Beperkingen v/h auteursrecht
Overzicht
Artikel 1 blijft het uitgangspunt. De elementen zijn inmiddels besproken.
Het auteursrecht is het uitsluitend recht v/d maker v/e werk van
letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om
dit openbaar te maken en te verveelvoudigen behoudens de
beperkingen, bij de wet gesteld
De rechten v/d auteur zijn te splitsen in:
openbaar maken
verveelvoudigen
Dit recht komt toe aan de fysieke maker:
De geestelijk maker (Brein)
We maken dus een onderscheid tussen: Brein en Hand.
Het recht berust op een werk van letterkunde/wetenschap/kunst:
Artikel 10 Aw
o geen limitatieve lijst
en het moet onder het werktoets vallen
o Eigen persoonlijk karakter
Niet ontleend aan een ander werk
o Persoonlijke stempel
Creatieve keuzes
Tot zover de HC van afgelopen weken.
Dit geldt echter, “behoudens de beperkingen bij de wet gesteld”.
Blijkbaar behoudt de wetgever het recht voor om in bepaalde gevallen aan te
geven dat een ander recht zwaarder weegt dan het recht v/d maker.
Dit komt vandaag aan bod. We kijken daarbij naar de Europese
Harmonisering. De Nederlandse wetgever is dus niet vrij om allerlei soorten
beperkingen te ontwikkelen. We zijn gebonden aan Europese voorwaarden
(deze moeten we kennen). Vervolgens komt de vraag wat de impact is van
dit Europese Kader.
Enkele beperkingen worden ook nader bekeken vandaag.
Inleiding
Beperkingen v/h auteursrecht, kan in ruime zin, ook algemene beperkingen
zijn. Dus een beperking is ook dat een auteursrecht na afloop v/e bepaalde
beschermingsperiode in het publieke domein valt. Het werk wordt dan in zijn
geheel vrij en kan door iedereen vrijelijk worden gebruikt. Dit gebeurd na 70
jaar na het overlijden v/d maker (post mortem)
Er is ook een algemene beperking (in het kader v/d werktoets is deze
besproken) Namelijk het feit dat in het auteursrecht sommige aspecten v/h
,werken (a priori ) niet onder de bescherming vallen. Dat is dan de scheiding
tussen idee en vorm.
Dus de individuele vorm/uitdrukking die de auteur heeft gekozen die is wel
beschermd. Maar de daaraan ten grondslag liggende ideeën en concepten
niet, die blijven altijd vrij.
Bijvoorbeeld het geval van JK. Rowling (de HP reeks) en de manier waarop zij
het verhaal ontwikkeld, de personages ontwikkeld, haar specifieke
uitdrukkingswijze is beschermd.
De algemene ideeën dat er een jongetje is die erachter komt dat hij kan
toveren en dan moet hij dat gaan ontwikkelen op een school, waarna er een
strijd ontwikkeld tussen goed en kwaad dat zijn motieven en concepten die
in de literatuur eerder zijn gebruikt. JK. Rowling borduurt in dat opzicht voort
op ontwikkelde concepten, en die blijven vrij.
Hierover gaan we het vandaag niet hebben.
Vandaag: auteursrechtelijke beperkingen in eigenlijke zin.
Voorbeelden van beperkingen in eigenlijke zin:
Kijk naar bepalingen in hoofdstuk 6 v/d auteursrecht. Bijv:
Citaatrecht, parodie
o art. 15a, 18b
persprivileges
o 15, 15a en 16a
onderwijsgebruik
o art. 16
raadpleging in bibliotheken
o art. 15h
privé kopie
o art. 16b en 16c
gebruik door handicapten
o art. 15i
Deze beperkingen hebben een bepaalde functie binnen het systeem:
Om een gebruiker van auteursrechtelijk materiaal om verweer te
voeren.
Je wordt bijv. naar de rechter gesleept: “inbreuk auteursrecht, want je hebt
een kopie gemaakt”. Degene die verweer voert die kan aangeven Ja,
maar dit is een privé kopie.
Uitganspunt
Er is sprake v/e exclusief recht (auteursrecht), maar onder de bijzonder
omstandigheden, die de wetgever heeft omschreven in de beperking, is het
toch geoorloofd.
Dus je kan verweer voeren en voor dit gebruik heb je dan ook geen
toestemming nodig.
, Dis is van belang voor op het tentamen.
Het is fout om een casus op te lossen obv een beperking, voordat je hebt
vastgesteld dat er sprake is v/e inbreuk (een relevante
openbaarmaking/verveelvoudiging).
Je komt pas toe aan de stap v/d beperking nadat je hebt vastgesteld dat er
sprake is v/e auteursrechtelijk beschermd materiaal en dat er sprake is v/e
inbreuk.
Stap 1: Werktoets?
Stap 2: Gaat het om een auteursrechtelijk relevante handeling?
(openbaarmaking/verveelvoudigen)
Stap 3: Sprake van Inbreuk?
Ratio: evenwicht
Belangenafweging tussen auteursrecht en andere fundamentele
belangen
We hebben zojuist aangegeven dat het auteursrecht een aanmoediging is
voor creativiteit en investeringen. Dit zijn allemaal dingen die reeds zijn
besproken. We zijn tot het inzicht gekomen dat er goede redenen zijn om
auteursrecht te hebben. Maar nu zegt de wetgever dat er toch gevallen zijn
die belangrijker zijn, denk aan citaatrecht/parodie etc.
Waarom wordt dit gedaan? Welke afweging wordt hier gemaakt?
Een belangenafweging tussen de belangen v/d auteur en het algemeen
belang
o ten grondslag ligt oa: “belangenafweging tussen auteursrecht
en andere fundamentele belangen”
de vrijheid van meningsuiting.
algemene informatievoorziening.
vrijheid van mededinging.
Je kan een aantal van deze fundamentele belangen door vertalen naar
belangen van algemene aard: vrijheid van onderwijs, we leven nu eenmaal in
een informatiesamenleving dus toegang tot de informatie is voor de burger
belangrijk.
Onze economie is niet meer gebaseerd op het goederenrecht, maar
economische groei ontstaat vandaag de dag obv intellectuele schepping. Als
je in een dergelijke economie mee wilt gaan, dan moet je ten eerste toegang
hebben tot informatie anders kan je niet meegroeien. Dus is het logisch dat
we voor onderwijs ruimte willen creëren
Het auteursrecht speelt niet alleen obv persoonlijke individuele belangen,
maar ook op industriebeleid. Achter het auteursrecht staat de creatieve
industrie.
Achter heel veel beperkingen in het auteursrecht staat inmiddels de internet
economie. De googles/facebooks/twitters van deze wereld, die hebben vooral
baat bij de beperkingen v/h auteursrecht en zij hebben vooral last v/e ruime