ECONOMIE SAMENVATTING BOEKJE 1/2
hoofdstuk 1, boekje 1
Economie = De wetenschap die bestudeert hoe de samenleving haar schaarse middelen gebruikt
om in haar behoeften te voorzien
Samenleving = De mensen die samen in een gebied wonen
Schaars = Weinig voorhanden
Middelen = Geld, tijd en voorzieningen
Behoeften = Alle wensen die men in vervulling wil zien gaan
Soorten behoeften
1. primaire behoeften: basisbehoeften, noodzakelijk
2. secundaire behoeften: niet noodzakelijke spullen, maar maakt het leven wel makkelijker
- normale behoeften: je zou zonder kunnen maar dat is niet makkelijk
- luxe behoeften: lokwel statusgoederen, laat zien wat je bereikt hebt en wat je je kunt
veroorloven
Welvaart: Mate waarin we in onze behoefte kunnen voorzien
Schaarste: Spanning tussen de oneindige behoeften en de beperkte middelen. Dit dwingt mensen
tot het maken van keuzes
Twee soorten schaarste:
1 In absolute zin: tekort of gebrek aan product
2 In relatieve zin: als er een offer of inspanning moet worden geleverd om het product te maken ->
alternatief aanwendbaar
Model = Vereenvoudigde weergave van de complexe werkelijkheid
Bestuderen van gedrag op 3 niveaus:
1 Micro: een huishouden of bedrijf
2 Meso: bedrijfstak of sector
3 Macro: nationaal of internationaal
Homo economicus = een mens die eerst en vooral een economisch wezen is, dat wil zeggen
gericht op de bevrediging van zijn eigen behoeften op efficiënte, logische of rationele wijze
Efficiënt: doelmatig
Logisch: voor de hand liggend
Rationeel: je verstand gebruikend
, hoofdstuk 2, boekje 1
BBP (bruto binnenlands product) als maatstaf voor welvaart:
Micro benadering: inkomen van een huishouden
Macro benadering: alles wat we in een land verdienen of produceren
Economische groei = procentuele verandering van het BBP
Economische groep = (BBP nieuw - BPP oud) / BBP oud X 100 %
Rekening houden met andere maatstaven:
- Inwonersaantal -> BBP per hoofd
- Inkomensverdeling -> veel armen hebben minder invloed dan een kleine groep rijke
- Prijsstijging -> als we 10 % meer gaan verdienen maar de prijzen gaan 15% omhoog ->
verdienen we wel meer maar kunnen we minder kopen
- Vrijwilligerswerk -> de opbrengsten zouden nog bij het BBP opgeteld moeten worden
- Externe effecten -> milieuvervuilende productie leidt tot een hoger BBP, maar wellicht tot een
lagere welvaart
2 soorten welvaart
- welvaart in enge zin
BBP
Meer economische groei (= stijging van het BBP) dus meer welvaart
Maatstaf reëel BBP per hoofd van de bevolking
- welvaart in enge zin
- BBP
- Milieu
- Gezondheidszorg
- Onderwijs
- Vrije tijd
Meer economische groei ( = stijging BBP) kan leiden tot een hogere welvaart
Maatstaven :
HDI
- Human Development Index
- Reëel bbp per hoofd
- Aantal jaar onderwijs
- Levensverwachting
Inkomensverschillen in kaart brengen
Lorenzcurve -> geeft een grafische weergave van de mate van ongelijkheid van de
inkomensverdeling over personen weer
Het vergelijkt de daadwerkelijke verdeling met een volledig gelijke verdeling
! Hoe verder de curve van de diagonaal verwijderd is, hoe
ongelijker de inkomensverdeling
1 sorteer de inkomens van laag naar hoog
2 verdeel de groep in delen
3 bereken absolute aandeel
4 bereken relatieve aandeel
5 bereken cumulatieve aandeel
6 teken de grafiek
hoofdstuk 1, boekje 1
Economie = De wetenschap die bestudeert hoe de samenleving haar schaarse middelen gebruikt
om in haar behoeften te voorzien
Samenleving = De mensen die samen in een gebied wonen
Schaars = Weinig voorhanden
Middelen = Geld, tijd en voorzieningen
Behoeften = Alle wensen die men in vervulling wil zien gaan
Soorten behoeften
1. primaire behoeften: basisbehoeften, noodzakelijk
2. secundaire behoeften: niet noodzakelijke spullen, maar maakt het leven wel makkelijker
- normale behoeften: je zou zonder kunnen maar dat is niet makkelijk
- luxe behoeften: lokwel statusgoederen, laat zien wat je bereikt hebt en wat je je kunt
veroorloven
Welvaart: Mate waarin we in onze behoefte kunnen voorzien
Schaarste: Spanning tussen de oneindige behoeften en de beperkte middelen. Dit dwingt mensen
tot het maken van keuzes
Twee soorten schaarste:
1 In absolute zin: tekort of gebrek aan product
2 In relatieve zin: als er een offer of inspanning moet worden geleverd om het product te maken ->
alternatief aanwendbaar
Model = Vereenvoudigde weergave van de complexe werkelijkheid
Bestuderen van gedrag op 3 niveaus:
1 Micro: een huishouden of bedrijf
2 Meso: bedrijfstak of sector
3 Macro: nationaal of internationaal
Homo economicus = een mens die eerst en vooral een economisch wezen is, dat wil zeggen
gericht op de bevrediging van zijn eigen behoeften op efficiënte, logische of rationele wijze
Efficiënt: doelmatig
Logisch: voor de hand liggend
Rationeel: je verstand gebruikend
, hoofdstuk 2, boekje 1
BBP (bruto binnenlands product) als maatstaf voor welvaart:
Micro benadering: inkomen van een huishouden
Macro benadering: alles wat we in een land verdienen of produceren
Economische groei = procentuele verandering van het BBP
Economische groep = (BBP nieuw - BPP oud) / BBP oud X 100 %
Rekening houden met andere maatstaven:
- Inwonersaantal -> BBP per hoofd
- Inkomensverdeling -> veel armen hebben minder invloed dan een kleine groep rijke
- Prijsstijging -> als we 10 % meer gaan verdienen maar de prijzen gaan 15% omhoog ->
verdienen we wel meer maar kunnen we minder kopen
- Vrijwilligerswerk -> de opbrengsten zouden nog bij het BBP opgeteld moeten worden
- Externe effecten -> milieuvervuilende productie leidt tot een hoger BBP, maar wellicht tot een
lagere welvaart
2 soorten welvaart
- welvaart in enge zin
BBP
Meer economische groei (= stijging van het BBP) dus meer welvaart
Maatstaf reëel BBP per hoofd van de bevolking
- welvaart in enge zin
- BBP
- Milieu
- Gezondheidszorg
- Onderwijs
- Vrije tijd
Meer economische groei ( = stijging BBP) kan leiden tot een hogere welvaart
Maatstaven :
HDI
- Human Development Index
- Reëel bbp per hoofd
- Aantal jaar onderwijs
- Levensverwachting
Inkomensverschillen in kaart brengen
Lorenzcurve -> geeft een grafische weergave van de mate van ongelijkheid van de
inkomensverdeling over personen weer
Het vergelijkt de daadwerkelijke verdeling met een volledig gelijke verdeling
! Hoe verder de curve van de diagonaal verwijderd is, hoe
ongelijker de inkomensverdeling
1 sorteer de inkomens van laag naar hoog
2 verdeel de groep in delen
3 bereken absolute aandeel
4 bereken relatieve aandeel
5 bereken cumulatieve aandeel
6 teken de grafiek