Week 1: totstandkoming en totstandkomingsgebreken – hoorcollege 1
Leerstukken die we veel gaan tegenkomen tijdens deze cursus:
- Bindende werking van een contract = Een partij die beloofd een prestatie te verrichten kan
daartoe worden gedwongen - art. 3:296 BW.
- Schadevergoeding = Als er sprake is van een wanprestatie dan kan de rechter je veroordelen
tot schadevergoeding. Het gaat hier om het positieve contractsbelang. Je wordt gebracht in de
situatie waarin je had verkeerd als de debiteur had gedaan wat die had beloofd - art. 6:74 BW
e.v.
- Onrechtmatige daad = als er onrechtmatig is gehandeld en daarmee toerekenbare schade is
ontstaan dan heb je recht op schadevergoeding. Het gaat hier om het negatieve
contractsbelang. De vergoeding moet de benadeelde brengen in de financiële toestand waarin
hij zou hebben verkeerd als jij je niet onbetamelijk had gedragen – art. 6:162 BW +
BENZOL/SECURIOR
- Ongerechtvaardigde verrijking = als je verrijkt wordt ten koste van een ander zonder dat je iets
fout hebt gedaan dan is het toch in uitzonderlijke gevallen mogelijk dat de rechter je
veroordeelt tot vergoeding van de schade van die ander - art. 6:212 BW.
- Onverschuldigde betaling = als je iets hebt ontvangen maar er was geen goede reden waarom
jij het ontving, moet je het teruggeven - art. 6:203 BW.
Art. 6:1 BW zegt dat er geen enkele andere bron van verbintenissen dan de wet is. LET OP: er staat
“voortvloeit” dat betekent dat in sommige gevallen de wet het niet letterlijk zegt maar dat de rechter
tot de conclusie komt dat vanuit het stelsel van de wet het een bron van verbintenissen is – QUINT/TE
POEL.
Het voortvloeien kan je in 2 categorieën opdelen
Verbintenissen die ontstaan uit Verbintenissen die ontstaat omdat de wet het bepaalt
daarop gerichte wilsverklaring of
gerechtvaardigd vertrouwen.
Ongerechtvaardigde. Zaakwaarneming art. 6:74
verrijking. Art. 6:198 BW
art. 6:212 BW
Verbintenisscheppende Eenzijdig Onverschuldigde Onrechtmatige
Rechtshandelingen art. 3:33/3:35 BW betaling. daad en risico
= wil + verklaring art. 6:203 BW aansprakelijkheid
Art. 3:33 + 3:296 BW art. 6:162 BW e.v.
Meerzijdig
Art. 6:213 lid 1 jo. 3:33/35 BW.
De echte bindende kracht vloeit uiteindelijk voort uit de wet en niet de wil van beide partijen.
Overeenkomst
een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art. 6:127 BW).
Aanbod en aanvaarding zijn elk rechtshandelingen en dus passen we de wilsvertrouwensleer (art.
3:33 en 3:35 BW) toe.
1
,Het is lastig om de totstandkoming van de overeenkomst te herkennen. Bij ontvangst van de
aanvaarding hebben we het beginpunt van de overeenkomst.
Of iets een aanbod is en of iets een aanvaarding is dat hangt er van af en is een kwestie van uitleg.
Hiervoor gebruiken we HAVILTEX. Deze onzekerheid over wanneer we te maken hebben met een
aanbod of aanvaarding ontstaat omdat wij het uitgangspunt van vormvrijheid hebben.
- Vormvrijheid betekent dat rechtshandelingen in elke vorm kunnen worden verricht en in
verschillende gedragingen besloten kunnen liggen. Er zijn ook contracten die alleen maar
binden als ze aan een vormvereiste voldoen maar dat is een uitzondering op de hoofdregel.
Art. 6:227 BW = de verbintenissen die partijen op zich nemen, moeten bepaalbaar zijn. Dit artikel eist
dat de verbintenissen die partijen opnemen bij het contract bepaalbaar zijn, dat is iets anders dan
bepaald. Bepaalbaar wil zeggen dat je moet kunnen vaststellen wat partijen moeten gaan doen.
Je hoeft niet eens overeenstemming te hebben over de koopprijs aangezien de koopprijs bepaalbaar is
op de markt.
Kwalificatie
Wat voor soort contract is het?
Je kijkt als eerst of het een bijzonder contract is, die vinden we in boek 7 of 7A. Veel bijzondere
contracten hebben namelijk dwingend recht. Als er geen bijzondere regeling van toepassing is dan
kijken we naar de hoofdregels in boek 6 BW.
- INSCHARRING = leg de overeenkomst eerst uit en dan pas kwalificeren.
Samenloop van verschillende contractsvormen
Het samenlopen van verschillende rechtsregels op dezelfde feiten, zo is het mogelijk dat je
samenloop hebt van contract en niet-contract. De eisende partij mag/kan dan in beginsel kiezen op
welke regels hij een beroep doet (keuzevrijheid) – art. 6:215 BW.
Uitzonderingen:
1) Het recht eist dat een keuze wordt gemaakt = keuzeplicht
2) Het recht wijst een regel aan die altijd voorgaat boven andere regels = exclusiviteit.
Hierbij horen de arresten: DIERENARTS + ALTHUISIUS LADDER + PAARDRIJLES
Hoofdregel is vormvrijheid maar als je eenmaal het contract hebt dan ben je gebonden en zou je
moeten doen wat je hebt beloofd. Voor het moment van gebondenheid heb je vrijheid om te doen wat
je wil. Je bent de ander dan nog niks verschuldigd. MAAR let op: je bent wel gehouden om je ‘netjes te
gedragen’. Je moet wel de intentie hebben om iets van een contract te sluiten. Je moet kunnen
verwachten dat de wederpartij serieus is. Het onrechtmatige daad recht geldt dus al wel. Als je je niet
netjes gedraagt dan is er sprake van een toerekenbare onrechtmatige daad en daarmee
schadeplichtigheid (art. 6:162 BW). Je jaagt hier mee namelijk de wederpartij wel kosten op.
Héél soms is niet contracteren zelfs een onrechtmatige daad (contracteerdwang). Soms bepaalt de
wet dat een partij een aanbod móet doen aan een ander (bijv. universele dienstverlening in energie en
telecom). We noemen dit contracteerdwang.
- AZIVO/GGD: kan het privaatrecht zelf ook leiden tot contractdwang?
Onderhandelingen
We gaan ervan uit dat als partijen onderhandelen over een mogelijk contract, dat ze dan een tot een
door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding terecht komen. Ook al is er geen contract,
er is al wel iets gaande – BARIS/RIEZENKAMP.
Je kan ook afspraken maken over het onderhandelen zoals:
2
, o Intentieovereenkomst = formele schriftelijke overeenkomst tussen partijen die de intentie
hebben om samen te werken.
o NIAUEIA clausule = we hebben pas echt overeenstemming als op ALLE punten
overeenstemming is.
o Subject to board approval = het bindt pas totdat de bevoegde vertegenwoordigers een
handtekening zetten.
o Oferteovereenkomst
Toevoeging: werkgroep 1
Stappenplan bij een casus over totstandkoming:
1) Is er überhaupt een overeenkomst?
2) Wat hebben partijen met elkaar afgesproken? HAVILTEX
3) Kwalificatie van de overeenkomst
4) Is er nog een buitencontractuele grondslag?
5) Is er samenloop tussen contracten?
Je kan contractueel de aansprakelijkheid uitsluiten als je te maken hebt met regelend recht zoals in
art. 6:179 BW.
Week 1: totstandkoming en totstandkomingsgebreken – hoorcollege 2
Totstandkomingsgebreken
o Wilsgebrek
o Art. 3:44 BW: bedreiging + bedrog + misbruik van omstandigheden
o Art. 6:228 BW: dwaling
o In strijd met de goede, zeden openbare orde
o Art. 3:40 BW: vernietigbaar of nietig
o Handelen i.s.m. handelingsonbevoegdheid (behandelen we niet in deze cursus)
o Paulianeus handelen (behandelen we niet in deze cursus)
o Veronachtzaming van een wettelijk vormschrift (behandelen we niet tijdens deze cursus).
Wilsgebreken
Je wilde het contract wel, je hebt verklaard en gemeend, maar de totstandkoming van het contract is
verstoord geraakt.
Art. 3:33/3:34/3:35 BW zijn geen wilsgebreken maar een gebrek aan wil je hebt een verklaring gedaan
maar de wil was er niet.
Partijen moeten in alle vrijheid tot hun contracteerbeslissing kunnen komen, zonder dat in de aanloop
naar het contract:
§ Ze opzettelijk informatie onthouden wordt of verkeerde informatie wordt gegeven met opzet te
misleiden (bedrog)
§ Ze onder onaanvaardbare druk worden gezet (bedreiging, misbruik van omstandigheden)
§ Misbruik van hun benarde of kwetsbare positie wordt gemaakt (misbruik van omstandigheden)
§ Ze essentiële informatie die redelijkerwijs en kenbaar nodig is om tot een afgewogen
contracteerbeslissing te komen, niet krijgen of verkeerde informatie krijgen (dwaling).
Dwaling is het kleine broertje van bedrog. Bij bedrog is namelijk opzet vereist en bij dwaling niet.
Als de overeenkomst tot stand komt onder invloed van een wilsgebrek dan wordt het beroep op het
wilsgebrek pas na de tijd ingeroepen. Het is een terugblik op wat er is gebeurd.
3
, Art. 6:228 BW bestaat uit:
1) Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
2) Schending door wederpartij van spreekplicht (je bent op het verkeerde been gezet)
3) De wederzijdse dwaling
Art. 3:44 BW bestaat uit:
1) Bedreiging
2) Bedrog
3) Misbruik van omstandigheden
Dwaling – art. 6:228 BW
Voorwaarden voor een beroep op dwaling:
o Onjuiste voorstelling van zaken – art. 6:228 lid 1 BW.
o Over feiten en omstandigheden die ten tijde van contractsluiting al bestaan – art. 6:228 lid 2
BW
o Over een voor de dwalende essentieel kenmerk van de overeenkomst (relevantie van de
dwaling) – art. 6:228 lid 1 sub a BW.
o Causaal verband dwaling en sluiten deze overeenkomst = “als ik dit had geweten dan had ik
geen overeenkomst gesloten of een ander overeenkomst gesloten.”- art. 6:228 lid 1 BW.
o Voor de wederpartij is duidelijk (moet duidelijk zijn geweest) dat het voor de dwalende om een
essentieel kenmerk gaat (kenbaarheid) – art. 6:228 lid 1 sub a en b BW.
o Een van de drie vernietigingsgronden doet zich voor >> zie iets hierboven – art. 6:228 lid 1 sub
a, b of c BW.
o De dwaling blijft niet voor rekening van de dwalende vanwege de aard van de overeenkomst,
verkeersopvatting of omstandigheden van het geval – art. 6:228 lid 2 BW.
Als aan alle vereisten is voldaan: dwalende heeft het recht om overeenkomst te vernietigen.
Dwalen over het verleden en heden valt onder art. 6:228 BW maar over de toekomst niet, wel
eventueel onder onvoorziene omstandigheden als er een fundamentele wijziging van omstandigheden
plaatsvindt.
§ Onvoorziene omstandigheden: na het sluiten van de overeenkomst veranderen de
omstandigheden die partijen als uitgangpunt hanteerden voor hun contract, zodanig dat
sprake is van een niet-verdisconteerde fundamentele wijziging die maakt dat het naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om elkaar te houden aan
ongewijzigde instandhouding. – CASINOVERGUNNING.
Gronden voor dwaling
Sub A: Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn).
o Je verkoopt je gebruikte auto met een getoonde kilometerstand die onjuist is. Koper betaalt
prijs die hij anders niet zou betalen.
Je hebt informatie gegeven die de wederpartij op de verkeerde been heeft gezegd. Als hij de juiste
informatie had gekregen dan had hij waarschijnlijk geen overeenkomst gesloten.
BARIS/RIEZENKAMP + RENTESWAP
Sub B: Schending door wederpartij van spreekplicht (mededelingsplicht).
o Op moment sluiten samenlevingscontract heb je net je geheime afaire beëindigd, maar
natuurlijk heb je over dat geheim niets verteld aan je partner. Partner dwaalt.
Je hebt hier ook te maken met de verschoningsplicht/onderzoeksplicht. Je moet niet alles geloven, je
moet een beetje onderzoek doen. Je moet je best doen om niet in dwaling te raken.
4