Samenvatting - Jeugd In Ontwikkeling
Boek: Effectief werken in de jeugdzorg
Hoofdstuk 1: Introductie
1.1 Inleiding
Jeugdwet 2015
Met de jeugdwet werden in 2015 meerdere veranderingen doorgevoerd:
Gemeenten werden verantwoordelijk voor jeugdzorg (decentralisatie)
Jeugd – GGZ en zorg voor jeugdigen met een LVB vallen onder de jeugdwet.
Nadruk op preventie -> “Kleine problemen blijven klein”
Gevolg
Sterke kostenstijging -> conflict tussen Rijk en gemeenten -> Aanleiding voor de
Hervormingsagenda Jeugd (2023)
Hervormingsagenda Jeugd (2023)
Knelpunten aanpakken en het jeugdstelsel financieel houdbaar maken.
Opgesteld door Rijk, gemeenten, professionals, ouders en jongeren.
Jeugdwet 2025 – Doelen
1. Versterken probleemoplossend vermogen
2. Bevorderen opvoedvaardigheden
3. Preventie en vroegsignalering
4. Eén gezin, één plan, één regisseur
5. Minder regels voor professionals
Jeugdzorg: De term die sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 wordt gebruikt voor een breed
veld van hulpverlening (Jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering)
Vrij toegankelijke hulp: Geboden door professionals vanuit bijvoorbeeld het wijkteam.
Geïndiceerde hulp: Specialistische hulp binnen organisaties.
Gecertificeerde instellingen (GI): Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen
worden opgelegd door de rechter en uitgevoerd door de gecertificeerde instelling.
Het jeugdstelsel -> bestaat uit meerdere voorzieningen
Jeugdzorg, buurthuizen, jongerenwerk, sportverenigingen, kunst & cultuur, bibliotheken en
onderwijs.
1.2 Effectief werken
Er is behoefte aan hoogwaardige jeugdzorg, waarin professionals:
1. Actuele kennis en effectieve interventies toepassen.
2. Nauw samenwerken met jeugdigen en gezinnen.
3. Al lerend steeds beter worden.
4. Oog hebben voor de oorzaken van problemen van jeugdigen, onder andere binnen gezinnen
en bij ouders zelf.
1
,Effectief werken: Het zorgvuldig en expliciet gebruikmaken van de meest up-to-
date kennis uit wetenschap en praktijk, zoals opgenomen in richtlijnen en met
gezamenlijke besluitvorming met jeugdigen en ouders als basis om een doel te
bereiken.
1. De beroepscode voor sociaal werk (BPSW, 2021), die geldt voor alle
professionals in het sociaal werk.
2. Registratie bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) voor jeugd- en
gezinsprofessionals werkzaam in de jeugdzorg.
1.3 Doen wat werkt
Waar vind je professionele kennis?
Professionele kennis die expliciet is gemaakt, is te vinden in toegankelijke en
betrouwbare bronnen
Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.
Wetenschappelijk literatuur
Vakliteratuur (tijdschriften en boeken)
Daarnaast kunnen professionals hun kennis verdiepen door:
Het raadplegen van experts in het vakgebied (expert opinions)
Deelname aan professionele netwerken (Het Platform Vakmanschap Jeugdprofessionals)
1.4 Kwalitatief goede zorg bieden
Handvatten voor professioneel handelen:
1. Werk systematisch
2. Reflecteer en leer
3. Ethische afwegingen maak je nooit allen
4. Weer dat de drie bronnen elkaar versterken.
5. Altijd samen
Hoofdstuk 2: Weten wat werkt
2.1 Inleiding
Effectief werken is gebaseerd op het gebruik van drie kennisbronnen
1. Wetenschappelijke kennis
2. Professionele kennis
3. Ervaringskennis
2.2 Wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis: Kennis die is ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek
Kwantitatief onderzoek: Verzamelen en analyseren van cijfers via vragenlijsten van jongeren,
ouders en professionals.
Kwalitatief onderzoek: Verzamelen en analyseren van ervaringen of observaties.
Mixed method: Combinatie van beide methoden om een onderzoeksvraag te beantwoorden.
2.3 Kennis uit de professionele praktijk
2
,Professionele kennis: Het professionele oordeel over welke kennis op een bepaald moment moet
worden toegepast.
Klinische expertise: Het vermogen om klinische vaardigheden en ervaringskennis in te zetten voor
een snelle inschatting van,
De unieke situatie en diagnose van de cliënt
Belemmeringen en kansen om te profiteren van een interventie
Waarden en verwachtingen van de cliënt
Handelingskennis:
Weten dat: Kennis van feiten
Weten hoe: Kennis over hoe je iets moet doen.
Bekend zijn met: Kennis gebaseerd op ervaring, vaak impliciet
2.4 Ervaringskennis
Ervaringskennis: Kennis die wordt gevonden in de dialoog met jeugdigen en hun naasten.
Voordelen
De zorg sluit beter aan bij wat jeugdigen en ouders nodig hebben.
Jeugdigen en ouders zijn meer betrokken en sterker gemotiveerd.
Persoonlijke ontwikkeling en herstel van autonomie wordt gestimuleerd.
Tips & tricks
Zorg voor emotionele veiligheid, respect en rust
Maak gebruik ban een niet – sturende gesprekstechnieken
Neem een open en onbevooroordeelde houding aan
Zet gespreksmethoden in
Definities en vormen:
1. Individuele ervaringskennis: Wat iemand weet vanuit persoonlijke ervaring.
2. Collectieve ervaringskennis: Ontstaat wanneer mensen reflecteren op gedeelde ervaringen.
3. Ervaringsdeskundigheid: Het vermogen om op grond van eigen en collectieve ervaringskennis
te ontdekken en ontwikkelen.
VN – Kinderrechtengedrag: Jeugdigen hebben het recht dat hun mening gehoord wordt in zaken die
hen aangaan en dat deze serieus genomen worden.
2.5 Hoe werk je met de drie bronnen van kennis in de praktijk?
Toepassing van de drie kennisbronnen in het professioneel handelen:
Combineer wetenschappelijke kennis, professionele kennis en ervaringskennis
Gebruik richtlijnen als kwaliteitsinstrument
Werk systematisch en reflectief
Betrek jeugdigen en ouders in het besluitvormingsproces
Hoofdstuk 3: Gezamenlijke besluitvorming
3.1 De richtlijn: Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp
3
, Een richtlijn: Geeft antwoord op vragen van professionals over de inzet en uitvoering van hulp en
ondersteuning aan jeugdige en ouders.
Doel van richtlijnen:
Kwaliteitsinstrument
Basis voor kwaliteit in hulpverlening
Ondersteunen bij beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in opvoeding
en ontwikkeling van jeugdigen van 0 – 18 jaar.
Het ondersteunt professionals bij het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen
en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen van 0 tot 18 jaar.
Richtlijnen bevatten
Gezamenlijke besluitvorming met jeugdigen en ouders
Een gestructureerd besluitvormingsproces
Vier typen op basis van informatiebehoefte en participatie
1. Niet – Geïnformeerde delegeerde: Weinig behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden en laten beslissingen over de behandeling of zorg over aan de
professional.
2. Geïnformeerde delegeerde: Veel behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden maar laten de beslissing wel over aan de professional.
3. Niet – Geïnformeerde autonoom: Weinig behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden maar willen wel zelfstandig beslissen over behandeling of zorg.
4. Geïnformeerde autonoom: Behoefte aan veel informatie en overleg over
behandelmogelijkheden en willen zelfstandig beslissen.
De keuzehulp – Helpt ouders om:
Na te denken over de beslissing die genomen moet worden
Opties te overwegen
Voor- en nadelen te benoemen
Het belang daarvan af te wegen
3.2 Gezamenlijke besluitvorming in de praktijk
Gezamenlijke besluitvorming: Een uitwisselingsproces tussen jeugdige/ouder en professional, met
als resultaat een gezamenlijk besluit.
Kenmerken:
Tweerichtingsverkeer
Gelijkwaardigheid
Belang van de gezamenlijke besluitvorming:
1. Het versterkt de samenwerkingsrelatie tussen professionals, jeugdigen en ouders en de
motivatie
2. Het zorgt voor meer actieve betrokkenheid en voor grotere cliënttevredenheid.
3. Het draagt bij aan meer persoonsgerichte zorg en meer eigen regie.
Intentie: Zowel de professional als de jeugdige en ouders staan achter het genomen besluit.
3.4 Dilemma’s in het proces van gezamenlijke besluitvorming
Dilemma’s kunnen ontstaan bij:
4
Boek: Effectief werken in de jeugdzorg
Hoofdstuk 1: Introductie
1.1 Inleiding
Jeugdwet 2015
Met de jeugdwet werden in 2015 meerdere veranderingen doorgevoerd:
Gemeenten werden verantwoordelijk voor jeugdzorg (decentralisatie)
Jeugd – GGZ en zorg voor jeugdigen met een LVB vallen onder de jeugdwet.
Nadruk op preventie -> “Kleine problemen blijven klein”
Gevolg
Sterke kostenstijging -> conflict tussen Rijk en gemeenten -> Aanleiding voor de
Hervormingsagenda Jeugd (2023)
Hervormingsagenda Jeugd (2023)
Knelpunten aanpakken en het jeugdstelsel financieel houdbaar maken.
Opgesteld door Rijk, gemeenten, professionals, ouders en jongeren.
Jeugdwet 2025 – Doelen
1. Versterken probleemoplossend vermogen
2. Bevorderen opvoedvaardigheden
3. Preventie en vroegsignalering
4. Eén gezin, één plan, één regisseur
5. Minder regels voor professionals
Jeugdzorg: De term die sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 wordt gebruikt voor een breed
veld van hulpverlening (Jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering)
Vrij toegankelijke hulp: Geboden door professionals vanuit bijvoorbeeld het wijkteam.
Geïndiceerde hulp: Specialistische hulp binnen organisaties.
Gecertificeerde instellingen (GI): Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen
worden opgelegd door de rechter en uitgevoerd door de gecertificeerde instelling.
Het jeugdstelsel -> bestaat uit meerdere voorzieningen
Jeugdzorg, buurthuizen, jongerenwerk, sportverenigingen, kunst & cultuur, bibliotheken en
onderwijs.
1.2 Effectief werken
Er is behoefte aan hoogwaardige jeugdzorg, waarin professionals:
1. Actuele kennis en effectieve interventies toepassen.
2. Nauw samenwerken met jeugdigen en gezinnen.
3. Al lerend steeds beter worden.
4. Oog hebben voor de oorzaken van problemen van jeugdigen, onder andere binnen gezinnen
en bij ouders zelf.
1
,Effectief werken: Het zorgvuldig en expliciet gebruikmaken van de meest up-to-
date kennis uit wetenschap en praktijk, zoals opgenomen in richtlijnen en met
gezamenlijke besluitvorming met jeugdigen en ouders als basis om een doel te
bereiken.
1. De beroepscode voor sociaal werk (BPSW, 2021), die geldt voor alle
professionals in het sociaal werk.
2. Registratie bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) voor jeugd- en
gezinsprofessionals werkzaam in de jeugdzorg.
1.3 Doen wat werkt
Waar vind je professionele kennis?
Professionele kennis die expliciet is gemaakt, is te vinden in toegankelijke en
betrouwbare bronnen
Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.
Wetenschappelijk literatuur
Vakliteratuur (tijdschriften en boeken)
Daarnaast kunnen professionals hun kennis verdiepen door:
Het raadplegen van experts in het vakgebied (expert opinions)
Deelname aan professionele netwerken (Het Platform Vakmanschap Jeugdprofessionals)
1.4 Kwalitatief goede zorg bieden
Handvatten voor professioneel handelen:
1. Werk systematisch
2. Reflecteer en leer
3. Ethische afwegingen maak je nooit allen
4. Weer dat de drie bronnen elkaar versterken.
5. Altijd samen
Hoofdstuk 2: Weten wat werkt
2.1 Inleiding
Effectief werken is gebaseerd op het gebruik van drie kennisbronnen
1. Wetenschappelijke kennis
2. Professionele kennis
3. Ervaringskennis
2.2 Wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis: Kennis die is ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek
Kwantitatief onderzoek: Verzamelen en analyseren van cijfers via vragenlijsten van jongeren,
ouders en professionals.
Kwalitatief onderzoek: Verzamelen en analyseren van ervaringen of observaties.
Mixed method: Combinatie van beide methoden om een onderzoeksvraag te beantwoorden.
2.3 Kennis uit de professionele praktijk
2
,Professionele kennis: Het professionele oordeel over welke kennis op een bepaald moment moet
worden toegepast.
Klinische expertise: Het vermogen om klinische vaardigheden en ervaringskennis in te zetten voor
een snelle inschatting van,
De unieke situatie en diagnose van de cliënt
Belemmeringen en kansen om te profiteren van een interventie
Waarden en verwachtingen van de cliënt
Handelingskennis:
Weten dat: Kennis van feiten
Weten hoe: Kennis over hoe je iets moet doen.
Bekend zijn met: Kennis gebaseerd op ervaring, vaak impliciet
2.4 Ervaringskennis
Ervaringskennis: Kennis die wordt gevonden in de dialoog met jeugdigen en hun naasten.
Voordelen
De zorg sluit beter aan bij wat jeugdigen en ouders nodig hebben.
Jeugdigen en ouders zijn meer betrokken en sterker gemotiveerd.
Persoonlijke ontwikkeling en herstel van autonomie wordt gestimuleerd.
Tips & tricks
Zorg voor emotionele veiligheid, respect en rust
Maak gebruik ban een niet – sturende gesprekstechnieken
Neem een open en onbevooroordeelde houding aan
Zet gespreksmethoden in
Definities en vormen:
1. Individuele ervaringskennis: Wat iemand weet vanuit persoonlijke ervaring.
2. Collectieve ervaringskennis: Ontstaat wanneer mensen reflecteren op gedeelde ervaringen.
3. Ervaringsdeskundigheid: Het vermogen om op grond van eigen en collectieve ervaringskennis
te ontdekken en ontwikkelen.
VN – Kinderrechtengedrag: Jeugdigen hebben het recht dat hun mening gehoord wordt in zaken die
hen aangaan en dat deze serieus genomen worden.
2.5 Hoe werk je met de drie bronnen van kennis in de praktijk?
Toepassing van de drie kennisbronnen in het professioneel handelen:
Combineer wetenschappelijke kennis, professionele kennis en ervaringskennis
Gebruik richtlijnen als kwaliteitsinstrument
Werk systematisch en reflectief
Betrek jeugdigen en ouders in het besluitvormingsproces
Hoofdstuk 3: Gezamenlijke besluitvorming
3.1 De richtlijn: Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp
3
, Een richtlijn: Geeft antwoord op vragen van professionals over de inzet en uitvoering van hulp en
ondersteuning aan jeugdige en ouders.
Doel van richtlijnen:
Kwaliteitsinstrument
Basis voor kwaliteit in hulpverlening
Ondersteunen bij beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in opvoeding
en ontwikkeling van jeugdigen van 0 – 18 jaar.
Het ondersteunt professionals bij het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen
en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen van 0 tot 18 jaar.
Richtlijnen bevatten
Gezamenlijke besluitvorming met jeugdigen en ouders
Een gestructureerd besluitvormingsproces
Vier typen op basis van informatiebehoefte en participatie
1. Niet – Geïnformeerde delegeerde: Weinig behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden en laten beslissingen over de behandeling of zorg over aan de
professional.
2. Geïnformeerde delegeerde: Veel behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden maar laten de beslissing wel over aan de professional.
3. Niet – Geïnformeerde autonoom: Weinig behoefte aan informatie en overleg over
behandelmogelijkheden maar willen wel zelfstandig beslissen over behandeling of zorg.
4. Geïnformeerde autonoom: Behoefte aan veel informatie en overleg over
behandelmogelijkheden en willen zelfstandig beslissen.
De keuzehulp – Helpt ouders om:
Na te denken over de beslissing die genomen moet worden
Opties te overwegen
Voor- en nadelen te benoemen
Het belang daarvan af te wegen
3.2 Gezamenlijke besluitvorming in de praktijk
Gezamenlijke besluitvorming: Een uitwisselingsproces tussen jeugdige/ouder en professional, met
als resultaat een gezamenlijk besluit.
Kenmerken:
Tweerichtingsverkeer
Gelijkwaardigheid
Belang van de gezamenlijke besluitvorming:
1. Het versterkt de samenwerkingsrelatie tussen professionals, jeugdigen en ouders en de
motivatie
2. Het zorgt voor meer actieve betrokkenheid en voor grotere cliënttevredenheid.
3. Het draagt bij aan meer persoonsgerichte zorg en meer eigen regie.
Intentie: Zowel de professional als de jeugdige en ouders staan achter het genomen besluit.
3.4 Dilemma’s in het proces van gezamenlijke besluitvorming
Dilemma’s kunnen ontstaan bij:
4