Mens en gezondheid
,Inhoudsopgave
Gezondheid (en ziekte) ............................................................................................................3
Gezondheidsvaardigheden en gezondheidsgedrag ...................................................................4
Stress en coping (stressinterventies) ........................................................................................6
Positieve psychologie ..............................................................................................................9
Werkstress............................................................................................................................ 11
Burn-out en bevlogenheid ...................................................................................................... 13
Introductie psychopathologie ................................................................................................ 15
Stress gerelateerde stoornissen, somatische symptoomstoornis en verwante stoornissen ...... 16
Angst- en dwangstoornissen .................................................................................................. 18
Stemmingsstoornissen .......................................................................................................... 20
Middelgerelateerde- en verslavingsstoornissen en eetstoornissen .......................................... 22
Persoonlijkheidsstoornissen en dissociatieve stoornissen ...................................................... 24
Psychotische stoornissen ...................................................................................................... 27
Kwaliteit van leven ................................................................................................................. 28
, Gezondheid (en ziekte)
De student kan diverse visies op gezondheid benoemen en kan uitleggen wat
gezondheidspsychologie inhoudt.
Literatuur: gezondheidspsychologie H1 (5e druk vanaf 1.2)
Gezondheid is een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter
het ontbreken van ziektes of gebreken.
Model van Huber
Lichaamsfuncties: algehele conditie, mate van slaapkwantiteit en kwaliteit, pijn & fitheid.
Mentaal welbevinden: stemming, omgaan met stress, zelfreflectie.
Zingeving: doelen in je leven, spirituele overtuigen, zingeving aan lijden.
Kwaliteit van leven: mate van genieten, mate van tevredenheid, hebben van leven.
Meedoen: sociale contacten, erbij horen, maatschappelijke participatie.
Dagelijks functioneren: zelfstandigheid, dagelijkse taken, hebben van structuur.
Biomedisch vs. biopsychosociaal model
Biomedisch model
Het biomedisch model beschouwt ziekte als een direct gevolg van een lichamelijke oorzaak,
zoals een infectie of genetische afwijking. Het richt zich op het identificeren en behandelen van
deze fysieke oorzaken, vaak via medische interventies zoals medicatie of chirurgie.
Psychologische en sociale factoren worden in deze benadering doorgaans buiten beschouwing
gelaten.
Voordelen:
Mens is ‘deelbaar’, zwart wit denken, kapotte onderdelen ‘vervangen’.
Nadelen:
Kan leiden tot enkel symptoom bestrijding. Soms ook geen ‘oplossing’.