OEFENTENTAMEN 2
Specifieke Zorggroepen 1 — THK Master 1.2.1 & 1.2.2
Totaal: 80 punten | Alle vragen nieuw t.o.v. Oefententamen 1
Instructies: Omcirkel of onderstreep het letter van het juiste antwoord bij meerkeuze. Schrijf uw antwoord
bij open vragen op de daarvoor bestemde regels. De ICOP-classificatielijst wordt verstrekt bij het
gnathologiegedeelte.
,DEEL A — Kindertandheelkunde & Logopedie (25 punten)
Question 1 (1 point) ✎ Saved
Ongeveer 80% van de beschadigingen in de melkdentitie bestaat uit (sub)luxaties. In hoeveel
procent van de gevallen leidt een (sub)luxatie tot beschadiging van de kiem van de blijvende
opvolger, zoals calcificatiestoornissen, vormafwijkingen en doorbraakstoornissen?
○ 20%.
○ 35%.
○ 50%.
○ 65%.
Question 2 (1 point) ✎ Saved
Bij welke lokalisatie komen traumatische gebitsbeschadigingen het meest voor?
○ Centrale incisieven in de onderkaak.
○ Centrale incisieven in de bovenkaak.
○ Laterale incisieven in de bovenkaak.
○ Cuspidaten en premolaren.
Question 3 (1 point) ✎ Saved
Stelling: Bij kinderen jonger dan 4 jaar die een trauma aan het melkgebit oplopen, is de kans op
hypoplastische glazuurletsels aan de blijvende opvolger groter dan bij kinderen ouder dan 4 jaar.
Is deze stelling juist of onjuist?
○ Juist.
○ Onjuist; boven de 4 jaar ontstaat vaker hypomineralisatie (witte/bruine vlekken) in plaats van
hypoplasie.
○ Onjuist; de leeftijd speelt geen rol bij de aard van het letsel.
○ Onjuist; het melkgebit beschermt de kiem volledig tegen trauma.
Question 4 (1 point) ✎ Saved
Welke factor is, naast de bestaande gebitssituatie en cariëshistorie, een van de factoren die het
cariësrisico beïnvloeden volgens de KIMO Klinische Praktijkrichtlijn?
○ Het aantal vullingen in het melkgebit.
○ De bloedingsneiging van het tandvlees.
○ De aanwezigheid van een vaste beugel.
○ Het geslacht van het kind.
Question 5 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over de Halltechniek juist of onjuist? (i) Bij de Halltechniek is
separatie met elastiekjes altijd vooraf noodzakelijk. (ii) Na plaatsing van de Hallkroon is er
gemiddeld een tijdelijke beetverhoging van ongeveer 2,4 mm.
○ (i) is juist, (ii) is onjuist.
○ (ii) is juist, (i) is onjuist.
○ (i) en (ii) zijn beide juist.
○ (i) en (ii) zijn beide onjuist.
, Question 6 (1 point) ✎ Saved
Er zijn meerdere systemische aandoeningen die parodontitis bij kinderen kunnen veroorzaken of
verergeren. Zijn hypofosfatasemie en het syndroom van Papillon-Lefèvre twee van zulke
aandoeningen?
○ Hypofosfatasemie wel, Papillon-Lefèvre niet.
○ Papillon-Lefèvre wel, hypofosfatasemie niet.
○ Beide zijn voorbeelden van aandoeningen die parodontitis bij kinderen kunnen veroorzaken.
○ Geen van beide is een voorbeeld van zo'n aandoening.
Question 7 (1 point) ✎ Saved
Wat is de prevalentie van Molaar-Incisiefhypomineralisatie (MIH) bij kinderen?
○ 5–7%.
○ 13–14%.
○ 20–25%.
○ 30–35%.
Question 8 (1 point) ✎ Saved
Stelling: Bij een kind waarbij de wisseling van een melkmolaar binnen 1 jaar te verwachten is, is
afwachtend beleid ten aanzien van een diepe cariëslaesie altijd geïndiceerd, tenzij er pijn of een
fistel aanwezig is.
Is deze stelling juist of onjuist?
○ Juist.
○ Onjuist; een fistel is op zichzelf al reden voor directe extractie.
○ Onjuist; bij elk buurelement (ook melkelement) moet altijd worden gerestaureerd.
○ Onjuist; afwachtend beleid is nooit geïndiceerd bij diepe cariëslaesies.
Question 9 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over pulpotomie in melkelementen juist of onjuist? (i) Bij een
pulpotomie wordt de kroonpulpa verwijderd met behoud van de vitaliteit van de restpulpa. (ii) Na de
amputatie van de kroonpulpa wordt de stomp afgedekt met calciumhydroxide.
○ (i) is juist, (ii) is onjuist.
○ (ii) is juist, (i) is onjuist.
○ (i) en (ii) zijn beide juist.
○ (i) en (ii) zijn beide onjuist.
Question 10 (1 point) ✎ Saved
Vanaf welke leeftijd wordt aanbevolen te starten met pocketmeting rondom de eerste blijvende
molaren en incisieven bij kinderen?
○ Vanaf 6 jaar.
○ Vanaf 8 jaar.
○ Vanaf 10 jaar (zodra de M1's volledig zijn doorgebroken).
○ Vanaf 12 jaar.
Question 11 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over het SMONOP-selectiemethode voor cariësrisico juist of
onjuist? (i) SMONOP is een digitale tool met als uitkomst de gebitstoestand op het 15e jaar. (ii)
SMONOP is ook toepasbaar voor de prognose van het melkgebit.
Specifieke Zorggroepen 1 — THK Master 1.2.1 & 1.2.2
Totaal: 80 punten | Alle vragen nieuw t.o.v. Oefententamen 1
Instructies: Omcirkel of onderstreep het letter van het juiste antwoord bij meerkeuze. Schrijf uw antwoord
bij open vragen op de daarvoor bestemde regels. De ICOP-classificatielijst wordt verstrekt bij het
gnathologiegedeelte.
,DEEL A — Kindertandheelkunde & Logopedie (25 punten)
Question 1 (1 point) ✎ Saved
Ongeveer 80% van de beschadigingen in de melkdentitie bestaat uit (sub)luxaties. In hoeveel
procent van de gevallen leidt een (sub)luxatie tot beschadiging van de kiem van de blijvende
opvolger, zoals calcificatiestoornissen, vormafwijkingen en doorbraakstoornissen?
○ 20%.
○ 35%.
○ 50%.
○ 65%.
Question 2 (1 point) ✎ Saved
Bij welke lokalisatie komen traumatische gebitsbeschadigingen het meest voor?
○ Centrale incisieven in de onderkaak.
○ Centrale incisieven in de bovenkaak.
○ Laterale incisieven in de bovenkaak.
○ Cuspidaten en premolaren.
Question 3 (1 point) ✎ Saved
Stelling: Bij kinderen jonger dan 4 jaar die een trauma aan het melkgebit oplopen, is de kans op
hypoplastische glazuurletsels aan de blijvende opvolger groter dan bij kinderen ouder dan 4 jaar.
Is deze stelling juist of onjuist?
○ Juist.
○ Onjuist; boven de 4 jaar ontstaat vaker hypomineralisatie (witte/bruine vlekken) in plaats van
hypoplasie.
○ Onjuist; de leeftijd speelt geen rol bij de aard van het letsel.
○ Onjuist; het melkgebit beschermt de kiem volledig tegen trauma.
Question 4 (1 point) ✎ Saved
Welke factor is, naast de bestaande gebitssituatie en cariëshistorie, een van de factoren die het
cariësrisico beïnvloeden volgens de KIMO Klinische Praktijkrichtlijn?
○ Het aantal vullingen in het melkgebit.
○ De bloedingsneiging van het tandvlees.
○ De aanwezigheid van een vaste beugel.
○ Het geslacht van het kind.
Question 5 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over de Halltechniek juist of onjuist? (i) Bij de Halltechniek is
separatie met elastiekjes altijd vooraf noodzakelijk. (ii) Na plaatsing van de Hallkroon is er
gemiddeld een tijdelijke beetverhoging van ongeveer 2,4 mm.
○ (i) is juist, (ii) is onjuist.
○ (ii) is juist, (i) is onjuist.
○ (i) en (ii) zijn beide juist.
○ (i) en (ii) zijn beide onjuist.
, Question 6 (1 point) ✎ Saved
Er zijn meerdere systemische aandoeningen die parodontitis bij kinderen kunnen veroorzaken of
verergeren. Zijn hypofosfatasemie en het syndroom van Papillon-Lefèvre twee van zulke
aandoeningen?
○ Hypofosfatasemie wel, Papillon-Lefèvre niet.
○ Papillon-Lefèvre wel, hypofosfatasemie niet.
○ Beide zijn voorbeelden van aandoeningen die parodontitis bij kinderen kunnen veroorzaken.
○ Geen van beide is een voorbeeld van zo'n aandoening.
Question 7 (1 point) ✎ Saved
Wat is de prevalentie van Molaar-Incisiefhypomineralisatie (MIH) bij kinderen?
○ 5–7%.
○ 13–14%.
○ 20–25%.
○ 30–35%.
Question 8 (1 point) ✎ Saved
Stelling: Bij een kind waarbij de wisseling van een melkmolaar binnen 1 jaar te verwachten is, is
afwachtend beleid ten aanzien van een diepe cariëslaesie altijd geïndiceerd, tenzij er pijn of een
fistel aanwezig is.
Is deze stelling juist of onjuist?
○ Juist.
○ Onjuist; een fistel is op zichzelf al reden voor directe extractie.
○ Onjuist; bij elk buurelement (ook melkelement) moet altijd worden gerestaureerd.
○ Onjuist; afwachtend beleid is nooit geïndiceerd bij diepe cariëslaesies.
Question 9 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over pulpotomie in melkelementen juist of onjuist? (i) Bij een
pulpotomie wordt de kroonpulpa verwijderd met behoud van de vitaliteit van de restpulpa. (ii) Na de
amputatie van de kroonpulpa wordt de stomp afgedekt met calciumhydroxide.
○ (i) is juist, (ii) is onjuist.
○ (ii) is juist, (i) is onjuist.
○ (i) en (ii) zijn beide juist.
○ (i) en (ii) zijn beide onjuist.
Question 10 (1 point) ✎ Saved
Vanaf welke leeftijd wordt aanbevolen te starten met pocketmeting rondom de eerste blijvende
molaren en incisieven bij kinderen?
○ Vanaf 6 jaar.
○ Vanaf 8 jaar.
○ Vanaf 10 jaar (zodra de M1's volledig zijn doorgebroken).
○ Vanaf 12 jaar.
Question 11 (1 point) ✎ Saved
Zijn onderstaande twee uitspraken over het SMONOP-selectiemethode voor cariësrisico juist of
onjuist? (i) SMONOP is een digitale tool met als uitkomst de gebitstoestand op het 15e jaar. (ii)
SMONOP is ook toepasbaar voor de prognose van het melkgebit.