Inhoud
Hoorcollege 1: Introductie EZ2.....................................................................2
Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie.....................................................4
Hoorcollege 3: Introductie longziekten.......................................................16
Hoorcollege 4: Ademhaling en kortademigheid.........................................19
Hoorcollege 5: Neurorevalidatie.................................................................25
Hoorcollege 6: Vervolg longziekten............................................................32
Hoorcollege 7: Systemische consequenties longziekten – Spierdysfunctie41
Hoorcollege 8: Farmacologie en bewegen..................................................46
Hoorcollege 9: Tumoren.............................................................................48
Hoorcollege 10: Fysiotherapie bij kanker...................................................52
Hoorcollege 11: Perifere circulatie.............................................................59
Hoorcollege 12: Perifeer vaatlijden............................................................63
Hoorcollege 13: Onderzoeksmethoden......................................................69
Hoorcollege 14: Lymfestelsel.....................................................................74
,Hoorcollege 1: Introductie EZ2
Onderzoek en behandeling CNA-patiënten:
WAT? – activiteit (hulpvraag) specificeren: Constraints-led approach
- Persoonskenmerken
o Fysiek: grondmotorische eigenschappen, capaciteit
o Cognitie: overtuiging, motivatie, inzicht, (leer-)capaciteit,
(leer-/coping-) stijl.
o Emotie: gevoel voor/van bewegen en bewegingssituatie
- Omgevingskenmerken
o Materieel: statisch/dynamisch
o Sociaal: interactie, versterkend, remmend, druk
- Taak kenmerken
o Open/gesloten
o Cognitief/motorisch
o Manipulatief/
locomotorisch
o Statisch/dynamisch
o Vrijheidsgraden
o Taakeisen
o …
HOE observatie
WAAROM – formuleren van
hypotheses
- Na het bekijken en analyseren
van activiteiten worden die specifieke neurologische functies nader
, onderzocht waarvan het vermoeden bestaat dat ze de uitvoering
van de activiteit negatief beïnvloeden.
Mogelijk functiestoornissen bij CNA:
- Neurologische sensomotorische functiestoornissen (4-S-en):
o Spierkracht (‘sterkte’)
o Sturing (selectiviteit, coördinatie, motorische controle,
stabiliteit)
o Spiertonus (hyper-/hypotonie, slapte, spasme, rigiditeit,
paratonie)
o Sensibiliteit (vitaal-gnostisch en proprioceptief)
En ook:
o Houdingsregulatie / automatische reacties / balans
- LET OP: Overige relevante functiestoornissen:
o Artrogene/myogene mobiliteitsbeperking (P/A)ROM
o Visueel
o (motorische)planning
o Spraak-taal/begrip/emotie
o Leercapaciteit
o Uithoudingsvermogen
Contextuele factoren: omgevings- en persoonlijke factoren
- Persoonlijkheid
- Aandacht/concentratie
- Thuissituatie
- Cognitieve/emotionele factoren
- Etc.
Klinimetrie
Doel = objectief in kaart brengen problematische handeling/activiteit en
evt. onderliggende functiestoornissen.
Klinimetrie kan op 3 manieren worden ingezet:
- Prognostisch
- Diagnostisch
- Evaluatief
Fysiotherapeutische diagnose - Bevat in elk geval de volgende onderdelen:
- Functioneringsproblemen van de patiënt in termen van activiteit,
participatie en stoornissen (oordeel fysiotherapeut)
- Beloop
, - Wijze van omgang met het functioneringsprobleem (oordeel
fysiotherapeut)
- Hulpvraag en de relevante behandelbare grootheden
- Indicatie voor fysiotherapie (ja/nee)
- Verwacht herstel (al dan niet in code)
Behandeling:
Behandeling uitvoeren
Behandelplan (doelen) interventie
Interventie:
- Nieuwe strategie aanleren: opdelen in deel
handelingen. (compenseren)
- Inslijpen nieuwe strategie, conform de
Constraints-Led Approach (CLA) (herleren)
- Functionele training van spierkracht romp
Trainen van de activiteit:
- Pas de principes van de CLA toe.
- Houd rekening met de (herstel) mogelijkheden van het centrale
zenuwstelsel.
- Maak doelen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en
tijdsgebonden)
- Trainingsleer principes
Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie
Centraal neurologische aandoeningen kunnen verdeeld worden in:
- Motorisch
- Sensorisch
- Cognitief
Bij al deze stoornissen bestaan er positieve
symptomen, dan is de functie versterkt, en
negatieve symptomen, dan is de functie dus
verminderd.
Hyper- is meer dan normaal, para- en dys-
vertaal je als ‘anders’. Bij sturing staat -
kinesie voor beweging en -reflexie voor
reflexen. Bij sensibiliteit staat -esthesie voor
gevoelsstoornissen en -algesie voor
Hoorcollege 1: Introductie EZ2.....................................................................2
Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie.....................................................4
Hoorcollege 3: Introductie longziekten.......................................................16
Hoorcollege 4: Ademhaling en kortademigheid.........................................19
Hoorcollege 5: Neurorevalidatie.................................................................25
Hoorcollege 6: Vervolg longziekten............................................................32
Hoorcollege 7: Systemische consequenties longziekten – Spierdysfunctie41
Hoorcollege 8: Farmacologie en bewegen..................................................46
Hoorcollege 9: Tumoren.............................................................................48
Hoorcollege 10: Fysiotherapie bij kanker...................................................52
Hoorcollege 11: Perifere circulatie.............................................................59
Hoorcollege 12: Perifeer vaatlijden............................................................63
Hoorcollege 13: Onderzoeksmethoden......................................................69
Hoorcollege 14: Lymfestelsel.....................................................................74
,Hoorcollege 1: Introductie EZ2
Onderzoek en behandeling CNA-patiënten:
WAT? – activiteit (hulpvraag) specificeren: Constraints-led approach
- Persoonskenmerken
o Fysiek: grondmotorische eigenschappen, capaciteit
o Cognitie: overtuiging, motivatie, inzicht, (leer-)capaciteit,
(leer-/coping-) stijl.
o Emotie: gevoel voor/van bewegen en bewegingssituatie
- Omgevingskenmerken
o Materieel: statisch/dynamisch
o Sociaal: interactie, versterkend, remmend, druk
- Taak kenmerken
o Open/gesloten
o Cognitief/motorisch
o Manipulatief/
locomotorisch
o Statisch/dynamisch
o Vrijheidsgraden
o Taakeisen
o …
HOE observatie
WAAROM – formuleren van
hypotheses
- Na het bekijken en analyseren
van activiteiten worden die specifieke neurologische functies nader
, onderzocht waarvan het vermoeden bestaat dat ze de uitvoering
van de activiteit negatief beïnvloeden.
Mogelijk functiestoornissen bij CNA:
- Neurologische sensomotorische functiestoornissen (4-S-en):
o Spierkracht (‘sterkte’)
o Sturing (selectiviteit, coördinatie, motorische controle,
stabiliteit)
o Spiertonus (hyper-/hypotonie, slapte, spasme, rigiditeit,
paratonie)
o Sensibiliteit (vitaal-gnostisch en proprioceptief)
En ook:
o Houdingsregulatie / automatische reacties / balans
- LET OP: Overige relevante functiestoornissen:
o Artrogene/myogene mobiliteitsbeperking (P/A)ROM
o Visueel
o (motorische)planning
o Spraak-taal/begrip/emotie
o Leercapaciteit
o Uithoudingsvermogen
Contextuele factoren: omgevings- en persoonlijke factoren
- Persoonlijkheid
- Aandacht/concentratie
- Thuissituatie
- Cognitieve/emotionele factoren
- Etc.
Klinimetrie
Doel = objectief in kaart brengen problematische handeling/activiteit en
evt. onderliggende functiestoornissen.
Klinimetrie kan op 3 manieren worden ingezet:
- Prognostisch
- Diagnostisch
- Evaluatief
Fysiotherapeutische diagnose - Bevat in elk geval de volgende onderdelen:
- Functioneringsproblemen van de patiënt in termen van activiteit,
participatie en stoornissen (oordeel fysiotherapeut)
- Beloop
, - Wijze van omgang met het functioneringsprobleem (oordeel
fysiotherapeut)
- Hulpvraag en de relevante behandelbare grootheden
- Indicatie voor fysiotherapie (ja/nee)
- Verwacht herstel (al dan niet in code)
Behandeling:
Behandeling uitvoeren
Behandelplan (doelen) interventie
Interventie:
- Nieuwe strategie aanleren: opdelen in deel
handelingen. (compenseren)
- Inslijpen nieuwe strategie, conform de
Constraints-Led Approach (CLA) (herleren)
- Functionele training van spierkracht romp
Trainen van de activiteit:
- Pas de principes van de CLA toe.
- Houd rekening met de (herstel) mogelijkheden van het centrale
zenuwstelsel.
- Maak doelen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en
tijdsgebonden)
- Trainingsleer principes
Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie
Centraal neurologische aandoeningen kunnen verdeeld worden in:
- Motorisch
- Sensorisch
- Cognitief
Bij al deze stoornissen bestaan er positieve
symptomen, dan is de functie versterkt, en
negatieve symptomen, dan is de functie dus
verminderd.
Hyper- is meer dan normaal, para- en dys-
vertaal je als ‘anders’. Bij sturing staat -
kinesie voor beweging en -reflexie voor
reflexen. Bij sensibiliteit staat -esthesie voor
gevoelsstoornissen en -algesie voor