Samenvatting Hoofdstuk 4 — Toetsweek 3
Alleen de onderdelen die je voor toetsweek 3 moet kennen
1. LH en FSH
Herkomst
• Hypothalamus → maakt GnRH (gonadotropine-releasing-hormoon)
• GnRH stimuleert de hypofyse (grootte erwt, onder hersenen)
• Hypofyse maakt FSH en LH
FSH — Follikelstimulerend Hormoon
Bij meisjes: stimuleert rijping follikels in ovaria → follikels maken oestrogenen
Bij jongens: stimuleert aanmaak van spermacellen in de wand van de zaadbuisjes
LH — Luteïniserend Hormoon
Bij meisjes: LH-piek → veroorzaakt ovulatie (eisprong) + voltooiing meiose I
◦ Na ovulatie: vormt het gele lichaam (maakt progesteron + oestrogenen)
Bij jongens: stimuleert interstitiële cellen (cellen van Leydig) → maken testosteron
Terugkoppelingen
Negatieve terugkoppeling (= remming)
• Testosteron remt GnRH, FSH en LH (jongens)
• Oestrogenen (laag) remmen GnRH → FSH daalt (begin cyclus meisjes)
• Progesteron remt GnRH, FSH en LH (na ovulatie meisjes)
Positieve terugkoppeling (= stimulering)
• Oestrogenen (hoog) stimuleren GnRH → snelle LH-piek → ovulatie
2. Celcyclus → Meiose
Voorbereiding: Interfase (S-fase)
• DNA verdubbelt → elk chromosoom bestaat uit 2 chromatiden
Meiose I — homologe chromosomen scheiden
Profase I: kernmembraan valt uiteen; chromosomen spiraliseren; homologe chromosomen zoeken elkaar op
◦ Crossing-over: chromatiden wisselen stukjes DNA uit → recombinante chromatiden
Metafase I: chromosoomparen bewegen naar midden
Anafase I: homologe chromosomen scheiden (NIET de chromatiden!) → willekeurige verdeling (recombinatie)
Resultaat: 2 haploïde dochtercellen, elk chromosoom nog 2 chromatiden
Meiose II — chromatiden scheiden
Metafase II: chromosomen naar midden, nieuwe kernspoel
Anafase II: centromeren splitsen, chromatiden gaan uit elkaar
Telofase II: nieuwe kernmembranen, chromosomen despiraliseren, cytoplasma verdeelt zich
Eindresultaat: 4 haploïde gameten (n), elk 23 chromosomen, unieke info door crossing-over + recombinatie
Alleen de onderdelen die je voor toetsweek 3 moet kennen
1. LH en FSH
Herkomst
• Hypothalamus → maakt GnRH (gonadotropine-releasing-hormoon)
• GnRH stimuleert de hypofyse (grootte erwt, onder hersenen)
• Hypofyse maakt FSH en LH
FSH — Follikelstimulerend Hormoon
Bij meisjes: stimuleert rijping follikels in ovaria → follikels maken oestrogenen
Bij jongens: stimuleert aanmaak van spermacellen in de wand van de zaadbuisjes
LH — Luteïniserend Hormoon
Bij meisjes: LH-piek → veroorzaakt ovulatie (eisprong) + voltooiing meiose I
◦ Na ovulatie: vormt het gele lichaam (maakt progesteron + oestrogenen)
Bij jongens: stimuleert interstitiële cellen (cellen van Leydig) → maken testosteron
Terugkoppelingen
Negatieve terugkoppeling (= remming)
• Testosteron remt GnRH, FSH en LH (jongens)
• Oestrogenen (laag) remmen GnRH → FSH daalt (begin cyclus meisjes)
• Progesteron remt GnRH, FSH en LH (na ovulatie meisjes)
Positieve terugkoppeling (= stimulering)
• Oestrogenen (hoog) stimuleren GnRH → snelle LH-piek → ovulatie
2. Celcyclus → Meiose
Voorbereiding: Interfase (S-fase)
• DNA verdubbelt → elk chromosoom bestaat uit 2 chromatiden
Meiose I — homologe chromosomen scheiden
Profase I: kernmembraan valt uiteen; chromosomen spiraliseren; homologe chromosomen zoeken elkaar op
◦ Crossing-over: chromatiden wisselen stukjes DNA uit → recombinante chromatiden
Metafase I: chromosoomparen bewegen naar midden
Anafase I: homologe chromosomen scheiden (NIET de chromatiden!) → willekeurige verdeling (recombinatie)
Resultaat: 2 haploïde dochtercellen, elk chromosoom nog 2 chromatiden
Meiose II — chromatiden scheiden
Metafase II: chromosomen naar midden, nieuwe kernspoel
Anafase II: centromeren splitsen, chromatiden gaan uit elkaar
Telofase II: nieuwe kernmembranen, chromosomen despiraliseren, cytoplasma verdeelt zich
Eindresultaat: 4 haploïde gameten (n), elk 23 chromosomen, unieke info door crossing-over + recombinatie