Stoornissen in de waarneming:
Visuele veldeffecten: beschadigd visueel systeem tussen retina en V1.
Hierdoor valt deel gezichtsveld uit.
- schade in de banen vóór bereiken V1
- hersenen lossen deze uitval op door invullen obv verwachtingen
Corticale blindheid: complete blindheid aan beide kanten door beschadiging in
V1
- Blindsight: patiënt heeft geen visuele ervaringen (ziet niks), maar kan toch
reageren op stimuli door bv. Oogbewegingen. Dit kan alleen wanneer andere
banen via LGN nog intact zijn
- Syndroom van Anton: corticaal blind maar niet bewust hiervan, anosognosie in
eigen blindheid
Cerebrale achromatopsie: kleurenblind door schade aan V4 ventrale baan.
Wereld in grijstinten, terwijl kleurverwerking door kegeltjes wel goed gaat.
- cerebrale dyschromatopsie: wanneer er wel nog enige kleurwaarneming is,
maar wel verminderd vermogen om kleuren te onderscheiden
Akinetopsie: het niet kunnen waarnemen van visuele beweging. Bilaterale
schade aan V5 dorsaal.
Visuele agnosie: het onvermogen om objecten te herkennen o.b.v. visuele
waarneming. Basale visuele functies zijn intact, maar worden niet voldoende
geïntegreerd waardoor er geen herkenning plaatsvindt. Objecten worden wel
herkend als andere zintuigen worden ingezet
- apperceptieve agnosie: geen compleet mentaal beeld kunnen vormen van
objecten, niet kunnen natekenen
- associatieve agnosie: wel een complete representatie, maar niet kunnen
koppelen aan kennis waardoor herkenning niet mogelijk is.
- prosopagnosie: het niet kunnen herkennen van gezichten
Optische ataxie: stoornis in handbewegingen die gestuurd worden door de
visus: moeite met reiken naar hand of grijpen van objecten. Geen stoornis in
visuele functies of objectherkenning
- storing zit in gebied waar occipitaal en parietaal elkaar raken
Syndroom van Balint: bilaterale laesies in de posterieur parietale kwab zorgt
voor een combinatie van:
- optische ataxie
- oculaire apraxie: probleem met aansturen vrijwillige oogbewegingen
- simultaanagnosie: moeite met het waarnemen van meerdere objecten
tegelijkertijd
Neglect: stoornis in de aandacht, kan ook op andere zintuigelijke waarnemingen
invloed hebben.
- laesie zit rechts parietaal. Stoornis zit links
- geen ziekte-inzicht
- far-neglect: temporaal
- near-neglect: parietaal
Auditief gebied: minder stoornissen. Bloedtoevoer vanuit meerdere plaatsen en
bilaterale integratie
, Corticale doofheid: cortex kan geluid niet meer waarnemen terwijl er geen
schade zit aan hersenstam/oor.
Auditieve agnosie: stoornissen in herkennen van auditieve informatie terwijl ze
wel richting en afkomst kunnen horen
- schade linkstemporaal
Amorfognosie: stoornissen in tactiele objectdiscriminatie van
macrogeometrische objecteigenschappen
Ahylognosie: stoornis in het onderscheiden van microgeometrische
objecteigenschappen
Tactiele agnosie: onvermogen om objecten te herkennen o.b.v. controlaterale
hand
- parietaal schade
Tactiele apraxie: stoornis in uitvoeren verkennende handelingen van
contralaterale hand
- frontaal of parietaal
Vestibulaire stoornissen: stoornis in balans en beweiging door stoornis in
basale verwerking van prikkels in evenwichtsorgaan.
- pusher syndroom: waarnemen van kanteling lichaamspositie waarbij je
contralesionaal gaat duwen/leunen
Hemianopsie: gezichtsveldverlies in één helft door stoornis in transmissie van
signaal
- bewust van gezichtsverlies, overcompensatie waardoor normaal presteren op
NPO
Ageusie: verlies smaak
Hypogeusie: minder smaak
Dysgeusie: verandering smaak
Gustatorische agnosie: stoornis in herkennen/benoemen van smaak.
Anosmie: verlies reuk. Invloed op voeding, gewicht, weerstand en depressie
Hyponosmie: minder reuk
Fantosmie: geurhallucinaties
Agnosmie: stoornis in herkennen/benoemen geur
Stoornissen in het geheugen:
Amnesie: vergeetachtigheid, hersenfunctiestoornis
- retrograde amnesie: als het gaat om de herinneringen vóór hersenletsel
- anterograde amnesie: als het gaat om de herinneringen na hersenletsel
Amnestisch syndroom: zeer ernstige geheugenstoornis in leren en ophalen van
nieuwe episodische informatie
Transcient global amnesie: anterograde amnesia die accuut optreedt na letsel
en korter dan 24u duurt. Goede prognose
Transcient epileptic amnesie: amnesie als gevolg van epileptie
Functioneel amnesie: door psychische stoornissen geen toegang in bewustzijn
waardoor er gaten in autobiografische geheugen optreden.
Visuele veldeffecten: beschadigd visueel systeem tussen retina en V1.
Hierdoor valt deel gezichtsveld uit.
- schade in de banen vóór bereiken V1
- hersenen lossen deze uitval op door invullen obv verwachtingen
Corticale blindheid: complete blindheid aan beide kanten door beschadiging in
V1
- Blindsight: patiënt heeft geen visuele ervaringen (ziet niks), maar kan toch
reageren op stimuli door bv. Oogbewegingen. Dit kan alleen wanneer andere
banen via LGN nog intact zijn
- Syndroom van Anton: corticaal blind maar niet bewust hiervan, anosognosie in
eigen blindheid
Cerebrale achromatopsie: kleurenblind door schade aan V4 ventrale baan.
Wereld in grijstinten, terwijl kleurverwerking door kegeltjes wel goed gaat.
- cerebrale dyschromatopsie: wanneer er wel nog enige kleurwaarneming is,
maar wel verminderd vermogen om kleuren te onderscheiden
Akinetopsie: het niet kunnen waarnemen van visuele beweging. Bilaterale
schade aan V5 dorsaal.
Visuele agnosie: het onvermogen om objecten te herkennen o.b.v. visuele
waarneming. Basale visuele functies zijn intact, maar worden niet voldoende
geïntegreerd waardoor er geen herkenning plaatsvindt. Objecten worden wel
herkend als andere zintuigen worden ingezet
- apperceptieve agnosie: geen compleet mentaal beeld kunnen vormen van
objecten, niet kunnen natekenen
- associatieve agnosie: wel een complete representatie, maar niet kunnen
koppelen aan kennis waardoor herkenning niet mogelijk is.
- prosopagnosie: het niet kunnen herkennen van gezichten
Optische ataxie: stoornis in handbewegingen die gestuurd worden door de
visus: moeite met reiken naar hand of grijpen van objecten. Geen stoornis in
visuele functies of objectherkenning
- storing zit in gebied waar occipitaal en parietaal elkaar raken
Syndroom van Balint: bilaterale laesies in de posterieur parietale kwab zorgt
voor een combinatie van:
- optische ataxie
- oculaire apraxie: probleem met aansturen vrijwillige oogbewegingen
- simultaanagnosie: moeite met het waarnemen van meerdere objecten
tegelijkertijd
Neglect: stoornis in de aandacht, kan ook op andere zintuigelijke waarnemingen
invloed hebben.
- laesie zit rechts parietaal. Stoornis zit links
- geen ziekte-inzicht
- far-neglect: temporaal
- near-neglect: parietaal
Auditief gebied: minder stoornissen. Bloedtoevoer vanuit meerdere plaatsen en
bilaterale integratie
, Corticale doofheid: cortex kan geluid niet meer waarnemen terwijl er geen
schade zit aan hersenstam/oor.
Auditieve agnosie: stoornissen in herkennen van auditieve informatie terwijl ze
wel richting en afkomst kunnen horen
- schade linkstemporaal
Amorfognosie: stoornissen in tactiele objectdiscriminatie van
macrogeometrische objecteigenschappen
Ahylognosie: stoornis in het onderscheiden van microgeometrische
objecteigenschappen
Tactiele agnosie: onvermogen om objecten te herkennen o.b.v. controlaterale
hand
- parietaal schade
Tactiele apraxie: stoornis in uitvoeren verkennende handelingen van
contralaterale hand
- frontaal of parietaal
Vestibulaire stoornissen: stoornis in balans en beweiging door stoornis in
basale verwerking van prikkels in evenwichtsorgaan.
- pusher syndroom: waarnemen van kanteling lichaamspositie waarbij je
contralesionaal gaat duwen/leunen
Hemianopsie: gezichtsveldverlies in één helft door stoornis in transmissie van
signaal
- bewust van gezichtsverlies, overcompensatie waardoor normaal presteren op
NPO
Ageusie: verlies smaak
Hypogeusie: minder smaak
Dysgeusie: verandering smaak
Gustatorische agnosie: stoornis in herkennen/benoemen van smaak.
Anosmie: verlies reuk. Invloed op voeding, gewicht, weerstand en depressie
Hyponosmie: minder reuk
Fantosmie: geurhallucinaties
Agnosmie: stoornis in herkennen/benoemen geur
Stoornissen in het geheugen:
Amnesie: vergeetachtigheid, hersenfunctiestoornis
- retrograde amnesie: als het gaat om de herinneringen vóór hersenletsel
- anterograde amnesie: als het gaat om de herinneringen na hersenletsel
Amnestisch syndroom: zeer ernstige geheugenstoornis in leren en ophalen van
nieuwe episodische informatie
Transcient global amnesie: anterograde amnesia die accuut optreedt na letsel
en korter dan 24u duurt. Goede prognose
Transcient epileptic amnesie: amnesie als gevolg van epileptie
Functioneel amnesie: door psychische stoornissen geen toegang in bewustzijn
waardoor er gaten in autobiografische geheugen optreden.