Hof van Justitie 30 september 2003, NJ 2004/394 (Inspire Art).
Het gaat het om een Engelse limited die in het Nederlandse handelsregister
wordt ingeschreven met de toevoeging formeel buitenlandse vennootschap, en
waarop volgens de Nederlandse wet vervolgens bepalingen van Nederlands
vennootschapsrecht van toepassing zijn. De Kantonrechter heeft het Europese
Hof gevraagd of de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen
verenigbaar is met de vrijheid van vestiging. Het Europese Hof heeft geoordeeld
dat de wet daarmee niet verenigbaar is. Door Nederlands vennootschapsrecht
toe te passen op rechtspersonen uit andere lidstaten beperkt Nederland de
vestigingsvrijheid van die rechtspersonen. Daarvoor bestaat onvoldoende
rechtvaardiging. De Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen is met
het oog op deze uitspraak aangepast.
Oftewel: Als inbound land heb je de rechtspersoon uit een ander land te
accepteren.
Hof van Justitie 16 december 2008, C-210/06 (Cartesio).
In deze zaak ging het om een Hongaarse vennootschap Cartesio die haar
hoofdbestuur naar Italië wilde verplaatsen maar een Hongaarse vennootschap
wilde blijven. De Hongaarse wet stond dit niet toe omdat voor het zijn van een
Hongaarse vennootschap het hoofdbestuur in Hongarije moet zijn gelegen. Het
hof zag hierin geen strijd met de vrijheid van vestiging, bij de huidige stand van
het gemeenschapsrecht mogen lidstaten zelf bepalen wat de aanknopingsfactor
is voor hun vennootschappen, dat wil zeggen wat vereist is om in dit geval een
Hongaarse vennootschap te zijn.
Deze situatie moet overigens onderscheiden worden van de situatie waarin de
zetelverplaatsing wordt belemmerd, ondanks het feit dat een vennootschap óók
niet meer onderworpen wil zijn aan het recht van de oude vestigingsstaat.
Indien de oude vestigingsstaat dit belemmert kan er wel sprake zijn van strijd
met de vrijheid van vestiging.
Oftewel: Als nationale lidstaat bepaal je wat nodig is om een vennootschap aan
jouw recht te onderwerpen. Als een vennootschap uit jouw land wil vertrekken,
maar het recht van jouw land van toepassing wil laten, dan moet voldaan zijn
aan de vereisten van nationale regels. In het geval van nederland: Als
Nederlands recht de eis stelt dat een vennootschap statutair gevestigd moet zijn
in NL, dan kan NL er zich tegen verzetten als een vennootschap onderworpen
wil blijven aan NL recht, maar zich naar Duitsland wil verplaatsen.
Hof van Justitie 25 oktober 2017, NJ 2018, 54 (Polbud).
het hof dat de Poolse wet die voorschreef dat een Poolse vennootschap die haar
zetel wilde verplaatsen naar het buitenland weliswaar niet haar
rechtspersoonlijkheid verloor, maar wel in Polen formeel moest worden
ontbonden en geliquideerd, is in strijd is met de vrijheid van vestiging. Er
mochten wel maatregelen van minder ver strekkende aard getroffen worden.
, Het ging hier om een Poolse vennootschap die omgezet wilde worden naar een
luxemburgse vennootschap en ook luxemburgs recht van toepassing wilde laten
zijn. Polen stelde daaraan de eis dat de vennootschap dan ontbonden en
geliquideerd moest worden in polen. Dat mocht niet.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43 (Forumbank).
De Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof, waarbij hij overwoog: ‘dat in
deze stelling …. echter wordt voorbijgezien dat ook de algemene vergadering de
bij de wet en de statuten getrokken grenzen harer bevoegdheid niet mag
overschrijden en dat het hof, in cassatie onbestreden, …. heeft vastgesteld dat
de inkoop van eigen aandelen uitsluitend tot de bevoegdheid van de directie
(NB: lees bestuur) behoort’.
Bestuursautonomie!
HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434 (ABN AMRO).
Art. 2:107a bepaalt uitdrukkelijk voor de NV dat bestuursbesluiten omtrent een
belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of
de onderneming de goedkeuring van de AVA behoeven.
In ABN AMRO heeft de Hoge Raad deze formulering restrictief uitgelegd. Met
een beroep op de parlementaire geschiedenis oordeelt de Hoge Raad dat art.
2:107a alleen ziet op bestuursbesluiten die zo ingrijpend zijn dat zij de aard van
het aandeelhouderschap veranderen in dier voege dat de aandeel houder
daardoor als het ware kapitaal gaat verschaffen aan– en een belang gaat houden
in– een wezenlijk andere onderneming.
De bestuursautonomie brengt onder meer mee dat de strategie van een vennoot
schap in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur. Het is dus aan het
bestuur te beoordelen of, en in hoeverre, het wenselijk is over zijn beleid in
overleg te treden met de aandeelhouders. Het bestuur behoeft de AVA niet
vooraf in zijn beleidsvorming te betrekken.
HR 4 april 2014, NJ 2014, 286 (Cancún).
Ook indien een instructierecht in de statuten is opgenomen blijft gelden dat het
bestuur zich moet richten naar het belang van de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Dit kan mee brengen dat het bestuur moet weigeren
een instructie op te volgen
HR 20 april 2018, NJ 2018, 331 (Boskalis/Fugro).
Als agenderingsverzoek kan ook worden ingediend het bespreken van bepaalde
onderwerpen. Daarbij kan worden gevraagd een motie in stemming te brengen o
een informele stemming (ter peiling van standpunten) te houden. Het bestuur
Het gaat het om een Engelse limited die in het Nederlandse handelsregister
wordt ingeschreven met de toevoeging formeel buitenlandse vennootschap, en
waarop volgens de Nederlandse wet vervolgens bepalingen van Nederlands
vennootschapsrecht van toepassing zijn. De Kantonrechter heeft het Europese
Hof gevraagd of de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen
verenigbaar is met de vrijheid van vestiging. Het Europese Hof heeft geoordeeld
dat de wet daarmee niet verenigbaar is. Door Nederlands vennootschapsrecht
toe te passen op rechtspersonen uit andere lidstaten beperkt Nederland de
vestigingsvrijheid van die rechtspersonen. Daarvoor bestaat onvoldoende
rechtvaardiging. De Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen is met
het oog op deze uitspraak aangepast.
Oftewel: Als inbound land heb je de rechtspersoon uit een ander land te
accepteren.
Hof van Justitie 16 december 2008, C-210/06 (Cartesio).
In deze zaak ging het om een Hongaarse vennootschap Cartesio die haar
hoofdbestuur naar Italië wilde verplaatsen maar een Hongaarse vennootschap
wilde blijven. De Hongaarse wet stond dit niet toe omdat voor het zijn van een
Hongaarse vennootschap het hoofdbestuur in Hongarije moet zijn gelegen. Het
hof zag hierin geen strijd met de vrijheid van vestiging, bij de huidige stand van
het gemeenschapsrecht mogen lidstaten zelf bepalen wat de aanknopingsfactor
is voor hun vennootschappen, dat wil zeggen wat vereist is om in dit geval een
Hongaarse vennootschap te zijn.
Deze situatie moet overigens onderscheiden worden van de situatie waarin de
zetelverplaatsing wordt belemmerd, ondanks het feit dat een vennootschap óók
niet meer onderworpen wil zijn aan het recht van de oude vestigingsstaat.
Indien de oude vestigingsstaat dit belemmert kan er wel sprake zijn van strijd
met de vrijheid van vestiging.
Oftewel: Als nationale lidstaat bepaal je wat nodig is om een vennootschap aan
jouw recht te onderwerpen. Als een vennootschap uit jouw land wil vertrekken,
maar het recht van jouw land van toepassing wil laten, dan moet voldaan zijn
aan de vereisten van nationale regels. In het geval van nederland: Als
Nederlands recht de eis stelt dat een vennootschap statutair gevestigd moet zijn
in NL, dan kan NL er zich tegen verzetten als een vennootschap onderworpen
wil blijven aan NL recht, maar zich naar Duitsland wil verplaatsen.
Hof van Justitie 25 oktober 2017, NJ 2018, 54 (Polbud).
het hof dat de Poolse wet die voorschreef dat een Poolse vennootschap die haar
zetel wilde verplaatsen naar het buitenland weliswaar niet haar
rechtspersoonlijkheid verloor, maar wel in Polen formeel moest worden
ontbonden en geliquideerd, is in strijd is met de vrijheid van vestiging. Er
mochten wel maatregelen van minder ver strekkende aard getroffen worden.
, Het ging hier om een Poolse vennootschap die omgezet wilde worden naar een
luxemburgse vennootschap en ook luxemburgs recht van toepassing wilde laten
zijn. Polen stelde daaraan de eis dat de vennootschap dan ontbonden en
geliquideerd moest worden in polen. Dat mocht niet.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43 (Forumbank).
De Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof, waarbij hij overwoog: ‘dat in
deze stelling …. echter wordt voorbijgezien dat ook de algemene vergadering de
bij de wet en de statuten getrokken grenzen harer bevoegdheid niet mag
overschrijden en dat het hof, in cassatie onbestreden, …. heeft vastgesteld dat
de inkoop van eigen aandelen uitsluitend tot de bevoegdheid van de directie
(NB: lees bestuur) behoort’.
Bestuursautonomie!
HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434 (ABN AMRO).
Art. 2:107a bepaalt uitdrukkelijk voor de NV dat bestuursbesluiten omtrent een
belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of
de onderneming de goedkeuring van de AVA behoeven.
In ABN AMRO heeft de Hoge Raad deze formulering restrictief uitgelegd. Met
een beroep op de parlementaire geschiedenis oordeelt de Hoge Raad dat art.
2:107a alleen ziet op bestuursbesluiten die zo ingrijpend zijn dat zij de aard van
het aandeelhouderschap veranderen in dier voege dat de aandeel houder
daardoor als het ware kapitaal gaat verschaffen aan– en een belang gaat houden
in– een wezenlijk andere onderneming.
De bestuursautonomie brengt onder meer mee dat de strategie van een vennoot
schap in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur. Het is dus aan het
bestuur te beoordelen of, en in hoeverre, het wenselijk is over zijn beleid in
overleg te treden met de aandeelhouders. Het bestuur behoeft de AVA niet
vooraf in zijn beleidsvorming te betrekken.
HR 4 april 2014, NJ 2014, 286 (Cancún).
Ook indien een instructierecht in de statuten is opgenomen blijft gelden dat het
bestuur zich moet richten naar het belang van de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Dit kan mee brengen dat het bestuur moet weigeren
een instructie op te volgen
HR 20 april 2018, NJ 2018, 331 (Boskalis/Fugro).
Als agenderingsverzoek kan ook worden ingediend het bespreken van bepaalde
onderwerpen. Daarbij kan worden gevraagd een motie in stemming te brengen o
een informele stemming (ter peiling van standpunten) te houden. Het bestuur