‘Een slotbeschouwing over het kwalitatief onderzoek naar zwartrijden’
Door
Milou De Wandeler
Studentnummer: 2759822
Kwalitatieve Methode en Technieken van Criminologisch Onderzoek
Vrije Universiteit Amsterdam
Werkgroep 5
Vakdocent: N. Naarden
Woorden: 3358
29 maart 2024
, Inleiding
Zwartrijden, oftewel het reizen zonder geldig vervoersbewijs, is een steeds vaker voorkomend
fenomeen in het openbaar vervoer. Volgens de GVB is het aantal zwartrijders in 2022 met
vijftig procent toegenomen ten opzichte van 2019, het jaar vóór de coronapandemie
(Kruyswijk, 2023). De drijfveren die achter dit gedrag schuil gaan blijven echter nog
onduidelijk. Kwalitatief onderzoek kan hierbij helpen doordat dit type onderzoek is gericht op
het verkrijgen van inzicht in de motieven en ervaringen die ten grondslag liggen aan gedrag.
Er zijn diverse methoden die hierbinnen worden toegepast, waar observeren en interviewen
twee voorbeelden van zijn (Decorte & Zaitch, 2016). Dit kwalitatief onderzoek tracht, door
middel van directe observaties en interviews, antwoord te geven op de hoofdvraag: ‘Wat zijn
voorspellende factoren voor zwartrijden in het openbaar vervoer?’.
In totaal zijn er twee observaties en twee interviews uitgevoerd allen door de
onderzoeker Milou De Wandeler. Het eerste interview vond plaats op 20 februari in het
hoofdgebouw van de Vrije Universiteit Amsterdam, met als respondent een medestudent
genaamd Simone. Het tweede interview werd afgenomen op 9 maart in Schagen bij de
respondent, Babet, thuis. Beide observaties werden uitgevoerd bij de toegangspoortjes op het
metrostation van Amsterdam-Zuid, waarbij de eerste observatie plaatsvond op 15 februari en
de tweede op 26 februari. Bij de observaties was het zwartrijden specifiek gericht op de metro
als vervoersmiddel.
Dit verslag presenteert een slotbeschouwing van het uitgevoerde kwalitatieve
onderzoek, in opdracht van de Vrije Universiteit Amsterdam voor het vak ‘Kwalitatieve
Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek’. De eerste paragraaf bespreekt de
inhoudelijke bevindingen van het onderzoek. De tweede paragraaf evalueert de gebruikte
onderzoeksmethoden. Vervolgens wordt er in het derde paragraaf aandacht besteed aan
vervolgstappen en de voortzetting van het onderzoek. Tot slot wordt er een beknopte
conclusie gegeven.
1. Inhoudelijke bevindingen
In deze paragraaf worden zowel bevinding uit de interviews als de observaties
weergegeven, waarbij geprobeerd wordt om verbanden te leggen tussen beide in de vorm
van algemene thema’s. Het is van belang om op te merken dat de observaties uitsluitend
gericht zijn op de metro als vervoersmiddel, terwijl de interviews betrekking hadden op
zwartrijden in meerdere soorten openbaar vervoer. Om algemene verbanden te kunnen
2