16.1 Beroepsbevolking en werkgelegenheid Nederland
De geregistreerde beroepsbevolking van Nederland bestaat uit alle personen tussen 15 en 75 jaar die
tenminste 1 uur per week betaald werk verrichten óf betaald werk zoeken in de formele sector
(bedrijven en overheid) en daarvoor direct beschikbaar zijn.
De Nederlandse beroepsbevolking is als gevolg van de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog, de
groei van de allochtone bevolking en de emancipatie op de arbeidsmarkt toegenomen. De
beroepsbevolking hangt echter ook af van de pensioengerechtigde leeftijd en de leeftijd tot welke
leerlingen leerplichtig zijn. Door de ontgroening en vergrijzing neemt de beroepsbevolking in de
komende jaren af.
De vraag naar arbeid omvat de omvang van werkgelegenheid, werkgelegenheid of werkzame
beroepsbevolking is het werkende deel van de beroepsbevolking
De geregistreerde werkzame beroepsbevolking bestaat uit alle personen tussen de 15 en 75 die ten
minste één uur in de week betaald werk verrichten in de formele sector ( bedrijven en collectieve
sector)
De omvang van de beroepsbevolking en werkzame beroepsbevolking wordt bepaald door de
economische situatie.
Als de kans om een baan te vinden kleiner is, besluiten minder mensen werk te zoeken. Dit heet het
ontmoedigingseffect. Anders gezegd is het effect van een lagere werkgelegenheid dat minder
mensen zich op de arbeidsmarkt aanbieden
Mensen gaan eerder solliciteren als de kans om een baan te vinden groter is. Dit heet het
aanzuigeffect. Anders gezegd is het effect van een grotere werkgelegenheid dat meer mensen zich op
de arbeidsmarkt aanbieden.
Participatiegraad= het % dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking tussen de 15 en 75 een baan
heeft of werk zoekt.
Bruto = werkende en werkzoekende
Netto = alleen werkenden
Netto participatiegraad = werkzame beroepsbevolking : bevolking tussen 15 en 75 x 100
De participatiegraad of het deelnemingspercentage van mannen neemt langzaam af. Het
deelnemingspercentage van vrouwen is sterk toegenomen. Dit komt onder andere doordat vrouwen
minder kinderen krijgen en hoger zijn opgeleid dan vroeger. Ook de verbeterde kinderopvang en
minder duurzame relaties hebben geleid tot extra aanbod van vrouwen.
De werkgelegenheid omvat het werkende deel van de beroepsbevolking. Het aantal deeltijdwerkers
( mensen die geen volledige werk werken) en flexibele werknemers (‘flexwerkers’) neemt de laatste
jaren naar verhouding toe ( dit omdat er steeds meer vrouwen werken waardoor man en vrouw
beiden deeltijd gaan werken inplaats van één van de twee voltijd en flexwerkers zijn er meer, omdat
er meer vraag naar is), het aantal voltijdwerknemers ( mensen die een hele week werken) neemt
naar verhouding af ( dit komt doordat de deeltijd en flexwerkers toeneemt).
De werkgelegenheid kan in werkzame personen maar ook in arbeidsuren gemeten worden. de
werkgelegenheid in arbeidsuren wordt ook wel het arbeidsvolume genoemd. Het arbeidsvolume kan
omgerekend worden naar arbeidsjaren
, Een arbeidsjaar is het naar een volledige banen omgerekende aantal werkende, twee personen met
een halve baan tellen als één arbeidsjaar.
De verhouding i/a ratio is de verhouding tussen het aantal inactieve uitkeringsgerechtigden en het
aantal actieven werkenden. Het geeft aan de mate waarin het aantal inactieve worden onderhouden
door de werkende bevolking ( in arbeidsjaren)
De i/a ratio is een indicator voor het draagvlak van de sociale verzekeringen – hoe hoger de ratio hoe
meer mensen moeten worden onderhouden door werkende.
Niet iedereen die werkt wordt als officieel werkende geregistreerd, naast officiële werkgelegenheid is
er ook verborgen werkgelegenheid.
16.2 Werkloosheid in Nederland
Door van de totale beroepsbevolking de werkzame beroepsbevolking af te trekken bereken je de
werkloze beroepsbevolking. Tot de officiële werkloze beroepsbevolking behoren alle personen die:
1 minimaal 15 jaar oud zijn en jonger dan 75 jaar;
2 een baan zoeken van minimaal 1 uur per week;
3 daarvoor onmiddellijk beschikbaar zijn;
4 nu niet of minder dan 1 uur per week werken.
Het werkloosheidspercentage geeft aan hoeveel procent van de beroepsbevolking werkloos is. Het
werkloosheidspercentage onder bijvoorbeeld werkloze allochtonen, laagopgeleiden en vrouwen is
hoger dan dat van autochtonen, hoogopgeleiden en mannen. Het aantal geregistreerde werklozen is
in de winter hoger dan in de zomer. Het CBS publiceert daarom ook werkloosheidscijfers
gecorrigeerd voor seizoeninvloeden. Verborgen werkloosheid is alle niet geregistreerde
werkloosheid.
Werkeloosheidspercentage : officiële werkeloze beroepsbevolking : officiële beroepsbevolking x 100
Als het slecht gaat met de economie is het werkeloosheidspercentage hoog, omdat werkgevers
weinig mensen in dienst willen nemen en er weinig vacatures zijn
Als het goed gaat met de economie is het werkeloosheidspercentage laag, omdat werkgevers veel
mensen nodig hebben en er veel vacatures zijn.
Verborgen werkeloosheid zijn alle niet geregistreerde werkelozen, deze mensen zoeken wel een
baan maar staan niet ingeschreven bij het UWV, vaak omdat ze denken dat er toch geen werk is.
Ook zijn er jongeren die wel een baan zoeken maar doorstuderen om de kans op werk te vergroten.
Werkzoekende boven de 75 en onder de 15 worden ook niet meegerekend.
Ook is er een verschil in werkeloosheid in zomer en winter, dit vanwege seizoeninvloeden.
Het werkeloosheidspercentage is niet voor elke groep werkelozen even hoog, in steden is het
werkeloosheidspercentage bijvoorbeeld hoger dan het gemiddelde van Nederland. Een oorzaak
hiervan is dat in steden meer mensen wonen en in verhouding daar weinig arbeid aanbod voor is.
Ook kan het verschillen per regio, omdat het in de ene regio beter gaat met de economie dan in
andere regio’s
De geregistreerde beroepsbevolking van Nederland bestaat uit alle personen tussen 15 en 75 jaar die
tenminste 1 uur per week betaald werk verrichten óf betaald werk zoeken in de formele sector
(bedrijven en overheid) en daarvoor direct beschikbaar zijn.
De Nederlandse beroepsbevolking is als gevolg van de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog, de
groei van de allochtone bevolking en de emancipatie op de arbeidsmarkt toegenomen. De
beroepsbevolking hangt echter ook af van de pensioengerechtigde leeftijd en de leeftijd tot welke
leerlingen leerplichtig zijn. Door de ontgroening en vergrijzing neemt de beroepsbevolking in de
komende jaren af.
De vraag naar arbeid omvat de omvang van werkgelegenheid, werkgelegenheid of werkzame
beroepsbevolking is het werkende deel van de beroepsbevolking
De geregistreerde werkzame beroepsbevolking bestaat uit alle personen tussen de 15 en 75 die ten
minste één uur in de week betaald werk verrichten in de formele sector ( bedrijven en collectieve
sector)
De omvang van de beroepsbevolking en werkzame beroepsbevolking wordt bepaald door de
economische situatie.
Als de kans om een baan te vinden kleiner is, besluiten minder mensen werk te zoeken. Dit heet het
ontmoedigingseffect. Anders gezegd is het effect van een lagere werkgelegenheid dat minder
mensen zich op de arbeidsmarkt aanbieden
Mensen gaan eerder solliciteren als de kans om een baan te vinden groter is. Dit heet het
aanzuigeffect. Anders gezegd is het effect van een grotere werkgelegenheid dat meer mensen zich op
de arbeidsmarkt aanbieden.
Participatiegraad= het % dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking tussen de 15 en 75 een baan
heeft of werk zoekt.
Bruto = werkende en werkzoekende
Netto = alleen werkenden
Netto participatiegraad = werkzame beroepsbevolking : bevolking tussen 15 en 75 x 100
De participatiegraad of het deelnemingspercentage van mannen neemt langzaam af. Het
deelnemingspercentage van vrouwen is sterk toegenomen. Dit komt onder andere doordat vrouwen
minder kinderen krijgen en hoger zijn opgeleid dan vroeger. Ook de verbeterde kinderopvang en
minder duurzame relaties hebben geleid tot extra aanbod van vrouwen.
De werkgelegenheid omvat het werkende deel van de beroepsbevolking. Het aantal deeltijdwerkers
( mensen die geen volledige werk werken) en flexibele werknemers (‘flexwerkers’) neemt de laatste
jaren naar verhouding toe ( dit omdat er steeds meer vrouwen werken waardoor man en vrouw
beiden deeltijd gaan werken inplaats van één van de twee voltijd en flexwerkers zijn er meer, omdat
er meer vraag naar is), het aantal voltijdwerknemers ( mensen die een hele week werken) neemt
naar verhouding af ( dit komt doordat de deeltijd en flexwerkers toeneemt).
De werkgelegenheid kan in werkzame personen maar ook in arbeidsuren gemeten worden. de
werkgelegenheid in arbeidsuren wordt ook wel het arbeidsvolume genoemd. Het arbeidsvolume kan
omgerekend worden naar arbeidsjaren
, Een arbeidsjaar is het naar een volledige banen omgerekende aantal werkende, twee personen met
een halve baan tellen als één arbeidsjaar.
De verhouding i/a ratio is de verhouding tussen het aantal inactieve uitkeringsgerechtigden en het
aantal actieven werkenden. Het geeft aan de mate waarin het aantal inactieve worden onderhouden
door de werkende bevolking ( in arbeidsjaren)
De i/a ratio is een indicator voor het draagvlak van de sociale verzekeringen – hoe hoger de ratio hoe
meer mensen moeten worden onderhouden door werkende.
Niet iedereen die werkt wordt als officieel werkende geregistreerd, naast officiële werkgelegenheid is
er ook verborgen werkgelegenheid.
16.2 Werkloosheid in Nederland
Door van de totale beroepsbevolking de werkzame beroepsbevolking af te trekken bereken je de
werkloze beroepsbevolking. Tot de officiële werkloze beroepsbevolking behoren alle personen die:
1 minimaal 15 jaar oud zijn en jonger dan 75 jaar;
2 een baan zoeken van minimaal 1 uur per week;
3 daarvoor onmiddellijk beschikbaar zijn;
4 nu niet of minder dan 1 uur per week werken.
Het werkloosheidspercentage geeft aan hoeveel procent van de beroepsbevolking werkloos is. Het
werkloosheidspercentage onder bijvoorbeeld werkloze allochtonen, laagopgeleiden en vrouwen is
hoger dan dat van autochtonen, hoogopgeleiden en mannen. Het aantal geregistreerde werklozen is
in de winter hoger dan in de zomer. Het CBS publiceert daarom ook werkloosheidscijfers
gecorrigeerd voor seizoeninvloeden. Verborgen werkloosheid is alle niet geregistreerde
werkloosheid.
Werkeloosheidspercentage : officiële werkeloze beroepsbevolking : officiële beroepsbevolking x 100
Als het slecht gaat met de economie is het werkeloosheidspercentage hoog, omdat werkgevers
weinig mensen in dienst willen nemen en er weinig vacatures zijn
Als het goed gaat met de economie is het werkeloosheidspercentage laag, omdat werkgevers veel
mensen nodig hebben en er veel vacatures zijn.
Verborgen werkeloosheid zijn alle niet geregistreerde werkelozen, deze mensen zoeken wel een
baan maar staan niet ingeschreven bij het UWV, vaak omdat ze denken dat er toch geen werk is.
Ook zijn er jongeren die wel een baan zoeken maar doorstuderen om de kans op werk te vergroten.
Werkzoekende boven de 75 en onder de 15 worden ook niet meegerekend.
Ook is er een verschil in werkeloosheid in zomer en winter, dit vanwege seizoeninvloeden.
Het werkeloosheidspercentage is niet voor elke groep werkelozen even hoog, in steden is het
werkeloosheidspercentage bijvoorbeeld hoger dan het gemiddelde van Nederland. Een oorzaak
hiervan is dat in steden meer mensen wonen en in verhouding daar weinig arbeid aanbod voor is.
Ook kan het verschillen per regio, omdat het in de ene regio beter gaat met de economie dan in
andere regio’s