Stadium 1
Sensomotorische stadium (0-2 jaar oud)
Een baby ontdekt via zintuigen en motorische activiteiten de wereld
Sub stadia
- Eenvoudige reflexen (0-1 maand) – zuigen en grijpen
- Primaire circulaire reacties (1-4 maanden) – herhalen van prettige bewegingen
(duimzuigen)
- Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden) – gericht herhalen van handelingen die
effect hebben op de omgeving (een rammelaar schudden)
- Coördinatie van secundaire reacties (8-12 maanden) – eerste vorm van doelgericht
gedrag en objectpermanentie
- Tertiaire circulair reacties (12-18 maanden) – experimenteren met nieuwe handelingen
om effecten te ontdekken (een speeltje op verschillende manieren laten vallen).
- Begin van mentale representatie (18-24 maanden) – denken wordt symbolischer, baby’s
kunnen eenvoudige problemen oplossen, zonder direct uitproberen.
Stadium 2
Preoperationele stadium (2-7 jaar)
Kinderen maken grote vooruitgang in hun denkvermogen, maar hun redenering is nog niet
logisch of systematisch.
Kenmerken
- Symbolisch denken (fantasiespel)
- Egocentrisme – moeite met het perspectief van andere te zien.
- Animistisch denken – ze geven leven en bewustzijn aan levenloze objecten (de zon gaat
slapen)
- Centratie – focussen op 1 aspect van iets en de andere negeren. (denken dat er in een
smal hoog glas meer water zit dan in een breder lager glas.)
- Irreversibiliteit – kunnen handelingen nog niet in gedachten omkeren. (nog niet kunnen
bedenken als je een rij knikkers verder uit elkaar legt, dat de hoeveelheid hetzelfde blijft.)
- Gebrek aan conservatie – ze begrijpen niet dat bepaalde eigenschappen van objecten
hetzelfde blijven, ondanks veranderingen in vorm of uiterlijk (video mindfuck met glas
melk)