Specifieke Zorggroepen 1 — THK Master 1.2.1 & 1.2.2
Totaal: 80 punten | Duur: 2 uur
Instructies:
• Lees elke vraag zorgvuldig door voor u antwoord geeft.
• Meerkeuze: omcirkel of onderstreep de letter van het juiste antwoord.
• Open vragen: schrijf uw antwoord op de daarvoor bestemde regels.
• Hulpmiddelen: de ICOP-classificatielijst wordt verstrekt bij het tentamen (Gnathologie).
Puntenverdeling:
Onderwerp Vragen Punten
Kindertandheelkunde & Logopedie 25 25
Angststoornissen & Psychopathologie 20 20
Psychofarmaca 6 6
MKA (Mondziekten & Kaakchirurgie) 4 4
Radiologie & Digitale Beeldvorming 11 11
Gnathologie & Orofaciale Pijn 14 14
TOTAAL 80 80
,DEEL A — Kindertandheelkunde & Logopedie (25 punten)
Vraag 1 (1 punt | Meerkeuze)
Een kind van 7 jaar heeft een gecaviteerde dentinelaesie in een melkmolaar. Het basisadvies
cariëspreventie wordt al goed opgevolgd, maar de laesie is actief. Welke behandeling heeft volgens
de KIMO-richtlijn in het algemeen de voorkeur bij een gecaviteerde dentinelaesie in een
melkelement?
A. Conventionele restauratie met composiet
B. NRCT (Non-Restorative Caries Treatment)
C. Halltechniek met een RVS-kroon
D. Extractie, want de wisseling nadert
Vraag 2 (1 punt | Meerkeuze)
Welke van de volgende bevindingen is NIET klinisch/radiologisch indicatief voor een door cariës
ontstoken of avitaal geraakte pulpa?
A. Interradiculaire radiolucentie
B. Pocketdiepte van 2 mm bij een melkmolaar
C. Aanwezigheid van een fistel ter hoogte van de radices
D. Percussiegevoeligheid van een nog niet aan wisseling toe zijnd element
Vraag 3 (1 punt | Meerkeuze)
Bij de Halltechniek voor behandeling van carieuze melkmolaren worden voorgevormde kronen
geplaatst. Welke uitspraak over de Halltechniek is JUIST?
A. Er is altijd lokale anesthesie vereist
B. De beet is tijdelijk verhoogd, maar normaliseert na gemiddeld 1 maand
C. Het glasionomeercement wordt na plaatsing uit de kroon gehaald
D. De techniek geeft slechtere klinische uitkomsten dan NRCT
Vraag 4 (1 punt | Meerkeuze)
Wat is de definitie van oligodontie?
A. Alle elementen ontbreken
B. 1–5 elementen ontbreken (M3's niet meegerekend)
C. 6 of meer elementen ontbreken (M3's niet meegerekend)
D. Afwezig zijn van alleen de laterale incisieven
Vraag 5 (1 punt | Meerkeuze)
Een 9-jarig kind heeft op de bitewing-opname een approximale botafbraak van meer dan 2 mm
(afstand CEJ tot marginaal botniveau) rond de eerste blijvende molaar. De pocketdiepte bedraagt 6
mm. Welk van de onderstaande antibiotica-combinaties is geïndiceerd bij juveniele parodontitis?
A. Amoxicilline en clavulaanzuur
B. Metronidazol en amoxicilline
C. Tetracycline en erytromycine
D. Clindamycine en metronidazol
, Vraag 6 (1 punt | Meerkeuze)
Silver Diamine Fluoride (SDF) bevat 44.000 ppm fluoride. Welke mededeling MOET de tandarts
vooraf aan ouders doen?
A. SDF vervangt de noodzaak van dagelijks poetsen
B. De behandelde laesies worden zwart
C. SDF veroorzaakt altijd pijn bij applicatie
D. SDF is alleen effectief in het blijvende gebit
Vraag 7 (1 punt | Meerkeuze)
Stepwise excavation wordt tegenwoordig NIET meer aanbevolen bij diepe cariëslaesies in
melkelementen. Wat is de reden?
A. De techniek veroorzaakt altijd pulpa-exponatie
B. Het achterblijven van geïnfecteerd dentine centraal in de caviteit beïnvloedt het succes van
de restauratie niet
C. De techniek duurt te lang voor jonge kinderen
D. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van de techniek
Vraag 8 (1 punt | Meerkeuze)
Kaasmolaren (MIH) hebben twee typen defecten. Welke uitspraak beschrijft de geel/bruine defecten
het BEST?
A. Ze liggen uitsluitend in het binnenste deel van het glazuur en zijn stabiel
B. Ze vertonen meer porositeiten, bestrijken de volledige glazuurdikte en zijn bros
C. Ze zijn cariësresistent door hogere mineralisatiegraad
D. Ze worden altijd behandeld met sealants
Vraag 9 (1 punt | Meerkeuze)
Welke ASA-classificatie geldt voor een kind met een lichte systemische aandoening waarbij enkele
beperkingen bij de tandheelkundige behandeling nodig zijn, zoals stressreductie en een aangepast
tijdstip?
A. ASA I
B. ASA II
C. ASA III
D. ASA IV
Vraag 10 (1 punt | Meerkeuze)
Bij dentinogenesis imperfecta zijn de tanden klinisch herkenbaar. Welke combinatie van kenmerken
past het BEST bij deze aandoening?
A. Witte putjes in het glazuur; normale pulpakamers; normale wortels
B. Gele tot bruin/blauw transparante tanden; bulleuze kronen; geoblitereerde pulpakamers en
korte dunne wortels
C. Hypoplastisch dun glazuur; grote putjes en groeven; normale dentine
D. Chipping van glazuur na doorbraak; witte/gele vlekken; normale pulpakamers
Vraag 11 (1 punt | Meerkeuze)
Wat is de eerste bitewing-opname aanbevolen bij kinderen in termen van leeftijd en indicatie?
A. Vanaf 2 jaar bij elk periodiek mondonderzoek