Inhoud
Hoorcollege 1.1: Introductie......................................................................2
Hoorcollege 1.2: Pathologie bij kinderen en adolescenten........................2
Hoorcollege 1.3: Centraal zenuwstelsel en ontwikkeling..........................8
Hoorcollege 2.1: Groei en degeneratie...................................................13
Hoorcollege 2.2: Leefstijldeterminanten.................................................19
Hoorcollege 3.1: Diabetes Mellitus..........................................................23
Hoorcollege 3.2: Voeding en bewegen....................................................31
Hoorcollege 4.1: Toegepaste anatomie wervelkolom..............................40
Hoorcollege 4.2: Fysiologie van stress....................................................43
Hoorcollege 5.1: Stress en slaap.............................................................48
Hoorcollege 5.2: Spijsvertering...............................................................52
Hoorcollege 6.1: Fysiologie van pijn – nociplastische pijn.......................59
Hoorcollege 6.2: Neuroplasticiteit en leren.............................................67
Werkcollege 1: Communicatie en gedrag...............................................72
Werkcollege 2: Validiteit en reproduceerbaarheid..................................72
Werkcollege 3: Therapeutische diagnose en risico analyse....................74
,Hoorcollege 1.1: Introductie
- Geïndiceerde preventie = is een vorm van preventie die zich
richt op individuen met een verhoogd risico op een bepaald
probleem of ziekte, maar die nog geen duidelijke symptomen
vertonen. Het doel is om te voorkomen dat het probleem zich
daadwerkelijk ontwikkelt.
- Zorggerelateerde preventie = is een vorm van preventie die zich
richt op mensen die al een bepaalde aandoening of
gezondheidsprobleem hebben. Het doel is om verergering van de
klachten te voorkomen, complicaties te beperken en de kwaliteit van
leven te verbeteren.
Hoorcollege 1.2: Pathologie bij kinderen en
adolescenten
Door ontwikkeling ontstaat er bij de mens een organisatie op steeds hoger
niveau. Deze ontwikkeling is gebaseerd op de volgende elementen: groei,
rijping, leren.
Het verschil tussen algemene fysiotherapie en kinderfysiotherapie:
- Specifiek gericht op kinderen, en de ontwikkelingen die een kind
doormaken.
- Specialist het bewegende kind
- Kennis en tools om motorische ontwikkeling in kaart te brengen om
te kijken waarom een kind moeite heeft met bewegen
- Helpen bij bewegen, spelen, motorisch leren
Hulpvragen voor de kinderfysiotherapeut (kft)
- Motorische ontwikkeling
- Leefstijl en fitheid
- Orthopedische klachten
Hoe werkt een kft:
- Als je als kinderfysio kinderen behandeld begeleid je eigenlijk de
ouders.
- Basis is biopsychosociaal model
- in anamnese vragen over kind, taak en omgeving
Kind:
- Ben je veel gegroeid?
- Is er iets veranderd in je activiteitenpatroon?
- Hoe zit je in je vel?
Ouder:
, - Hoe ervaar jij de klachten? Wat is jou beeld erbij?
- Ben je bezorgd?
- Neem je de klachten serieus?
- Zijn er veranderingen in het gezin? Live events? (zoals verhuizing,
verandering van school)
- Wat de ouder van de klacht vind, neem je mee in het klinisch
redeneerproces.
Omgeving:
- Verandering van school (van basisschool naar middelbare school)?
- Verandering van klas/team/vriendengroep?
- Andere schoenen tijdens het sporten?
- Verandering van veld (bv voetbal van half naar heel veld)?
Structuur in het onderzoek van kft:
Inspectie:
o Lichaamsverhoudingen
o Asymmetrieën
Observatie bewegen: de taakanalyse, hoe voert een kind de
bewegingen uit?
o Motorische vaardigheden
o Differentiaal diagnose
o Bewegingsangst
Palpatie bij pijnklachten
Kinderfysiotherapeut als expert voor het bewegende kind:
- Wat wil ik weten over het bewegen van een kind?
o Hoe is de motorische ontwikkeling tot nu toe gegaan? Zijn er
bijzonderheden geweest bij het behalen van die mijlpalen?
(zoals rollen, kruipen en lopen)
o Speelt er iets?
o Hoelang beweegt het kind al anders?
o Hoe is de leefstijl van het kind?
o Een van de tools die je daar bij kan gebruiken is de
beweegrichtlijn. Je hebt hier ook een vragenlijst voor de
patiënt voor die ze zelf kunnen invullen.
Beweegprogramma’s:
- Beweeginterventies richten zich op twee componenten:
- verhogen van fysieke fitheid
- ontwikkelen en in stand houden van een actieve leefstijl.
- Het is combinatie van cardiovasculaire training en spierversterkende
oefeningen.
, - Korte termijn effecten zijn wetenschappelijk onderzocht en
aangetoond.
- Interventie waarbij combinatie wordt gemaakt uit voeding, bewegen
en gedragsverandering is het meest effectief voor de behandeling
van kinderen met obesitas.
- Lange termijn effecten nog onvoldoende onderzocht.
Leefstijl: oorzaken overgewicht:
- Te veel calorie inname
- Te weinig bewegen
- Te veel inactiviteit (sedentair gedrag)
- Voeding
- Aandoeningen/medicatie die overgewicht veroorzaken
Aantal stappen: wordt nu alleen nog gebruikt voor een indicatie van
hoeveel iemand per dag beweegt, dus hoe actief iemand is.
- Aanbevolen:
o Meisjes > 11000 steps/dag
o Jongens > 13000 steps/dag
- Gemiddeld: meisjes = 8000-10000 steps/dag, jongens 10000-12000
steps/dag
Als bewegen niet lukt door…:
- Motorisch probleem
- Angst om te bewegen
- Orthopedische klachten
Orthopedische klachten:
- Veel voorkomende hielklacht
- Knieklachten
- Rugklachten
Hielklachten: morbus sever
- Tractieapophysitis van de calcaneus
- Kinderen tussen 7 en 12 jaar, actief (bijvoorbeeld voetbal, hockey)
- Ze klagen over pijn aan de hiel met rennen, springen en traplopen.
- Drukpijn, onder de hiel na het sporten
- squeeze test, hakken lopen, hakstand ter diagnosestelling.
- Als deze testen positief zijn weet je eigenlijk zeker dat het morbus
sever is.
- Ontstaat door intensieve belasting van de hiel
tijdens de groeifase. Er zit een groeischijf in de hiel
die extra gevoelig is tijdens de groei.
Hoorcollege 1.1: Introductie......................................................................2
Hoorcollege 1.2: Pathologie bij kinderen en adolescenten........................2
Hoorcollege 1.3: Centraal zenuwstelsel en ontwikkeling..........................8
Hoorcollege 2.1: Groei en degeneratie...................................................13
Hoorcollege 2.2: Leefstijldeterminanten.................................................19
Hoorcollege 3.1: Diabetes Mellitus..........................................................23
Hoorcollege 3.2: Voeding en bewegen....................................................31
Hoorcollege 4.1: Toegepaste anatomie wervelkolom..............................40
Hoorcollege 4.2: Fysiologie van stress....................................................43
Hoorcollege 5.1: Stress en slaap.............................................................48
Hoorcollege 5.2: Spijsvertering...............................................................52
Hoorcollege 6.1: Fysiologie van pijn – nociplastische pijn.......................59
Hoorcollege 6.2: Neuroplasticiteit en leren.............................................67
Werkcollege 1: Communicatie en gedrag...............................................72
Werkcollege 2: Validiteit en reproduceerbaarheid..................................72
Werkcollege 3: Therapeutische diagnose en risico analyse....................74
,Hoorcollege 1.1: Introductie
- Geïndiceerde preventie = is een vorm van preventie die zich
richt op individuen met een verhoogd risico op een bepaald
probleem of ziekte, maar die nog geen duidelijke symptomen
vertonen. Het doel is om te voorkomen dat het probleem zich
daadwerkelijk ontwikkelt.
- Zorggerelateerde preventie = is een vorm van preventie die zich
richt op mensen die al een bepaalde aandoening of
gezondheidsprobleem hebben. Het doel is om verergering van de
klachten te voorkomen, complicaties te beperken en de kwaliteit van
leven te verbeteren.
Hoorcollege 1.2: Pathologie bij kinderen en
adolescenten
Door ontwikkeling ontstaat er bij de mens een organisatie op steeds hoger
niveau. Deze ontwikkeling is gebaseerd op de volgende elementen: groei,
rijping, leren.
Het verschil tussen algemene fysiotherapie en kinderfysiotherapie:
- Specifiek gericht op kinderen, en de ontwikkelingen die een kind
doormaken.
- Specialist het bewegende kind
- Kennis en tools om motorische ontwikkeling in kaart te brengen om
te kijken waarom een kind moeite heeft met bewegen
- Helpen bij bewegen, spelen, motorisch leren
Hulpvragen voor de kinderfysiotherapeut (kft)
- Motorische ontwikkeling
- Leefstijl en fitheid
- Orthopedische klachten
Hoe werkt een kft:
- Als je als kinderfysio kinderen behandeld begeleid je eigenlijk de
ouders.
- Basis is biopsychosociaal model
- in anamnese vragen over kind, taak en omgeving
Kind:
- Ben je veel gegroeid?
- Is er iets veranderd in je activiteitenpatroon?
- Hoe zit je in je vel?
Ouder:
, - Hoe ervaar jij de klachten? Wat is jou beeld erbij?
- Ben je bezorgd?
- Neem je de klachten serieus?
- Zijn er veranderingen in het gezin? Live events? (zoals verhuizing,
verandering van school)
- Wat de ouder van de klacht vind, neem je mee in het klinisch
redeneerproces.
Omgeving:
- Verandering van school (van basisschool naar middelbare school)?
- Verandering van klas/team/vriendengroep?
- Andere schoenen tijdens het sporten?
- Verandering van veld (bv voetbal van half naar heel veld)?
Structuur in het onderzoek van kft:
Inspectie:
o Lichaamsverhoudingen
o Asymmetrieën
Observatie bewegen: de taakanalyse, hoe voert een kind de
bewegingen uit?
o Motorische vaardigheden
o Differentiaal diagnose
o Bewegingsangst
Palpatie bij pijnklachten
Kinderfysiotherapeut als expert voor het bewegende kind:
- Wat wil ik weten over het bewegen van een kind?
o Hoe is de motorische ontwikkeling tot nu toe gegaan? Zijn er
bijzonderheden geweest bij het behalen van die mijlpalen?
(zoals rollen, kruipen en lopen)
o Speelt er iets?
o Hoelang beweegt het kind al anders?
o Hoe is de leefstijl van het kind?
o Een van de tools die je daar bij kan gebruiken is de
beweegrichtlijn. Je hebt hier ook een vragenlijst voor de
patiënt voor die ze zelf kunnen invullen.
Beweegprogramma’s:
- Beweeginterventies richten zich op twee componenten:
- verhogen van fysieke fitheid
- ontwikkelen en in stand houden van een actieve leefstijl.
- Het is combinatie van cardiovasculaire training en spierversterkende
oefeningen.
, - Korte termijn effecten zijn wetenschappelijk onderzocht en
aangetoond.
- Interventie waarbij combinatie wordt gemaakt uit voeding, bewegen
en gedragsverandering is het meest effectief voor de behandeling
van kinderen met obesitas.
- Lange termijn effecten nog onvoldoende onderzocht.
Leefstijl: oorzaken overgewicht:
- Te veel calorie inname
- Te weinig bewegen
- Te veel inactiviteit (sedentair gedrag)
- Voeding
- Aandoeningen/medicatie die overgewicht veroorzaken
Aantal stappen: wordt nu alleen nog gebruikt voor een indicatie van
hoeveel iemand per dag beweegt, dus hoe actief iemand is.
- Aanbevolen:
o Meisjes > 11000 steps/dag
o Jongens > 13000 steps/dag
- Gemiddeld: meisjes = 8000-10000 steps/dag, jongens 10000-12000
steps/dag
Als bewegen niet lukt door…:
- Motorisch probleem
- Angst om te bewegen
- Orthopedische klachten
Orthopedische klachten:
- Veel voorkomende hielklacht
- Knieklachten
- Rugklachten
Hielklachten: morbus sever
- Tractieapophysitis van de calcaneus
- Kinderen tussen 7 en 12 jaar, actief (bijvoorbeeld voetbal, hockey)
- Ze klagen over pijn aan de hiel met rennen, springen en traplopen.
- Drukpijn, onder de hiel na het sporten
- squeeze test, hakken lopen, hakstand ter diagnosestelling.
- Als deze testen positief zijn weet je eigenlijk zeker dat het morbus
sever is.
- Ontstaat door intensieve belasting van de hiel
tijdens de groeifase. Er zit een groeischijf in de hiel
die extra gevoelig is tijdens de groei.