Belangrijke leerstukken/stappenplannen (VERBINTENISSENRECHT)
Week 1a: Vertegenwoordiging
Belangrijke (inleidende) terminologie
Rechtshandeling Een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring
heeft geopenbaard (art. 3:33 BW).
Wilsverklaring De wil van de handelende persoon moet zijn neergelegd in een
verklaring die correspondeert met zijn/haar wil. Deze verklaring
kan uitdrukkelijk of stilzwijgend. De verklaring is in beginsel
vormvrij (art. 3:37 BW).
Ontvangsttheorie De verklaring moet, om werking te hebben, de persoon aan wie
de verklaring is gericht bereiken (art. 3:37 lid 3 BW). Het
moment van bereiken is dan ook beslissend voor het tijdstip
waarop de verklaring haar werking krijgt en waarop derhalve de
rechtshandeling tot stand komt.
→ Risicocorrectie: verklaring heeft toch werking indien het niet of
niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling, van de
handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of van
andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en
rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt (art. 3:37 lid 3 BW)
Intrekken van een Art. 3:37 lid 5 BW: Het intrekken van een verklaring kan alleen
verklaring door een communicatiemiddel dat:
a. Sneller is dan de verklaring;
b. Gelijktijdig aankomt dan de verklaring.
Meerzijdige rechtshandeling Art. 6:213 BW: vereist de samenwerking van twee of meer
personen (vb. overeenkomst).
Eenzijdige rechtshandeling Wordt door één persoon tot stand gebracht. Vb. erkenning van
een kind of het opmaken van een testament.
Overeenkomst Art. 6:213 lid 1 BW: een overeenkomst in de zin van deze titel
is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen
jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
Hoe komt de overeenkomst tot stand?
Art. 6:217 lid 1 BW: een overeenkomst komt tot stand door een
aanbod en de aanvaarding daarvan.
De wilsvertrouwensleer: stappenplan
Stap 1: de wil en de Er zijn twee wilsverklaringen nodig voor een overeenkomst
verklaring lopen uiteen (aanbod + aanvaarding). Als de aanbod en aanvaarding
overeenkomen: wilsovereenstemming.
In beginsel is er in het geval van géén wilsovereenstemming geen
sprake van een rechtshandeling (art. 3:33 BW), en daarom kan
er geen sprake zijn van een meerzijdige rechtshandeling (art.
6:213 BW) die nodig is voor de overeenkomst (art. 217 lid 1
BW).
1
, Geestelijke Als iemand een verklaring aflegt onder de invloed
stoornis van een geestelijke stoornis wordt op basis van
art. 3:34 BW geacht dat de wil ontbreekt.
Een geestelijke stoornis sluit de vertrouwensleer
(art. 3:35 BW) niet uit (zie, HR, Eelman/Hin)
Stap 2: bescherming van de Art. 3:35 BW: Tegen hem die eens anders verklaring of
wederpartij die gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de
gerechtvaardigd heeft gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft
vertrouwd opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van
een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het
ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.
Deze bepaling kan het ontbreken van de wilsovereenstemming
repareren. Er moet dan wel sprake zijn van gerechtvaardigd
vertrouwen:
● Dit vereist goede trouw (art. 3:11 BW).
Stap 3: Een beroep op de vertrouwensleer (art. 3:35 jo. 3:11 BW) kan
uitzonderingsgevallen: in strijd zijn met de redelijkheid en de billijkheid (art. 6:248 lid 2
correctie door R&B BW jo. art. 6:2 BW) → komt slecht heel zelden voor.
Vertegenwoordiging: belangrijke termen
Vertegenwoordigde Principaal (P)
Vertegenwoordiger Tussenpersoon (T)
De persoon met wie er een Derde (D)
overeenkomst wordt
gesloten
T(ussenpersoon) sluit als vertegenwoordiger van P(rincipaal) een koopovereenkomst met D(erde). P
en D zijn dan partij bij de koopovereenkomst, T is geen partij.
Voorbeeld: A wil een fiets hebben. B koopt in naam van A een fiets van C.
● A: Principaal
● B: Tussenpersoon
● C: Derde
De functies van de vertegenwoordiging
1. Rechtspersonen Vertegenwoordiging maakt het mogelijk dat rechtspersonen ook
kunnen deelnemen aan het rechtsverkeer. Bovendien
vergemakkelijkt zij die deelneming ook voor andere
samenwerkingsverbanden.
2. Handelingsonbekwamen Vertegenwoordiging maakt het mogelijk dat voor
handelingsonbekwamen toch rechtsgevolgen tot stand gebracht
kunnen worden. Iets dergelijks geldt in geval van bewind.
3. Restcategorie Vertegenwoordiging maakt het mogelijk dat iemand
rechtshandelingen kan verrichten die hij, door welke
omstandigheid dan ook, niet zelf wil of kan verrichten.
2
,Vormen van vertegenwoordiging
Directe vertegenwoordiging Directe vertegenwoordiging in het verrichten van
(volmacht) rechtshandelingen in naam van de ander. In dat geval handelt de
tussenpersoon in naam van de achterman.
Twee vereisten
1. Tussenpersoon moet bevoegd zijn; en
2. Tussenpersoon moet in naam van principaal handelen.
→ Zie art. 3:60 lid 1 jo. 3:66 lid 1 BW.
Eindigen volmacht (art. 3:72 BW)
● Overlijden van de volmachtgever
● Herroeping door de volmachtgever
● Opzegging door de gevolmachtigde
Volmacht:
Rechtshandeling: moet ruim uitgelegd worden.
*Een volmachtgever kan de rechtshandeling waarvoor hij een
volmacht heeft verstrekt zelf nog verrichten.
Ontstaan Uitdrukkelijke of stilzwijgende verlening (art.
volmacht 3:61 lid 1 BW).
Einde Op het moment van overlijden van de
volmacht volmachtgever, herroeping, opzegging etc. (art.
3:72 BW)
Indirecte Bij indirecte/middellijke vertegenwoordiging handelt de
vertegenwoordiging tussenpersoon in eigen naam maar voor rekening van de
achterman. De tussenpersoon is in dit geval zelf partij bij de
overeenkomst.
Voorbeeld: Stel dat Jan een kunsthandelaar is en hij wil een
zeldzaam schilderij kopen. Jan wil echter niet dat de verkoper
weet dat hij de koper is, omdat hij bang is dat de prijs daardoor
omhoog zal gaan. Jan vraagt zijn vriend Piet om het schilderij
voor hem te kopen.
● Principaal: Jan
● Tussenpersoon (zelf partij bij de overeenkomst): Piet
3
, Onbevoegde vertegenwoordiging
Is de principaal gebonden Uitgangspunt: nee, P is niet gebonden omdat T niet bevoegd
aan de overeenkomst? was om te vertegenwoordigen.
Uitzonderingen (1)Bekrachtiging (art. 3:69 BW)
(a) Geen werking in het geval van lid 3.
(b) Bekrachtiging kan stilzwijgend plaatsvinden.
(i) Stilzwijgende bekrachtiging kan ook door
niet te reageren op de
opdrachtbevestiging, HR
Kuijpers/Wijnveen.
(2)Vertrouwensbescherming (art. 3:61 lid 1 BW)
(a) De derde heeft gerechtvaardigd vertrouwd dat er
een toereikende volmacht was.
(b) Toedoen-beginsel: de Hoge Raad heeft in zijn
arrest van 6 mei 1926 bepaald dat de
pseudovolmachtgever zelf de schijn van de
aanwezigheid van een toereikende volmacht moet
hebben gewekt. Dit noemt men ook wel het
toedoen-beginsel. De HR heeft bepaald dat
zonder dit toedoen de wederpartij in principe niet
zal worden beschermd.
(c) Sinds HR, ING/Bera: HR gaat niet langer uit van
‘toedoen-beginsel’ maar van risico.
(i) Het risicobeginsel gaat niet zo ver dat
voor toepassing daarvan ook ruimte is
voor gevallen waarin het tegenover de
wederpartij gewekte vertrouwen
uitsluitend is gebaseerd op
verklaringen/gedragingen van de
onbevoegde.
Aansprakelijkheid (art. 3:70 De pseudo-gevolmachtigde is aansprakelijk. Hij moet de
lid 1 BW) wederpartij in de financiële toestand brengen waarin zij zou
hebben verkeerd als er wel een contract tot stand zou zijn
gekomen.
Lastgeving (art. 7:414 BW)
Definitie Bij lastgeving verplicht de ene partij (lasthebber) zich om voor
rekening van een andere partij (lastgever) een of meer
rechtshandelingen te verrichten met derden.
Lid 1 ● Overeenkomst van opdracht;
● Waarbij de lasthebber zich verbindt;
● Om rechtshandelingen te
● verrichten;
● Voor rekening van de lasthebber.
Lid 2 De overeenkomst kan de lasthebber verplichten te handelen in
eigen naam; zij kan ook verplichten te handelen in naam van de
lastgever.
Verschil met volmacht Lastgeving is een overeenkomst waarbij de lasthebber specifieke
rechtshandelingen verricht in naam van de lastgever, terwijl
volmacht een bredere bevoegdheid verleent aan de
gevolmachtigde om in naam van de volmachtgever
4