Insolventierecht
Casus werkgroep 1
Meneer Stok exploiteert een garagebedrijf op zijn perceel Y. Op het
naastgelegen perceel X, dat eigendom is van de gemeente Rotterdam,
rust ten behoeve van perceel Y een recht van erfdienstbaarheid. Deze
erfdienstbaarheid strekt tot het hebben en gebruiken van een
benzinepomp met een ondergronds reservoir op perceel X. De
benzinepomp en het reservoir zijn door meneer Stok aangebracht en
worden door hem gebruikt in het kader van zijn garagebedrijf. Na
beëindiging van het garagebedrijf blijkt de grond van perceel X ernstig
vervuild te zijn door lekkage uit het ondergrondse reservoir. De
gemeente laat de grond saneren en vordert de saneringskosten van
meneer Stok. Meneer Stok wil die kosten niet betalen: hij zegt dat hij
niet de eigenaar is van de benzinepomp die de vervuiling heeft
veroorzaakt.
Wie is eigenaar van de pomp op perceel X, en door middel van welk
beperkt genotsrecht had dat anders kunnen zijn?
IRAC-methode:
• Issue: wie is de eigenaar van de pomp op perceel X?
⁃ Wat is erfdienstbaarheid?
⁃ Had het anders ingevuld kunnen worden?
• Rules: Art. 5:70 BW, art. 5:71 BW, art. 5:20 lid 1 sub e, art. 3:3
Bw, Portacabin arrest & art. 5:101 BW.
• Application: nodig voor 5:70 BW:
• 1. Dienend erf -> perceel X, grond van de gemeente.
2. Heersend erf -> perceel Y.
3. Last -> dulden of een niets doen (negatieve verplichting)
Uitzondering art. 7:21 lid 1 BW: “kan worden bepaald dat de last een
verplichting inhoudt die voor de uitoefening nodig zijn” (aanleggen van
een paadje).
De eigenaar van de benzinepomp en het ondergrondse reservoir is de
gemeente Rotterdam. De pomp en het reservoir zijn duurzaam met de
grond van perceel X verenigd en worden daarom door natrekking
eigendom van de grondeigenaar (art. 5:20 lid 1 sub e BW), terwijl een
erfdienstbaarheid slechts een gebruiksrecht is en geen eigendom
doorbreekt. Mits duurzaam met de grond verenigd (Portacabin arrest):
Wanneer duurzaam verenigd met de grond? Naar aard en inrichting
bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven:
- Naar intentie van de bouwer
,- Mits ook naar buiten kenbaar is
Ja, duurzaam verenigd met de grond, dus de gemeente is eigenaar met
de benzinepomp.
Dit had anders kunnen zijn indien ten gunste van meneer Stok een
recht van opstal was gevestigd, omdat dat beperkte genotsrecht de
natrekking doorbreekt en hem eigenaar had gemaakt van de
benzinepomp en het reservoir op de grond van de gemeente. Het recht
van opstal leidt tot een horizontale scheiding van de eigendom grond
en opstal.
• Conclusion: De gemeente is de eigenaar van de pomp op perceel
X op grond van art. 5:20 lid 1 sub e BW).
Casus beperkte rechten
1. Voor welke juridische genotsconstructies zouden de partijen in de
casus (hebben) kunnen kiezen
ten aanzien van
a) het grondgebruik door Max van Zandvoort als opstapplaats voor het
surfen; Erfdienstbaarheid (5:70 BW)
⁃ Dienend erf: grond van Zeynep
⁃ Heersend erf: grond van Max van Zandvoort, eigenaar van een in
de buurt gelegen grond.
⁃ Last: Max het strand laten gebruiken als opstapplaats voor het
surfen.
⁃ Geen sprake van een uitzondering art. 7:21 lid 1 BW.
Kan ook sprake zijn van een kwalitatieve verplichting, het heersende
erf ontbreekt. Of een kettingbeding: met een verplichting tot dulden +
een doorgeefverplichting. Contact kan ook, maar heeft geen
derdenwerking.
b) het grondgebruik door Sunny (bestaande uit twee elementen:
1) het uitbaten van de grond en: Vruchtgebruik (3:101): Geeft het recht
om andermans goederen te gebruiken en daarvan de vruchten te
genieten.
Erfpacht (5:85 BW) verleent de erfpachter een zelfstandig en zakelijk
gebruiksrecht op andermans grond, dat sterk op eigendom lijkt. Geen
heersend erf van Sunny dus geen erfdienstbaarheid. Kan wel een
kwalitatieve verplichting, want geen heersend erf.
2) de wens inzake de strandbar); Opstal (5:101 BW): zelfstandig.
Sunny wordt eigenaar van de strandbar, maar Zeynep blijft eigenaar
van de grond.
c) het snoeien van de takken in de voortuinen van buurman Zout &
Zeynep?: Erfdienstbaarheid (5:70 BW)
Dienend erf: grond van Zeynep.
, Heersend erf: grond van buurman Zout.
Uitzondering: last die een erfdienstbaarheid op het dienend erf legt,
kan ook bestaan in een verplichting tot onderhoud van het dienend erf
of van gebouwen, werken of beplantingen die zich geheel of
gedeeltelijk op het dienend erf bevinden of zullen bevinden (art. 5:71
lid 2). Wel enkel en alleen op de beplantingen van het dienende erf,
want richt zich NIET op het heersende erf (voortuin van de buurman).
Kwalitatieve verplichting ziet alleen op dulden en niet doen! Wel
kettingbeding, wel kwetsbaar.
2. Waarom is het ten aanzien van het grondgebruik door Max van
Zandvoort relevant om te vermelden dat Max en Sandy destijds naar
de notaris zijn geweest? Welke wetsbepalingen zijn daarbij relevant?
OTVB: overdraagbaarheid, titel, vestigingshandeling en
beschikkingsbevoegdheid (Art. 3:98 en 3:89 notariële akte bij
onroerende zaken + inschrijving in de openbare registers). Is nu sprake
van een vestiging en dat vindt plaats door inschrijving notariële akte.
Geeft de vestiging van de erfdienstbaarheid weer.
3. Stel dat Max van Zandvoort destijds een recht van erfdienstbaarheid
op de grond van Sandy heeft verkregen. Sandy heeft vervolgens haar
grond aan Zeynep verkocht en geleverd. Is Zeynep nu ook gebonden
door het recht van erfdienstbaarheid van Max en, zo ja, op grond
waarvan?
Ja, op grond van zaaksgevolg. Het zaaksgevolg (droit de suite) houdt in
dat de erfdienstbaarheid het goed volgt (art. 3:81 BW e.v.). Het recht
blijft rusten op het goed, ook wanneer het goed wordt overgedragen
aan een nieuwe eigenaar. Last is gevestigd op het dienende erf,
wanneer dit dienende erf overgaat gaat de last ook over.
4. Stel nu dat Zeynep niet de grond van Sandy, maar de grond van Max
in eigendom had verkregen. Zou Zeynep de grond van Sandy mogen
gebruiken als opstapplaats voor het surfen en, zo ja, op grond
waarvan?
Op basis van afhankelijkheid, want Zeynep is dan geen eigenaar meer
van het dienende erf maar van het heerende erf. Door de
afhankelijkheid is het hoofdrecht(dienende erf) teniet gegaan maar
daardoor verdwijnt het daarop gevestigde beperkte recht
(erfdienstbaarheid) niet, op basis van afhankelijkheid. Op het