Boekhouding:
● Rekeningschema: een overzicht van een bij een onderneming in gebruik zijnde
grootboekrekeningen.
● Dagboeken: worden de financiële feiten vastgelegd (primaire boeking).
● Grootboek: centrum van de onderneming, bestaat uit rekeningen/overzichten waarop
de gevolgen van financiële feiten systematisch worden vastgelegd (secundaire
boeking).
Een rekening van bezit (activa, debetzijde) wordt GEDEBITEERD als het bezit toeneemt en
GECREDITEERD (‘aan’ ervoor) als het bezit afneemt.
Een rekening van schuld/EV (passiva, creditzijde) wordt GECREDITEERD (‘aan’ ervoor) als
de schuld/het EV toeneemt en GEDEBITEERD als de schuld/het EV afneemt.
Een kostenrekening (bv afschrijvingskosten) wordt altijd gedebiteerd, tenzij correctieboeking.
Een opbrengstenrekening wordt altijd gecrediteerd.
Balans (art. 2:364 BW): momentopname van de financiële positie van een onderneming op
een bepaald moment. Is altijd in evenwicht, debet- en creditzijde zijn aan elkaar gelijk,
waarbij de debetzijde aangeeft hoe het vermogen van de creditzijde is aangewend. Op de
fiscale balans is het fiscaal eigen vermogen de sluitpost. De post ‘winst’ komt op de
fiscale balans niet voor, winst gaat op in het fiscaal eigen vermogen.
Resultatenrekening (art. 2:377 BW): geeft de financiële positie over een bepaalde periode
weer, vaak over een heel jaar. Kosten staan debet, opbrengsten staan credit. Verschil is
winst. Kosten hoger dan opbrengsten betekent verlies. Winst staat debet, verlies credit.
Fiscaal gezien bestaat winst en verlies niet, art. 3.8 spreekt over voordelen, die zowel
positief (winst) als negatief (verlies) kunnen zijn.
Administratieplicht (art. 52 AWR): desondanks is een ondernemer vrij om de administratie
(boekhouding) naar eigen inzicht in te richten dan wel bij te houden.
Correctieboeking: dient gemaakt te worden in de vorm van een journaalpost als hetgeen
vennootschappelijk is opgenomen fiscaal niet geaccepteerd is. Bv afschrijvingskosten zijn
fiscaal gezien te hoog opgenomen. Indien fiscaal wel geaccepteerd, dan geen
correctieboeking.
Salderend bepalen van het fiscaal EV: verschil tussen debet- en creditposten op de balans.
Jaarwinst:
● Opbrengsten - kosten (resultatenrekening)
● Fiscaal eindvermogen - fiscaal beginvermogen + privéonttrekkingen - privéstortingen
(vermogensvergelijking)
Beide berekeningen leiden tot hetzelfde resultaat.
Uitgaven onder de €450 zijn kosten; worden niet geactiveerd (art. 3.45 Wet IB). Daarboven
geldt het als een investering (art. 3.43 Wet IB) (jo art. 8 Wet Vpb als sprake van bv). Kan
sprake zijn van recht op investeringsaftrek (art. 3.41 Wet IB). Afschrijvingskosten:
1
, (aanschafprijs - restwaarde) / levensduur. Als geen restwaarde dan afschrijving obv art. 3.30
lid 1 gelijk aan afschrijving obv lid 2.
Matchingprincipe (GLG): kosten toerekenen aan het jaar waarop ze betrekking hebben.
Niet alle kosten zijn uitgaven, bv afschrijvingskosten.
Afschrijvingsbedrag (art. 3.30 Wet IB): (aanschafprijs (catalogusprijs incl btw en bpm) -
restwaarde) / economische levensduur. Een herinvesteringsreserve of subsidie wordt op
de aanschafprijs in mindering gebracht. Bij toetsen aan lid 2 (max 20% van aanschafprijs
afschrijven) telt de restwaarde niet mee! Evt herinvesteringsreserve wel. Als fiscaal
toegestane afschrijving geldt het laagste bedrag van lid 1 of 2. Bij aanschaf van
bedrijfsmiddel gedurende het jaar dient de afschrijving voor die periode gecorrigeerd te
worden. Over btw wordt niet afgeschreven!
Auto:
● Afschrijvingen —> aanschafprijs berekenen zonder btw voor afschrijvingsbasis.
● Btw-correctie voor privégebruik (belast ogv art. 4 lid 2 Wet OB) —> als een
ondernemer een auto als ondernemingsvermogen heeft geëtiketteerd en deze auto
ook voor privédoeleinden ter beschikking heeft, moet voor de btw een btw-correctie
plaatsvinden. De btw in de aanschafkosten die drukt op het privégebruik wordt
gedurende 5 jaar gecorrigeerd. De btw bij de aanschaf van de auto en de btw op de
kosten voor het gebruik komen volledig in aftrek. Over het privégebruik moet jaarlijks
btw betaald worden. Het woon-werkverkeer wordt voor de btw-correctie als privé
gezien.
○ Wel kilometeradministratie —> de verhouding tussen de privé gereden
kilometers en de zakelijk gereden kilometers is bepalend voor de btw-
correctie. Het % werkelijk privé gereden kilometers wordt gecorrigeerd.
Daarnaast wordt de btw in de lopende autokosten gecorrigeerd. Twee
correctieboekingen:
■ Correctie van de btw opgenomen in aanschafprijs (art. 15 Wet OB jo
art. 11 en 13 UB OB) —> 1e 5 jaar (daarna alleen correctie voor btw
jaarlijkse autokosten):
● (Aanschafprijs ex btw / 5 jaar) x % privégebruik x 21% (btw),
OF
● (Btw bedrag van de aanschaf / 5 jaar) x % privégebruik.
○ Beide methoden leiden tot dezelfde uitkomst.
○ Er vindt geen tijdsevenredige toepassing plaats
omdat het % privégebruik geacht wordt te slaan op
de periode van gebruik.
■ Correctie van de btw in de lopende (jaarlijkse) autokosten —>
altijd/jaarlijks.
● Lopende autokosten x % privégebruik x 21% (btw).
○ Geen kilometeradministratie —> de btw-correctie is een forfaitair percentage
van 2,7% over de catalogusprijs. Eén correctieboeking.
■ Er wordt uitgegaan van verondersteld gebruik.
2