Goederenrecht Systeem alle werkgroepen:
Systeem 2.1
Inleiding pand en hypotheek
Goederenrecht (PRI3021)
In deze bijeenkomst wordt in de eerste taak gekeken naar pand en hypotheek in
het algemeen en naar substitutie (ofwel zaaksvervanging). In de tweede taak
naar de accessoriteit/afhankelijkheid van het pandrecht, de hoofdlijnen van het
pandrecht, de vestiging van het pand op zaken en vorderingen en de
inningsbevoegdheid. Daarnaast kijken we in de derde taak met betrekking tot
zekerheden naar absoluut en relatief toekomstige zaken, levering bij voorbaat
en dubbele levering bij voorbaat, vestiging bij voorbaat van een beperkt recht op
toekomstige zaken, dubbele vestiging pandrecht bij voorbaat (art. 3:97 BW) en
overdracht van een goed met voorbehoud van een beperkt recht.
ESP Semiconductors
ESP Semiconductors BV heeft een procedé ontwikkeld voor het verpakken en
met elkaar verbinden van graphics processing units (gpu's). Het procedé heet
'hybrid bonding'. Voor de bouw van de nieuwe fabriekshal en de aanschaf van
nieuwe apparatuur heeft ESP een nieuw krediet nodig. De handelsbank BJB
is bereid dit krediet te verstrekken op voorwaarde dat zij voldoende
zekerheid kan krijgen. ESP Semiconductors dient niet alleen een
zekerheidsrecht op de fabriekshal te vestigen, maar ook op andere activa
van het bedrijf.
Vragen:
a) op welke goederen kan een recht van hypotheek worden gevestigd?
Op grond van artikel 227 lid 1 kan een recht van hypotheek worden gevestigd
op registergoederen. Een registergoed zijn goederen waarbij voor overdracht
inschrijving in een daartoe bestemd openbaar register noodzakelijk is. Bij
onroerende zaken is dat volgens artikel 3:89 lid 1 het geval.
b) waarop wordt het recht van hypotheek in onze casus gevestigd?
In de casus is er nog geen fabriekshal (onroerende zaak) om het hypotheekrecht
op te vestigen. Een recht van hypotheek op een zaak strekt zich echter op grond
van artikel 3:227 lid 2 uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat. Wat
het eigendom van de zaak omvat wordt bepaald door artikel 3:4 jo 5:3 jo 5:20
BW. In het geval van de casus kan een recht van hypotheek op de grond van de
fabriekshal gevestigd worden. Het hypotheekrecht strekt zich dan op grond van
artikel 5:20 lid 1 sub e ook tot de fabriekshal die duurzaam met de grond
verenigd is.
,c) welk zekerheidsrecht kan worden gevestigd op de voorraden,
machines van ESP?
Op grond van artikel 3:227 lid 1 is een zekerheidsrecht gevestigd op een niet-
registergoed een pandrecht.
Op de voorraden van ESP kan een vuistpandrecht (3:236 lid 1) of een stil
pandrecht (3:237 lid 1) gevestigd worden. De voorraden zijn namelijk op grond
van artikel 3:1 jo 3:2 BW roerende zaken omdat deze niet onroerend zijn. Voor
het vestigen van een vuistpandrecht is noodzakelijk dat de voorraden in de
macht van de pandhouder gebracht worden.
Daarnaast kan een stil pandrecht gevestigd worden op de machines van ESP op
grond van 3:237 lid 1 door middel van een authentieke of onderhandse
geregistreerde akte. De machines blijven in dat geval in handen van ESP, dit zal
nodig zijn voor de verdere bedrijfsvoering van ESP.
De nieuwe machines zijn op dit moment nog niet van ESP. ESP kan echter wel
een stil pandrecht bij voorbaat vestigen op de nieuwe machines op grond van
artikel 3:98 junctis 3:84, 3:97, 3:237 lid 1 BW. Het pandrecht komt dan tot stand
zodra ESP het eigendom over deze machines verwerft.
d) kunnen de vorderingen van ESP op afnemers in zekerheid worden
gegeven?
Ja, ESP kan op grond van artikel 3:98 jo 3:84 jo 3:239 lid 1 kan ESP een
pandrecht op zijn vordering op afnemers vestigen zonder mededeling te doen
aan deze afnemers. De vestigingshandeling zal geschieden door middel van een
authentieke of onderhandse geregistreerde akte.
Er kan een openbaar pandrecht of een stil pandrecht gevestigd worden. In
beginsel is het stil pandrecht op de vordering op grond van 3:239 van
toepassing. Als de pandhouder echter mededeling doet aan de schuldenaar dan
is er sprake van een openbaar pandrecht.
Pandrecht op vordering
Reeds na een half jaar is de fabriekshal gereed. Vlak na de oplevering gaat het
gebouw echter in vlammen op. Van de schuld aan BJB is dan nog niets
terugbetaald. BJB vreest dat zij als gevolg van de brand niet meer voldoende
zekerheid voor haar vordering op ESP Semiconductors heeft. Gelukkig heeft
ESP conform haar verplichting in de geldleningsovereenkomst een toereikende
opstalverzekering gesloten bij Aegon.
Vragen:
a) Wat gebeurt er met het hypotheekrecht als de fabriekshal afbrandt?
,Het hypotheekrecht dat op de fabriekshal rustte wordt van rechtswege een
pandrecht op de vordering tot vergoeding volgens 3:229 lid 1. Dit heeft ook wel
zaaksvervanging. Er is sprake van een vordering tot vergoeding namelijk de
uitkering uit de opstalverzekering. Het pandrecht van BJB komt daar op deze
vordering tot vergoeding te liggen.
b) Kan BJB enig recht geldend maken op betaling van de
verzekeringspenningen?
Als pandhouder van de vordering tot vergoeding komt BJB het recht van parate
executie toe. BJB kan ook door mededeling aan AEGON te doen het stille
pandrecht op de vordering omzetten tot een openbaar pandrecht en zich
daarmee inningsbevoegd maken. Aegon kan dan bevrijd betalen aan BJB terwijl
BJB een pandrecht op het geinde heeft. Tot dat mededeling gedaan wordt, is
ESP inningsbevoegd en kan AEGON enkel aan hem bevrijd betalen. Als deze
betaling gedaan wordt, dan vervalt het pandrecht van BJB vanwege het
afhankelijke karakter van beperkte rechten. De hoofdvordering bestaat niet
langer.
Extra leerdoelen:
Welke kenmerken horen bij zekerheidsrechten
- Accesoir zijn ‘afhankelijk’ van een bestaande vordering.
- Parate executie manier om zekerheidsrecht geldend te maken
- Separatisme in faillissement uitoefenen recht alsof er geen
faillissement was.
- Toe-eigeningsverbod zaak mag niet toegeëigend worden, overwaarde
terug naar pand/hypotheekgever.
Welke kenmerken horen bij goederenrechtelijke rechten
- Absolute rechten werken tegenover iedereen
- Gesloten stelsel niet meer goederenrechten dan uit de wet volgt
- Prioriteitskarakter voorrang boven verbintenissen
- Zaaksgevolg (droit de suites) beperkt recht volgt de zaak
Literatuur aantekeningen:
Pitlo 735/736
De schuldeiser die zijn vordering niet voldaan krijgt, kan deze verhalen op alle
goederen van de schuldenaar. Dat is het verhaalsrecht geregeld vanaf 3:276
BW.
, Pitlo 737/738
Als er meerdere schuldeisers zijn dan geldt het beginsel van paritas creditorum
geregeld in 3:277 lid 1 BW. De schuldeisers hebben een gelijk recht op
voldoening. Buiten faillissement kan verhaal door executoriaal beslag. In
faillissement moet de schuldeiser de vordering ter verificatie indienen.
Pitlo 741/742
Paritas creditorum gaat niet op als er wettelijk erkende voorrang bestaat. Er is
een gesloten systeem van voorrangsrechten. Op grond van artikel 3:278 lid
vloeit voorrang voort uit pand en hypotheek. Voorrecht vloeit uit andere in de
wet aangegeven gronden voor. Volgens artikel 3:279 BW gaan pand/hypotheek
boven voorrecht (voor zover de wet niet anders bepaalt).
Pitlo 743a
Als een schuldenaar op een rekening van een tussenpersoon betaalt, dan gaat
dat bedrag horen tot het vermogen van die tussenpersoon. Schuldeisers van die
tussenpersoon kunnen zich dan ook op grond van 3:276 BW verhalen op de
bankrekening (ook al is de tussenpersoon verplicht het geld op de rekening door
te geleiden naar de achterman)
In het Slis/Stroom arrest maakt de HR hier een uitzondering op. Het
aanhouden van een kwaliteits/derdenrekening (bij notarissen, deurwaarders,
advocaten, accountants) zorgt ervoor dat het geld op de rekening afgescheiden
blijft van het eigen vermogen.
Pitlo 744
Naast voorrang is ook achterstelling mogelijk. Volgens 3:277 lid 2 kan bij
overeenkomst bepaald worden dat een schuldeiser een lagere rang inneemt
Pitlo 745/746/747
Uitzonderingen op paritas creditorum zijn pand en hypotheek. Pand en
hypotheek zijn beperkte rechten. Is het recht op een onroerend goed gevestigd
dan is er sprake van hypotheek. Is het op recht op een ander goed gevestigd dan
is er sprake van pand. 3:227 BW.
Pand en hypotheek zijn verhaalsrechten. Zij hebben het recht van parate
executie en kunnen overgaan tot verkoop zonder een executoriale titel. 3:248 bij
pand en 3:268 bij hypotheek. In faillissement zijn de pand/hypotheekhouders
separatist en kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is.
Pand en hypotheek zijn beperkte rechten in de zin van 3:8 BW. Deze hebben
absolute werking. Als een dergelijk recht gevestigd is, dan kan de
rechthebbende de zaak alleen overdragen met het daar op gevestigde
pand/hypotheekrecht (Nemo-Plus). Als er een conflict tussen beperkte rechten
is, bijvoorbeeld 1ste en 2de hypotheek dan geldt dat het oude recht boven het
jongere gaat.
Pitlo 749
Systeem 2.1
Inleiding pand en hypotheek
Goederenrecht (PRI3021)
In deze bijeenkomst wordt in de eerste taak gekeken naar pand en hypotheek in
het algemeen en naar substitutie (ofwel zaaksvervanging). In de tweede taak
naar de accessoriteit/afhankelijkheid van het pandrecht, de hoofdlijnen van het
pandrecht, de vestiging van het pand op zaken en vorderingen en de
inningsbevoegdheid. Daarnaast kijken we in de derde taak met betrekking tot
zekerheden naar absoluut en relatief toekomstige zaken, levering bij voorbaat
en dubbele levering bij voorbaat, vestiging bij voorbaat van een beperkt recht op
toekomstige zaken, dubbele vestiging pandrecht bij voorbaat (art. 3:97 BW) en
overdracht van een goed met voorbehoud van een beperkt recht.
ESP Semiconductors
ESP Semiconductors BV heeft een procedé ontwikkeld voor het verpakken en
met elkaar verbinden van graphics processing units (gpu's). Het procedé heet
'hybrid bonding'. Voor de bouw van de nieuwe fabriekshal en de aanschaf van
nieuwe apparatuur heeft ESP een nieuw krediet nodig. De handelsbank BJB
is bereid dit krediet te verstrekken op voorwaarde dat zij voldoende
zekerheid kan krijgen. ESP Semiconductors dient niet alleen een
zekerheidsrecht op de fabriekshal te vestigen, maar ook op andere activa
van het bedrijf.
Vragen:
a) op welke goederen kan een recht van hypotheek worden gevestigd?
Op grond van artikel 227 lid 1 kan een recht van hypotheek worden gevestigd
op registergoederen. Een registergoed zijn goederen waarbij voor overdracht
inschrijving in een daartoe bestemd openbaar register noodzakelijk is. Bij
onroerende zaken is dat volgens artikel 3:89 lid 1 het geval.
b) waarop wordt het recht van hypotheek in onze casus gevestigd?
In de casus is er nog geen fabriekshal (onroerende zaak) om het hypotheekrecht
op te vestigen. Een recht van hypotheek op een zaak strekt zich echter op grond
van artikel 3:227 lid 2 uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat. Wat
het eigendom van de zaak omvat wordt bepaald door artikel 3:4 jo 5:3 jo 5:20
BW. In het geval van de casus kan een recht van hypotheek op de grond van de
fabriekshal gevestigd worden. Het hypotheekrecht strekt zich dan op grond van
artikel 5:20 lid 1 sub e ook tot de fabriekshal die duurzaam met de grond
verenigd is.
,c) welk zekerheidsrecht kan worden gevestigd op de voorraden,
machines van ESP?
Op grond van artikel 3:227 lid 1 is een zekerheidsrecht gevestigd op een niet-
registergoed een pandrecht.
Op de voorraden van ESP kan een vuistpandrecht (3:236 lid 1) of een stil
pandrecht (3:237 lid 1) gevestigd worden. De voorraden zijn namelijk op grond
van artikel 3:1 jo 3:2 BW roerende zaken omdat deze niet onroerend zijn. Voor
het vestigen van een vuistpandrecht is noodzakelijk dat de voorraden in de
macht van de pandhouder gebracht worden.
Daarnaast kan een stil pandrecht gevestigd worden op de machines van ESP op
grond van 3:237 lid 1 door middel van een authentieke of onderhandse
geregistreerde akte. De machines blijven in dat geval in handen van ESP, dit zal
nodig zijn voor de verdere bedrijfsvoering van ESP.
De nieuwe machines zijn op dit moment nog niet van ESP. ESP kan echter wel
een stil pandrecht bij voorbaat vestigen op de nieuwe machines op grond van
artikel 3:98 junctis 3:84, 3:97, 3:237 lid 1 BW. Het pandrecht komt dan tot stand
zodra ESP het eigendom over deze machines verwerft.
d) kunnen de vorderingen van ESP op afnemers in zekerheid worden
gegeven?
Ja, ESP kan op grond van artikel 3:98 jo 3:84 jo 3:239 lid 1 kan ESP een
pandrecht op zijn vordering op afnemers vestigen zonder mededeling te doen
aan deze afnemers. De vestigingshandeling zal geschieden door middel van een
authentieke of onderhandse geregistreerde akte.
Er kan een openbaar pandrecht of een stil pandrecht gevestigd worden. In
beginsel is het stil pandrecht op de vordering op grond van 3:239 van
toepassing. Als de pandhouder echter mededeling doet aan de schuldenaar dan
is er sprake van een openbaar pandrecht.
Pandrecht op vordering
Reeds na een half jaar is de fabriekshal gereed. Vlak na de oplevering gaat het
gebouw echter in vlammen op. Van de schuld aan BJB is dan nog niets
terugbetaald. BJB vreest dat zij als gevolg van de brand niet meer voldoende
zekerheid voor haar vordering op ESP Semiconductors heeft. Gelukkig heeft
ESP conform haar verplichting in de geldleningsovereenkomst een toereikende
opstalverzekering gesloten bij Aegon.
Vragen:
a) Wat gebeurt er met het hypotheekrecht als de fabriekshal afbrandt?
,Het hypotheekrecht dat op de fabriekshal rustte wordt van rechtswege een
pandrecht op de vordering tot vergoeding volgens 3:229 lid 1. Dit heeft ook wel
zaaksvervanging. Er is sprake van een vordering tot vergoeding namelijk de
uitkering uit de opstalverzekering. Het pandrecht van BJB komt daar op deze
vordering tot vergoeding te liggen.
b) Kan BJB enig recht geldend maken op betaling van de
verzekeringspenningen?
Als pandhouder van de vordering tot vergoeding komt BJB het recht van parate
executie toe. BJB kan ook door mededeling aan AEGON te doen het stille
pandrecht op de vordering omzetten tot een openbaar pandrecht en zich
daarmee inningsbevoegd maken. Aegon kan dan bevrijd betalen aan BJB terwijl
BJB een pandrecht op het geinde heeft. Tot dat mededeling gedaan wordt, is
ESP inningsbevoegd en kan AEGON enkel aan hem bevrijd betalen. Als deze
betaling gedaan wordt, dan vervalt het pandrecht van BJB vanwege het
afhankelijke karakter van beperkte rechten. De hoofdvordering bestaat niet
langer.
Extra leerdoelen:
Welke kenmerken horen bij zekerheidsrechten
- Accesoir zijn ‘afhankelijk’ van een bestaande vordering.
- Parate executie manier om zekerheidsrecht geldend te maken
- Separatisme in faillissement uitoefenen recht alsof er geen
faillissement was.
- Toe-eigeningsverbod zaak mag niet toegeëigend worden, overwaarde
terug naar pand/hypotheekgever.
Welke kenmerken horen bij goederenrechtelijke rechten
- Absolute rechten werken tegenover iedereen
- Gesloten stelsel niet meer goederenrechten dan uit de wet volgt
- Prioriteitskarakter voorrang boven verbintenissen
- Zaaksgevolg (droit de suites) beperkt recht volgt de zaak
Literatuur aantekeningen:
Pitlo 735/736
De schuldeiser die zijn vordering niet voldaan krijgt, kan deze verhalen op alle
goederen van de schuldenaar. Dat is het verhaalsrecht geregeld vanaf 3:276
BW.
, Pitlo 737/738
Als er meerdere schuldeisers zijn dan geldt het beginsel van paritas creditorum
geregeld in 3:277 lid 1 BW. De schuldeisers hebben een gelijk recht op
voldoening. Buiten faillissement kan verhaal door executoriaal beslag. In
faillissement moet de schuldeiser de vordering ter verificatie indienen.
Pitlo 741/742
Paritas creditorum gaat niet op als er wettelijk erkende voorrang bestaat. Er is
een gesloten systeem van voorrangsrechten. Op grond van artikel 3:278 lid
vloeit voorrang voort uit pand en hypotheek. Voorrecht vloeit uit andere in de
wet aangegeven gronden voor. Volgens artikel 3:279 BW gaan pand/hypotheek
boven voorrecht (voor zover de wet niet anders bepaalt).
Pitlo 743a
Als een schuldenaar op een rekening van een tussenpersoon betaalt, dan gaat
dat bedrag horen tot het vermogen van die tussenpersoon. Schuldeisers van die
tussenpersoon kunnen zich dan ook op grond van 3:276 BW verhalen op de
bankrekening (ook al is de tussenpersoon verplicht het geld op de rekening door
te geleiden naar de achterman)
In het Slis/Stroom arrest maakt de HR hier een uitzondering op. Het
aanhouden van een kwaliteits/derdenrekening (bij notarissen, deurwaarders,
advocaten, accountants) zorgt ervoor dat het geld op de rekening afgescheiden
blijft van het eigen vermogen.
Pitlo 744
Naast voorrang is ook achterstelling mogelijk. Volgens 3:277 lid 2 kan bij
overeenkomst bepaald worden dat een schuldeiser een lagere rang inneemt
Pitlo 745/746/747
Uitzonderingen op paritas creditorum zijn pand en hypotheek. Pand en
hypotheek zijn beperkte rechten. Is het recht op een onroerend goed gevestigd
dan is er sprake van hypotheek. Is het op recht op een ander goed gevestigd dan
is er sprake van pand. 3:227 BW.
Pand en hypotheek zijn verhaalsrechten. Zij hebben het recht van parate
executie en kunnen overgaan tot verkoop zonder een executoriale titel. 3:248 bij
pand en 3:268 bij hypotheek. In faillissement zijn de pand/hypotheekhouders
separatist en kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is.
Pand en hypotheek zijn beperkte rechten in de zin van 3:8 BW. Deze hebben
absolute werking. Als een dergelijk recht gevestigd is, dan kan de
rechthebbende de zaak alleen overdragen met het daar op gevestigde
pand/hypotheekrecht (Nemo-Plus). Als er een conflict tussen beperkte rechten
is, bijvoorbeeld 1ste en 2de hypotheek dan geldt dat het oude recht boven het
jongere gaat.
Pitlo 749