Orthopedagogiek
Radboud Universiteit Nijmegen
Inleiding Orthopedagogiek
Bachelor jaar 1, Premaster jaar 1
PWB1290
,Inhoud
Inleiding ..................................................................................................................................... 3
Delinquentie ............................................................................................................................... 3
Kindermishandeling, verwaarlozing, gezinnen met meervoudige en complexe problemen ...... 6
Minderjarige slachtoffers van mishandeling en verwaarlozing ................................................. 8
Leerstoornissen, speciaal onderwijs - clusteronderwijs ........................................................... 11
Vluchtelingkinderen en culturele diversiteit ............................................................................ 13
Minderheden in de jeugdzorg ................................................................................................... 14
Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking ......................................................... 16
Residentiële hulpverlening ....................................................................................................... 19
Kinderen met autisme ............................................................................................................... 23
Kinderen en jongeren met een auditieve beperking en TOS, visuele beperking en
doofblindheid ........................................................................................................................... 27
Kinderen en jongeren met visuele beperkingen en doofblindheid ........................................... 28
Kinderen en jongeren met een fysieke beperking en chronisch zieke kinderen ...................... 31
Zieke kinderen en jongeren ...................................................................................................... 34
,Inleiding
Lijnen zorg:
- Eerste lijn zorg: huisarts, orthopedagoog, psycholoog
- Tweede lijn zorg: gespecialiseerde hulpverleners zoals psychotherapeuten en
psychiaters
- Derde lijn zorg: gespecialiseerde zorg, zoals academische centra voor kind- en
jeugdpsychiatrie
Handelen:
- Intentioneel handelen: hierbij is een vorm van reflectie aanwezig
- Functioneel handelen: hierbij is er geen sprake van reflectie, maar doet men het
‘gewoon’
In de psychoanalytische literatuur wordt de nadruk gelegd op onbewuste en aangeboren
driften die zich in het sociale contact met de omgeving hebben ontwikkeld tot
handelingspatronen. Het onbewuste bepaalt ons handelen. Via psychoanalyse is inzicht te
verkrijgen in deze onbewuste processen en kan verandering optreden.
De leertheorie richt de focus op het zichtbare gedrag en op de manier waarop dit verandert
onder invloed van omgevingscondities. Menselijk gedrag wordt aangeleerd.
De humanistische psychologie legt nadruk op de mens als een wezen dat betekenis geeft,
ervaart, interpreteert en vrij kan zijn. De mens is niet te reduceren tot driften of aangeleerd
gedrag, maar is een totale persoon die bewust zelf verantwoordelijkheid kan nemen, keuzes
kan maken en die zichzelf kan ontwikkelen.
De biopsychologie ziet het menselijk handelen als bepaald door onze hersenen. Het is te
observeren, meetbaar en bijvoorbeeld met medicatie chemisch beïnvloedbaar.
Delinquentie
- Tussen 12 en 18 jaar gestraft volgens het jeugdstrafrecht
- Vanaf 18 jaar volwassenenstrafrecht
- Adolescentenstrafrecht voor jongeren van 16 tot 23 jaar
Bij jeugdstrafrecht wordt de straf zoveel mogelijk pedagogisch ingericht.
Verschillende delicten:
- Gewelds- en zedendelicten → bijv. mishandeling en aanranding
- Eigendoms- en vermogensdelicten → bijv. diefstal, oplichting en fraude
- Vernieling en delicten tegen de openbare orde: bijv. huisvredebreuk en discriminatie
- Verkeersdelicten → bijv. het rijden onder invloed en joyriding (rijden in andermans
voertuig)
- Drugsdelicten → bijv. het gebruik van harddrugs
- Statusdelicten → betreft gedragingen die op zich geen delicten zijn, maar die wel
reden tot gerechtelijke interventie kunnen worden indien ze verbonden zijn aan de
status van de persoon, zoals het kopen van alcohol onder de 18 of spijbelen terwijl
iemand leerplichtig is.
, Prevalentie in kaart brengen → kan met drie verschillende methoden. Beste is om deze te
combineren omdat iedere methode niet 100% valide is
1. Officiële statistieken: geven informatie over het aatal jonge daders dat in aanmerking
is gekomen met politie en/of justitie, maar niet over niet-ontdekte of niet-gemelde
delicten (‘dark number’)
2. Zelfrapportage
3. Rapportage door slachtoffers
Twee soorten delinquenten;
1. Adolescence limited: omvat de meeste jeugdigen en bestaat uit jongeren met een
criminele loopbaan van een relatief korte duur
2. Life-course persistent: kleine groep delinquenten die antisociaal gedrag vertonen
gedurende de gehele levensloop
3. Childhood limited: begint tijdens de kindertijd met het vertonen van externaliserende
gedragsproblemen en stopt daarmee tijdens de adolescentie
Mogelijke verklaringen voor de daling in jeugdcriminaliteit:
1. Registratie-effecten: verandering in de prioriteiten in de opsporing van
jeugdcriminaliteit en verandering in werkprocessen bij de politie
2. Crime debut hypothese: gelegenheid tot het plegen van delicten is afgenomen door een
toegenomen beveiliging in de samenleving
3. Sociale media hypothese: daling is een resultaat van de digitalisering in de
samenleving
4. Sociaal-culturele houding hypothese: er is een veranderende houding van jongeren en
ouders ten aanzien van risicogedrag
Vormen delinquenten:
- First offenders: jongeren tegen wie één proces-verbaal is gemaakt
- Meerplegers: jongeren tegen wie twee tot vijf keer een proces-verbaal is opgemaakt
- Veelplegers/recidivisten: jongeren tegen wie meer dan vijf keer een proces-verbaal is
opgemaakt
Dosis-responsrelatie: hoe groter het aantal risicofactoren, des te kleiner het aantal
beschermende factoren is en hoe groter de kans is dat jeugdigen problematisch gedrag laten
zien.
Soorten risico- en beschermende factoren:
- Statistische factoren: hebben betrekking op gebeurtenissen en omstandigheden die niet
veranderd kunnen worden d.m.v. behandeling
- Dynamische factoren: omvatten gebeurtenissen of omstandigheden die wel
veranderbaar zijn