ANTWOORDMODEL
Oefententamen 2 — Specifieke Zorggroepen 1
THK Master 1.2.1 & 1.2.2
Legenda:
Groen vakje = correct antwoord | Grijs = fout antwoord
Open vragen: modelantwoorden geven de kernpunten die verwacht worden.
, DEEL A — Kindertandheelkunde & Logopedie
MCQ-antwoorden (vragen 1–13 en 19–24):
Vra A B C D Toelichting
ag
Q1 A B C D In 50% van de gevallen leidt een (sub)luxatie in de melkdentitie tot
beschadiging van de kiem van de blijvende opvolger.
Q2 A B C D 80% van de traumatische gebitsbeschadigingen betreft de centrale
incisieven in de bovenkaak; dit is de meest kwetsbare locatie.
Q3 A B C D Juist: kinderen < 4 jaar → hypoplasie (vormingsstoornis). Boven 4
jaar ontstaat vaker hypomineralisatie (verkleuring). Leeftijd is wél van
belang.
Q4 A B C D De bloedingsneiging van het tandvlees is een van de KIMO-factoren.
Het geslacht en het aantal vullingen staan niet in de richtlijn als
risicofactoren.
Q5 A B C D (i) onjuist – separatie is alleen indien nodig (indien approximaal te
weinig ruimte is). (ii) juist – gemiddelde beetverhoging 2,4 mm.
Q6 A B C D Zowel hypofosfatasemie (probleem met cement → melktanden vallen
uit inclusief wortel) als Papillon-Lefèvre (afwezigheid
serineproteïnasen) zijn bekende oorzaken van parodontitis bij
kinderen.
Q7 A B C D De prevalentie van MIH is 13–14% bij kinderen.
Q8 A B C D Juist: afwachtend beleid bij wisseling binnen 1 jaar is correct, tenzij
pijn, fistels of bedreiging van een buurelement aanwezig is.
Q9 A B C D (i) juist – kroonpulpa verwijderd, restpulpa vitaal. (ii) onjuist – stomp
wordt afgedekt met MTA, niet calciumhydroxide.
Q10 A B C D Vanaf ~10 jaar (zodra de M1's volledig zijn doorgebroken) starten met
pocketmeting bij M1 en incisieven.
Q11 A B C D (i) juist – SMONOP is een digitale tool met uitkomst gebitstoestand op
15e jaar. (ii) onjuist – SMONOP geldt alleen voor het blijvende gebit,
niet het melkgebit.
Q12 A B C D Bij klepvervanging is profylactisch antibiotica verplicht bij bloedige
ingrepen, vanwege het verhoogde risico op endocarditis.
Q13 A B C D 25% van de bevolking heeft last van angst voor de tandarts.
Vraag 14 — Modelantwoord
• Beleid intrusie melkelement: afwachtend beleid – het element heraangroeit spontaan in de meeste
gevallen. Niet terugplaatsen (risico op verdere schade aan de kiem).
• Controleer 3–4 weken na het trauma of het element erupeert; bij infectietekens → extractie.
• Belangrijkste complicatie voor het blijvende gebit: beschadiging van de kiem → hypoplasie,
hypomineralisatie, vormafwijkingen of doorbraakstoornissen van de blijvende opvolger.
• Hoe jonger het kind → hoe groter de kans op hypoplasie (< 4 jaar). Boven 4 jaar vaker
hypomineralisatie.
Vraag 15 — Modelantwoord
• 1. Informed consent (uitleg en toestemming van ouders/kind)
• 2. Cariëslaesies toegankelijk maken (slicen: overhangend glazuur verwijderen met vlam- of
peervormige boor in rood hoekstuk)
Oefententamen 2 — Specifieke Zorggroepen 1
THK Master 1.2.1 & 1.2.2
Legenda:
Groen vakje = correct antwoord | Grijs = fout antwoord
Open vragen: modelantwoorden geven de kernpunten die verwacht worden.
, DEEL A — Kindertandheelkunde & Logopedie
MCQ-antwoorden (vragen 1–13 en 19–24):
Vra A B C D Toelichting
ag
Q1 A B C D In 50% van de gevallen leidt een (sub)luxatie in de melkdentitie tot
beschadiging van de kiem van de blijvende opvolger.
Q2 A B C D 80% van de traumatische gebitsbeschadigingen betreft de centrale
incisieven in de bovenkaak; dit is de meest kwetsbare locatie.
Q3 A B C D Juist: kinderen < 4 jaar → hypoplasie (vormingsstoornis). Boven 4
jaar ontstaat vaker hypomineralisatie (verkleuring). Leeftijd is wél van
belang.
Q4 A B C D De bloedingsneiging van het tandvlees is een van de KIMO-factoren.
Het geslacht en het aantal vullingen staan niet in de richtlijn als
risicofactoren.
Q5 A B C D (i) onjuist – separatie is alleen indien nodig (indien approximaal te
weinig ruimte is). (ii) juist – gemiddelde beetverhoging 2,4 mm.
Q6 A B C D Zowel hypofosfatasemie (probleem met cement → melktanden vallen
uit inclusief wortel) als Papillon-Lefèvre (afwezigheid
serineproteïnasen) zijn bekende oorzaken van parodontitis bij
kinderen.
Q7 A B C D De prevalentie van MIH is 13–14% bij kinderen.
Q8 A B C D Juist: afwachtend beleid bij wisseling binnen 1 jaar is correct, tenzij
pijn, fistels of bedreiging van een buurelement aanwezig is.
Q9 A B C D (i) juist – kroonpulpa verwijderd, restpulpa vitaal. (ii) onjuist – stomp
wordt afgedekt met MTA, niet calciumhydroxide.
Q10 A B C D Vanaf ~10 jaar (zodra de M1's volledig zijn doorgebroken) starten met
pocketmeting bij M1 en incisieven.
Q11 A B C D (i) juist – SMONOP is een digitale tool met uitkomst gebitstoestand op
15e jaar. (ii) onjuist – SMONOP geldt alleen voor het blijvende gebit,
niet het melkgebit.
Q12 A B C D Bij klepvervanging is profylactisch antibiotica verplicht bij bloedige
ingrepen, vanwege het verhoogde risico op endocarditis.
Q13 A B C D 25% van de bevolking heeft last van angst voor de tandarts.
Vraag 14 — Modelantwoord
• Beleid intrusie melkelement: afwachtend beleid – het element heraangroeit spontaan in de meeste
gevallen. Niet terugplaatsen (risico op verdere schade aan de kiem).
• Controleer 3–4 weken na het trauma of het element erupeert; bij infectietekens → extractie.
• Belangrijkste complicatie voor het blijvende gebit: beschadiging van de kiem → hypoplasie,
hypomineralisatie, vormafwijkingen of doorbraakstoornissen van de blijvende opvolger.
• Hoe jonger het kind → hoe groter de kans op hypoplasie (< 4 jaar). Boven 4 jaar vaker
hypomineralisatie.
Vraag 15 — Modelantwoord
• 1. Informed consent (uitleg en toestemming van ouders/kind)
• 2. Cariëslaesies toegankelijk maken (slicen: overhangend glazuur verwijderen met vlam- of
peervormige boor in rood hoekstuk)