1. Algemene kennis
N=n∗Na
N – het aantal deeltjes
n – de hoeveelheid stof, het aantal mol
Na – het getal van Avogrado, 6,02 x 1023
m=n∗M
m=ρ∗V
V =n∗V m
6H20 (6 -> coëfficiënt, 2-> index)
Endotherm -> energie nodig om reactie op gang te krijgen -> dE > 0
Exotherm -> komt energie vrij uit de reactie -> dE < 0
Soorten organische verbindingen
1. Alkanen
- Eindigt op -aan
- Bevat alleen enkele bindingen (verzadigde verbinding)
- Kookpunten -> tabel 42A
- CnH2n+2
2. Alkenen
- Eindigt op -een
- Minstens een dubbele binding (onverzadigde verbinding)
- CnH2n
3. Alkynen
- Eindigt op -yn
- Bevat minstens een drievoudige binding
- CnH2n-2
4. Cycloalkaan
- Eindigt op -aan
- Een alkaan in een ringstructuur.
- Met een enkele binding -> CnH2n
- Met een dubbele binding -> CnH2n-2
Structuurisomeren – stoffen met dezelfde molecuulformule maar andere
structuurformules.
Enkelvoudige ionen – ionen die bestaan uit één atoom bijv. Na+, O2-
Samengestelde ionen – ionen die met atoombindingen aan elkaar verbonden
zijn bijv.
CO32-, carbonaat
Ion-dipoolbinding – de binding die ontstaat als zout in water oplost.
Q = c * m * deltaT
Q – overgedragen warmte in J
c – soortelijke warmte in J Kg-1 K-1
m – massa in kg
1
, deltaT – Teind – Tbegin in Kelvin. 1 graden Celsius is 273 K
Rendement – geeft aan hoeveel procent van de totale energie wordt omgezet in
nuttige energie
Rendement (n) = nuttige energie/totale energie *100%
n = Enut / Etot *100%
Naast een katalysator zijn nog 3 factoren die de snelheid kunnen
beïnvloeden:
1. De temperatuur wordt verhoogd;
2. De concentratie van de beginstoffen worden verhoogd;
3. De beginstoffen worden fijner verdeeld.
2. Evenwichten
Concentratiebreuk – hiermee kan je de concentratieverhouding uitdrukken.
Aangezien de concentraties constant blijven bij een chemisch evenwicht kan je
deze verhouding berekenen.
m A(g) + n B(g) ---> q C(g) + r D(g)
Q = [C]q x [D]r / [A]m x [B]n
Vloeistoffen (l) en vaste stoffen (s) zoals water komen niet in de breuk terecht
Q < 1 --> evenwicht aan de linkerkant
Q > 1 --> evenwicht aan de rechterkant
Evenwichtsconstante K - als de concentraties van de stoffen niet meer
veranderen, heeft Q een constante waarde. De waarde van K verandert alleen als
de temperatuur verandert. Tabel 51.
Q=K -> evenwicht
Q>K -> om Q kleiner te maken, moeten de concentraties van de stoffen in de
noemer toenemen en in de teller afnemen. De concentraties rechts van de pijl
moeten afnemen en links van de pijl moeten toenemen. Dit gaat door totdat Q=K
Q<K -> om Q groter te maken, moeten de concentraties van de stoffen in de
teller toenemen en in de noemer afnemen. De concentraties rechts van de pijl
moeten toenemen en links van de pijl moeten afnemen. Dit gaat door totdat Q=K
CO + 2H2 -> <- CH3OH
Als er CO wordt toegevoegd, zal het evenwicht naar rechts schuiven om het
ongedaan te maken.
Omgekeerd zal, als de CO-concentratie wordt verlaagd, het evenwicht naar links
verschuiven.
Volumeverkleining = drukvergroting = grotere concentratie
Het evenwicht verschuift dan naar de kant met het minste deeltjes omdat de
kant met de meeste deeltjes de grootste concentratie krijgt.
3. Zuur en base
2