken over je eigen innerlijke processen, gedachten en
toestanden. Je wil deze begrijpen
2. Proprioceptie: De waarneming van je eigen lichaam en bewegingen en de positie die het
heeft. Je bent je er bijvoorbeeld van bewust dat je op een stoel zit met je benen over
elkaar heen.
3. Zelfperceptie: Het bewustzijn van je eigen identiteit en alle aspecten daarvan.
Deze bronnen werken samen om je zelfbeeld te vormen en te ontwikkelen.
Iemand zelf-schema is een cognitieve structuur die bestaat uit ideeën, herinneringen en
overtuigingen over jezelf. Het helpt je om informatie over jezelf te organiseren en snel te
verwerken. Zelf-schema’s zijn gebaseerd op ervaringen en beïnvloeden hoe je jezelf waarneemt
en hoe je situaties interpreteert.
Zelfwaardering
1. Expliciet: De bewuste en duidelijke manier waarop je jouw positieve en negatieve
meningen over jezelf uitdrukt naar de buitenwereld. Je zegt bijvoorbeeld tegen je
vrienden dat je jezelf knap vind.
2. Impliciet: de verborgen onuitgesproken mening die je over jezelf hebt. Deze deel je niet
met anderen.
3