Inhoud
Colleges + toelichting literatuur .................................................................................................. 2
College 1, deel 1. Why developmental neuropsychology ...................................................... 2
College 1, deel 2. The brain and its development ................................................................. 9
College 2, Nature vs. Nurture ............................................................................................... 17
College 3, deel 1. Developmental trajectory ........................................................................ 23
College 3, deel 2 Innate is not innate/medical interventions ............................................... 29
College 4, deel 1 Longitudinale studie van de effecten van maternale angst en stress
tijdens de zwangerschap (Bea van den Berg et al., ). ......................................................... 32
College 4, deel 2 VII. Attention-deficit/hyperactivity disorder .............................................. 35
College 5 Conduct disorder .................................................................................................. 39
College 6 Autism ................................................................................................................... 41
Samenvatting artikelen ............................................................................................................. 45
Artikel 1: Pirila, S., van der Meere, Jaap., Seppänen, R. Children with functional motor
limitations: the effects on family strengths. .......................................................................... 45
Artikel 2: Philipa Butcher et al. Maternal Rigidity in infancy and leven of intelligence at
school age in children born preterm. .................................................................................... 48
Artikel 3: Stroes, Alberts & van der Meere. Boys with ADHD in social interaction with a
nonfamiliar adult: an observational study. ............................................................................ 51
Artikel 4: Bea R. H. van der Bergh et al., ADHD deficit as measured in adolescent boys
with a continuous perfonmance task is related to anternatal maternal anxiety. .................. 53
Artikel 5: Van der Meere, J., Börger, N., & Wiesema, J. (2010). ADHD: State regulation and
motivation.............................................................................................................................. 56
Artikel 6: Bogte, H., Flamma, B., van der Meere, J., & Engeland, H. (2007). Cognitive
flexibilty in adults with high functioning autism. ................................................................... 58
1
, Neuropsychologie | Blok 4 | Pre-master Orthopedagogiek
Colleges + toelichting literatuur
College 1, deel 1. Why developmental neuropsychology
Ontwikkelingsneuropsychologie = de studie van hoe hersenstructuren en functies zich
ontwikkelen vanaf de prenatale periode tot in de volwassenheid, en hoe deze ontwikkeling
samenhangt met cognitieve, emotionele en gedragsmatige functies.
Oorspronkelijk baseerde men zich op modellen van volwassenen, maar bleken niet goed
toepasbaar op kinderen.
Waarom een ontwikkelingsperspectief belangrijk is:
1. Ontwikkelingsstoornissen (developmental disorders): (tentamen)
o Oorzaak vaak onbekend -> deze stoornissen ontstaan tijdens de ontwikkeling van het
brein, meestal al voor of kort na de geboorte. De precieze oorzaak is vaak moeilijk te
achterhalen (bv. Autisme of ADHD).
o Worden vroeg in de kindertijd vastgesteld.
o Vroegtijdige interventie is cruciaal om de bijbehorende tekorten te minimaliseren en
de ontwikkeling van niet-aangetaste functies te beschermen.
o Kan door verkregen inzicht (wetenschappelijk) een verworven stoornis worden.
2. Verworven hersenstoornissen (acquired disorders): (tentamen)
o Oorzaak is bekend -> deze stoornissen worden veroorzaakt door een specifieke
gebeurtenis of letsel, zoals hersenbloeding, infectie, trauma of tumor.
o Ontstaan op latere leeftijd, na een periode van normale ontwikkeling
Het kinderbrein is anders dan het volwassen brein.
o De hersenen van kinderen zijn nog volop in ontwikkeling en veranderen/matureren
snel.
o Dit betekent dat hersenschade bij kinderen andere gevolgen kan hebben dan bij
volwassenen.
Herstel en hersenplasticiteit bij kinderen:
Kennard principe (Tentamen)= dit principe stelt dat jongere hersenen méér plastisch zijn.
Ze kunnen zich beter aanpassen aan schade doordat andere hersengebieden functies
kunnen overnemen. ‘’Als je dan toch hersenletsel moet oplopen, dan liever op jonge leeftijd’’.
-> Maar ook grotere kwetsbaarheid: tegelijkertijd zijn jonge hersenen ook kwetsbaarder:
schade in een vroeg stadium kan belangrijke ontwikkelingsprocessen verstoren die nog
moeten plaatsvinden. Dus; hoe jonger het kind, hoe groter soms het risico op langdurige of
brede gevolgen.
Boek Anderson zegt: ‘’wanneer dit principe waar is, dan geldt dit met name voor
taalstoornissen’’.
Hersenplasticiteit = het vermogen van het brein om zich aan te passen, te reorganiseren en
nieuwe verbindingen aan te maken. Bij jonge kinderen is deze plasticiteit veel groter dan bij
volwassenen. Dit kan betekenen dat:
o Andere hersengebieden functies overnemen van beschadigde gebieden.
o Nieuwe neurale netwerken worden gevormd
o Vaardigheden op een alternatieve manier kunnen worden aangeleerd.
Diagnose is verschillend tussen kinderen en volwassenen.
→Het repertoire van gedrag veranderd voortdurend bij kinderen. Gedrag bij een jong kind is
normaal, maar zodra die ouder wordt is dat gedrag niet meer normaal.
→verschillend testmateriaal
2
, Neuropsychologie | Blok 4 | Pre-master Orthopedagogiek
Prognose
- Neurologische/anatomische redenen:
1. Positieve gevolgen van plasticiteit: het vermogen v/d hersenen om zich aan te
passen aan schade door het maken van nieuwe verbindingen of het overnemen van
functies door andere gebieden.
o Voor jonge kinderen een voordeel -> hersengebieden nog heel flexibel en
kunnen zich herstructureren na schade.
o Functies kunnen zich alsnog ontwikkelen -> zelfs na schade, doordat
andere hersendelen ze overnemen.
2. Negatieve gevolgen van plasticiteit ‘’crowding’’:
Crowding treedt op wanneer andere hersengebieden moeten inspringen om verloren
functies over te nemen, waardoor die gebieden minder ruimte of capaciteit
overhouden voor hun eigen oorspronkelijke functies. Een situatie waarbij meerdere
functies (die normaal over beide hersenhelften verdeel zijn) zich samen in 1
hersenhelft moeten ontwikkelen na hersenbeschadiging.
→ Resultaat: alle functies worden suboptimaal ontwikkeld. Het brein is dan wel
flexibel, maar met beperkingen.
Het crowding-fenomeen maakt het opstellen van een prognose moeilijker bij
kinderen dan bij volwassenen.
- Functionele of gedragsmatige factoren: dit gaat over hoe gedrag en functies tot
uiting komen en zich ontwikkelen over tijd, ook al zijn ze (nog) niet direct zichtbaar na
de schade.
1. Positieve gevolgen: gedragsmatige compensatie=
o kinderen kunnen strategieën aanleren om zwakke functies te compenseren.
o Ze gebruiken bv. hun sterke kanten om hun zwakkere te ondersteunen;
o Gedragstherapie, training, opvoeding en onderwijs kunnen helpen bij deze
compensatie.
2. Negatieve gevolgen: growing into deficit’’= betekent dat een kind aanvankelijk
normaal lijkt te functioneren, maar dat de gevolgen van een eerder hersenletsel pas
later duidelijk worden, wanneer meer complexe functies vereist worden.
o De schade was er al, maar de functie waarin die schade een rol speelt was er
nog niet
o Het kind ‘’groeit dus in het tekort’ - de problemen komen pas in de toekomst
tot uiting.
Traumatic brain injury (TBI) children versus adults:
Dose-response-relatie is hetzelfde -> ‘’hoe ernstiger het hersenletsel, hoe groter de
beperkingen’’ - dit geldt voor zowel kinderen als volwassenen.
Dit betekent dat er een logisch verband bestaat tussen de hoeveelheid schade (dose) en de
ernst van de gevolgen (response). Dus; meer hersenschade = meer functionele problemen,
ongeacht de leeftijd.
-→ Maar de gevolgen zijn anders bij kinderen dan bij volwassenen:
o Bij volwassenen gevolgen specifiek = hebben een volledig ontwikkeld brein, met
gespecialiseerde gebieden die duidelijk afgebakende functies hebben. Daarom is het
effect van schade meer voorspelbaar en gelokaliseerd.
o Bij kinderen gevolgen globaal = hersenschade bij kinderen heeft vaak bredere, meer
diffuse effecten, omdat hun hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Het letsel
verstoort de hele ontwikkeling, niet alleen een specifieke functie.
3