Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

SAMENVATTING PSYCHOPATHOLOGIE: Alle stof deeltentamen 2!

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
71
Geüpload op
02-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van alle stof van psychopathologie deeltentamen 2. Het bevat alle 1 artikel (Kooij et al., 2019) en de boekhoofdstukken (H4, H5, H6, H10, H13, H14, H15, H16, H17 en H20). Het boek betreft de 3e druk. Veel succes met leren :)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Psychopathologie – Samenvatting
boek en artikelen
Artikel – Kooij et al. (2019): Updated European Consensus Statement on diagnosis and treatment
of adult ADHD

1). Inleiding
ADHD heeft een sterke klinische presentatie wat betreft genetica, neurobiologie, het
lijden/moeilijkheden in functioneren en de beschikbare behandelingen. Toch is er sprake van
onderdiagnose en onderbehandeling. Gespecialiseerde zorg is weinig aanwezig. In dit artikel wordt
een update van de beschikbare literatuur gegeven over de diagnose en behandeling van
volwassenen met ADHD.

2). Erfelijkheid en omgeving
- ADHD is sterk erfelijk: familie-, tweeling- en adoptieonderzoek laat zien dat genetische
factoren een grote rol spelen.
- Eerstegraads familieleden hebben een 4–5 keer hogere kans op ADHD (ongeveer 20%).
- Erfelijkheid wordt bij kinderen rond de 76% geschat.
- Bij volwassenen lijken lagere cijfers (30–40%) vooral te komen door zelfrapportage; met
betere meetmethoden liggen schattingen ook rond 70–80%.

Vroege genetische studies vonden verbanden met bepaalde genen (zoals dopaminereceptoren),
maar deze verklaren slechts een klein deel van ADHD. Grootschalige genetische studies (GWAS)
tonen aan dat ADHD polygenetisch is: veel genvarianten dragen elk een klein beetje bij. Ongeveer
30% van de erfelijkheid wordt verklaard door veelvoorkomende genetische variaties. ADHD deelt
genetische overlap met o.a. depressie, obesitas en schoolprestaties. Ook zeldzame genetische
afwijkingen (CNV’s) spelen bij een kleine groep een rol.

Onderzoek naar genetica bij volwassenen staat nog in ontwikkeling, maar laat zien dat ADHD bij
kinderen en volwassenen grotendeels dezelfde genetische basis heeft.
Omgevingsfactoren spelen ook een rol, vooral tijdens de zwangerschap (bijv. alcohol, drugs, stress,
vroeggeboorte). Sommige verbanden blijken echter door genetische factoren verklaard te worden.
Ernstige vroege verwaarlozing kan wel een directe oorzaak zijn. De interactie tussen genen en
omgeving is waarschijnlijk belangrijk, maar nog onvoldoende begrepen.

3). Neurobiologie van ADHD
Onderzoek naar de neurobiologie van ADHD laat zien dat er subtiele afwijkingen in de
hersenen bestaan, maar geen eenduidig beeld. Structurele hersenscans tonen verschillen in grijze
stof in gebieden zoals de frontale cortex, basale ganglia en het cerebellum, en een dunnere
hersenschors. Deze verschillen zijn duidelijker bij kinderen en lijken met de leeftijd kleiner te
worden.

Onderzoek naar witte stof (verbindingen tussen hersengebieden) wijst op verstoringen in netwerken
die betrokken zijn bij aandacht en informatieverwerking. ADHD lijkt dus niet alleen specifieke
hersengebieden te betreffen, maar vooral de communicatie tussen hersennetwerken.
Functionele MRI-studies laten zien dat ADHD gepaard gaat met een verstoorde activiteit in
hersennetwerken die betrokken zijn bij aandacht, executieve functies en timing. Er is vaak minder
activiteit in controle- en aandachtsnetwerken en juist meer activiteit in het ‘default mode network’

,(actief tijdens rust), wat wijst op problemen met het schakelen tussen rust en taakgericht denken. Bij
mensen bij wie ADHD aanhoudt in de volwassenheid blijven deze netwerkproblemen bestaan.
Neuropsychologische tests tonen dat mensen met ADHD gemiddeld zwakker scoren op executieve
functies, maar deze tests zijn niet betrouwbaar genoeg voor diagnose op individueel niveau.
Klinische beoordeling blijft noodzakelijk. Aanvullende tests kunnen wel helpen bij het verbeteren van
de diagnostiek. Elektrofysiologisch onderzoek (zoals EEG) laat ook verschillen in hersenactiviteit zien,
maar is nog onvoldoende nauwkeurig voor diagnose. Kortom, ADHD heeft een duidelijke
neurobiologische basis, maar er bestaat nog geen enkele test die op zichzelf de diagnose kan stellen.

4). ICD en DSM-criteria voor ADHD
Er zijn twee belangrijke diagnostische systemen voor ADHD: de DSM en de ICD. In de DSM-5 is ADHD
ingedeeld als een neuro-ontwikkelingsstoornis en zijn de criteria aangepast voor volwassenen.
Belangrijke veranderingen zijn o.a.: een latere leeftijdsgrens voor begin van symptomen (voor 12
jaar), een lagere drempel (5 symptomen voor volwassenen), en meer aandacht voor variatie in
symptomen over de levensloop. De ICD-11 sluit hier grotendeels bij aan.

De diagnose bij volwassenen is vooral gebaseerd op klinische beoordeling, met aandacht voor zowel
huidige klachten als symptomen in de kindertijd. Zelfrapportage is belangrijk, maar informatie van
naasten (zoals partner of ouders) kan helpen, vooral omdat volwassenen zich hun jeugd niet altijd
goed herinneren.

Het klinisch beeld van ADHD bij volwassenen omvat:
- Aandachtsproblemen en soms juist hyperfocus bij interessante taken
- Hyperactiviteit, vaak als innerlijke onrust in plaats van zichtbare drukte
- Impulsiviteit, wat kan leiden tot problemen in relaties, werk en financiën
- Emotieregulatieproblemen, zoals prikkelbaarheid en stemmingswisselingen
- Overmatig dagdromen (mind wandering), wat sterk samenhangt met ADHD
- Problemen met executieve functies, zoals plannen, organiseren en zelfcontrole

ADHD kan een grote impact hebben op het leven, met risico’s zoals school- en werkproblemen,
verslaving, ongelukken, gezondheidsproblemen en relationele moeilijkheden. Tegelijk kunnen
sommige volwassenen hun klachten deels compenseren of zelfs uitblinken in bepaalde situaties,
terwijl ze in andere domeinen vastlopen.

5). Prevalentie van ADHD over de levensloop
ADHD komt vaak voor bij kinderen (ongeveer 3–5%) en blijft in de meeste gevallen bestaan
gedurende het leven, soms volledig en soms in gedeeltelijke vorm. Bij volwassenen ligt de
prevalentie rond de 2,8%, en ADHD kan ook op oudere leeftijd (>60 jaar) voorkomen, vaak met
bijkomende problemen zoals stemmingsklachten, gezondheidsproblemen en sociale moeilijkheden.
Er zijn duidelijke sekseverschillen: jongens worden vaker gediagnosticeerd dan meisjes in de
kindertijd, maar dit verschil verdwijnt grotendeels op volwassen leeftijd. ADHD wordt bij meisjes en
vrouwen vaak gemist, onder andere omdat zij minder hyperactief gedrag vertonen, symptomen
beter maskeren en vaker andere klachten (zoals angst of depressie) hebben.

De overgang van jeugd- naar volwassenenzorg is vaak problematisch. Veel jongeren met ADHD
hebben blijvende zorg nodig, maar vallen toch uit door gebrekkige overdracht tussen zorgsystemen
en een tekort aan gespecialiseerde volwassenenzorg. Over late-onset ADHD (ADHD die pas later
begint) bestaat discussie. In de meeste gevallen blijken er al eerder symptomen aanwezig te zijn
geweest, maar niet sterk genoeg om toen de diagnose te stellen. Echte late-onset ADHD lijkt
zeldzaam. Daarom is zorgvuldige diagnostiek belangrijk, inclusief aandacht voor andere mogelijke
oorzaken zoals comorbiditeit of middelengebruik.

,6). Screening en diagnostische assessment
Voor screening van ADHD bij volwassenen wordt vaak gebruikgemaakt van vragenlijsten zoals de
ASRS (ontwikkeld met steun van de WHO), die betrouwbaar is in het opsporen van ADHD. Screening
is vooral belangrijk bij mensen met langdurige klachten zoals aandachtsproblemen, rusteloosheid of
impulsiviteit, en bij risicogroepen zoals familieleden van ADHD-patiënten en mensen met andere
psychische stoornissen.

De diagnostiek gebeurt via een uitgebreide klinische beoordeling, vaak met semigestructureerde
interviews zoals DIVA. Hierbij wordt gekeken naar symptomen in zowel de kindertijd als
volwassenheid, en naar beperkingen in meerdere levensdomeinen (bijv. werk, relaties). Informatie
van naasten kan helpen om een volledig beeld te krijgen.

Een belangrijk onderdeel van de beoordeling is het in kaart brengen van comorbiditeit (andere
stoornissen), omdat ADHD hier vaak mee samengaat (60–80%). Veelvoorkomende bijkomende
problemen zijn stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelengebruik. Dit maakt de diagnose
complex en beïnvloedt ook de behandeling.

ADHD kan soms moeilijk te herkennen zijn, bijvoorbeeld bij mensen met een hoge intelligentie of
goede compensatiestrategieën, waardoor klachten gemaskeerd worden.
Daarnaast komt ADHD vaker voor in de forensische populatie (bijv. gevangenissen), waar het
samenhangt met een verhoogd risico op criminaliteit, vooral in combinatie met andere gedrags- en
middelenproblemen.

7). Behandeling
De behandeling van ADHD bij volwassenen is multimodaal, en combineert meestal psycho-educatie,
medicatie, cognitieve gedragstherapie (CGT) en coaching. Ook betrokkenheid van partner of familie
kan belangrijk zijn.

Omdat ADHD vaak samen voorkomt met andere stoornissen (zoals angst, depressie of verslaving),
moet eerst gekeken worden naar comorbiditeit. Ernstige problemen (bijv. psychose, zware
depressie, verslaving) worden meestal eerst behandeld; mildere klachten kunnen tegelijk met ADHD
worden aangepakt. Psycho-educatie is de eerste stap: patiënten en hun omgeving krijgen uitleg over
ADHD, wat helpt bij begrip en functioneren.

Medicatie is vaak effectief:
- Stimulantia (zoals methylfenidaat en amfetamines) zijn eerste keus en hebben de sterkste
werking
- Atomoxetine is een alternatief, vooral bij angst of risico op misbruik
- Andere middelen (zoals bupropion of guanfacine) worden minder vaak gebruikt

Medicatie vermindert niet alleen symptomen, maar hangt ook samen met minder ongelukken,
criminaliteit en depressie. Bijwerkingen zijn meestal mild (bijv. slaapproblemen, verminderde
eetlust, verhoogde hartslag). Bij speciale groepen (zoals mensen met bipolaire stoornis, verslaving,
studenten of zwangere vrouwen) is extra voorzichtigheid nodig en moet behandeling individueel
worden afgestemd. CGT is een belangrijke aanvulling op medicatie en helpt bij vaardigheden zoals
plannen, emotieregulatie en impulscontrole. Alleen CGT is meestal minder effectief dan
combinatiebehandeling. Coaching kan helpen bij dagelijkse structuur en praktische vaardigheden,
maar er is nog beperkt wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit. Kortom, de meest effectieve

, aanpak is een combinatie van behandelingen, afgestemd op de persoon en eventuele bijkomende
problemen.

8). Kosten en effectiviteit
ADHD heeft een grote economische impact op individuen, families en de samenleving. Kosten
bestaan uit:
- Directe kosten: zorg, behandeling en medische diensten
- Indirecte kosten: verminderde productiviteit, werkproblemen, ongelukken, middelengebruik
en betrokkenheid bij justitie

Onderzoek laat zien dat de totale maatschappelijke kosten van ADHD aanzienlijk zijn, al verschillen
schattingen per land en zorgsysteem. Wat betreft kosteneffectiviteit: behandeling van ADHD wordt
als zinvol gezien, vooral door de effectiviteit en relatief lage kosten van medicatie. Bij kinderen is
duidelijk aangetoond dat medicatie kosteneffectief is; voor volwassenen is hier nog minder
onderzoek naar, maar de verwachting is vergelijkbaar.

9). Stigma rondom ADHD
Er bestaat nog steeds veel stigma rond ADHD, gevoed door misvattingen zoals slechte opvoeding,
luiheid of gevaarlijk gedrag. Media en publieke opinie zijn vaak negatiever over ADHD dan over
andere stoornissen. Ook twijfel over de diagnose en scepsis tegenover medicatie dragen bij aan dit
stigma. Stigma heeft belangrijke gevolgen: het kan leiden tot zelfstigma, verminderde
therapietrouw, slechtere behandelresultaten en lagere levenskwaliteit. Mensen met ADHD kunnen
zich anders voelen dan anderen en zichzelf negatief beoordelen, al kiezen sommigen er juist voor om
open te zijn over hun diagnose.

Ook bij zorgprofessionals bestaat soms onvoldoende kennis of twijfel over ADHD, wat kan leiden tot
onderdiagnose en onderbehandeling. Gebrek aan opleiding speelt hierbij een grote rol.
Het verminderen van stigma vraagt om betere voorlichting (psycho-educatie), zowel voor het
publiek als voor professionals. Meer aandacht voor ADHD in opleidingen en betere samenwerking
binnen zorgsystemen zijn essentieel. Stigma kan mensen ervan weerhouden hulp te zoeken, dus
bewustwording en correcte informatie zijn cruciaal voor goede behandeling.

10). Conclusies
Deze consensusverklaring benadrukt dat ADHD een valide en goed onderbouwde neuro-
ontwikkelingsstoornis is met een sterke erfelijke component. ADHD begint in de kindertijd en
kan het hele leven aanhouden, tot op oudere leeftijd, vaak met aanzienlijke psychosociale
problemen en comorbiditeit.

De stoornis veroorzaakt veel persoonlijk lijden en brengt ook maatschappelijke kosten met zich mee
wanneer ze niet wordt herkend en behandeld. De DSM-5 heeft de diagnostiek bij adolescenten en
volwassenen verbeterd, maar een zorgvuldige beoordeling blijft essentieel, inclusief
levensloopgeschiedenis en informatie van naasten. De behandeling moet multimodaal zijn (psycho-
educatie, medicatie en therapie/coaching).

Daarnaast is meer aandacht nodig voor het verminderen van stigma en het vergroten van kennis bij
zowel het publiek als zorgprofessionals. Verder onderzoek is nodig, vooral naar ADHD bij vrouwen en
bij ouderen, om de zorg en behandeling verder te verbeteren.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H4, h5, h6, h10, h13, h14, h15, h16, h17, h20
Geüpload op
2 april 2026
Aantal pagina's
71
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.97
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
PsychologieSamenvattingenUU Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
81
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
18
Laatst verkocht
1 week geleden

4.0

4 beoordelingen

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen