Inhoud
Hoorcollege 2: Klinische redeneren bij acuut letsel..................................1
Hoorcollege 3: Visie op pathomorfologie en diagnostiek (Schouder)........8
Hoorcollege 4: Klinisch redeneren bij een VKB casus.............................12
Hoorcollege 5: Epidemiologie.................................................................15
Hoorcollege 6: Peesrevalidatie................................................................18
Hoorcollege 7: Klinisch redeneren bij peesproblematiek........................25
Hoorcollege 8: Inzicht in wetenschap.....................................................26
Hoorcollege 9: Oorzaken van vertraagd herstel......................................30
Hoorcollege 10: Patiëntenprofielen.........................................................35
Hoorcollege 11: Perifeer zenuwletsel en neuropathische klachten.........38
Hoorcollege 12: Onderzoeken en behandelen van neuropatische
klachten..................................................................................................46
Hoorcollege 13: Fysiologie van chronische pijn.......................................57
Hoorcollege 14: Behandeling van chronische pijn..................................61
Hoorcollege 15: Motor control.................................................................66
Hoorcollege 16: Bewegen met cliënten met persisterende problematiek
................................................................................................................72
WO1W6: Nekpijn en hoofdpijn................................................................77
Hoorcollege 2: Klinische redeneren bij acuut letsel
Deel 1
Fysiotherapeutische diagnose: een beroepsspecifiek
oordeel van de fysiotherapeut over het
gezondheidsprobleem van de cliënt, als basis voor het –
in samenspraak met de cliënt (of andere betrokkenen) –
op te stellen behandelplan.
De diagnose die wij als fysiotherapeut stellen is een
specifieke diagnose die binnen ons beroepskader valt. De
fysiotherapeutische diagnose is zo anders dan bijv. een
medische of psychische diagnose door de vier groene
vierkantjes die je hiernaast ziet. Wij hebben bijvoorbeeld
veel minder testen die we kunnen uitvoeren en deze zijn
,ook nog veel minder betrouwbaar dan bijvoorbeeld die testen van een
medisch specialist.
Methodisch handelen:
Een logisch aantal stappen in een bepaalde volgorde die samen een
methodiek/methode vormen.
1. Screeningsproces
Anamnese, rode vlaggen, pluis/niet-pluis, is de verwijzing
terecht?
2. Diagnostisch proces
Inventarisatie, onderzoek en analyse van het
gezondheidsprobleem, pluis/niet-pluis.
3. Therapeutisch proces
Het samen met de cliënt opstellen, uitvoeren en evalueren van
een behandelplan.
Klinisch redeneren
- Denkstappen in het proces van gegevens verzamelen, analyseren en
interpreteren om gezondheidsproblemen in de klinische praktijk te
begrijpen en op te lossen.
- Met hoofd, hart en handen.
- Het is niet uitsluitend een cognitief proces.
o Zowel impliciet proces (niet bewust, moeilijk uit te leggen) als
expliciet proces (bewust, goed uit te leggen).
- Soms ondersteunt wetenschappelijk bewijs de beste oplossing van
een fysiotherapeutisch probleem. Maar het bewijs is niet altijd
voorhanden, de fysiotherapeut is er niet mee bekend of de context
voor toepassing van dat bewijs is niet geschikt.
- Kijk altijd of er een richtlijn of evidence statement beschikbaar is.
DTF of verwijzing?
- DTF betekent dat je screent op rode vlaggen en een
poortwachtersfunctie hebt.
- Met verwijzing betekent dat dit al gedaan is maar dat je nog steeds
alert bent op tekens en symptomen die niet thuis horen binnen het
domein van de fysiotherapeut. Bij twijfel toch de rode vlaggen
uitvragen.
Screeningsproces bij DTF
- De rode vlaggen
o Rode vlaggen zijn tekens of symptomen die wijzen op mogelijk
ernstige onderliggende pathologie, waarvoor de patiënt dient
te worden geadviseerd contact op te nemen met de huisarts.
,Eerste moment van bepaling beleid en indicatiestelling
- Aanwezigheid van een of meerdere rode vlaggen. Niet-pluis
- Indicatie: past niet binnen het domein van de fysiotherapeut
o Advies contact op te nemen met de huisarts/medisch
specialist.
o In het geval van acuut letsel en de context waar je werkzaam
bent bijvoorbeeld sportvereniging, kan dit ook de eerste hulp
zijn.
- Het screeningsproces wordt naarmate de ervaring toeneemt minder
afvinken van potentiële rode vlaggen maar het interpreteren van de
context om tot het oordeel contra-indicatie fysiotherapie te komen.
Klinisch redeneren bij acuut letsel – deel 2
Anamnese (CSI)
- Specifiekere vragen gericht op een scherpe (trauma) analyse.
- Door specifieker doorvragen zoom je steeds verder in.
o Voorbeelden:
o Impact, Krachten, Snelheid, Richting, Hoogte, Slotklachten,
Geluid nu en toen, Gevoel nu en toen, Snelheid waarmee de
zwelling optrad, Ontstekingsverschijnselen, Pijn en karakter
van de pijn, Belastbaarheid toen.
Belemmeringen voor het herstel
In kaart brengen van eventuele belemmeringen voor herstel:
- Langdurig ontregelende stress
- Irreële Illness Beliefs
- Comorbiditeit
- Omgevingsfactoren
- Persoonlijke factoren (leefstijl, medicatie, belasting/belastbaarheid,
enz.)
- Lokale dispositie
- Lokale stoornis in de circulatie
Hypothesevorming en landkaart
- Intern maak je tijdens de screening en anamnese een landkaart van
de regio waarin het letsel zich bevind. Je brengt hierbij alle mogelijke
weefsels die betrokken kunnen zijn in kaart op impliciete wijze.
Indien mogelijk deel je al hypothese(n) met je cliënt.
- Na het verhaal van de cliënt gaan we nu onze hypothesen onderuit
halen door het lichamelijke onderzoek en kijken welke er overeind
blijft staan.
, - Realiseer je dat we nu alleen het fysieke aspect van het
gezondheidsprobleem bespreken.
Tweede moment van bepaling beleid en indicatiestelling: pluis of niet-pluis
Je evalueert je hypothesen en bepaalt met de verkregen informatie of je ze
kunt ontkrachten en/of moet aanscherpen, of dat ze voorlopig
standhouden.
- Herkend patroon maar er is op dit moment in het herstel geen
indicatie voor fysiotherapie.
- Niet herkennen van een patroon (door bv. Onervarenheid of gebrek
aan specialisatie)
- Niet herkennen van een patroon wat thuis hoort binnen het domein
fysiotherapie.
- Herkenbaar patroon maar door de fysiotherapeut niet te verklaren
afwijkend beloop in tijd, tekens of symptomen.
- Onderbuikgevoel
Specifiek lichamelijk onderzoek
Voorbeelden diagnostische meetinstrumenten:
- Inspectie, OKR, OAR, Schuiflade test, Thompson test,
Bewegingsuitslag, Valgus stress test knie.
Ontstekingsverschijnselen
- Roodheid
- Blauwkleuring
- Zwelling
- Warmte
- Pijn (subjectief)
Klinisch redeneren bij acuut letsel – deel 3
Betrouwbaar?
- Er is een vrij grote diagnostische onzekerheid in de fysiotherapie in
vergelijking tot andere medische disciplines!
- Behoud altijd een fundamentele twijfel!
- Niet gokken met gezondheid!
Hypothesevorming en landkaart
- Parallel aan je uit te voeren onderzoek worden je hypothesen
opnieuw geëvalueerd en steeds verder ontkracht of aangescherpt.
Probeer deze denkstappen tijdens je studie nog elke keer hardop te
doen zodat je het proces onder de knie krijgt.
Hoorcollege 2: Klinische redeneren bij acuut letsel..................................1
Hoorcollege 3: Visie op pathomorfologie en diagnostiek (Schouder)........8
Hoorcollege 4: Klinisch redeneren bij een VKB casus.............................12
Hoorcollege 5: Epidemiologie.................................................................15
Hoorcollege 6: Peesrevalidatie................................................................18
Hoorcollege 7: Klinisch redeneren bij peesproblematiek........................25
Hoorcollege 8: Inzicht in wetenschap.....................................................26
Hoorcollege 9: Oorzaken van vertraagd herstel......................................30
Hoorcollege 10: Patiëntenprofielen.........................................................35
Hoorcollege 11: Perifeer zenuwletsel en neuropathische klachten.........38
Hoorcollege 12: Onderzoeken en behandelen van neuropatische
klachten..................................................................................................46
Hoorcollege 13: Fysiologie van chronische pijn.......................................57
Hoorcollege 14: Behandeling van chronische pijn..................................61
Hoorcollege 15: Motor control.................................................................66
Hoorcollege 16: Bewegen met cliënten met persisterende problematiek
................................................................................................................72
WO1W6: Nekpijn en hoofdpijn................................................................77
Hoorcollege 2: Klinische redeneren bij acuut letsel
Deel 1
Fysiotherapeutische diagnose: een beroepsspecifiek
oordeel van de fysiotherapeut over het
gezondheidsprobleem van de cliënt, als basis voor het –
in samenspraak met de cliënt (of andere betrokkenen) –
op te stellen behandelplan.
De diagnose die wij als fysiotherapeut stellen is een
specifieke diagnose die binnen ons beroepskader valt. De
fysiotherapeutische diagnose is zo anders dan bijv. een
medische of psychische diagnose door de vier groene
vierkantjes die je hiernaast ziet. Wij hebben bijvoorbeeld
veel minder testen die we kunnen uitvoeren en deze zijn
,ook nog veel minder betrouwbaar dan bijvoorbeeld die testen van een
medisch specialist.
Methodisch handelen:
Een logisch aantal stappen in een bepaalde volgorde die samen een
methodiek/methode vormen.
1. Screeningsproces
Anamnese, rode vlaggen, pluis/niet-pluis, is de verwijzing
terecht?
2. Diagnostisch proces
Inventarisatie, onderzoek en analyse van het
gezondheidsprobleem, pluis/niet-pluis.
3. Therapeutisch proces
Het samen met de cliënt opstellen, uitvoeren en evalueren van
een behandelplan.
Klinisch redeneren
- Denkstappen in het proces van gegevens verzamelen, analyseren en
interpreteren om gezondheidsproblemen in de klinische praktijk te
begrijpen en op te lossen.
- Met hoofd, hart en handen.
- Het is niet uitsluitend een cognitief proces.
o Zowel impliciet proces (niet bewust, moeilijk uit te leggen) als
expliciet proces (bewust, goed uit te leggen).
- Soms ondersteunt wetenschappelijk bewijs de beste oplossing van
een fysiotherapeutisch probleem. Maar het bewijs is niet altijd
voorhanden, de fysiotherapeut is er niet mee bekend of de context
voor toepassing van dat bewijs is niet geschikt.
- Kijk altijd of er een richtlijn of evidence statement beschikbaar is.
DTF of verwijzing?
- DTF betekent dat je screent op rode vlaggen en een
poortwachtersfunctie hebt.
- Met verwijzing betekent dat dit al gedaan is maar dat je nog steeds
alert bent op tekens en symptomen die niet thuis horen binnen het
domein van de fysiotherapeut. Bij twijfel toch de rode vlaggen
uitvragen.
Screeningsproces bij DTF
- De rode vlaggen
o Rode vlaggen zijn tekens of symptomen die wijzen op mogelijk
ernstige onderliggende pathologie, waarvoor de patiënt dient
te worden geadviseerd contact op te nemen met de huisarts.
,Eerste moment van bepaling beleid en indicatiestelling
- Aanwezigheid van een of meerdere rode vlaggen. Niet-pluis
- Indicatie: past niet binnen het domein van de fysiotherapeut
o Advies contact op te nemen met de huisarts/medisch
specialist.
o In het geval van acuut letsel en de context waar je werkzaam
bent bijvoorbeeld sportvereniging, kan dit ook de eerste hulp
zijn.
- Het screeningsproces wordt naarmate de ervaring toeneemt minder
afvinken van potentiële rode vlaggen maar het interpreteren van de
context om tot het oordeel contra-indicatie fysiotherapie te komen.
Klinisch redeneren bij acuut letsel – deel 2
Anamnese (CSI)
- Specifiekere vragen gericht op een scherpe (trauma) analyse.
- Door specifieker doorvragen zoom je steeds verder in.
o Voorbeelden:
o Impact, Krachten, Snelheid, Richting, Hoogte, Slotklachten,
Geluid nu en toen, Gevoel nu en toen, Snelheid waarmee de
zwelling optrad, Ontstekingsverschijnselen, Pijn en karakter
van de pijn, Belastbaarheid toen.
Belemmeringen voor het herstel
In kaart brengen van eventuele belemmeringen voor herstel:
- Langdurig ontregelende stress
- Irreële Illness Beliefs
- Comorbiditeit
- Omgevingsfactoren
- Persoonlijke factoren (leefstijl, medicatie, belasting/belastbaarheid,
enz.)
- Lokale dispositie
- Lokale stoornis in de circulatie
Hypothesevorming en landkaart
- Intern maak je tijdens de screening en anamnese een landkaart van
de regio waarin het letsel zich bevind. Je brengt hierbij alle mogelijke
weefsels die betrokken kunnen zijn in kaart op impliciete wijze.
Indien mogelijk deel je al hypothese(n) met je cliënt.
- Na het verhaal van de cliënt gaan we nu onze hypothesen onderuit
halen door het lichamelijke onderzoek en kijken welke er overeind
blijft staan.
, - Realiseer je dat we nu alleen het fysieke aspect van het
gezondheidsprobleem bespreken.
Tweede moment van bepaling beleid en indicatiestelling: pluis of niet-pluis
Je evalueert je hypothesen en bepaalt met de verkregen informatie of je ze
kunt ontkrachten en/of moet aanscherpen, of dat ze voorlopig
standhouden.
- Herkend patroon maar er is op dit moment in het herstel geen
indicatie voor fysiotherapie.
- Niet herkennen van een patroon (door bv. Onervarenheid of gebrek
aan specialisatie)
- Niet herkennen van een patroon wat thuis hoort binnen het domein
fysiotherapie.
- Herkenbaar patroon maar door de fysiotherapeut niet te verklaren
afwijkend beloop in tijd, tekens of symptomen.
- Onderbuikgevoel
Specifiek lichamelijk onderzoek
Voorbeelden diagnostische meetinstrumenten:
- Inspectie, OKR, OAR, Schuiflade test, Thompson test,
Bewegingsuitslag, Valgus stress test knie.
Ontstekingsverschijnselen
- Roodheid
- Blauwkleuring
- Zwelling
- Warmte
- Pijn (subjectief)
Klinisch redeneren bij acuut letsel – deel 3
Betrouwbaar?
- Er is een vrij grote diagnostische onzekerheid in de fysiotherapie in
vergelijking tot andere medische disciplines!
- Behoud altijd een fundamentele twijfel!
- Niet gokken met gezondheid!
Hypothesevorming en landkaart
- Parallel aan je uit te voeren onderzoek worden je hypothesen
opnieuw geëvalueerd en steeds verder ontkracht of aangescherpt.
Probeer deze denkstappen tijdens je studie nog elke keer hardop te
doen zodat je het proces onder de knie krijgt.