privaatrecht
H2
Burgelijk Wetboek (BW) is de verzameling van wetten voor het
privaatrecht.
,Artikel vinden:
Boek>Titel>Afdeling(>Paragraaf)>Artikel>Lid>Subonderdeel
Art. 3:84 lid 1 BW
In een wetsartikel staat meestal een voorwaarden (waaraan voldaan moet
worden) en een rechtsgevolg ( wat er dan gebeurt als deze voorwaarden
voldaan is).
Cumulatief: Alles moet gelden
Alternatief: één is genoeg
Moet = een verplichting
Mag = bevoegdheid, toestemming
Kan = mogelijkheid, optioneel
Juridische denktrap:
1. Wat is er gebeurd? De feiten
2. Welke regel hoort hierbij? Opzoeken wetsartikel
3. Wat zijn de voorwaarden?
4. Wat is het rechtsgevolg?
5. Wat is je conclusie?
H3
Het recht is het geheel van regels dat bepaalt hoe mensen zich ten
opzichte van elkaar en de overheid moeten gedragen. Het is bindend en
afdwingbaar.
Het recht zorgt voor (bij vastgoed):
- Orde en duidelijkheid
- Afdwingbaarheid van afspraken
- Bescherming van zwakkere partijen
- Oplossen van conflicten
Er zijn vijf soorten rechtsbronnen in Nederland:
1. De wet
- Geschreven regels door de overheid vastgesteld
2. Het verdrag
- Internationale schriftelijke overeenkomst
- EVRM : recht op eigendom
- VWEU: vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal, personen
- Voorrang op nationale wetgeving
- Verordening: Eu-regel die geld in alle lidstaten
3. De jurisprudentie
- Eerdere rechterlijke uitspraken
4. De gewoonte
- Ongeschreven regels
- moet ook echt herhaaldelijk voorkomen
- als het ook “echt” zo hoort, bindend is
5. De rechtswetenschap
- Uitleg en meningen van juristen gebasseerd op onderzoek
- Niet bindend maar richting gevend
Bij interpretatie van de wet word gekeken naar de gramatica en
zinsopbouw. Ook word gekeken naar de wetshistorie, hoe is de wet
, tot stand gekomen en is er een toelichting. Wat is de systematische
interpretatie, verbanden met andere artikelen. De rechter kan kijken
naar welke wetten binnenkort van start kunnen gaan, anticiperende
interpretatie. Ook word gekeken naar wat het doel was van de wet,
teleologishe interpretatie. Meestal worden meerdere methoden
gecombineerd.
Materieel recht geeft aan wat de rechten en plichten zijn van
partijen. Formeel recht beschrijft hoe die rechten kunnen worden
afgedwongen.
Een voorschrift is algemeen bindend wanneer het geld voor een
onbepaald aantal personen of gevallen. Het rechten of
verplichtingen heeft bij burgers of bedrijven en het bedoelt is voor
herhaaldelijke toepassing.
Een wet in materiële zin is algemeen bindend en bindt burgers,
ongeacht waar de regel van afkomstig is.
Een wet in formele zin is vastgesteld door de formele wetgever,
regering en parlement samen. Herkenbaar aan het woord “wet”.
Objectief recht is het geheel van rechtsregels dat binnen een
bepaald rechtsstelsel geld. Het omvat alle geschreven en
ongeschreven bronnen van recht. Subjectief recht is het individuele
recht dat iemand kan ontlenen aan het opjectieve recht. Een
bevoegdheid of afspraak aan een persoon.
Dwingend recht bevat regels waarvan partijen niet mogen afwijken.
Als ze dat toch doen en ik de wet staat het anders, kan het nietig
worden verklaard. Bij semi-dwingend recht mag afgeweken worden
als dit volgens voorwaarden gebeurd. Vaak in voordeel van de
beschermde/zwakke partij. Als er onderling niks afgesproken is kan
er beroep worden gedaan op het aanvullend recht, daarvan afwijken
mag wel.
Privaat recht regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers en
bedrijven onderling. Dit kunnen natuurlijke of rechtspersonen zijn.
Publiek recht is de verhouding tussen overheid en burgers en de
inrichting van de overheid zelf. Hierbinnen heb je bestuursrecht,
strafrecht en staatsrecht.
Een geschreven rechtis het geheel van vastgelegde regels.
Ongeschreven regels staan niet in de wet maar word wel als
rechtsregel erken. Denk aan jurisprudentie en gewoonterecht.
H4
Een rechtssubject is een persoon of organisatie die zelfstandig kan
deelnemen aan het rechtsverkeer. Dit kunnen natuurlijke of
rechtspersonen zijn.
Een rechtsobject is datgene waarop een rechtssubject zijn rechten of
plichten laat gelden. Er zijn twee soorten rechtsobjecten:
zaken(tastbaar) en vermogensrechten (niet-tastbaar).
Iemand is rechtsbevoegd als het een rechtssubject is. Het is de
hoedanigheid om drager te zijn van rechten en verplichtingen.