Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Overzicht Leerdoelen: Samenvattingen van de Werkcolleges Formeel Strafrecht (+ 2 oefententamens!!!)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
83
Geüpload op
03-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document bevat een heldere en gestructureerde samenvatting van de belangrijkste onderwerpen binnen het formeel strafrecht, inclusief kernbegrippen, wetsartikelen en tentamenrelevante jurisprudentie. De stof is overzichtelijk uitgewerkt en gericht op effectief leren en snel herhalen. Daarnaast bevat het document twee volledige oefententamens met modelantwoorden, zodat je jezelf optimaal kunt voorbereiden op het tentamen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroep 1

Wat is opsporing-opsporingsonderzoek en wie is-zijn daarmee
belast en waarom kennen we een dergelijke wettelijke
taaktoedeling?
De strafvordering begint met de opsporing. De kern van het
vooronderzoek is het opsporingsonderzoek. De opsporing begint zodra er
een vermoeden rijst dat er een strafbaar feit is gepleegd. Een vermoeden
kan door diverse omstandigheden aan het licht komen: aangifte,
ontdekking, heterdaad etc. Als opsporingsambtenaren hierna gaan
handelen, vallen deze handelingen onder de opsporing.

De definitie van opsporing is vastgelegd in artikel 132a Sv: 'Onder
opsporing wordt verstaan het onderzoek in verband met strafbare feiten
onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van
strafvorderlijke beslissingen'.

De rechter-commissaris ontleent zijn positie in het vooronderzoek aan zijn
hoedanigheid van rechter, aan zijn onpartijdigheid en zijn
onafhankelijkheid. Zijn optreden maakt deel uit van de checks and
balances waarmee het opsporingsonderzoek is omgeven.

Opsporing bestaat uit verschillende bevoegdheden en overheidsoptreden.
Vaak is overheidsoptreden tijdens de opsporing belastend. Belastend
overheidsoptreden dient te berusten op een wet in formele zin
(legaliteitsbeginsel). Veel voorschriften zijn echter niet opgenomen in de
wet. De opsporingsambtenaar moet beoordelingsvrijheid worden gelaten
en de wet moet ruimte bieden om in te spelen op ontwikkelingen in de
samenleving. Waar de wet tekortkomt, zullen de ongeschreven
rechtsbeginselen als richtlijn worden gehanteerd. De opsporing moet altijd
berusten op proportionaliteit. De bevoegdheid moet dus wel in
verhouding staan met de te dienen doelen. In het strafrecht is vaak sprake
van belastend overheidsoptreden om drie redenen:
1. Dwangmiddelen bij opsporing (taps, woondoorzoekingen).
2. Systematisch verzamelen en registreren van persoonsgegevens.
3. Doel van het optreden: strafrechtelijke sanctionering.
Tot de aan opsporingsambtenaren toegekende bevoegdheden hoort de
bevoegdheid tot arrestatie van verdachten (art. 53 en 54 Sv), plaatsen te
betreden (art. 95 Sv), stelselmatige observatie, afluisteren van telefoon
etc. Art. 53 Sv -> iedereen is bevoegd tot aanhouding bij heterdaad.

Door het verruimde begrip van opsporing, bestaan er ook verschillende
soorten onderzoeken:
 Klassieke opsporing: Uitgangspunt van het onderzoek is hier een
vermoedelijk gepleegd strafbaar feit. Er wordt bijvoorbeeld aangifte
gedaan van inbraak of er wordt een lijk aangetroffen. Het onderzoek
van de politie is er dan op gericht om dat vermoedelijk gepleegde
feit op te helderen. Kenmerkend voor dit type onderzoek is daarom
dat het (1) plaatsheeft naar aanleiding van een vermoedelijk

, gepleegd strafbaar feit en dat het (2) gericht is op de opheldering
van dat feit. Die opheldering is daarbij geen doel op zich. Zij staat
namelijk in dienst van de strafrechtelijke handhaving van de wet en
is gericht op het nemen van strafvorderlijke beslissingen (art. 132a
Sv).
 Repressieve controle: Deze vorm van onderzoek bestaat uit het
speuren naar mogelijk gepleegde strafbare feiten. Hier is nog geen
sprake is van een redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is
gepleegd.Een voorbeeld is de alcoholverkeerscontrole. Ook minder
gerichte vormen van onderzoek vallen hier onder, want van de
politie wordt verwacht dat zij steeds ogen en oren openhoudt. Een
belangrijk kenmerk van repressieve controle is dat zij gericht is op
de strafrechtelijke handhaving van de wet. Het doel van het
onderzoek is de eventuele vervolging en berechting van de
opgespoorde feiten.
 Proactieve opsporing: Klassieke opsporing is reactief en richt zich
op al gepleegde strafbare feiten. Proactieve opsporing daarentegen
lijkt te gaan om toekomstige misdrijven die dus nog niet gepleegd
zijn, maar in de praktijk focust deze zich op personen die verdacht
worden van ernstige criminaliteit, zoals drugshandel. Toch is er wel
verschil met de klassieke opsporing, want het onderzoek is niet
alleen gericht op de opheldering van de al gepleegde feiten. Dat
heeft alles met bewijsmoeilijkheden te maken. Om het bewijs te
leveren dat een bepaalde groepering zich met de drugshandel
bezighoudt, moeten de bendeleden liefst op heterdaad worden
betrapt. Dat leidt ertoe dat het onderzoek zich concentreert op het
volgende drugstransport, een toekomstig strafbaar feit. Het verschil
met de klassieke opsporing is dus niet, dat van een vermoedelijk
gepleegd feit nog geen sprake is, want dat is wel het geval. Het
werkelijke verschil is dat het onderzoek zich niet richt op dat al
gepleegde feit. Proactieve en klassieke opsporing lopen in de
praktijk door elkaar, omdat onderzoek naar georganiseerde
criminaliteit vaak tweeledig is. Het betrappen van een bende op een
toekomstig feit levert vaak ook bewijs op voor eerdere
voorbereidingshandelingen en lidmaatschap van een criminele
organisatie. Het gaat dus ook om de opheldering van de
vermoedelijk al gepleegde feiten.
 Het inlichtingenwerk: Elke politie-eenheid heeft een Criminele
Inlichtingen Eenheid (CIE), die zich richt op het beheren van
informanten, vaak afkomstig uit het criminele milieu. Hun identiteit
moet strikt geheim blijven, waardoor CIE-informatie niet als bewijs
kan dienen. Wel wordt deze informatie gebruikt om
opsporingsonderzoeken te sturen en kan het leiden tot een redelijk
vermoeden van schuld, waardoor aanhouding of telefoontap
mogelijk wordt. Het verschil met Klassieke opsporing is niet zozeer
het ontbreken van een vermoedelijk strafbaar feit (dat is namelijk
wel vaak zo), maar het doel: niet bewijs verzamelen, maar een
informatiepositie opbouwen.

,  Het verkennend onderzoek: Dit onderzoek bevindt zich op de
grens van de politietaak en richt zich op het in kaart brengen van
criminaliteit binnen sectoren zoals horeca of transport. De verkregen
inzichten helpen bij het bepalen van opsporingsprioriteiten en
kunnen leiden tot gerichte onderzoeken. Net als bij de CIE draait het
onderzoek om het verzamelen van sturingsinformatie. Het verschil
zit in de onderzoeksmethode. Verkennend onderzoek gebruikt vooral
openbare bronnen en vergelijkt deze met politieregisters. Bij
aanvang is er geen concrete verdenking, maar die kan wel uit het
onderzoek voortkomen.

Wat is de rol van de OvJ? Het opsporingsonderzoek wordt verricht onder
het gezag van de officier van justitie, artikel 132a Sv. Hij is
eindverantwoordelijk voor de opsporing en het leiding geven aan de politie
tijdens het opsporingsonderzoek. De officier kijkt of de opsporing
zorgvuldig en eerlijk verloopt (volgens de wet en op basis van relevante
informatie). Art. 141 Sv noemt in de eerste plaats de OvJ als personen die
met de opsporing zijn belast.

De officier van justitie kan met betrekking tot de opsporing taken geven
aan de politie (art. 148 lid 2). Voor sommige zaken moet hij wel eerst
toestemming vragen aan de rechter-commissaris. De rechter-commissaris
vervult een onafhankelijke en onpartijdige rol in dit proces om de checks
and balances te waarborgen. De officier van justitie houdt zich in de
praktijk afzijdig van het onderzoek, maar hij is er wel verantwoordelijk
voor. Hij geeft bevelen aan de personen die met de opsporing zijn
belast (opsporingsambtenaren).

Ook hulpofficieren hebben een belangrijke rol à art. 146a Sv. Zij hebben
een aanvullende rol. Hij beoordeelt de rechtmatigheid van de aanhouding.
Hij heeft ook bevoegdheden zoals bijv. art. 56a en 57 Sv.

Wat is de rol van een opsporingsambtenaar? In artikel 141 en 142 Sv
is een opsomming gemaakt van personen die bevoegd zijn om tot
opsporing over te gaan. Deze mensen heten opsporingsambtenaren,
artikel 127 Sv.

Er bestaan gewone (artikel 141 Sv) en bijzondere (artikel 142 Sv)
opsporingsambtenaren. Tussen deze twee bestaat een groot verschil.
Gewone opsporingsambtenaren hebben een algemene
opsporingsbevoegdheid en die is niet beperkt tot een bepaald aantal
strafbare feiten. Bij bijzondere opsporingsambtenaren is hun
bevoegdheid wel beperkt tot bepaalde strafbare feiten.

Opsporingsambtenaren dienen zo spoedig mogelijk na de opgespoorde
feiten, dit vast te leggen in een proces-verbaal, artikel 152 lid 1 Sv. Dit
proces-verbaal moet aan de officier van justitie gezonden worden in
afwachting van zijn bevelen, artikel 156 Sv. In de praktijk wordt dit
toezenden echter nauwelijks meer gedaan. Tussentijds overleg vindt wel
plaats, maar de functie van het proces-verbaal is niet meer het

, inschakelen van de officier van justitie. Het dient op dit moment
voornamelijk als wettelijk bewijsmiddel. Voor de betrouwbaarheid dient
een opsporingsambtenaar het persoonlijk en zo snel mogelijk op te maken,
artikel 153 lid 2 Sv.

Uit de Politiewet komt naar voren dat de politie 2 taken heeft, art. 3
Politiewet:
1. Het handhaven van de rechtsorde en;
2. Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.
De politie kan onder het gezag staan van de burgemeester, art. 11
Politiewet, of onder gezag van de officier van justitie, art. 12 Politiewet.

De huidige rol van de rechter-commissaris wordt vervuld als
toezichthouder op het opsporingsonderzoek, artikel 170 lid 2 Sv. Om deze
reden heeft de officier van justitie in bepaalde gevallen toestemming
nodig van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris houdt drie
soorten toezicht:
 Toezicht op de rechtmatigheid van de toepassing van
opsporingsbevoegdheden
 Toezicht op de voortgang van het opsporingsonderzoek
 Toezicht op de evenwichtigheid en de volledigheid van het
onderzoek

De rechter-commissaris kan onderzoekshandelingen verrichten als de
officier van justitie of de verdachte daarom vraagt (artikel 181 en 182 Sv).
Wanneer de verdachte in voorlopige hechtenis is gesteld, kan de rechter-
commissaris bij uitzondering ook ambtshalve handelen, artikel 182 lid 7
Sv. De rechter-commissaris is niet verplicht om gevolg te geven aan de
vorderingen van beide partijen. Hij moet wel op de vordering beslissen,
maar kan hierbij een belangenafweging maken om wel of niet over te gaan
tot onderzoekshandelingen. Tegen een afwijzing staat voor beide partijen
een rechtsmiddel open. De rechter-commissaris kan dus ambtshalve
aanvullend onderzoek verrichten, maar moet hierbij wel terughoudend
zijn: de leiding van het onderzoek ligt bij de officier van justitie (zie ook
artikel 184 Sv).

Naast het verrichten van onderzoekshandelingen, zijn er ook nog andere
taken voor de rechter-commissaris:
- Onderzoek in opdracht van de zittingsrechter: Als de zittingsrechter
oordeelt dat er 'enig onderzoek' van de RC noodzakelijk is, schorst
hij de terechtzitting, artikel 316 lid 1 Sv.
- Onderzoek op verzoek van het slachtoffer: Het slachtoffer kan in
bepaalde gevallen de OvJ verzoeken om de verdachte te bevelen
ergens aan mee te werken (bijvoorbeeld een bloedonderzoek). Als
de OvJ dit weigert, kan het slachtoffer een verzoek tot de RC richten,
artikel 151g lid 3 jo. 177b Sv.
- Voorarrestrechter: Oordelen over de bewaring van de verdachte

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
3 april 2026
Aantal pagina's
83
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.82
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
EURLM01 Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
56
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
43
Laatst verkocht
3 weken geleden

3.4

9 beoordelingen

5
2
4
3
3
2
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen