Er bestaan een aantal misstanden over psychoses, zoals ‘je leven is klaar zodra je een
psychose krijgt’ → maar: herstel is wel mogelijk.
Symptomen diagnosticeren
Door mensen met een hoog risico op psychose te screenen en een kortdurende
interventie aan te bieden, kan 45% van de transities naar psychose voorkomen worden.
Psychotrauma is een belangrijke voorspeller voor het ontwikkelen van een psychose.
PTSS gaat gepaard met 20x grotere kans op het ontwikkelen van een psychose.
De Zorgstandaard Vroege Psychose stelt dat een integrale behandeling van
farmacotherapie én CGT het meest effectief is.
‘Psychose’ is een spectrum, waarop schizofrenie ligt. Psychotische ervaringen kunnen
door de context ontstaan, bijvoorbeeld mensen die tijdens een ironman bijzondere
beelden hebben gezien of gevangenen die in een dichte kamer opgesloten waren,
begonnen redelijk snel visueel te hallucineren (weinig licht). In een geluidsdichte ruimte
ga je eerder dingen horen (auditieve hallucinaties). Het is dus afhankelijk van de context
en je specifieke zintuigen.
Geloof in paranormale fenomenen: 55% van de mensen van de normale bevolking
gelooft in de duivel, dus dit is niet pathologisch.
Eerste diagnostische handvatten:
• Een verveeld brein gaat fantaseren; wanneer, onder welke omstandigheden had
je de psychotische ervaring (hoeft niet altijd pathologisch te zijn).
• Hoe specifieker de ervaring, des te kleiner de kans dat het psychotisch is.
• Eén keer is géén keer
• ‘Nooit anders geweest’ is persoonskenmerk (mensen hebben er niet altijd last
van, dan is behandeling ook niet nodig).
• Conform (sub)cultuur of niet: in een bepaalde cultuur is het normaal om te
denken dat er wormen in je hoofd zitten, mariaverschijningen zie je alleen bij
katholieken, etc.
Verdere diagnostische handvatten:
• Preoccupatie
• Lijdensdruk
• Angst-inhoud: niet zozeer mate van angst, maar de inhoud van angst is anders.
Iemand in een psychose denkt bijv. bij angst voor een slang dat die slang een
betekenis heeft en daar speciaal voor hem is.
, • Vermijdingsgedrag: als je je terugtrekt uit de samenleving ga je ook geen
tegenbewijs vinden voor jouw overtuigingen, waardoor je erin blijft geloven.
• Disfunctioneren
Iedereen heeft wel eens een milde psychotische ervaring, maar er is pas behandeling
nodig als dit aanzienlijke lijdensdruk en beperkingen veroorzaakt (wanneer ze je leven
gaan beheersen).
Bij psychose komen ook depressie, manie, motivatieproblemen en cognitieve
problemen kijken, naast de psychotisch ervaringen. Psychoses kunnen ontstaan door
(genetische) kwetsbaarheid in combinatie met stress.
Psychotische ervaringen:
• Hallucinaties = zintuiglijke waarnemingen zonder externe prikkels; in elk zintuig
mogelijk.
o Bijv. hallucinaties van metaal proeven of de geur van een lijk ruiken.
• Wanen = overtuigingen gebaseerd op onjuiste gevolgtrekkingen; iemand is niet
meer te overtuigen met logisch redeneren).
o Bijv. wanen dat een deel van je lichaam niet bestaat, idee dat er aliens zijn
gekomen.
o In de DSM-IV was een waan gedefinieerd als een ‘misvatting’, in de DSM-5
is het een ‘vaste overtuiging’ geworden → positieve verandering.
• Desorganisatie:
o In denken: anderen kunnen je niet meer begrijpen.
o In handelen: moeite hebben met logische volgorde in doen en laten.
o In emoties: bijvoorbeeld op ongepaste momenten gaan huilen of lachen.
Willekeurige dingen krijgen een bepaalde betekenis bij mensen met psychotische
ervaringen. Die betekenisgeving is allesbepalend; heeft iemand een zonnebril op, omdat
de zon schijnt, of omdat hij je wil bespioneren.
Psychotische ervaringen kunnen worden gezien in stadia, waarbij hoe eerder je erbij
bent, hoe beter de prognose is. De stadia bestaan uit bijv. de kwetsbaarheid voor
psychotische ervaringen tot aan multiple relapsen. Daartussen zit een ‘ultra high risk’
fase, waarin mensen last beginnen te krijgen van hun psychotische ervaringen. Het is
belangrijk om te voorkomen dat je over de ‘psychosedrempel’ heen gaat, omdat dit de
prognose sterk verslechtert.
Onderzoek met screening zodra mensen zich aanmelden; een groep met hoog risico →
22% van die groep stapt over naar het volgende stadium: eerste psychose (zonder
interventie).