GOEDERENRECHT B
2026
,INHOUD
Week 1- Appratementsrechten.................................................................................................................2
1. .....................................................................................................................................................2
2. .....................................................................................................................................................2
3. .....................................................................................................................................................4
4. .....................................................................................................................................................6
5. .....................................................................................................................................................7
Arresten week 1 ....................................................................................................................................8
Week 2 – De openbare registers en de basisregistratie kadaster .................................................................. 11
1. ................................................................................................................................................... 11
2. ................................................................................................................................................... 12
3. ................................................................................................................................................... 13
a. ................................................................................................................................................... 13
b.................................................................................................................................................... 14
4. ................................................................................................................................................... 14
5. ................................................................................................................................................... 15
6. ................................................................................................................................................... 16
a. ................................................................................................................................................... 17
b.................................................................................................................................................... 19
7. ................................................................................................................................................... 19
Arresten week 2 .................................................................................................................................. 21
Week 3 – Derdenbescherming, vormerkung en beslag .............................................................................. 25
1. ................................................................................................................................................... 25
a. ................................................................................................................................................... 25
b.................................................................................................................................................... 25
2. ................................................................................................................................................... 26
3. ................................................................................................................................................... 27
4. ................................................................................................................................................... 28
6. ................................................................................................................................................... 29
7 .................................................................................................................................................... 30
8 .................................................................................................................................................... 30
Arresten week 3 .................................................................................................................................. 31
,WEEK 1- APPARTEMENTSRECHTEN
1. Projectontwikkelaar Hoog en Droog BV realiseert een appartementencomplex in Amstelveen. Het
appartementencomplex bestaat uit 50, identieke, appartementen verdeeld over vijf woontorens met elk 10
appartementen. In het navolgende kunt u ervan uitgaan dat elke appartementseigenaar 1 stem heeft in de VvE.
Het complex is, terwijl de bouw in volle gang was, op 1 april 2016 in appartementsrechten gesplitst. Op het
moment dat de bouw van de eerste woontoren voltooid is, op 1 maart 2017, heeft Hoog en Droog in totaal tien
appartementen verkocht en overgedragen.
a. Kon Hoog en Droog reeds voordat de bouw van het gehele complex is voltooid de appartementsrechten aan
de kopers overdragen?
Art. 5:117 lid 1 BW geeft aan dat een appartementsrecht als zelfstandig registergoed kan worden overgedragen,
bezwaard en uitgewonnen. Splitsing in appartementsrechten door de eigenaar is mogelijk conform art. 5:107
BW.
Aangezien de verkoop stagneert, besluit Hoog en Droog de bouw van de laatste twee woontorens stil te leggen.
Van woontoren 4 zijn al de funderingen gelegd. Aan de bouw van woontoren 5 is in het geheel niet begonnen.
b. Kan de afbouw van deze woontorens voor onbepaalde tijd worden opgeschort?
Hoog en Droog willen niet meer bouwen. Ze gaan niet van zichzelf vorderen. Wie zal er dan belang bij hebben ?
De partij die niet wil bouwen! Dus in de splitsingsakte moet er een wijziging plaatsvinden. Als je de
splitsingsakte wijzigt kan je geen 108 vordering instellen. Dan is er niks aan de hand. Eerst is er een vordering
tot wijziging. En daarna kijk je naar de instandhouding van 108 lid 1. Want als je eerst een in stand houding
realiseert. Na de wijziging van de splitsingsakte is het prima conform hetgeen afgesproken is. Er moet dus in
beginsel een verzoek komen. In principe kan het voor onbepaalde tijd worden opgeschort. Dat gebeurt niet
automatisch dat een splitsingsakte wordt gewijzigd.
Art. 5:108 lid 1 ; hey ga bouwen. Hier gaat het juist om het opschorten van het bouwen. Er is geen reden meer
om te bouwen
Van belang is om ook te kijken naar art. 5:144 BW waarbij er gesteld is dat er een verzoek ingesteld kan worden.
Iemand kan vragen om de splitsingsakte te wijzigen (sub c) bij de kantonrechter, omdat de bouw van het gebouw
niet meer beantwoordt aan de omschrijving in de splitsingsakte. Indien de andere appartementseigenaars de
vordering tot nakoming op grond van art. 5:108 lid 1 BW al hebben ingesteld, dan bepaalt art. 5:108 lid 2 BW
dat de rechter deze vordering aanhoudt (uitstelt), zolang het verzoek van Hoog en Droog op grond van art. 5:144
lid 1 sub c BW aanhangig is. Alleen indien Hoog en Droog dus bewerkstelligt dat de splitsingsakte en tekening
gewijzigd worden, kan de afbouw van de woontorens voor onbepaalde tijd worden opgeschort.
2. Een gemeente en een ontwikkelaar gaan een nieuwe woonwijk realiseren op een terrein waar vroeger diverse
bedrijfsgebouwen en een school hebben gestaan. De wijk wordt verdeeld in vier bouwvlakken, en vervolgens
binnen elk bouwvlak verkaveld volgens de bijgevoegde afbeelding. In de bouwvlakken A, B en C komen
eengezinshuizen met tuin, ook wel “grondgebonden woningen” genoemd. De woningen in bouwvlak D worden
boven een parkeergarage gerealiseerd, en krijgen een terras op het dak van die garage. De gemeente wil dat in
het nieuwe wijkje op straat alleen geparkeerd kan worden door bezoekers. Bewonersvergunningen worden
niet verstrekt. De kopers van de woningen in de bouwvlakken A, B, C en D kunnen wel één of meer
parkeerplaatsen in de ondergrondse parkeergarage verwerven.
, De bedoeling is dat zowel de parkeerplaatsen als de op de parkeergarage te
realiseren woningen in bouwvlak D als appartementsrechten verkocht zullen worden.
a. Schets een juridisch ontwerp voor de appartementensplitsing waarbij de appartementseigenaren van de
parkeerplaatsen en de appartementseigenaren van de woningen in bouwvlak D binnen de splitsing financieel en
juridisch zo min mogelijk met elkaar te maken zullen hebben.
Art. 5:126 en art. 5:128 BW gemeenschappelijke gedeeltes > zo min mogelijk
In casu met de woningen en parkeerplaatsen. Je hebt eerst een splitsing met woning A en B.
Wat heb je nodig. Het meeste doe je privé. Woningen D komen in de parkeerplaatsen.
Je doet alles privé en in een onder splitsing de parkeerplaatsen gemeenschappelijk want dan hebben ze in de
vereniging alsnog een belang.
Art. 5:20 lid 1 sub e BW . bouwkavel d wordt gesplitst. Door middel van ondersplitsing. Formeel als je het over
de grond hebt heb je het ook over het gebouw.
Als men zegt dat ze iets in de hoofd vve willen beslissen moet er iets in de onder vve beslist worden art. 5:127
lid 3 BW.
Winst wordt niet heel duidelijk. Je wil op het niveau van de hoofd vve zo min mogelijk bemoeienis. Dus geen
gemeenschappelijke ruimtes creëren. Gemeenschappelijk gedeelte is niet handig. Ondersplitsing kan gelet op de
zaakseenheid niet plaatsvinden. Dat vereist inzicht in de vraag waar een vve over gaat.
Om ervoor te zorgen dat de appartementseigenaren van de parkeerplaatsen en de woningen zo min mogelijk
met elkaar te maken hebben, is het nodig om tussen deze groepen zo min mogelijk gemeenschappelijke
gedeelten te vormen. Om dit te bereiken, zal in casu met ondersplitsing gewerkt moeten worden. Bouwvlak
D zal eerst conform art. 5:106 lid 1 en 4 BW gesplitst moeten worden in twee hoofdappartementsrechten
waarbij zo min mogelijk gemeenschappelijke gedeelten aanwezig zijn. De hoofd-VvE is immers bevoegd
regels te stellen ten aanzien van de gemeenschappelijke gedeelten op grond van art. 5:128 lid 1 BW. Het
eerste hoofdappartementsrecht bestaat uit de parkeergarage en het tweede recht bestaat uit de woningen.
Deze hoofdappartementsrechten zijn vervolgens op grond van art. 5:106 lid 3 BW weer vatbaar voor
ondersplitsing. De parkeergarage die het privégedeelte van het eerste hoofdappartement vormt, wordt dan
gesplitst in de gewenste parkeervakken. De woningen die het privégedeelte van het tweede
hoofdappartement vormen, worden dan gesplitst conform de gewenste woningindeling.
Op grond van art. 5:127 lid 3 BW worden er naast de VvE bij de hoofdsplitsing, ook VvE’s opgericht
voor elke ondersplitsing. Dit houdt in dat de appartementseigenaars van de ondersplitsing betreffende de
parkeergarage verplicht lid zijn van een VvE en dat de appartementseigenaars van de ondersplitsing
betreffende de woningen lid zijn van een andere VvE. Op deze manier hebben de appartementseigenaren
van de parkeerplaatsen en de woningen zo min mogelijk met elkaar te maken. Alleen ten aanzien van de
gemeenschappelijke gedeelten in de hoofdsplitsing kunnen de groepen elkaar niet ontwijken, want art. 5:127
lid 3 BW bepaalt dat de stemmen in de VvE van de hoofdsplitsing toekomen aan de besturen van de Vve’s
van de onder splitsingen.