PRACTICUM:
DE DIAGNOSTISCHE CYCLUS
PSY3158
, 1. Diagnostische vragen, hypotheses, en vereiste tests
De volgende hypotheses en diagnostische vragen zijn opgesteld:
De diagnostische vraag bij het aspect ‘concentratie’ luidt als volgt: Duidt het gebrek aan
concentratie bij de cliënt op een mogelijke aandachtstekortstoornis? Hierbij werd de
hypothese geformuleerd dat de moeilijkheden van de cliënt om de focus en concentratie te
behouden te wijten kunnen zijn aan een aandachtstekortstoornis. Als de z-score op de Digit
Span Task en de PASAT lager is dan -2 kan in de meeste gevallen de hypothese worden
geaccepteerd. Echter, hangt de exacte z-score die als drempelwaarde wordt gebruikt af van de
specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
De diagnostische vraag bij het aspect ‘depressie en coping’ luidt als volgt: Wijzen de
symptomen van de patiënt op de aanwezigheid van een depressie? Hierbij werd de hypothese
geformuleerd dat het concentratiegebrek, de gevoelens van hopeloosheid en vermoeidheid
kunnen duiden op een depressie en bijbehorende ineffectieve coping strategieën. Op basis
van de BDI-scores kunnen de volgende interpretaties worden gemaakt: een score van 1-10 is
normaal, 11 t/m 16 duidt op een milde stemmingsstoornis, 17 t/m 20 wordt gezien als
borderline klinische depressie, 21 t/m 30 duidt op een gematigde depressie, 31 t/m 40 duidt
op ernstige depressie en een score van 40 of hoger wordt gezien als extreem. Het is van
belang dat de BDI geen definitieve diagnose van depressie geeft. Bovendien kan in de meeste
gevallen de hypothese worden geaccepteerd als de z-score op de COPE vragenlijst lager is
dan -2. Echter, hangt de exacte z-score die als drempelwaarde wordt gebruikt af van de
specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
De diagnostische vraag bij het aspect ‘intelligentie’ luidt als volgt: Is het concentratiegebrek
van de cliënt te wijten aan intellectuele of cognitieve moeilijkheden? Hierbij werd de
hypothese geformuleerd dat de onzekerheid van de cliënt over zijn cognitieve vermogens en
de moeite om zich te concentreren verband kunnen houden met intellectuele of cognitieve
moeilijkheden. Als de z-score op de WAIS-IV vragenlijst lager is dan -2 kan in de meeste
gevallen de hypothese worden geaccepteerd. Echter, hangt de exacte z-score die als
drempelwaarde wordt gebruikt af van de specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
2. Resultaten (zie Appendix voor berekeningen)
WAIS: De optelsom van de raw scores van de subtests van de Verbal Comprehension Index
(VCI) is 26, dit resulteert in een gestandaardiseerde score van 93. Dit komt overeen met 32e
1
DE DIAGNOSTISCHE CYCLUS
PSY3158
, 1. Diagnostische vragen, hypotheses, en vereiste tests
De volgende hypotheses en diagnostische vragen zijn opgesteld:
De diagnostische vraag bij het aspect ‘concentratie’ luidt als volgt: Duidt het gebrek aan
concentratie bij de cliënt op een mogelijke aandachtstekortstoornis? Hierbij werd de
hypothese geformuleerd dat de moeilijkheden van de cliënt om de focus en concentratie te
behouden te wijten kunnen zijn aan een aandachtstekortstoornis. Als de z-score op de Digit
Span Task en de PASAT lager is dan -2 kan in de meeste gevallen de hypothese worden
geaccepteerd. Echter, hangt de exacte z-score die als drempelwaarde wordt gebruikt af van de
specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
De diagnostische vraag bij het aspect ‘depressie en coping’ luidt als volgt: Wijzen de
symptomen van de patiënt op de aanwezigheid van een depressie? Hierbij werd de hypothese
geformuleerd dat het concentratiegebrek, de gevoelens van hopeloosheid en vermoeidheid
kunnen duiden op een depressie en bijbehorende ineffectieve coping strategieën. Op basis
van de BDI-scores kunnen de volgende interpretaties worden gemaakt: een score van 1-10 is
normaal, 11 t/m 16 duidt op een milde stemmingsstoornis, 17 t/m 20 wordt gezien als
borderline klinische depressie, 21 t/m 30 duidt op een gematigde depressie, 31 t/m 40 duidt
op ernstige depressie en een score van 40 of hoger wordt gezien als extreem. Het is van
belang dat de BDI geen definitieve diagnose van depressie geeft. Bovendien kan in de meeste
gevallen de hypothese worden geaccepteerd als de z-score op de COPE vragenlijst lager is
dan -2. Echter, hangt de exacte z-score die als drempelwaarde wordt gebruikt af van de
specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
De diagnostische vraag bij het aspect ‘intelligentie’ luidt als volgt: Is het concentratiegebrek
van de cliënt te wijten aan intellectuele of cognitieve moeilijkheden? Hierbij werd de
hypothese geformuleerd dat de onzekerheid van de cliënt over zijn cognitieve vermogens en
de moeite om zich te concentreren verband kunnen houden met intellectuele of cognitieve
moeilijkheden. Als de z-score op de WAIS-IV vragenlijst lager is dan -2 kan in de meeste
gevallen de hypothese worden geaccepteerd. Echter, hangt de exacte z-score die als
drempelwaarde wordt gebruikt af van de specifieke normen en criteria die worden gebruikt.
2. Resultaten (zie Appendix voor berekeningen)
WAIS: De optelsom van de raw scores van de subtests van de Verbal Comprehension Index
(VCI) is 26, dit resulteert in een gestandaardiseerde score van 93. Dit komt overeen met 32e
1