Onderwijsgroepen
Week 2:
HR 05-11-1965, NJ 1966/136 (Kelderluik)
Feiten:
Duchateau was bij cafe De Munt in Amsterdam en wilde gebruik maken van het
toilet , toen hij door het café liep is hij plotseling in een kelderruimte gevallen.
Het kelderluik was geopend door een personeelslid (Sjouwerman) van Coca-Cola
zonder enige veiligheidsmaatregelen te treffen.
Voor het beoordelen of er sprake is van onrechtmatige gevaarzetting, moet gelet
worden op de mate van waarschijnlijkheid dat onoplettendheid en
onvoorzichtigheid kan worden verwacht, de kans dat daaruit ongevallen
ontstaan, de ernst die de gevolgen kunnen hebben, en de bezwaarlijkheid van de
te nemen veiligheidsmaatregelen.
HR 31-05-1985, NJ 1986/690 (Boon/Prenger)
Feiten
Prenger heeft gevorderd Boon te veroordelen tot schadevergoeding, omdat de
hond van Boon schade heeft toegebracht aan minderjarige Tamara. Boon is door
de rechtbank en het hof veroordeeld schadevergoeding te betalen.
Boon verweert zich door te stellen dat Tamara niet door haar begeleider is belet
op de hond van Boon af te lopen en een slaande beweging in de richting van de
hond van Boon te maken, zodat het ongeval te wijten is aan de eigen schuld van
de benadeelde partij althans voor een groot gedeelte.
Ouders zitten niet in de risicosfeer van kinderen, als een ouder dus een fout
gemaakt heeft dan wordt dit niet als eigen schuld aan het kind toegerekend. Het
kind kan dus de aansprakelijke voor 100% aanspreken, maar deze vervolgens
wel de ouder.
HR 11-12-1987, NJ 1988/393 (Bushalte)
Feiten
L. Guyt, Y. Guyt en mevrouw Bey + dochter stonden aan de bushalte te wachten.
Toen de bus aankwam en stopte heeft mevrouw Bey afscheid genomen van haar
dochter die de bus zou nemen. Zij blokkeerde daarmee toegang tot de bus. Guyt
sprak Bey aan omdat hij in wilde stappen. Bey deed een stap achteruit zonder
om te kijken. Zij raakte daardoor mevrouw Guyt die evenwicht verliest en een
heup breekt.
Er is sprake van een onrechtmatige daad als iemand meer risico nam dan
redelijkerwijs verantwoord was. Als dit niet het geval is, dan is sprake van een
ongelukkige samenloop van omstandigheden.
,HR 08-12-1989, NJ 1990/778 (Lars Ruröde)
Feiten:
Vrieling reed als bestuurder van een tractor met aanhangwagen naar een
weiland in gezelschap van de 10-jarige Lars Rurode. Op de aanhangwagen was
een melktank geplaatst en op de voorzijde een vacuümpomp om het melkcircuit
vacuüm te zuigen. Vrieling ging zijn koeien melken en het mechanisme werd in
beweging gesteld. Het mechanisme was op geen enkele manier beschermd. Lars
is gegrepen door een onderdeel van het bewegende mechanisme, tengevolge
waarvan hij ernstig gewond is geraakt.
Als iemand door onzorgvuldigheid een ernstig gevaar in het leven geroepen
heeft voor een kind die vanwege zijn leeftijd het gevaar niet kan inschatten of
daarna kan handelen, en dat gevaar verwezenlijkt zich dan kan op basis van
6:101 wel een causale verdeling gemaakt worden, maar vereist de billijkheid dat
het kind geen eigen schuld heeft.
HR 19-10-1990, NJ 1992/621 (Tennis)
Feiten:
Nijgh en Heeck speelden met twee anderen een dubbelpartij tennis. Na afloop
van een game heeft Nijgh een aantal ballen naar de andere helft van de baan
geslagen, waarbij Heeck, die zich toen op die andere helft bevond, door een bal
aan het rechteroog is getroffen. Heeck heeft hierdoor het gezichtsvermogen van
dit oog verloren.
Voor het aannemen van onrechtmatigheid in een sport en spel situatie moeten
zwaardere eisen gesteld worden dan wanneer er geen sport en spel situatie was.
De sport en spel situatie geldt ook ten aanzien van ‘tussen games in’ omdat het
tot ‘de sfeer van het spel behoort’.
HR 28-06-1991, NJ 1992/622 (Natrappen)
Feiten:
Tijdens een voetbalwedstrijd is Van der Heide aan een knie gewond geraakt,
terwijl Dekker zich in zijn onmiddellijke nabijheid bevond. De rechtbank heeft
bewezen geacht dat Dekker Van der Heide heeft geschopt. Vast is komen te
staan, aldus de rechtbank, dat Dekker 'zich aan zgn. 'natrappen' heeft schuldig
gemaakt'. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat Dekker zich jegens Van
der Heide aan een onrechtmatige daad schuldig heeft gemaakt.
Binnen een sport en spelsituatie minder snel onrechtmatigheid omdat
deelnemers (bij voetbal) tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe
het spel uitlokt hebben te verwachten. Het overtreden van een spelregel is niet
per definitie onrechtmatig, maar weegt wel mee bij het beoordelen van
onrechtmatigheid. In casu was sprake van een abnormale gedraging buiten de
regels van het spel, wat was wel onrechtmatig.
,HR 20-03-1992, NJ 1993/547 (Bussluis)
Feiten:
Op de busbaan te Diemen heeft een ongeval voorgedaan waarbij een taxi
bestuurd door H. van der Kamp, in een bussluis is gereden. De taxi is daardoor
ernstig beschadigd. Een in de taxi zittende passagier is daarbij gewond geraakt.
De bussluis bestaat uit een in het wegdek aangelegd dat autobussen wel, maar
gewone personenauto's de sluis niet kunnen passeren.
De weg waarin de bussluis zich bevindt is aan beide ingangen voorzien van
verkeersborden. Op het wegdek van de busbaan staat aan weerszijden van de
sluis met witte letters 'BUS' geschilderd. De busbaan is voorzien van
straatverlichting.
De gemeente moet zorgen voor een goede staat van de openbare weg en deze
mag dus de veiligheid van personen of zaken niet in gevaar brengen. Als dat wel
zo is, dan moeten er deugdelijke beveiligingsmaatregelen zijn om de veiligheid
te waarborgen. Als de veiligheid niet gewaarborgd kan worden, moet de
gemeente van een onveilige inrichting afzien.
HR 09-12-1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak)
Feiten:
Op 4 september 1989 hebben Werink, die toen zeventien jaar oud was,
Hudepohl en nog twee jongens te omstreeks 20.00 uur een boswandeling
gemaakt. Tijdens deze wandeling gaf Werink een schop tegen een tak, die als
gevolg daarvan is teruggezwiept en Hudepohl in het rechteroog heeft geraakt.
Het daardoor veroorzaakte letsel heeft tot verlies van het oog geleid.
Het is niet per definitie onrechtmatig als een mogelijkheid op een ongeval zich
verwezenlijkt heeft door een bepaalde gevaarlijke gedraging. Het gedrag moet
zodanig gevaar scheppend zijn dat de mate van waarschijnlijkheid van een
ongeval als gevolg van dat gedrag dusdanig groot is dat de dader zich naar
maatstaven van zorgvuldigheid zich hiervan had moeten onthouden.
HR 13-01-1995, NJ 1997/175 (Korver/De Heel)
Feiten:
Korver heeft in het door De Heel geëxploiteerde Ziekenhuis een kaakoperatie
ondergaan. Na de operatie is hij, nog onder narcose, in een bed neergelegd. In
de uitslaapkamer was één verpleegkundige aanwezig. Korver is onder invloed
van de narcose, door het maken van een abrupte beweging uit het bed gevallen;
, het bed was niet voorzien van opstaande randen of een andere beveiliging.
Daardoor is hij blind geworden.
Als je weinig kostbare voorzieningen (hekjes) achterwegen laat dan ben je
tekortgeschoten in de vereiste zorg en aandacht.
HR 12-05-2000, NJ 2001/300 (Verhuizende zusjes) (AAe 2001, p. 794-
805)
Feiten:
Wendy heeft haar zuster Monique geholpen met het inrichten van haar nieuwe
woning. Tot de woning behoren twee standaard linnenkasten. Deze kasten
stonden in de berging en moesten worden verplaatst naar de woning van
Monique. Wendy is bij het verplaatsen van de tweede kast met haar rechterpols
tussen de deur met de dranger en die kast bekneld geraakt. Zij heeft daardoor
letsel opgelopen. Haar rechteronderarm moest worden geamputeerd.
Het is niet per definitie onrechtmatig als een mogelijkheid op een ongeval zich
verwezenlijkt heeft door een bepaalde gevaarlijke gedraging. Het gedrag moet
zodanig gevaar scheppend zijn dat de mate van waarschijnlijkheid van een
ongeval als gevolg van dat gedrag dusdanig groot is dat de dader zich naar
maatstaven van zorgvuldigheid zich hiervan had moeten onthouden.
HR 28-03-2003, NJ 2003/718 (Witmarsumer Merke)
Feiten:
Er heeft een wedstrijd plaatsgevonden waarin deelnemers aan een overkant
moesten komen zonder nat te worden waarna zij een bel moesten luiden. De
Vries bleef droog, maar Hettinga en Ypma hebben hem in het water gegooid.
Daarbij heeft De Vries letsel opgelopen.
In een sport en spel situatie wordt minder snel onrechtmatigheid aangenomen
omdat deelnemers in redelijkheid en tot op zekere hoogte gevaarlijke
gedragingen waartoe de activiteit uitlokt van elkaar moeten verwachten. Dat is
ook zo indien het spel ‘officieel’ ten einde is gekomen.
HR 28-03-2003, NJ 2003/719 (Broere/Kegel)
Feiten:
Broere en Kegel hebben deelgenomen aan een schaatstraining op de ijsbaan te
Haarlem. Tijdens de training is Kegel ten val gekomen en over het ijs geschoven.
Broere was op dat moment aan het uitrijden. Kegel heeft Broere van achteren
geraakt, waardoor Broere ten val is gekomen. Broere stelt Kegel aansprakelijk
omdat hij in de specifieke omstandigheden van het geval meer risico heeft
genomen dan redelijkerwijs verantwoord was door op volle snelheid de bocht in
te gaan.
Week 2:
HR 05-11-1965, NJ 1966/136 (Kelderluik)
Feiten:
Duchateau was bij cafe De Munt in Amsterdam en wilde gebruik maken van het
toilet , toen hij door het café liep is hij plotseling in een kelderruimte gevallen.
Het kelderluik was geopend door een personeelslid (Sjouwerman) van Coca-Cola
zonder enige veiligheidsmaatregelen te treffen.
Voor het beoordelen of er sprake is van onrechtmatige gevaarzetting, moet gelet
worden op de mate van waarschijnlijkheid dat onoplettendheid en
onvoorzichtigheid kan worden verwacht, de kans dat daaruit ongevallen
ontstaan, de ernst die de gevolgen kunnen hebben, en de bezwaarlijkheid van de
te nemen veiligheidsmaatregelen.
HR 31-05-1985, NJ 1986/690 (Boon/Prenger)
Feiten
Prenger heeft gevorderd Boon te veroordelen tot schadevergoeding, omdat de
hond van Boon schade heeft toegebracht aan minderjarige Tamara. Boon is door
de rechtbank en het hof veroordeeld schadevergoeding te betalen.
Boon verweert zich door te stellen dat Tamara niet door haar begeleider is belet
op de hond van Boon af te lopen en een slaande beweging in de richting van de
hond van Boon te maken, zodat het ongeval te wijten is aan de eigen schuld van
de benadeelde partij althans voor een groot gedeelte.
Ouders zitten niet in de risicosfeer van kinderen, als een ouder dus een fout
gemaakt heeft dan wordt dit niet als eigen schuld aan het kind toegerekend. Het
kind kan dus de aansprakelijke voor 100% aanspreken, maar deze vervolgens
wel de ouder.
HR 11-12-1987, NJ 1988/393 (Bushalte)
Feiten
L. Guyt, Y. Guyt en mevrouw Bey + dochter stonden aan de bushalte te wachten.
Toen de bus aankwam en stopte heeft mevrouw Bey afscheid genomen van haar
dochter die de bus zou nemen. Zij blokkeerde daarmee toegang tot de bus. Guyt
sprak Bey aan omdat hij in wilde stappen. Bey deed een stap achteruit zonder
om te kijken. Zij raakte daardoor mevrouw Guyt die evenwicht verliest en een
heup breekt.
Er is sprake van een onrechtmatige daad als iemand meer risico nam dan
redelijkerwijs verantwoord was. Als dit niet het geval is, dan is sprake van een
ongelukkige samenloop van omstandigheden.
,HR 08-12-1989, NJ 1990/778 (Lars Ruröde)
Feiten:
Vrieling reed als bestuurder van een tractor met aanhangwagen naar een
weiland in gezelschap van de 10-jarige Lars Rurode. Op de aanhangwagen was
een melktank geplaatst en op de voorzijde een vacuümpomp om het melkcircuit
vacuüm te zuigen. Vrieling ging zijn koeien melken en het mechanisme werd in
beweging gesteld. Het mechanisme was op geen enkele manier beschermd. Lars
is gegrepen door een onderdeel van het bewegende mechanisme, tengevolge
waarvan hij ernstig gewond is geraakt.
Als iemand door onzorgvuldigheid een ernstig gevaar in het leven geroepen
heeft voor een kind die vanwege zijn leeftijd het gevaar niet kan inschatten of
daarna kan handelen, en dat gevaar verwezenlijkt zich dan kan op basis van
6:101 wel een causale verdeling gemaakt worden, maar vereist de billijkheid dat
het kind geen eigen schuld heeft.
HR 19-10-1990, NJ 1992/621 (Tennis)
Feiten:
Nijgh en Heeck speelden met twee anderen een dubbelpartij tennis. Na afloop
van een game heeft Nijgh een aantal ballen naar de andere helft van de baan
geslagen, waarbij Heeck, die zich toen op die andere helft bevond, door een bal
aan het rechteroog is getroffen. Heeck heeft hierdoor het gezichtsvermogen van
dit oog verloren.
Voor het aannemen van onrechtmatigheid in een sport en spel situatie moeten
zwaardere eisen gesteld worden dan wanneer er geen sport en spel situatie was.
De sport en spel situatie geldt ook ten aanzien van ‘tussen games in’ omdat het
tot ‘de sfeer van het spel behoort’.
HR 28-06-1991, NJ 1992/622 (Natrappen)
Feiten:
Tijdens een voetbalwedstrijd is Van der Heide aan een knie gewond geraakt,
terwijl Dekker zich in zijn onmiddellijke nabijheid bevond. De rechtbank heeft
bewezen geacht dat Dekker Van der Heide heeft geschopt. Vast is komen te
staan, aldus de rechtbank, dat Dekker 'zich aan zgn. 'natrappen' heeft schuldig
gemaakt'. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat Dekker zich jegens Van
der Heide aan een onrechtmatige daad schuldig heeft gemaakt.
Binnen een sport en spelsituatie minder snel onrechtmatigheid omdat
deelnemers (bij voetbal) tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe
het spel uitlokt hebben te verwachten. Het overtreden van een spelregel is niet
per definitie onrechtmatig, maar weegt wel mee bij het beoordelen van
onrechtmatigheid. In casu was sprake van een abnormale gedraging buiten de
regels van het spel, wat was wel onrechtmatig.
,HR 20-03-1992, NJ 1993/547 (Bussluis)
Feiten:
Op de busbaan te Diemen heeft een ongeval voorgedaan waarbij een taxi
bestuurd door H. van der Kamp, in een bussluis is gereden. De taxi is daardoor
ernstig beschadigd. Een in de taxi zittende passagier is daarbij gewond geraakt.
De bussluis bestaat uit een in het wegdek aangelegd dat autobussen wel, maar
gewone personenauto's de sluis niet kunnen passeren.
De weg waarin de bussluis zich bevindt is aan beide ingangen voorzien van
verkeersborden. Op het wegdek van de busbaan staat aan weerszijden van de
sluis met witte letters 'BUS' geschilderd. De busbaan is voorzien van
straatverlichting.
De gemeente moet zorgen voor een goede staat van de openbare weg en deze
mag dus de veiligheid van personen of zaken niet in gevaar brengen. Als dat wel
zo is, dan moeten er deugdelijke beveiligingsmaatregelen zijn om de veiligheid
te waarborgen. Als de veiligheid niet gewaarborgd kan worden, moet de
gemeente van een onveilige inrichting afzien.
HR 09-12-1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak)
Feiten:
Op 4 september 1989 hebben Werink, die toen zeventien jaar oud was,
Hudepohl en nog twee jongens te omstreeks 20.00 uur een boswandeling
gemaakt. Tijdens deze wandeling gaf Werink een schop tegen een tak, die als
gevolg daarvan is teruggezwiept en Hudepohl in het rechteroog heeft geraakt.
Het daardoor veroorzaakte letsel heeft tot verlies van het oog geleid.
Het is niet per definitie onrechtmatig als een mogelijkheid op een ongeval zich
verwezenlijkt heeft door een bepaalde gevaarlijke gedraging. Het gedrag moet
zodanig gevaar scheppend zijn dat de mate van waarschijnlijkheid van een
ongeval als gevolg van dat gedrag dusdanig groot is dat de dader zich naar
maatstaven van zorgvuldigheid zich hiervan had moeten onthouden.
HR 13-01-1995, NJ 1997/175 (Korver/De Heel)
Feiten:
Korver heeft in het door De Heel geëxploiteerde Ziekenhuis een kaakoperatie
ondergaan. Na de operatie is hij, nog onder narcose, in een bed neergelegd. In
de uitslaapkamer was één verpleegkundige aanwezig. Korver is onder invloed
van de narcose, door het maken van een abrupte beweging uit het bed gevallen;
, het bed was niet voorzien van opstaande randen of een andere beveiliging.
Daardoor is hij blind geworden.
Als je weinig kostbare voorzieningen (hekjes) achterwegen laat dan ben je
tekortgeschoten in de vereiste zorg en aandacht.
HR 12-05-2000, NJ 2001/300 (Verhuizende zusjes) (AAe 2001, p. 794-
805)
Feiten:
Wendy heeft haar zuster Monique geholpen met het inrichten van haar nieuwe
woning. Tot de woning behoren twee standaard linnenkasten. Deze kasten
stonden in de berging en moesten worden verplaatst naar de woning van
Monique. Wendy is bij het verplaatsen van de tweede kast met haar rechterpols
tussen de deur met de dranger en die kast bekneld geraakt. Zij heeft daardoor
letsel opgelopen. Haar rechteronderarm moest worden geamputeerd.
Het is niet per definitie onrechtmatig als een mogelijkheid op een ongeval zich
verwezenlijkt heeft door een bepaalde gevaarlijke gedraging. Het gedrag moet
zodanig gevaar scheppend zijn dat de mate van waarschijnlijkheid van een
ongeval als gevolg van dat gedrag dusdanig groot is dat de dader zich naar
maatstaven van zorgvuldigheid zich hiervan had moeten onthouden.
HR 28-03-2003, NJ 2003/718 (Witmarsumer Merke)
Feiten:
Er heeft een wedstrijd plaatsgevonden waarin deelnemers aan een overkant
moesten komen zonder nat te worden waarna zij een bel moesten luiden. De
Vries bleef droog, maar Hettinga en Ypma hebben hem in het water gegooid.
Daarbij heeft De Vries letsel opgelopen.
In een sport en spel situatie wordt minder snel onrechtmatigheid aangenomen
omdat deelnemers in redelijkheid en tot op zekere hoogte gevaarlijke
gedragingen waartoe de activiteit uitlokt van elkaar moeten verwachten. Dat is
ook zo indien het spel ‘officieel’ ten einde is gekomen.
HR 28-03-2003, NJ 2003/719 (Broere/Kegel)
Feiten:
Broere en Kegel hebben deelgenomen aan een schaatstraining op de ijsbaan te
Haarlem. Tijdens de training is Kegel ten val gekomen en over het ijs geschoven.
Broere was op dat moment aan het uitrijden. Kegel heeft Broere van achteren
geraakt, waardoor Broere ten val is gekomen. Broere stelt Kegel aansprakelijk
omdat hij in de specifieke omstandigheden van het geval meer risico heeft
genomen dan redelijkerwijs verantwoord was door op volle snelheid de bocht in
te gaan.